Over de ongeziene en dure papierwinkel bij de opmaak van het “Beleidsplan Ruimte Kortrijk” (2)

Oorspronkelijk – dat is in september 2020 – dacht het toenmalige kabinet Maddens dat men voor de opmaak van het nieuwe Beleidsplan Ruimte genoeg zou hebben aan drie studieopdrachten: één voor het plan zelf (met inbegrepen van het verplichte plan-MER), één voor het woonplan/woonpact, en één voor het mobiliteitsplan.
Maar in juni van dit jaar 2026 bedacht er blijkbaar iemand dat het voor de opmaak van het verplicht onderdeel MER van het Ruimtelijk Bestuursplan, met name het  “Milieu-Effecten-Rapport”,  wellicht beter was om dit karwei niet meer over te laten aan het bureau “Omgeving” (zoals voorzien). Dat heilzamer was om voor dat (immens) studiewerk nog een andere firma aan te spreken.
(Ik vermoed dat “Omgeving” wegens verlies van die opdracht zijn prijs nu naar beneden zal herzien. Min 84.700 euro.)

2. Afzonderlijke Studieopdracht voor de opmaak van het Strategisch plan-MER (2026 !)

De gunning hiervan is dus pas onlangs gebeurd, op 14 juli 2026.
Vier bureaus werden aangeschreven, en daarvan won de inschrijver ANTEA  Group Belgium. Een Gents advies- en ingenieursbureau dat alles weet over milieu, infrastructuur, ruimtelijke planning, mobiliteit en zelfs ‘water’. ‘ Zal nodig zijn, want zo’n MER opstellen over de toekomstplannen van een gehele stad, dat kan toch geen klein bier zijn.
De offerte-prijs viel nochtans buitengewoon goed mee: 44.404,58 euro , plus 9.045,96 euro, de kostprijs van “een mogelijke fase die moet hernomen worden”. (Niet begrepen, maar kom…)
Totaal: 53.450,54 euro. (incl. btw). Bijna niet te geloven en zelden gezien:: een offerte die lager uitvalt dan de door de ambtenarij  geraamde studiekost van 80.000 euro.

3. Studieopdracht voor de opmaak van een  mobiliteitsplan (2020)

Hoelang zijn we daar nu al over bezig? Hoelang heeft voormalig schepen Axel Weydts niet beloofd dat het er dra zou komen?  En waarom besloot hij uiteindelijk dat het iets zou zijn voor de volgende legislatuur (de huidige dus)? En wat die zaak alreeds  heeft gekost !!
De nieuwe studieopdracht werd gegund op 21 september 2020, een datum die we zo stilaan van buiten kennen. De nieuwe schepen Trui Steenhoudt zal er nu een keer vaart achter zetten.
Er waren drie kandidaten, en het werk ging naar het studiebureau TRAJECT uit Gent voor een gunningsbedrag van 120.613 euro.
Op te merken valt dat ‘Traject’ samenwerkt met “Omgeving”, dat is wel te verstaan net het bureau dat instaat voor de opmaak van het hele Ruimtelijk Beleidplan Kortrijk (RBP).
Over die offerteprijs valt eveneens wat te zeggen. Die slaat enkel op de basisopdracht en verschilt niet zoveel van der geraamde richtprijs (100.00 euro). De basisopdracht bestaat uit de opmaak van het plan zelf, plus een deelplan genaamd ‘Circulatie & Verkeersfilters’.
Dat mobiliteitsplan zal dientengevolge uiteindelijk véél méér kosten, want twee optionele opdrachten werden gewoon niet gegund.
Die gingen over 1) ‘mobi-punten’ en 2) ‘deelmobiliteit’.
Argument om die zaken voorlopig niet op te nemen in de gegunde studieopdracht? Over die twee deelproblemen zijn diverse partijen actief in de regio  (Leiaedal, Vervoersregio, enz.) en men wil de resultaten ervan afwachten. (Noot van de redactie: dat argument dateert van 2020.)
In dit verband willen hier voor toekomstige kroniekschrijvers van Stad uitdrukkelijk notuleren dat het College op 24 februari 2020 besloot om een Adviesgroep Mobiliteit op te richten, bestaande uit 20 zorgvuldig geselecteerde Kortrijkse burgers. De selectie ervan is gebeurd op  28 september van dat jaar. De actiegroep zou gedurende heel de vorige legislatuur althans 4 keer per jaar samenkomen. Nooit meer iets van gehoord. Wel herinneren we ons als de dag van gisteren dat er binnen de groep in november 2020 én bij de voorzitter (schepen Axel Weydts) absoluut de overtuiging heerste dat de opmaak van het mobiliteitsplan (door Traject) 1,5 jaar zou duren.
N.v.d.R:  Het vorige mobiliteitsplan van 2011 bedroeg 237 pagina’s.

