Dat weet u toch nog?
Op gezag van zowel de voorzitter van de hulpverleningszone (HVZ) Fluvia (Francis Benoit) als van de commandant van “brandweer Kortrijk” (Olivier Drome) kon onze onderzoeksjournalist hier melden dat de totale bouwkost van de nieuwe hoofdkazerne op het bedrijventerrein Evolis in Kortrijk gegund werd voor een welgeteld bedrag van 23.378.283,85 euro. ( December 2025.)
Toen we die info kregen in een onderhoud (op 1 april) met voormelde beleidvoerders hebben we voor de lieve vrede maar niet geopperd dat zij een bepaalde kost van 2.1 miljoen glad hadden vergeten. Om te bouwen heb je namelijk grond nodig.
Die grond heeft men gevonden op het bedrijventerrein Evolis I, eigendom van de intercommunale Leiedal. Het perceel staat kadastraal bekend als sectie B, nummer 390/B en deel van de nummers 389/A, 388/B en 391/C. Oppervlakte 14.966 m² maal 145 euro/m² geeft 2.170.070 euro. Gekocht door stad Kortrijk. (We komen daar later op terug.)
De totale kostprijs loopt hiermee op tot 25.548.353,85 euro.
Maar we wilden het hier hebben over die vuilnisbelt, dat wil meer in het in het bijzonder zeggen: de impact daarvan op de kosten.
In kringen van Leiedal heeft men het meesmuilend over het perceel 22.
Als je die benaming uitspreekt in aanwezigheid van Wout Maddens, schepen van stadsontwikkeling maar ook voorzitter van Leiedal, zal hij besmuikt beginnen glimlachen. We weten waarom.
Op de kaart van Evolis I was dat terrein rood omrand, en als volslagen leek zouden we toch gedacht hebben dat er met dat akkerland (voormalige toestand) toch iets aan de hand was. We durven zelfs gewagen dat Leiedal dat “bedrijventerrein” vanwege de bodemgesteldheid aan geen enkel bedrijf ooit zou kunnen kwijtraken. Zelfs niet aan de straatstenen.
Maar kijk nu eens hoe dat gaat.
Op 16 oktober 2022 verneemt de Raad van Bestuur van Leiedal (voorzitter Wout Maddens) dat stad Kortrijk (dat is dus schepen Wout Maddens) wenst over te gaan tot de aankoop van een perceel van circa 15.000 m² op Evolis tot oprichting van een nieuwe brandweerkazerne. De R.v.B van Leiedal (dat is dus Wout Maddens) gaat spontaan akkoord. Nadere gegevens over het terrein en de gestipuleerde voorwaarden ontbreken in de notulen. Ja, we zeiden hier al tot vervelens toe dat “openbaarheid van bestuur” in heel het dossier van het project onbestaande is (en was).
In zwarte rook gehuld.
We moeten nu overgaan tot twee vragen;
1. Waarom is (was) dat perceel 22 berucht?
2. Sinds wanneer wisten betrokken partijen daarvan?
Over het stort genaamd perceel 22
Vroeger, in de jaren ’50 werd aldaar op de site klei ontgonnen. Na die ontginning werden de ontstane putten tot in de jaren ’70 opgevuld met huisvuil van stad en stenen en aarde van de NV Koramic.
Belangrijk.
– Het voormalige stort is in de loop van 1996 in kaart gebracht en in 1997 is zelfs een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd.
– Om een duidelijk zicht te krijgen op de exacte contouren zijn nog in de jaren 2003 en 2004 extra onderzoeken gebeurd. De resultaten van dit veldonderzoek werden in een raster planmatig verwerkt.
– Tenslotte is in 2016 door het studiebureau BN-engeneering een funderingsadvies geformuleerd voor de mogelijke oprichting van kantoren en loodsen op de stortzones. (Mogen we nu veronderstellen dat dit ‘advies’ van die aard was dat potentiële kopers van de site werden afgeschrikt?)
Wie wist wat?
Nou, voor wat het project ‘brandweerkazerne op perceel 22’ betreft wist iedere betrokken partij van in den beginne alles. Iedereen: Leiedal zelf natuurlijk (voorzitter Maddens) en stad als koper(schepen Maddens), Ipso facto tevens Fluvia en het architectenbureau.
(De Tijdelijke Maatschappij Archiles-Compagnie O noteerde al onmiddellijk in een “ontwerpvisie” (paragraaf 5) dat er “een pedestal wordt aangezet als een raster van paalfunderingen om op de draagkrachtige grond onder het stort af te dragen”.)
Kopers hebben voor de notaris ten overvloede verklaard dat zij voorafgaandelijk aan de ondertekening van de akte van aankoop (23 december 2022) voldoende zijn geïnformeerd door Leiedal over de toestand van perceel 22. Zij hadden er ruimschoots vrije toegang om grondonderzoeken te doen.
Waarom vertellen we dit alles zo uitdrukkelijk?
In januari 2025 was er voor de zoveelste keer een herwerkte raming van de kostprijs. Het architectenbureau Archiles kwam niettegenstaande een ‘besparingsronde’ alweer uit op een bedrag tussen 24,8 en 25,6 miljoen “mede door de onverwacht slechte bodemgesteldheid (historische vervuiling) die paalfunderingen voor de wegenis en oefenkoer vereist”. (Citaat uit document van de brandweercommandant, dd. 1 april)
Onverwacht??
We noemen zo’n verhaal (narratief) in beschaafd nederlands: “bezopen”.
In ons onderhoud van 1 april met Francis Benoit bedacht de voorzitter van Fluvia dat die “onverwachte” vaststelling over de bodemgesteldheid de bouwkost met 1,2 miljoen heeft verhoogd.
P.S.
Volgende keer hebben we het over de financiering van het project.
De aankoop van de grond enerzijds (door Stad Kortrijk) en anderzijds de verdeling van de kosten van de bouw over de 14 gemeenten van de hulpverleningszone Fluvia.
