Beste stadsgenoten,
Dat moet nu toch wel een keer lukken zeg.
Ondergetekende, de eigenste senior-writer van uw Kortrijkse alternatieve stadskrant heeft minsten een decennium op de Grote Markt geresideerd. Daarna nog een paar decennia in het Begijnhof. geslapen. Qua open en gesloten publieke ruimtes is hij zonder twijfel een ervaringsdeskundige. Zo zal u nu wel beamen.
Beetje babbelen over slapen in het Begijnhof leidt al vlug naar claustrofobie als gespreksonderwerp en dat is in de context van deze brief niet echt het onderwerp. Alhoewel, het Begijnhof kan dienstig zijn als toevluchtsoord voor wie de terrasdrukte van de Grote Markt teveel is geworden. Begijnhofbewoners kan men beschouwen als ‘free riders’. Ze kunnen immers van twee walletjes eten: met de Grote Markt genieten zij van onmiddellijk bereikbare stedelijkheid, kunnen zij aldus ontsnappen aan de rustieke stilte en doodsheid van het Begijnhof. (’s Avonds gaat de poort onverbiddelijk dicht !)
Die gezellige Grote Markt nu.
Daarover willen we het eerst hebben.
Ontworpen door Secchi die geloofde in een plein als open civiele ruimte, als een leegte die net door haar soberheid de kwaliteit van een Stad representeert. Laten we wel wezen: de soberheid van een plein vraagt van de Kortrijkzaan vertrouwen in de Stad zelf. Zo’n plein vertoont een historische monumentaliteit en doordachte geometrie die geen bijkomend decor nodig heeft. Zo’n Stad die bewust is van zichzelf heeft geen nood aan een stadsplein met een bambino-kindermolen, met zandbakken of andere speelelementen. Het marktplein van zo’n Stad die vertrouwen en trots wekt bij de inwoners heeft absoluut geen nood aan een sportieve invulling. Zo’n Stad beschikt daarvoor toch zeker wel over een stadium?
Beste Kortrijkzaan,
Het lijkt er danig op dat de huidige monstercoalitie onze Grote Markt nog wat meer wil infantiliseren. In het meerjarenplan is zowaar één miljoen euro voorzien voor wat men bestempelt als een “vergroening”. De roep om struikgewas, bloempjes (zoals in de wei) en boompjes is niet meer te stuiten. Véél bomen, eventueel in keurige designbakken zodat ze mobiel blijven, – men weet nooit welke modetrend zich nog in deze bestuursperiode kan aandienen.
En dan die fonteintjes ! We hebben het heus niet vergeten. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen verscheen een kitcherig ogende 3D-visualisatie van hoe het toekomstig bestuur de Grote Markt wilde omtoveren in een imaginair landschap. Warempel met zgn. ‘dry desk fountains’. Dansende fonteintjes. Gespetter alom. Een waterpartij is trouwens geschikt om het hitte-eilandeffect tegen te gaan, – of wist u dat soms niet? Zelfs ecologie kan ingeroepen als rechtvaardiging voor geprogrammeerde over-inrichting van een plein.
Een ” grote markt ” – het hart, zeg maar de ziel van een Stad – is een civiele, democratische ruimte. Het is géén park of plantsoen, géén plopsaland, géén attractie, géén welnessresort, géén landschappelijk object. Het is een plein. Een collectief stedelijk podium om te feesten, te betogen, handel te drijven, te pronken, te vergaderen, te rouwen, te herdenken – of een forum ook om niets te doen. Mensjes kijken.
Het is en plek waar men zich (willen of niet) een echte Kortrijkzaan voelt.
Vanwaar die hardnekkige drang om een sober marktplein te “verzachten”, te verrommelen, op te tuigen, te decoreren, in te vullen, te vergroenen? Te bezaaien met terrassen?
Hiervoor moeten we twee “instanties” ter verantwoording roepen; 1) de bestuurders en 2) de agorafobe burgers.
Eerst de bestuurders.
Die zijn gedreven door een politieke angst. Angst om niets te doen. Iedere nieuwe lichting van bestuurders wil altijd opnieuw uitpakken met ‘projecten’. STADSPROJECTEN ! Men wil iets doen, iets zeggen, iets tonen. Niets geschikter of eenvoudiger is dan : een ruimte herinrichten. Burgers tonen waarvoor al dat belastinggeld dient.
En elk herinrichtingsproject begint met de impliciete veronderstelling dat het bestaande tekortschiet. Hier in Kortrijk: de horeca moet gered.
Het resultaat is een overgeprogrammeerde stedelijke rommelmarkt. Het vergt moed van bestuurders, ontwerpers, jury’s om te erkennen dat kwaliteit kan ontstaan door weglating in plaats van door toevoeging. Een leeg, sober plein is een gedurfde radicale keuze. (Het is tegenwoordig een hardnekkige misvatting bij al onze Vlaamse steden dat leegte een probleem is.)
Beste lezer,
Met die laatste bemerking belanden we rechtstreeks bij u ! Bij de agorafobe burgers met hun angst voor lege ruimte en stilte. En bij het gebrek aan moed om een bepaalde ruimte te vertrouwen, bijvoorbeeld die steenwoestijn van het Schouwburgplein.
(Er komt nog post.)