4. Studieopdracht voor de opmaak van een Woonplan/Woonpact

Twee kandidaten, en het studiebureau ATELIER ROMAIN uit Gent werd op de bekende datum van 21 september 2020  geselecteerd voor een offerteprijs van 99.000 euro (excl. BTW!), wat binnen de raming valt (100.000 euro).
Maar nu moet u toch wat weten.
De studieopdracht bevatte naast de vaste onderdelen nog twee optionele delen: 1) een diepgaande uitwerking van de buurtpaspoorten (de wijken), en 2) de uitwerking van “minder prioritair weerhouden acties. Die zouden resp. 6.000 euro en 12.000 euro kosten, maar werden niet afzonderlijk gegund. Lezer, nu moet u eens raden hoe dat komt. Wel, de uitwerking van de basisopdracht door Atelier Romain was zodanig grondig en verregaand uitgewerkt dat het apart toekennen van die optionele opdrachten niet meer nodig bleek. Het is nog wel waar ook.
N.v.d.R.: het bestaande (!) woonplan in vier delen bedraagt in totaal 258 pagina’s. Er zijn daarnaast nog 35 buurtrapporten, waarvan we het aantal bladzijden niet hebben geteld. Het rapport verscheen waarschijnlijk in oktober 2024. (Datum niet vermeld.)

OVERZICHT KOSTPRIJZEN
1. Opmaak Ruimtelijk Beleidsplan Kortrijk door Omgeving/AWB: 289.128,47 euro MIN 84.700 (geen Mer!) PLUS 72.000.
2. Opmaak MER door Antea: 53.450,54 euro.
3. Opmaak Mobiliteitsplan door Traject: 120.613,00 euro.
4. Opmaak Woonplan/ Woonpact door Atelier Romain: 92.000 euro.
Lezer, u kan die bedragen nu wel gaan samentellen, maar die prijzen (uitgezonderd voor MER) dateren van het jaar 2020.
Over bijstellingen in de loop der jaren vinden we geen gegevens, ook niet via de jaarrekeningen of meerjarenplannen. Ander mogelijke  kosten die Leiedal bijv. zal aanrekenen als bijdrage, als medewerker bij de  plannen voor de bouwshift en de MER kennen we uiteraard niet.

AANTAL BLADZIJDEN
Tot op heden kennen we slechtst drie ‘papers”:
– “Kortrijk Over Morgen” (en conceptnota voor het RBK): 82 pag.
– De bijhorende “Procesnota”: 17 pag.
– Het Woonplan: Atlas (105 p.), Strategische visie (62 p.), Ruimtelijke strategie voor de woonbuurten (35 p.), Woonpact (46 p.) – Buurtrapporten van 35 wijken (aantal pag. hier niet geteld).

Over de papierhoop geproduceerd door de taskforces , de werktafels, de  stakeholders-workshops, de gemeenteraadcommissies, de adviezen van Gecoro, het voorontwerp, het publieksmoment en infomoment, het openbaar onderzoek, de scopingsnota MER, – daar hebben we geen zicht op.
In elke geval, het Beleidsplan Ruimte Kortrijk moet afgewerkt  in 2027. Laat ons zeggen: nog voor de zomer van volgend jaar.
N.B. Wat we ditmaal absoluut niet verwachten is een digitale bevraging.

