Category Archives: geschiedenis

“Voortdoen !” Het blijft de leuze van toekomstig raadslid Wout Maddens (3)

Dat interview met huidig schepen Wout Maddens, (‘Krant van W-VL’ van 9 juli), zo zeiden we in een vorig stuk, is in menig opzicht relevant.
Laten we nu een keer wel wezen!
Wat antwoordt Maddens  op de vraag wat hij ervan vindt dat Vincent Van Quickenborne hem straks opvolgt als schepen?
In klare taal, zonder meel in de mond, betekent zijn antwoord au fond dat hij die bevoegdheidsregeling absoluut verwerpt.
Deze verholen mening heeft onze Wout magistraal omfloerst door te bekennen dat hij eigenlijk graag een jong talent had willen lanceren als opvolger. “De nieuwe generatie een kans geven dat zou een gezonde gang van zaken {geweest} zijn.”

“En meer daarover wou hij niet kwijt”.
Wij als Kortrijkwatcher wel !
Ons vorig stuk over die komende, spectaculaire schepenwissel eindigde met de opmerking dat WOUT en VINCENT een bijzonder soort van “concullega’s” zijn.
Jawel, door de jaren heen heeft het duo geleerd om amicaal en speels met mekaar om te gaan. (Karakterieel vinden zij mekaar trouwens in een adequaat gevoel voor ironie en sarcasme,  en qua machiavellisme zijn ze ook aan mekaar gewaagd.)

Voor een toekomstige kroniek van de Kortrijke politiek is het wel fundamenteel om te weten dat Maddens er ooit (eind vorige eeuw) alles heeft aan gedaan, alle middelen heeft uitgeput om Quickie buiten het Kortrijkse politieke leven te houden, zelfs te bannen. (Het is wijlen Pierrre Lano die Van Quickenborne bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2000 in een kartel (van VLD-VU-ID21) heeft opgenomen, en dit tot onbeschrijfelijke  woede van Maddens).

Wout en Quickie verkeerden feitelijk in een “mutually hurting stalement” (MHS), nog anders gezegd: een ‘lose-lose situatie’.
Gaandeweg zijn zij beiden intussen gaan beseffen dat ze als blijvende vijanden  in een patstelling zouden belanden die enkel tot zelfdestructie kon leiden. Zij kozen voor een realpolitiek, bedachten simpelweg dat ze samen beter verder konden dan alleen. Een opperste consecratie van dit voortschrijdend inzicht, van een ombuiging van de MHS in een win-win-situatie kwam er toen Quickie als staatssecretaris van Administratieve Vereenvoudiging (2003)zijn intieme vijand Maddens promoveerde tot zijn kabinetssecretaris.

En toch.
Ook nu weer, met dit interview, zien we dat de sluimerende MHS  kwetsuren en littekens kan nalaten.
De terugkeer van minister Van Quickenborne naar Kortrijk, na zijn ontslag omwille van een terreurdaad (drogreden), werd ten huize van Maddens-Vandenberghe allerminst feestelijk gevierd.
(Maddens heeft zelfs ooit laten vallen dat Q best niet zou terugkomen, zeker niet na een “mislukking”.)

De vorming van de vierpartijen-monstercoalitie voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2024 werd minstens een maand verlamd door de eis van Quickie om volwaardig schepen te worden. Op grond van zijn voorkeurstemmen meende hij (en meent dat nog) daar recht op te hebben.

Draai en keer het zoals u wilt, maar Kortrijk kan Quickie niet missen.
De monstercoalitie, en zeker dat amalgaam dat zich TBSK noemt, beseft dat ten volle; hoe weinig zij ook van hem moeten weten.
Zodus.
Quickie kreeg het zo geregeld dat hij tot eind 2027 de eer kreeg om gemeenteraadsvoorzitter te worden en was zo goed om intussen 4 van zijn meest gewenste schepenbevoegdheden (bijv. Financiën) voorlopig over te laten aan zijn opperste fan, met name schepen Allijns.

Quickie zou de bevoegdheden van Wout erven, maar is alvast de functie van Leiedal-voorzitter kwijt. En in het algemeen vindt Wout het nog nodig om te benadrukken dat aan zijn betrokkenheid bij de veranderingen in stad en regio weinig zal veranderen.
(We moeten hier willens nillens platvloers opmerken dat Wout in de pillow talks met Ruthie uiteraard van naald tot draad zal ingelicht worden over wat er in het College en in het stadhuis zoal omgaat.)

Het is duidelijk dat er nog tot eind dit jaar in Kortrijkse cenakels fel zal gebakkeleid worden over de bevoegdheden die aan Quickie als schepen zullen toebedeeld worden.
Ze staan allemaal op papier, zegt hij.
En waarlijk: tot op de dag van vandaag staan ze (alle 12) netjes opgesomd op zijn website. (Twee daarvan bestaan in feite niet, of niet meer.)

Zie volgend stuk, met de lijst.
Ben er zeker van, Maddens cum suis, vinden het teveel van het goede.
Hij pakt zelfs een bevoegdheid af van Ruthie, onze burgemeester.

