Woord vooraf
Dit stuk is eerder bedoeld voor studenten die aan de UGent een cursus volgen van prof. Filip De Rynck (Kortrijkzaan!) of van Herwig Reynaert (kenner van West-Vlaamse steden), allebei experten in gemeentepolitiek, verbonden aan het Centrum voor Lokale Politiek aldaar, – en misschien zelfs abonnees van onze alternatieve stadskrant “kortrijkwatcher”.
Want nu wordt het toch saaier dan ooit: we turven de opeenvolgende meerjarenplannen van Stad en OCMW om na te gaan hoe relatief die ramingen voor grootse stadsprojecten eigenlijk zijn. Zo’n bachelor of master na master zou een keer kunnen nagaan hoe dat komt. Een en ander is heus niet enkel te wijten aan voortschrijdende inflatie.
———
We vallen van de ene verbazing in de andere.
In een vorige editie van deze alternatieve stadskrant kon u vernemen dat volgens het huidige stadsbestuur het oorspronkelijke totaalbudget voor de nieuwbouw van de zorgcampus welgeteld 33.710.017 euro bedroeg, een cijfer dat we nergens in enig officieel document terugvinden.
Maar wanneer is een bedrag oorspronkelijk? Initieel?
Als we het een beetje redelijk willen houden, bij de periode waarbij de werken daadwerkelijk konden beginnen, baseren we ons op het eerste meerjarenplan van de vorige coalitie, en toen hield het men in de gemeenteraad van december 2019 op 31.309.842 euro. En dat terwijl diezelfde gemeenteraad in maart van datzelfde jaar nog een bestuursakkoord goedkeurde waarin men het had over 29.700.000 euro. Hoe kan dat nu?
Tip voor de student die de casus “nieuwbouw OCMW-zorgcampus Kortrijk” wil bestuderen: in de Kortrijkse gemeenteraad verstommen de raadsleden bij agendapunten die iets te maken hebben met het OCMW.
Waarom?
Dat “oorspronkelijk” bedrag van 31,3 miljoen is trouwens ook al misleidend. In het zgn. document T3, met een schema van de investeringen voor het actiepunt 5.7.2. (de zorgcampus) lezen we nog dat er VOOR december 2019 alreeds 540.510 euro is “gerealiseerd”. Dat mag er dus bijgeteld.
En zo gaat dat maar door.
In de tweede aanpassing van het meerjarenplan (december 2020) is bijvoorbeeld een totaalbudget van 32. 439.637 euro voorzien, maar er is al VOOR dat MJP voor ietwat meer dan 1 miljoen uitgegeven. Het werkelijke krediet is op dat moment in feite 33.481.994 euro.
De sprong
Ja, zo gaat dat maar door.
Over de vierde aanpassing van het MJP willen we het wel nog even hebben. Goedgekeurd in december 2023. Het totaalbudget maakt een sprong van 32,66 miljoen naar 40,13 miljoen. Voor het eerst lezen we hierbij in het MJP een commentaar. Alles is te wijten aan “een verhoging van de conjunctuur“, – wat dat ook mag betekenen…
In elk geval dit: “De leningslasten gealloceerd op Sint-Jozef nemen significant toe omwille van de hoge rente en hoger opgenomen bedrag als gevolg van inflatie op het investeringsbedrag.”
Die zit !
Pro memorie misschien nog dit.
In de vijfde en laatste aanpassing van het MJP van november 2024 vermeldt het investeringsschema een totaalbudget van 41,17 miljoen.
Maar, beste lezer, nu willen we u helemaal gek maken.
U zal zich ongetwijfeld herinneren dat schepen De Coene in maart 2021 het (bij de start van de werken) had over een totaalbudget van 32,8 miljoen, waarvan 25,2 miljoen voor de bouwkosten.
Dus hebben we nog een keer met de nodige spoed gezocht naar de gunning van de werken. Gebeurd op 12 oktober 2020 aan de Tijdelijke Maatschap Stadsbader-EEG voor 23.042.867,34 euro (excl.) of 26.224.898,22 euro (incl.). 26,2 M.
En weet u dat de ontwerpopdracht al dateert van 25 juni 2014? Toegewezen aan ASSAR-LLOX Architects uit Wilrijk. Ereloon van toen, noch geraamde bouwkost spijtig genoeg niet meer te vinden.
Alhoewel.
Vroeger bestonden er aparte OCMW-meerjarenplannen.
In zo’n MPJ 2014-2019, opgemaakt in oktober 2016 is sprake van een technisch masterplan voor Sint-Jozef met een verbinteniskrediet van 25.600.000 euro. 25,6 M. Dat zegt toch iets, als er in dat jaar al een bedrag van die aard juridisch is tot stand gekomen, dan wijst dat er toch op dat de stijgende budgetten niet enkel te wijten zijn aan inflatie.
P.S.
Volgende keer wordt het weer interessant.
Precies omwille van de pas goedgekeurde oplevering van de werken in de tweede fase willen we de jaarrekeningen doorploegen. Dan weten we pertinent zeker wat het project ons tot op heden heeft gekost, bruto en netto.
We kijken er naar uit !