P.S.
We behoren niet tot het soort dat zegt: “Zet dat een keer op een A-4tje’, – maar ’trop is teveel’.

 

Dat wordt een ongeziene en dure papierwinkel: het nieuwe “Beleidsplan Ruimte Kortrijk” (1)

We veronderstellen dat u de tekst uit onze vorige publicatie tot u hebt genomen, en dat de lectuur u enigszins bevreemdend voorkwam. Het ging om een uittreksel uit een zogenaamde conceptnota, getiteld: “Kortrijk over Morgen“. (Niet te verwarren met een vroegere actie waarbij men het had over “Kortrijk overmorgen“, in één woord.)
U hebt ongetwijfeld genoten van een zinsnede als deze: “Meer stad worden doen we binnen de bebouwde ruimte”. Heerlijk toch? En van deze opmerking werd u zeker helemaal “zen“: “Met de afbakening van de open ruimte bekomen we eveneens de afbakening van de bebouwde ruimte.”

Glad vergeten, maar we publiceerden vroeger al een keer dat stukje tekst, met de nodige commentaar.
We vonden die conceptnota (82 bladzijden) nogal vervelend, uitputtend omslachtig, zo nu en dan moeilijk in één woord te vatten. Er waren zelfs brokken tekst (p.49, p.69, e.d.m) dusdanig in het geijkte jargon van urbanisten (stadsantropologen) geschreven dat die  ons aan het huilen brachten.
Begin nu evenwel niet te denken dat het werkstuk “Kortrijk Over Morgen” dient om er wat mee te lachen.
Het is een basistekst (concept!) voor het nog op te maken Beleidsplan Ruimte oftewel “Ruimtelijk BeleidsPlan” (RBP), een plan waar we het nog geruime tijd zullen moet over hebben.
Dat nieuwe RBP is namelijk de opvolger van het “Ruimtelijk Structuurplan” van 2007 en heeft als ongelooflijke ambitie te beschrijven hoe Kortrijk er zal (of zou) kunnen uitzien in 2050, – als u dood bent.

De opmaak van dat RBP  heeft nogal wat voeten in de aarde.
In het historisch stadhuis is men er al over aan palaveren sinds de herfst van het jaar 2020. (deconceptnota isintussen door het CBS goedgekeurd op 3 maart van dit jaar.)
Dat RPB zal nog een indrukwekkende, onoverzichtelijke stapel papieren meebrengen, en enorm veel geld kosten.
We hadden het er hier al over op 30 augustus van het jaar 2020, onder de Maddensiaanse kop: “We doen voort!” Citeerden toen drie uiterst belangrijke samenhangende studieopdrachten met kostprijzen  die intussen zijn ‘bijgesteld’.   (We moeten daar straks nog een en ander over kwijt.)

1. Studieopdracht voor de opmaak van een ruimtelijk beleidsplan.
Het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) gunde dat werk op 20 september 2020 aan het studiebureau “OMGEVING” cvba uit Berchem, met “Architecture Workroom Brussels” vzw (AWB) als belangrijkste onderaannemer.
Totaalbedrag: 289.128,47 euro (incl. btw) waarvan 204.428,47 voor de uitwerking van de hoofdopdracht en 84.700,00 euro voor de uitwerking van de MER. Reken daar dan nog maar 72.600 euro bij voor optionele opdrachten.