 

“Voortdoen!” is en blijft de leuze van schepen (raadslid) Wout Maddens (1)

Toch een merkwaardig én relevant interview van freelancer journalist Freddy Vermoere met onze schepen van stadsvernieuwing Wout Maddens.  Zie “De Krant van West-Vlaanderen” van donderdag 9 juli, pag. 12, in de lokale, gemeentelijke bladzijden van het weekblad.
Merkwaardig stuk vanwege de datum alleen al.
We zijn halverwege het jaar en het lijkt er al op alsof het om een afscheidsinterview gaat terwijl iedereen toch weet dat Maddens (65) zijn schepenambt pas eind dit jaar opgeeft ten voordele van huidig gemeenteraadsvoorzitter Van Quickenborne.
Zijn “jour de gloire” verwacht ik op de traditionele Vastgoeddag Kortrijk op 22 oktober van dit jaar.  Dat is immers  een evenement voor alle hoge pieten-promotoren en architecten actief in de bouwwereld en  uitzien naar de toekomstvisie van stad, meer speciaal  inzake stadsvernieuwing  op het Buda-eiland. 229 euro entreegeld. (Een reünie, belangrijker dan alle gemeenteraden samen waar men het al een keer over wonen heeft gehad.)

Relevant tenslotte is het interview om meerdere reden.
1.
Nu zijn we er heel zeker van dat Maddens nog wel raadslid blijft en absoluut zijn voorzitterschap van de intercommunale Leiedal wil blijven behouden. (Vandaar ook dat hij wel Kortrijks raadslid moet blijven…) Maddens houdt dus mordicus vast aan zijn taak als een soort gouwleider van Zuid-West-Vlaanderen. Een super-burgemeester van 13 gemeenten.
2.
Maddens doet een bekentenis. En die eindigt met een kort, simpel zinnetje dat we kunnen beschouwen als méér dan een “quota van één dag”.  Zijn kort antwoord op een vraag besluit hij met de woorden: “Meer wil ik daar niet over kwijt.”
De vraag was wat hij ervan vindt dat de genaamde Vincent Van Quickenborne hem per 1 januari 2027 als schepen opvolgt.
We citeren meteen het hele antwoord, letterlijk.
“Ik had graag een jong talent kunnen lanceren als opvolger. De nieuwe generatie kansen geven, dat zou een gezonde gang van zaken zijn. meer wil ik daar niet over kwijt.”

Kortrijkwatcher wil daar wel wat meer over kwijt.
Maddens en Quickie zijn  ware concullega’s.

(Wordt vervolgd. ‘ t Is voetbal.)

Aanpak stationsomgeving, kant stadscentrum (2)

De werken worden volgens het Meerjarenplan ’26-’31 geraamd op 6.116.000 euro. (Het actiepunt 3.1.3 voorziet geen eventuele ontvangsten van bijvoorbeeld hogere overheden.)
Gelukkig hanteert het bestuur voor het gemak nu reeds een afgerond bedrag (7 miljoen) want uit voorgaande grootste stadsprojecten (deelfabriek, campus Sint-Jozef, Abby, enz., nu stadsschouwburg) heeft men  wel geleerd in welke mate die ramingen en de echte rekeningen nog méér kunnen oplopen. Laat ons dus maar vooropstellen dat het 10 miljoen wordt. Voorlopig.

Maar dat het projectteam tot die schatting van 7 miljoen kon komen is voor Kortrijkwatcher toch wel een ietwat enigmatisch gegeven.
– Vooreerst is het toch onvoorstelbaar dat men nergens gewag maakt van een mogelijk aandeel van de kosten van De Lijn in de werken.
– Voorts is het bestek in feite een louter abstracte opsomming van na te streven  doeleinden (vergroening! toegankelijkheid! mobiliteit, STOP-principe). En de projectleider twijfelde nog in januari van dit jaar of rioolwerken in ’t Straatje wel dringend nodig waren.
– Ten derde.  Blijkbaar weet niemand wat te doen met de bestaande fietsenstalling op het Stationsplein, zelfs niet voorlopig, tijdens de werken.
Dat deelproject is toch wel essentieel voor de opmaak van een min of meer accurate raming. Stel u even voor dat de ontwerper uitpakt met een drastische oplossing, namelijk nog een ondergrondse parking. (Die Paola is tot alles in staat.)

Intermezzo
Kortrijkwacher heeft een schitterend  idee !!
Nu we zeker weten dat de interieurs van de beide zijvleugels van het bestaande, oude station niet als beschermd (zullen) worden beschouwd kan men in die grote ruimtes (met verdiepingen!) toch een moderne fietsenstalling onderbrengen? Wat een elegante en tegelijk: wat een win-win-oplossing, ook voor de NMBS.

Maar waar waren we weer gekomen?
Die gemeenteraad van 6 januari van dit jaar.
* Waar de raadsleden geeneens vragen hadden over de  criteria om bij de onderhandelingen de ontwerper te selecteren met een “Best&Final Offer”.
* Waar de raadsleden geen belangstelling vertoonden voor de juryleden die de  voorkeur-inschrijvers voor de studieopdracht zouden selecteren.
* Waar de raadsleden zich niet eens afvroegen hoe men alreeds in detail de studiekosten kon voorspellen.

