We veronderstellen dat u de tekst uit onze vorige publicatie tot u hebt genomen, en dat de lectuur u enigszins bevreemdend voorkwam. Het ging om een uittreksel uit een zogenaamde conceptnota, getiteld: “Kortrijk over Morgen“. (Niet te verwarren met een vroegere actie waarbij men het had over “Kortrijk overmorgen“, in één woord.)
U hebt ongetwijfeld genoten van een zinsnede als deze: “Meer stad worden doen we binnen de bebouwde ruimte”. Heerlijk toch? En van deze opmerking werd u zeker helemaal “zen“: “Met de afbakening van de open ruimte bekomen we eveneens de afbakening van de bebouwde ruimte.”
Glad vergeten, maar we publiceerden vroeger al een keer dat stukje tekst, met de nodige commentaar.
We vonden die conceptnota (82 bladzijden) nogal vervelend, uitputtend omslachtig, zo nu en dan moeilijk in één woord te vatten. Er waren zelfs brokken tekst (p.49, p.69, e.d.m) dusdanig in het geijkte jargon van urbanisten (stadsantropologen) geschreven dat die ons aan het huilen brachten.
Begin nu evenwel niet te denken dat het werkstuk “Kortrijk Over Morgen” dient om er wat mee te lachen.
Het is een basistekst (concept!) voor het nog op te maken Beleidsplan Ruimte oftewel “Ruimtelijk BeleidsPlan” (RBP), een plan waar we het nog geruime tijd zullen moet over hebben.
Dat nieuwe RBP is namelijk de opvolger van het “Ruimtelijk Structuurplan” van 2007 en heeft als ongelooflijke ambitie te beschrijven hoe Kortrijk er zal (of zou) kunnen uitzien in 2050, – als u dood bent.
De opmaak van dat RBP heeft nogal wat voeten in de aarde.
In het historisch stadhuis is men er al over aan palaveren sinds de herfst van het jaar 2020. (deconceptnota isintussen door het CBS goedgekeurd op 3 maart van dit jaar.)
Dat RPB zal nog een indrukwekkende, onoverzichtelijke stapel papieren meebrengen, en enorm veel geld kosten.
We hadden het er hier al over op 30 augustus van het jaar 2020, onder de Maddensiaanse kop: “We doen voort!” Citeerden toen drie uiterst belangrijke samenhangende studieopdrachten met kostprijzen die intussen zijn ‘bijgesteld’. (We moeten daar straks nog een en ander over kwijt.)
1. Studieopdracht voor de opmaak van een ruimtelijk beleidsplan.
Het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) gunde dat werk op 20 september 2020 aan het studiebureau “OMGEVING” cvba uit Berchem, met “Architecture Workroom Brussels” vzw (AWB) als belangrijkste onderaannemer.
Totaalbedrag: 289.128,47 euro (incl. btw) waarvan 204.428,47 voor de uitwerking van de hoofdopdracht en 84.700,00 euro voor de uitwerking van de MER. Reken daar dan nog maar 72.600 euro bij voor optionele opdrachten.
Supra zeiden we daarnet al dat we zo nu en iets iets kwijt willen.
Hier alvast twee zaken.
– De opmaak van een RBP is wat men noemt “MER-plichtig”. Een plan-milieueffectenrapport is verplicht.
Welnu, dat werk is recent (14 juli 2026) apart gegund aan het advies- en ingenieursbureau “Antea Belgium nv” voor een totaal bedrag van 53.450,54 euro. Hoezo? Het bureau “Omgeving” zou toch voor instaan voor de ‘milieueffectenrapportage”??
Daar is zelfs een bijzonder CBS-besluit over bekend, dd. 31 oktober 2022. Het bureau “Bova-Envir+ zou als onderaannener van het consortium Omgeving AWB het karwei opknappen.
– En nog even goed luisteren, als u tenminste nog niet dolgedraaid bent.
De offerte van het consortium Omgeving-AWB bedroeg iets van 289.000 euro, ja? Vergelijk met de raming van de directie Ruimte van schepen Maddens. De basisopdracht was geschat op 150.000 euro. Bereken zelf het stijgingspercentage.
De entourage van Maddens vindt dat maar logisch want de “eerder lage raming was bewust zo in de markt gezet om de inhoud van de opdracht in lijn te brengen met de budgettaire mogelijkheden”. Conclusie: “Het is dus logisch dat de offertes hoger uitvallen, al is de meerprijs voor de basisopdracht beperkt.”
—–
Wordt vervolgd.
Savoureer intussen als een revisor gelijk de uitleg over het verschil tussen een raming en een offerte.