Supra  zeiden we daarnet al dat we zo nu en iets iets kwijt willen.
Hier alvast twee zaken.
– De opmaak van een RBP is wat men noemt “MER-plichtig”. Een plan-milieueffectenrapport is verplicht.
Welnu, dat werk is recent (14 juli 2026) apart gegund aan het advies- en ingenieursbureau “Antea Belgium nv” voor een totaal bedrag van 53.450,54 euro. Hoezo? Het bureau “Omgeving” zou  toch voor instaan voor de ‘milieueffectenrapportage”??
Daar is zelfs een bijzonder CBS-besluit over bekend, dd. 31 oktober 2022.  Het bureau “Bova-Envir+”  zou als onderaannemer van het consortium Omgeving AWB het karwei opknappen.
– En nog even goed luisteren, als u tenminste nog niet dolgedraaid bent.
De offerte van het consortium Omgeving-AWB bedroeg iets van 289.000 euro, ja? Vergelijk met de raming van de directie Ruimte van schepen Maddens. De basisopdracht was geschat op 150.000 euro. Bereken zelf het stijgingspercentage.
De entourage van Maddens vindt dat maar logisch want de “eerder lage raming was bewust zo in de markt gezet om de inhoud van de opdracht in lijn te brengen met de budgettaire mogelijkheden”. Conclusie: “Het is dus logisch dat de offertes hoger uitvallen,  al is de meerprijs voor de basisopdracht beperkt.”
—–
Wordt vervolgd.
Savoureer intussen als een revisor gelijk  de uitleg over het verschil tussen een raming en een offerte.

Coming up…

Stuk over de enorme en dure papierwinkel die aan het ontstaan is rondom het nieuwe nog op te maken Ruimtelijk Beleidsplan.
Dit naar aanleiding van de inleidende, spannende urbanistische tekst die u daarnet hebt gelezen. Jargon van stadsantropologen.

Zouden we niet een keer een briefje schrijven naar Gentile Signora Vigano ?

Aanleiding van mijn op het eerste zicht althans bizar voorstel is dat onze gerenommeerde 0,00%-journalist Peter Lanssens van ‘Het Laatste Nieuws’ zich vandaag weer eens opwerpt als een crypto–gemeenteraadslid.
Pas terug van weggeweest en hij komt alweer op de proppen met een oproep tot debat. Via zijn gazet vraagt hij digitaal en op FB aan de Kortrijkzanen wat zij vinden van het feit dat de huidige fietsenstalling op het Stationsplein op relatief korte termijn (tegen mei volgend jaar alleszins, de volgende Sinksenfeesten) verhuist naar een tijdelijke locatie naast het station. Namelijk links ervan, op dat terrein achter het bekende frietkraam. Doornikselaan 1, zie onze foto in een vorige uitgave van onze stadskrant.

Ja, wat vinden we daarvan, of zie je een andere oplossing?
Met de volkomen niet-significante uitkomst van die bevraging zal Lanssens dan naar de burgemeester trekken en Ruthie dus dwingen tot het uiten van bepaalde standpunten die ‘in rechte’ horen bij een interpellatie in een gemeenteraad.
Dat is politiek gezien ergerlijk. Over de timing van heel de verhuis en de uitwerking ervan verwacht men hoogstens een besluit in de maand oktober.
Ook ergerlijk is dat de gemiddelde Kortrijkzaan feitelijk over onvoldoende informatie beschikt om een zinnig antwoord of commentaar te leveren op de vraag van ons pseudo-gemeenteraadslid Peter Lanssens.
– Wie weet er pertinent juist in welk verband de fietsenstalling net nu moet verdwijnen en tegen wanneer?
– Wie weet waarom die nieuwe locatie alweer tijdelijk zal zijn? En voor hoelang?
– En heeft het College van Burgemeester en Schepenen er nu al wel weet van naar waar de fietsenparking een tweede maal zal verplaatst worden? En wordt dat dan de ultieme locatie?

Het wordt tijd dat kortrijkwatcher een keer uitlegt waarom de gemiddelde Kortrijkzaan moeilijk kan komen tot het formuleren van ook maar enig idee. Kennis van twee achtergrond-gebeurtenissen zijn van nodig om Peter Lanssens op zinnige wijze van antwoord te kunnen dienen.