Want daar moet we het nu toch een keer over hebben.
Zelden zo een curieuze raming gezien.
Bijvoorbeeld.
– Dat men een (mooi afgerond) bedrag van 100.000 euro bedenkt voor “technische studies”, dat kunnen  we voor eventjes dan billijken. Maar dat men daarenboven oordeelt dat die studies nog moeten “gecoördineerd”, en dat zoiets 12.000 euro kan kosten, – dat is straf.
– Een en ander moet ook “getoetst” aan het integraal ontwerp stationsproject: 40.000 euro. (En maar toetsen zeg, Komt op geen dag.)
– Kosten voor de opmetingen: 20.000 euro. (Bon. M et al die huidige apparatuur moet dat kunnen voor 20K.)
– Simulatiebeelden van de publieke ruimte: 20.000 euro. Moet ook  kunnen. (Beelden komen dan in “Het Laatste Nieuws”.)
Twee studiekosten zijn natuurlijk fundamenteel:
1)Visie document: 60.000 euro.
2) Ereloon: 750.000 euro. (Dat klopt, aan een tarief van 11 procent  zouden de werken dan om en bij de 6,8 miljoen kosten.)

Totaalbedrag van de studiekosten
: 1.002.000 euro, met btw 1.212.420 euro.
In het meerjarenplan zijn de betalingen per jaar netjes bepaald maar na de BRIO-bestuursperiode moet er nog 425.920 euro uitbetaald door de volgende coalitie. Dat is niet heel orthodox.
(Het aandeel van De Lijn wordt per geval gefactureerd.)

Tot daar.
Rest ons nog te vertellen dat er16 kandidatuurstellingen voor de studieopdracht binnenliepen en dat er daar op 16 februari na beoordeling door een onbekende jury nog vijf voorkeurbieders van overbleven.
Het is allemaal vlug gegaan. Op 13 maart al kon men de vijf offertes beoordelen. Twee BAFO’s bleven in de run: Tractebel Engeneering (!) en de combinatie Studio Paola Vigano en de architecten van Fallow bv.
Op basis van gunningscriteria, motieven  en aanvullingen van de originele offertes – die we niet kennen – kreeg Studio Paola Vigano S.T.P en Fallow bv het meeste punten. Officieel goedgekeurd door het CBS op 19 mei laatsleden.
Tussen de publieke oproep voor de studieopdracht en de definitieve keuze van de ontwerper zijn vier maanden verlopen. Goed gedaan voor zo’n complex project.

Een sterk motief voor de keuze van Paola zal wel geweest zijn dat zij alhier heel goed is gekend. Het was de eeuwige vriendin-assistente van Bernardo Secchi die zijn as liet uitstrooien op de door hem ontworpen begraafplaats op ”t Hoge. Hoe  haar “Best and Final Offer” er uitzag waarmee zij de studieopdracht kon in de wacht te slepen, daar weten we geen snars van. Raadsleden wel?

P.S.
Wat zou Paola zoal denken over wat het BRIO-bestuur aan het doen is en meent te moeten doen met de Grote Markt? Immers nog een realisatie van Secchi. BRIO maakt er nu een speelplein van en wil er nog enige uit de grond spuitende fonteintjes installeren.

 

Stationsomgeving (kant stadscentrum) wordt aangepakt (1)

Zoals gebruikelijk zijn binnen de redactie van deze alternatieve stadskrant  de lofbetuigingen niet uit de lucht bij het horen van een  voornemen om heel het verkeersknooppunt rond het stationsplein onder handen te nemen, – hoeveel het project ook mag kosten,  overigens  ook nog aan het volgende bestuur, d.w.z. na het jaar ’31.  Voor de afbetaling van de studiekosten is dat al letterlijk reeds zo beslist! Dit bestuur permitteert het zich om inzake die kosten  een half miljoen door te schuiven naar de volgende coalitie. (De werken zouden dus lang kunnen duren…)

Maar nogmaals: kortrijkwatcher staat volledig met hart en ziel achter dit nieuwe, grootse en broodnodige stadsproject. Dank u.

Voor deze lopende BRIO-legislatuur is het kostenprentje al uitgetekend in het meerjarenplan. En aangezien de plaatselijke reguliere perse het vertikt om de Kortrijkzaan daarover in te lichten (en het gros van de raadsleden dat niet weten) geven we hier per jaar de geschatte investeringsuitgaven, zoals die geraamd zijn in het Meerjarenplan.
Het gaat om actiepunt 3.1.3 met als titel: “Stationsomgeving-  fase 2”  met een totaal van 6.116.000 euro. (Elders heeft men het voor het gemak over 7 miljoen.)
– 2026: 384.667 euro
– 2027: 652.000
– 2028; 1.069.333
– 2029: idem
– 2030: 1.604.000
– 2031: 1.336.667

Niet te begrijpen:
geen enkel spoor in de documenten, en geen enkele toelichting vanwege  ons transparant BRIO-bestuur over het eventueel aandeel van De Lijn in heel dit gebeuren.