We schetsen dus de context die het aannemelijk maakt om toch maar een briefje te schrijven naar Signora Vigano.
1.
Paola Vigano kent heel goed Kortrijk. Zij is architecte en stedenbouwkundige en was de vriendin-assistente  van wijlen Bernardo Secchi die alhier de Grote Markt heeft ontworpen en de begraafplaats op ’t Hoge.
Zoals men kon verwachten heeft Stad aan haar ‘studio’ in Milaan de studieopdracht gegund inzake de heraanleg van de publieke ruimte in de stationsomgeving, op heden althans de buurt gericht naar de kant van stad, dus ook het Stationsplein. Zij kreeg die opdracht (samen met Fallow bv) alreeds in mei.
In ons schrijven aan Paola (adres: Corso di Porta Ticinese 65 te Milano in Italia) kunnen we peilen of de studio al enig idee heeft over een locatie van de fietsenstalling. En terloops ook vragen waar zij gedurende die grootscheepse werken een werfruimte voorziet, want die plaats kan dan zeker voorlopig geen plaats bieden voor een fietsenstalling.
2.
We zouden Signora Vigano wellicht zelf ook een voorstel kunnen overmaken. Jawel. Daarvoor moet zij wel degelijk ingelicht zijn over de stand van zaken over het huidig stationsgebouw.
Weten dat onze minister van Erfgoed Weyts al eind vorig jaar de procedure heeft ingezet om het station uit te roepen tot een beschermd monument. Het voorstel van wat al of niet wordt beschermd is reeds door ons Kortrijks bestuur gunstig geadviseerd.
Het exterieur van het gebouw en van het seinhuis is volledig beschermd, maar niet het interieur, – tenzij dan de stationshal en de grote traphal.
Vandaar ons voorstel.
Laat ons al die honderden fietsen en brommers onderbrengen in de zijvleugels van het station. Plaats genoeg. OOK om andere stallingen in de buurt op te ruimen.  Weg met al dat ontsierend ijzerwerk op straat. Infrabel weet toch niet wat met die ruimtes in het station aan te vangen, en Stad ook niet. En de kosten voor de inrichting en exploitatie kunnen gedeeld.

P.S.
Misschien ook tegelijk Paola ervan op de hoogte brengen dat er plannen bestaan om de Grote Markt van Secchi nog meer dan alreeds het geval is te infantiliseren.

Toekomstige, mogelijke innovaties op de luchthaven Kortrijk-Wevelgem (EBKT) (4)

DIGITALE CONTROLE

In  de nieuwe subsidieovereenkomst tussen het Vlaams Gewest als subsidieverstrekkende overheid en anderzijds de NV Internationale Luchthaven Kortrijk-Wevelgem (subsidietrekker) belooft het Vlaams Gewest om in overleg met Skeyes (het vroegere Belgocontrol) expliciet te streven naar de realisatie van een “digitale tower” voor de drie Vlaamse regionale luchthavens  tegelijk.
Bedoeling is dat de huidige fysieke luchtverkeersinformatiedienst op ‘Wevelgem ‘verdwijnt en kan evolueren naar een volwaardige luchtverkeersleiding vanuit een zgn. ‘remote tower’.
Hoe het werkt?
Op de te controleren luchthavens zijn er in het digitale systeem op de traditionele fysieke towers absoluut geen  luchtverkeersleiders meer te bespeuren. Die zitten dan namelijk ergens op een  centraal digitaal controlecentrum  het verkeer op meerdere luchthavens tegelijk te observeren en te regelen via panoramaschermen, met livebeelden van optische en infraroodcamera’s, gecombineerd met grondradar, sensoren, microfoons, radiotranceivers, enz., geplaatst op die gevolgde luchthavens.
In België werkt de luchtverkeersorganisatie Skeyes al jaren aan een project Digital Towerprogramma (DiTo). Zo is er een test- en opleidingscentrum in Steenokkerzeel en in Namen is men aan het werk om het luchtverkeer van Charleroi en Luik op afstand te beheren.
Het spreekt dat een “Dito” voor onze luchthavens een besparing meebrengt inzake personeelsbezetting, maar de installatie en het onderhoud van de apparatuur op de vliegvelden zelf kost ook handenvol geld.

EBKT KRIJGT EEN GECONTROLEERD LUCHTRUIM

Dat staat niet rechtstreeks in de nieuwe overeenkomst maar is op termijn het logische gevolg van het voornemen om  het luchtverkeer op de drie regionale luchthaven tegelijk door gekwalificeerde  verkeersleiders van Skeyes te laten regelen.
Voor EBKT is dat een goede zaak. Het zal de commerciële, de zakentrafiek een boost geven, want op heden is het zo dat  maatschappijen/piloten afzien van het gebruik van ons vliegveld omdat het luchtruim ongecontroleerd is.
Momenteel krijgen piloten van de Wevelgemse toren enkel informatie, advies (AFIS). Een gecontroleerd luchtruim is veel veiliger.
Het gaat om een specifiek gebied waarbinnen alle luchtverkeer onder direct toezicht  (dwingende richtlijnen) staat van de verkeersleiding (ATC). Je mag er niet zomaar binnen- (of buiten) vliegen. Voor ongeveer alles – zelfs taxiën – moet je een goedkeuring, een klaring (clearance) krijgen.
De vorm van zo’n  ‘control zone’ (CTR) moet u zich voorstellen als een zuil, een koker of als een veelhoek met een bepaalde diameter en hoogte vanaf de grond.  Bijv. 15 zeemijl en 2.500 voet. Daarboven ligt er dan nog een soort uitgebreide ‘kamer”, een naderingsgebied genaamd “terminal control area” (TMA). Ook daar mag je niet zomaar binnen of doorheen vliegen. De piloot krijgt bijv. richtlijnen over koers, hoogte, snelheid en de verkeersleiders waken er over dat er veilige separatie is met andere vluchten.

DE NIEUWE BRANDWEERKAZERNE

Absoluut te noteren valt dat er ook over dat project met geen woord wordt gerept in de nieuwe subsidieovereenkomst.
We vinden van dat plan wel iets terug in een “nota aan de Vlaamse regering” betreffende de exploitatie van EBKT (Doc.0622/1septies, pag. 6 en pag.9).
Wat lezen we daar?
“Er zal een overleg plaatsvinden tussen de aandeelhouders  ten einde de mogelijkheid tot een bijdrage van de andere aandeelhouders in het kader van de realisatie van een nieuwe brandweerkazerne, waarvoor het Vlaams Gewest in een 100% subsidiëring voor deze overheidstaak instaat te bespreken.”
En ook: “De grootste aandeelhouder verklaarde zich in dit opzicht principieel bereid om via een uitzonderlijk concessievergoeding van 2 X 500.000 euro daartoe bij te dragen.”

Op pag. 9 van datzelfde document staat nog als “voorstel van beslissing” :
– De Vlaamse minister van Mobiliteit (enz.) – dus Annick De Ridder -zal het project met de NV ILKW over de financiering opstarten waarbij de grootste aandeelhouder voor 2029 via een uitzonderlijke concessievergoeding hiertoe 2 X 500.000 euro zal bijdragen.
– Het Vlaams Gewest zal garant staan voor een 100% financiering van de brandweerkazerne.
Ter info: aandeelhouders van de NV ILKW zijn de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij, de POM  West-Vlaanderen (64%), het Vlaams Gewest (33%) en Leiedal (3%). Met andere woorden: de provincie West-Vlaanderen met de POM als grootste aandeelhouder heeft bij monde van onze Jean de Béthune die 1 miljoen toegezegd.

(Slot, voorlopig toch.)

De nieuwe subsidieovereenkomst betreffende de taken op de luchthaven Kortrijk-Wevelgem (EBKT) (3)

De nieuwe subsidieovereenkomst tussen het Vlaams Gewest en de exploitant NV Internationale Luchthaven Kortrijk-Wevelgem (NV ILKW) treedt in werking op de startdatum 28 maart 2027 en loopt uiterlijk tot 27 maart 2039.
Het Vlaams Gewest vindt dat het document niet voor het brede publiek is bestemd.  We trekken ons daar als onderzoeksjournalist in onze alternatieve krant ‘kortrijkwatcher’ geen barst van aan. 