Wat is men van plan om te doen met al dat geld?
Dit kwam ter sprake in de gemeenteraad van 6 januari 2026.
Er werd gevraagd om voor de (her)inrichting van de publieke ruimte ten noorden van het station een studieopdracht op basis van een bestek goed te keuren, de wijze van gunnen, samen met een “selectiedraad” voor de keuze van kandidaten.
Men koos niet voor een ‘openbare aanbesteding’ want dan is men wel verplicht om  het werk uit te besteden aan de laagste inschrijver.  Om dit te voorkomen opteerde men voor de “mededingingsprocedure met onderhandeling”. Dan wint het geselecteerde studie- of ontwerpbureau dat uitpakt met het “Best&Final Offer (BAFO).
De zgn. selectiedraad’ is niet eens ter sprake gekomen in die GR van januari.
Geen mens, laat staan een raadslid, wist dus (of weet) hoe de selectie zou verlopen, wat de criteria zouden zijn en welke jury dan wel de kandidaten zou selecteren.
En dat bestek dan?
Daarvan wisten de raadsleden dat het ging om het Stationsplein, de Tolstraat, de Doornikselaan en misschien ook wel de Burgemeester Reynaertstraat. De projectleider was niet zeker of het daar ook om rioolwerken zou gaan. (Dat is intussen opgeklaard?)
In die GR van januari maakte de burgmeester zelfs gewag  van een timing. Nu niet meer maar Ruthie beloofde toen in de GR dat de werken in  “het straatje” tegen Sinksen 2027 definitief zouden afgelopen zijn, en het Stationsplein “voorlopig” ook tegen die tijd.

Een bijzondere vraag waar duizenden Kortrijkzanen enorm mee begaan zijn blijft nog altijd onbeantwoord: wat met de fietsenstalling op het Stationsplein, tijdens en na de werken?  Iemand van Groen suggereerde om voorlopig gebruik te maken van een bestaand braakliggend terrein aan de Minister Tacklaan,  maar Ruthie opperde dat dit terrein moest voorbehouden blijven als werfzone.

We weten intussen welk bureau de studieopdracht voor de werken heeft binnengehaald, en zelfs wat die ontwerpopdracht zou kunnen kosten. In detail. Nu al? Nu al? zul je zeggen?
Wel, we kennen die kost reeds van “ten tijde van” de gemeenteraad van 6 januari !  1,2 miljoen. En de raadsleden van toen verspilden daar geen woord aan, vonden dat  in het geheel niet wonderlijk.
Wij wel.

(Tot volgende keer.)

 

Kortrijks Stationsgebouw und kein Ende: nog een openbaar onderzoek

Minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts heeft al begin december vorig jaar de procedure ingezet ter (voorlopige) bescherming van ons bestaand stationsgebouw.
Het is wel heel vreemd dat ons stadsbestuur pas op 19 mei laatstleden hierover met BRIO  een  gunstig advies heeft uitgebracht want volgens het erfgoeddecreet moet dat binnen de dertig dagen gebeuren.
Ziezo. Het huidig College onderschrijft nu de vastgestelde architecturale, historische en artistieke waarde van het stationsgebouw uit de periode 1951-1956.  Het is zelfs een markant, stadsbepalend element binnen Kortrijk.

Maar laat daar nu een keer geen misverstand over bestaan.
Het station is nooit formeel vastgesteld als “bouwkundig erfgoed”, heeft nooit de stempel gekregen van een “beschermd monument”.
Vandaar juist dat de minister in zijn aanvraag tot bescherming nu duidelijk aanstipt welke functionele  ingrepen of aanpassingen al of niet nog  mogelijk zijn zolang de erfgoedwaarden niet worden aangetast.

De lijst is te lang om hier te volledig weer te geven.
Enkele elementen die de Kortrijkzaan interesseren.
Waar mag bijv. niet aan geraakt?
– het monumentaal centraal volume met zijvleugels
– de pleingevel én spoorgevel
– het bas-reliëf in de voorgevel
– het stationsuurwerk
– de lokettenstructuur
– het keramisch kunstwerk in de stationshal
– het exterieur van het seinhuis aan de westzijde.
Wat is bijv. expliciet niet beschermd?
– de perrons en perroninrichting
– de eenmansbunker op perron
– interieurs (kantoren, bufftet, gangen).

Maar we zijn er nog niet vanaf !!
Eenmaal de minister (na advies) dus de beslissing tot voorlopige bescherming heeft genomen zal hij aan Stad vragen om een openbaar onderzoek te organiseren !
Ook weer binnen de dertig dagen.

P.S.
De nieuwe plannen voor de stationsomgeving (kant Stad) staan los van die aan de gang zijnde beschermingsprocedure van het station.
Een volgende keer meer daarover want de pers maakt er weer een boeltje van en de commentaren op de “socials” zijn navenant.

 

 

 

 

 

 

Een noodgreep om deadline opening schouwburg te kunnen halen

Vooraf een verheugend bericht
Vanaf vandaag donderdag 11 juni kunt u tickets bestellen (en meestal plaatsen reserveren)  voor komende voorstellingen van het schouwburgprogramma van het seizoen 26/27.
____________

In ons historisch – juridisch – financieel overzicht over het verloop van het dossier ” gerenoveerde stadsschouwburg” zijn we nog niet eens toegekomen aan de gunning (in twee stappen!) van de “algemene aanneming” (de pure bouwwerken dus ) aan het bedrijf Furnibo uit Veurne.
We bleven nog steken in het stadium van het voorontwerp.
De gunning van die opdracht is (overigens net als bij nog andere plaatsingsprocedures)  niet erg vlot verlopen, maar vandaag zijn we althans journalistiek bekeken  wel verplicht om weer een sprong te maken naar de actualiteit.

Over zo’n heuse en heel recente kink in kabel kunnen we – vanuit onze IN HET ALGEMEEN  ziekelijke hang naar transparantie (glasnost) in (Kortrijkse) dossiers – immers niet zwijgen.
(Trouwe lezers weten  intussen wel dat we de geschiedenis van de “renovatie/restauratie en nieuwbouw “van de stadsschouwburg als een echte casus beschouwen voor een academische studie over overheidsopdrachten.)

U kon het weer eens totaal niet vernemen uit de reguliere regionale media, maar op een bepaald ogenblijk – begin vorige maand  mei – zag het ernaar uit dat het  openingsfeest van de ingrijpend herbouwde stadsschouwburg op de geplande datum van 4 november misschien in het gedrang zou kunnen komen.
Hoezo??
Ergens eind april (of begin mei)  liet de algemene aannemer Furnibo weten dat hij de uitbraak van de betonvloer achteraan  in de historisch zaal niet als hun opdracht beschouwden en dus niet wilden, – echt weigerden  om dit werk uit te voeren.
Consternatie natuurlijk. (Of niet?? Cf. infra.)
Men moest inderhaast de hulp inroepen  van een ‘nevenaannemer’. (Hoe dit specifiek in zijn werk is gegaan weten we niet.)
En na die vloeruitbraak moesten uiteraard dan nog diverse aansluitende  werken uitgevoerd, Zo bijvoorbeeld de heraanvulling  van de rubberen dekvloer.
Er stelde zich daarenboven al onmiddellijk een juridisch probleem. Om vast te houden aan de vooropgestelde, nipte planning achtte de projectleiding het “niet opportuun” om de opdracht opnieuw  “in de mark te plaatsen“, – lees: om een nieuwe aanbesteding uit te schrijven. Te omslachtig.
Men bedacht dus een minder tijdrovende plaatsingsprocedure:
de prijsvraag.
Hierbij moest men er juridisch-deontologisch wel degelijk van uitgaan dat de geraamde waarde van de opdracht lager zou liggen dan 30.000 euro (excl.btw) zodat men  – mooi conform de wet op de overheidsopdrachten – via een aanvaarde factuur /bestelbon het werk zou kunnen gunnen.

Een goed idee !
De prijsvraag werd toegestuurd naar vier gespecialiseerde firma’s, maar tot overmaat van ramp werd geen enkele  offerte ontvangen.
(Interessant gegeven alweer voor een scriptie over overheidsopdrachten.)
Na telefonisch contact met alle partijen én het verplaatsen van de indieningsdatum liepen dan toch twee offertes binnen. (Datum?)
De opdracht “Stadsschouwburg – rubbervloer historische zaal” werd uiteindelijk op 26 mei laatsleden gegund aan de firma met de meest voordelige offerte, zijnde Oxfloor-Multistep uit Kortrijk tegen het verbeterde offertebedrag van 52.647, 30 euro excl.btw  (63.703,23 euro incl.btw.).
De andere kandidaat was vergeten te melden of zijn werken met of zonder btw waren geprijsd. (Wat stom hé!)

Nieuw propleem.
Dat bedrag overschreed de drempelwaarde van 30.000 euro (excl.btw) voor de toepassing van een gunning via aanvaarde factuur/bestelbon, – maar ja, de werken moesten dringend uitgevoerd om vast te houden aan de planning. En daarbij: het gaat om specialistenwerk, niet iedereen kan dat.
Zand erover. Voortdoen !
_______________

Was Stad als bouwheer wel verrast over de weigering van het Bouwbedrijf Furnibo om de vloer achteraan in de historische uit te breken?
Weerom zeer interessante vraag voor wie later een scriptie wil maken over de gang van zaken in het dossier “stadsschouwburg”.
Lezers van deze alternatieve stadskrant hebben hier al een keer tersluiks  vernomen dat er tussen Stad en Furnibo meer dan een haar in de boter zit. Al minstens van in november vorig jaar. En het geschil raakt blijkbaar niet opgelost.
Er zijn dus al van toen discussies gerezen omtrent planning, wijzigingen aan de opdracht, berekeningen en vergoedingen, naleving van wettelijke bepalingen inzake grondverzet, en dergelijke meer. Om hiervoor een oplossing te vinden is men toen in november 2025  overgegaan tot de aanstelling van een soort onafhankelijk bemiddelaar.
Maar het verslag van die externe deskundige voldeed op een of andere manier niet aan een wettelijk kader zodat men zich in maart van dit jaar 2026 verplicht zag om het onderhandelingsteam te versterken met een nieuwe deskundige om “de zaak op de rails te krijgen”.  Een advocaat- specialist (prof!) in overheidsopdrachten nog wel.
Blijkbaar geraakt de zaak niet opgelost.
Het wordt een voorlopige oplevering en alleszins een eindafrekening om naar uit te kijken.

 

 

 

 

 

 

Gerenoveerde schouwburg – een geschiedenis: de eerste prijsherzieningen (deel 2)

Al onze lezers zullen het zich herinneren waar we gekomen waren.
En allen weten zeker nog waarom deze alternatieve stadskrant een heel vervolgverhaal aan het breien is  over het project ‘vernieuwing van de  schouwburg’. Het gaat om een ware casus! Zeer gecompliceerd. Met daar bovenop nog een pikant geschil  tussen Stad en het bouwbedrijf Furnibo. (Gazetten zwijgen nog altijd als vermoord.)
Ja , deze geschiedenis  verdient een scriptie over het – bij politicologen – beruchte thema “overheidsopdrachten”.