Van belang is te weten dat het in dat nieuwe document inhoudelijk om meer gaat dan puur over centen. De subsidieverstrekkende overheid formuleert in de rand tevens enkele beleidsvoorstellen inzake taken van luchtvaartbeveiliging en verkeersleiding, weliswaar met financiële consequenties (minder overheidssteun!), en wil een strategische oefening opzetten om de synergie tussen alle luchthavens in Vlaanderen te versterken. Later meer daarover.

Om de tegenstanders van het vliegveld nu al ietwat gunstig te stemmen zeggen we al onmiddellijk dat het nieuwe subsidiekader de luchthavenexploitant ILKW financieel duchtig responsabiliseert op korte en lange  termijn.
Voorzitter en ‘accountable manager’ Filip Daem zal met zijn tienkoppige Raad van Bestuur van ter zake incompetente politiekers moeten op zijn tellen passen. Op basis van een vijfjaarlijkse beleidsevaluatie zal de Vlaamse regering namelijk om de vijf jaar beslissen of de subsidieovereenkomst nog wordt voortgezet of “aangepast”.
Verwacht wordt intussen dat het bestuur zelf voor meer inkomsten zorgt, dat ook al. En een investeringsplan voorlegt, zelfs aan de private  concessiehouder Flanders Airport International (FIA).

Daarnaast is er nog een jaarlijks evaluatie waarvan de resultaten worden opgenomen in een MB om de subsidies van het betrokken jaar daadwerkelijk toe te kennen.
En wil je nog wat weten?
Er zijn in vergelijking met de vorige overeenkomst een aantal onmiddellijk in het oog springende wijzigingen aangebracht die de anti-EBKT’ers ongetwijfeld zullen bevallen.
We vernoemen nu al:
– subsidies voor veiligheidstaken (1,5 VTE personeel) worden geschrapt;
– een tariefstijging voor zakenvluchten wordt opgelegd;
– de investeringen zijn onderworpen aan een subsidieplafond.

Over de budgettaire impact van een aantal besparingsmaatregelen hebben we het straks.
In ons vorig stuk waren we zo goed om u een overzicht te bezorgen  van de exploitatiesubsidies in de periode 2018-2026.
– In 2026 ging het nog om welgeteld 2.110.727 euro.
– In het overgangsjaar 2027 wordt het geraamde bedrag van 2.156.731 euro herleid tot 2.085.099 euro. (Min 71 K vanwege besparing op personeel veiligheidstaken.)

De voor subsidiëring in aanmerking komende kosten zijn die voor
1) personeel, 2) werking, 3) investeringen.  Dus op zowat alles, alle directe kosten met uitsluiting van de algemene kosten (overhead).
Het is wel zo dat de diverse subsidiebedragen in detail worden bepaald op basis van werkelijk bewezen én beschreven én aanvaarde kosten.

Maxima?
– Voor brandweer en beveiliging  is de tussenkomst beperkt tot het geïndexeerde bedrag van 1,2 miljoen per jaar, met een indexering vanaf 1 januari 2014. (Dat zou nu zowat 1,6 miljoen zijn?)
– Jaarlijks maximaal subsidiebedrag voor de werking is beperkt tot 25.000 euro, geïndexeerd vanaf 1 januari 2014. (Nu 35.000 euro?)
– Het subsidieplatform voor investeringen tot en met 27 maart 2039 (!) is nu al vastgesteld op een totaal van 285.000 euro, te indexeren overeenkomstig de gezondheidsindex vanaf 1 januari 2027.

Wordt vervolgd, maar niet zonder een uitsmijter.
Een waarlijk merkwaardig en totaal onverwacht engagement  uit de overeenkomst leest u in art.7 dat gaat over aanwending en controle van het subsidiebedrag en de beleidsevaluatie.
Art. 7 (d): “De subsidietrekker (NV ILKW) engageert zich om het belang van het gebruik van het Nederlands te erkennen bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.”
En dat in de luchtvaart!…
Merk op: de voorzitter van de NV ILKW is van N-VA-obediëntie.

 

Weblog over het reilen en zeilen in de Kortrijkse politiek door Frans Lavaert