Pro memorie

Een eerste prijsherziening (2020)
Renovatie “Coté Jardin” (Doorniksestraat) alleen:
– Bouwkost: 5.650.000 euro
– Totale projectkost: 8.101.000 euro
Renovatie met ook “Coté Cour”:
– Bouwkost: 9.500.000 euro
– Totale projectkost: 13.700.000 euro

Tweede prijsherziening (2021)
Na een queeste (in twee ronden) van letterlijk een heel jaar besloot het CBS van 14 juni 2021 dat “de  studieopdracht van een ontwerp (tot en met uitvoering) van de nieuwbouw én renovatie én restauratie van de schouwburg zou gegund worden aan net bureau WIT Architecten uit Leuven.
– Bouwkost was toen 11.425.444 euro, dat herinnert u zich ook nog.
– Totale kost: 14.377.1568 euro.

En we zijn gekomen aan…


De voorontwerpfase (2021- 2023)
Die begon om een niet uitgelegde reden pas in september van dat jaar 2021 en kreeg na ettelijke, tweewekelijkse  vergaderingen met alle ‘stakeholders’ (vergadertijgers) zijn beslag op 31 januari van het volgende jaar 2022.
In feite werd het wedstrijdontwerp gewoon verder uitgewerkt in al zijn deelaspecten: cultuurcafé, onthaalzone, theaters, foyer, logistieke zone, artiestenzone, personeelszone. Naast dit architecturale ontwerp zijn ook de eerste studies opgemaakt in verband met technieken : HVAC, elektriciteit, sanitair, akoestiek, toegankelijkheid. enz.
Dit alles is van belang om te weten, altijd weer in het licht van het huidig juridisch-financieel geschil tussen Stad en de bouwaannemer.)

Derde prijsherziening (2022)

Verhoging van de prijsraming voor de bouwkost; we gaan van 11,4 miljoen naar 12,8 miljoen. Voluit: een bouwkost van 12.829.506 euro.
Let nu even op.
Men gebruikt NU NOG (terwijl we het wel al hebben over iets van 26 miljoen !) de twee toenmalig aangebrachte redenen als oorzaken van de huidige met zogezegd 8 miljoenen verhoogde kost. (Dixit Ruthie.)
1. Stijgende bouwprijzen sinds het indienen van de offertes.  Concreet: wellicht praktisch 5% zei men toen. (Tja, hoe langer je bezig blijft, hoe meer inflatie nietwaar?)
2. Nieuwe regelgeving inzake ventilatienormen zodat men de ventilatie van de grote zaal volledig moet vervangen. (Toen geschat op zoiets van 400 K.)

De definitie van algemene bouwaanneming komt er eindelijk aan. En hiermee de eerst stap naar de aanbesteding.
Dit gebeurt dus voor het eerst uitdrukkelijk in een gemeenteraad van 13 maart 2023.
Nu wordt het helemaal boeiend.
De keuze van een architect liep niet van een leien dak.
De vinding van een aannemer nog minder.

(Ja, wordt vervolgd.) 

Naar een scriptie over de renovatie van de schouwburg ! (2)

In onze vorige editie brachten we hulde aan het het feit dat de Kortrijkzaan binnen afzienbare tijd fier zal  kunnen genieten van een totaal nieuwe schouwburg, onze centrumstad waardig.

We wilden aan dat huldebetoon uiteraard nog  een kort stukje breien, ter verduidelijking van wat de pers – bij monde van onze burgemeester –  meende te moeten vertellen  (prijsgeven!) over de kostprijs van het project. Die 26 miljoen, met een min of meer te verwachten meerprijs van – naar verluidt dan toch  –  8 miljoen. En die subsidie van 30 procent, die zo onderhevig is aan schommelingen.
(De lokale perse – die van van de dode bomen – deed weer eens geen moeite om een en ander wat nader op te zoeken.)

Maar hoe dieper we doken in het dossier, hoe meer we ervoeren dat er in heel de zaak ongemeen boeiende stof zit voor het maken van een bachelorproef of een masterthesis. Stad verleent jaarlijks een zgn. scriptieprijs (500 euro) aan een gedegen academisch werkstuk over een onderwerp met een serieuze link aan een of ander stadsgebeuren.
Zo’n prijs ontvangen  uit handen van onze Ruthie  geeft exposure aan de maker (én aan stad zelf natuurlijk!). De vorige winnaar heeft er een politieke job aan over gehouden.

De financieel-juridische geschiedenis van de totale vernieuwing van de stadsschouwburg  is ongemeen interessant. Begint zelfs al van in de tijd van burgemeester Stefaan De Clerck. En Jean de Béthune die een grote luifel wilde aan de voorgevel.
Er zit vanzelfsprekend weer een politiek kantje aan het gebeuren, met Axel Ronde als voormalig N-VA-scheoen van cultuur. Hij zag het opeens allemaal nogal groots, in het kader van “Kortrijk- culturele hoofdstad”. En de CD&V heeft op zeker ogenblik gedacht dat het electoraal beter zou uitkomen om toch maar het project te steunen.
De bouwkost (van 17 miljoen) zal ongetwijfeld nog verhogen, niet enkel vanwege inflatoire aspecten en als normale te beschouwen meerkosten maar ook vanwege allerhande slordigheden in de projectbeschrijvingen, de plannen, de opdrachten. Optionele kosten!
In die mate zelfs dat het tot heuse juridisch-financiële veldslag is gekomen tussen de bouwheer (Stad) en het Bouwbedrijf Furnibo.
De perse van de dode bomen weet weer nergens van.

Beste trouwe lezer,

U zal begrijpen en billijken dat kortrijkwatcher waarlijk nog een dagje kan gebruiken om  de hoofdlijnen van heel het gebeuren op te zoeken en in kaart te brengen.
We doen straks wat aan dienstbetoon. Beogen het namelijk om de student, de gegadigde voor de stadsscriptieprijs voor een paper over het verloop van het project “renovatie van de stadsschouwburg” een handje toe te steken.
En, – indien er niemand stof ziet in het verhaal, willen we met een vervolgverhaal in de alternatieve stadskrant  “kortrijkwatcher” een kleine bijdrage leveren aan de Kortrijkse geschiedenis.
We spelen even een alternatieve Leiegouw.

(wordt vervolgd.)

Over de verdeelsleutel van de bouwkosten van de nieuwe brandweerkazerne op Evolis (bis)

Toch eerst een woordje vooraf
Politiekers hebben een  heilige schrik om bepaalde beroepscategorieën  tegen de haren te strijken. We vernoemen: artsen, taxichauffeurs, boeren, brandweerlieden, – en  ja, ook meer speciaal regionale journalisten  hoeden er zich wel voor om de werking van de brandweer kritisch te bekijken. Pompiers zijn helden !

Onze gemeenteraadwatcher benadrukt daarom (uit schrik) nog maar eens dat hij met zijn feuilleton over de nieuwe brandweerkazerne geenszins de indruk wil wekken dat de redactie van Kortrijkwatcher geen voorstander van het project op Evolis zou zijn. Integendeel dus, laat dit gezegd zijn !
Onze serie stukken  beoogt gewoon wat klaarheid te scheppen in dat (duistere) dossier, ten dienste van de geïnteresseerde Kortrijkzaan en niet in het minst ter info van de pompiers van heel de hulpverleningszone Fluvia. (Zeker weten dat de honderden medewerkers van Fluvia al heel wat  hebben opgestoken uit onze stukken.) Dat is net DE journalistieke taak van deze alternatieve elektronische stadskrant “kortrijkwatcher”.

Dit gezegd zijnde, – wat we nu willen ontraadselen vergt nogal wat erg moeilijk te vinden voorkennis. Ons uiteindelijk streefdoel is te weten komen wat het project tot op heden al heeft gekost aan de Kortrijkzaan en wat het nog kan gaan kosten.

Voor wat de prijs van de bouwgrond betreft is de zaak wel ongeveer opgelost. Uit onze vorige editie vernam u dat 1/3de van de kostprijs van het beruchte perceel 22 (een oude vuilnisbelt) in schijven (over een periode van 50 jaar!) betaald wordt door Zwevegem.
De intercommunale Leiedal is wel al lang CASH betaald voor die site op het bedrijventerrein Evolis. 2.170.070 knotsen. Al betaald eind 2022. 

Maar nu de financiering van die bouwkost…
Tevoren is hier al gemeld dat het (voorlopig?) gaat om een totaal van 23.378.283,85 euro. Inclusief btw. Inclusief ‘studiekosten’ (archeologie zeg!) en erelonen.

Fluvia financiert dat project NIET met een lening.

Het bedrag  wordt over de jaren heen (welke jaren?)  opgehoest via toelagen door alle 14 gemeenten van de hulpverleningszone (HVZ). En daar hanteert men van oudsher (2014) een  verouderde verdeelsleutel voor, een systeem dat overigens geldt voor de verdeling van alle exploitatiekosten en alle investeringen van heel de HVZ.

Over de criteria hebben we het nu niet, maar het spreekt dat Kortrijk als centrumstad en met wellicht het grootste brandgevaar met het hoogste percentage moet opdraven voor alle (drie) soorten van uitgaven van Fluvia.
Kortrijk staat in voor niet minder dan 37,28%. Gevolgd door Waregem (10,83%) en Menen (9,95%). Verder in dalende volgorde: Wevelgem (8,06%), Harelbeke (7,13%), Zwevegem (6,84%), Kuurne (4,24%), Anzegem (3,21%), Deerlijk (3,06%), Wielsbeke (2,83%), Ledegem (2,33%), Avelgem (2,24%), Lendelede (1,36%) en Spiere-Helkijn voor (0,84%).

Opzoeken wat Kortrijk tot op heden heeft bijgedragen aan het project Evolis is een ware MINDFUCK.
Je moet achterhalen dat er drie soorten dotaties uitgekeerd worden door de 14 gemeenten van de HVZ, dat daarbij een verdeelsleutel wordt gehanteerd en  – voor wat in het bijzonder ons onderwerp betreft – dat er twee soorten van investeringen bestaan: de ‘gewone’ (voor nieuwe brandslangen bijvoorbeeld) en anderzijds voor wat men noemt: het kazerneplan.
Denk nu maar niet, beste mensen uit de vriendenkring van de brandweer,  dat u over al die mechanismen maar iets zult kunnen vernemen uit de webstek van uw HVZ Fluvia. En notulen van gemeenteraden geven ook niet de minste achtergrondinformatie.
(We zeiden het toch? Politiekers hebben schrik van pompiers. Het dossier Fluvia laten ze met rust. Ze doen wel eens een goed woordje voor de vrijwilligers, en dat is het dan.)

Het Kortrijkse bestuur gebruikt daarenboven nog een verkeerde, warrige terminologie bij de jaarrekeningen.
Bijvoorbeeld. Alle uitgaven voor Fluvia noemt men wel een keer in één trek “investeringssubsidies”.  Een ander keer bedoelt men met die term alleen maar de uitgaven in het kader van het kazerneplan. En wat man aanstipt als “dotaties”, dat zijn dan eigenlijk (gewone) investeringen, En met “werkingssubsidies” voor Fluvia bedoelt men de inbreng voor “exploitatie-uitgaven”. Tja.
Het heeft waarlijk een tijdje geduurd eer we  dat in de gaten kregen. (Zoals vroeger al verteld kreeg zelfs onze Ruthie de terminologie niet onder de knie.)

Over dat kazerneringsplan dat al zou dateren van in 2019 en zelfs drie beleidstermijnen van zes jaar zou beslaan is onze kennis (en die van de pompiers…)  waarlijk  zeer fragiel. Het gaat om een algemene visie op alle brandweerposten. optimalisatie van de operationele werking, het moderniseren van de de gebouwen, de kostenreductie, enz.
Opstalrechten opkopen (Menen, den Belgiek, Waregem) behort ook tot het kazerneplan.
De laatste tijd gaat het om grote projecten zoals  de bouw van de kazerne Bramier (fusie van Marke en Lauwe), het V.T.I.-gebouw (Heule / Gullegem) en jawel: de hoofdkazerne Evolis (met de posten Kortrijk en Zwevegem).
Financieel is het grote streefdoel van dat kazerneplan:  van de 14 gemeenten samen per jaar drie miljoen aftroggelen. Per jaar.

In deze lopende beleidsperiode van BRIO zal Stad Kortrijk zelf nog voor drie jaren, tot en met 2029, een totaal bedrag van 9.989.628 euro besteden aan dat gehele kazerneringsplan.
Opgelet: die 9,98 miljoen slaat niet enkel op Evolis !!
Maar zoals het past in een dossier dat in het geheel niet transparant is, – in rook is gehuld: het specifieke aandeel voor de hoofdkazerne op Evolis in dit bedrag van bijna 10 miljoen konden we nergens terug te vinden.
Steek onder water nu.  De Fluvia-voorzitter, noch de commandant kon ons hierover nader toelichten. (Niet in ons onderhoud van 1 april en ook niet bij bijkomende schriftelijke vragen achteraf.)

Nog even zeggen waarom dit dossier ons aan de rand van een zenuwinzinking heeft gebracht? Een voorbeeldje?
Voor dit jaar 2026 vinden we in het Meerjarenplan 2026-2031 als toelage voor de  “kazernering” zelfs twee verschillende bedragen terug als Kortrijkse bijdrage voor het kazerneringsplan: 3.944.736 euro (pag.8) en  3.274.056 euro (pag. 31).

Voor de liefhebbers en uiteraard voor onze vrienden van de brandweer, even netjes op een rij wat Fluvia in deze lopende legislatuur nog verwacht aan toelagen voor geheel het kazerneringsplan (dus niet enkel voor Evolis).

2026
: 8.787.054,25 euro (van de 14 gemeenten)
– Aandeel Kortrijk: 3.274.056,43 euro (37,26%)
– Aandeel Zwevegem: 601.034,51 euro (6,84%)
2027: 12.053.437,65 euro
– Kortrijk: 4.491.110,87 euro (spectaculaire verhoging)
– Zwevegem: 824.455,14 euro
2028: 5.570.103,63 euro
– Kortrijk: 2.224.460,61 euro
– Zwevegem: 408.355,09 euro
Nogmaals: waar die bedragen zijn op gebaseerd en voor welke kazerneplannen die gelden, dat is allemaal nergens te vinden.
Ik denk dat we daarvoor bij de projectbegeleider  Leiedal moeten zijn, ook gekend als een organisatie die pretendeert heel transparant te zijn. Onze raadsleden moeten daar eens werk van maken. Binnenkort Algemene Vergadering van de intercommunale. (Openbaar hoor, voor alle burgers.)

En de jaren 2029-2031
😕 Niets meer gebudgetteerd als toelagen van de 14 gemeenten voor specifiek het kazerneringsplan.
Besluit. In deze lopende bestuursperiode wil Fluvia voor zijn gebouwen of bouwplannen dus 26,8 miljoen inzamelen bij de zone- gemeenten. De grootte van de totale bijdragen in drie jaar tijd van de 14 laat toch wel  vermoeden det het vooral om investeringen gaat met de bouw van de hoofdkazerne op Evolis. Maar hoeveel daarvan?
———-
Thanks for watching.
Volgende keer, laatste poging, met de bedragen uit de vorige bestuursperiode.
De grondvraag blijft: wat betaalden de Kortrijkzanen tot op heden als inwoners van een Fluvia-gemeente  voor de hoofdkazerne van de hulpverleningszone op Evolis?