In de vorige uitgave van deze alternatieve stadskrant (uitverkocht!) probeerden we uit te leggen dat er een en ander juridisch niet klopt bij die nieuwe overheidsopdracht om alweer stedelijke bewakingscamera’s te gaan kopen, met alles erop en eraan.
Vandaag willen we daar wat dieper op ingaan om als conclusie zelfs te gaan beweren dat Stad best de – intussen al gebeurde! – selectie van mogelijke leveranciers zou hernemen.
Lezer, probeer tot op het einde aandachtig te blijven.
HET NIEUWE RAAMCONTRACT
Op 16 juni van dit jaar 2026 heeft het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) de lastvoorwaarden en de gunningswijze goedgekeurd voor 1) de levering, 2) de installatie en 3) de uitbreiding van het stedelijk camerabewakingssysteem.
Daaraan dient toegevoegd: met bijhorende data gerelateerde diensten.
– Het gaat om een nieuwe raamovereenkomst. De oude is gebaseerd op een gemeenteraadsbeslissing van 19 april 2022, en er is nog een vorige van december 2017.
– Het raamcontract is ook weer opengesteld voor andere besturen en politiezones (meervoud!) onder de vorm van een aankoopclausule. (Die andere mogelijke deelnemers zijn opgesomd in een bijlage D, waar we geen inzage van hebben.)
– De opdracht wordt gegund bij wijze van mededingingsprocedure met onderhandeling.
– De selectiecriteria zijn beschreven in een selectiedraad (die in het CBS-besluit niet nader worden toegelicht). Het betreft een 2-staps procedure waarbij inschrijvers zich in een eerste fase kunnen kandidaat stellen. Enkel de geselecteerde kandidaten worden uitgenodigd om een offerte in te dienen.
– Het contract geldt voor een periode van 5 jaar met 2 maal 1 jaar verlengingsmogelijkheid: van 4 januari 2027 tot 3 januari 2034.
– Het bestek raamt de opdracht op 4.001.892,00 euro (excl.) of 4.842.289,32 euro (incl.), en met een maximaal basisbedrag van 13.396.694,21 euro (excl.) of 15 miljoen (incl.). De raming overschrijdt dus de limieten van de Europese bekendmaking.
– Het College noteert nog dat de gemeenteraad bevoegd is voor de bepaling van de lastvoorwaarden en de gunningswijze. (Van groot belang.)
BEMERKINGEN BIJ DIT NIEUWE RAAMCONTRACT
1. De opdracht is niet conform het meerjarenplan 2026-2031.
Hier is sprake van een merkwaardige beleidsdaad want in
in het MJP is geeneens een actiepunt voorzien inzake camerabewaking. Niettemin is er in de investeringstabel een bedrag voorzien van (slechts) 840.000 euro, netjes verdeeld in 140.000 euro per jaar.
2. De Europese bekendmaking was niet zeer ASAP.
Die is gebeurd. Publicatieblad PB S 159/2026.
Maar let nu een keer op de datum.
Het CBS-besluit waarbij men zelf noteert dat het contract Europees moet bekend gemaakt dateert van 16 juni.
– Verzendatum van de aankondiging: 17 augustus.
– Datum van bekendmaking: 18 augustus. Twee maanden later!
– Uiterste datum voor de ontvangst van verzoeken tot deelname: 17 september. (Europese kandidaten hebben zich moeten reppen. Zijn dan ook niet opgedaagd.)
Nog ongebruikelijk is dat voor Europa de prijs van de totale raming (15 miljoen) onmiddellijk incl. btw is vermeld.
3. De looptijd van het raamcontract is onrechtmatig.
De basisduur is dus 5 jaar met optioneel twee mogelijke verlengingen. Kan dat?
Art. 43, &2 van de Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten bepaalt dat de looptijd van een raamovereenkomst beperkt is tot 4 jaar behoudens in uitzonderlijke en behoorlijk gemotiveerde gevallen, – met name op grond van het voorwerp van de raamovereenkomst.
En jawel, vorige contracten golden altijd voor 4 jaar. Ditmaal niet.
We vinden nergens in CBS-notulen een juridisch-technisch voldoende motivering waarom dit raamcontract nu zeven jaar mag bestrijken. Hier rijst een ernstig juridisch probleem.
DE KWALITATIEVE SELECTIE SCHENDT DE WETTELIJKE BEVOEGDHEIDSVERDELING
Binnen de gestelde termijn (17 september) werden drie kandidaturen ontvangen: Cipal Schaubroeck uit Westerlo, Proximus (Schaarbeek) en de traditionele leverancier R.T.S uit Ieper.
Bij CBS-besluit van 13 oktober laatstleden zijn de drie geselecteerden uitgenodigd om een offerte in te dienen.
En dat CBS geeft nu plots aan dat die kwalitatieve keuze is gebeurd conform de vereisten, de raming en de plaatsingsprocedure van de opdracht zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 6 juni 2026.
Dat is niet waar !
Nu is het onze plicht om het CBS erop te wijzen dat er op vermelde datum van 6 juni geeneens een gemeenteraadszitting is geweest.
En dat het CBS dat punt nooit ofte nooit heeft geagendeerd voor om het even welke gemeenteraad. (Ook niet voor de GR van 15 juni.)
Juristen moeten maar eens nagaan of dit geen geval is van machtsoverschrijding of van rechtsmisbruik.
Het is namelijk zo dat het Decreet over het Lokaal Bestuur uitdrukkelijk stipuleert dat de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van een opdracht worden bepaald door de gemeenteraad. En het College voert dan gedwee die procedure uit en gunt uiteindelijk de opdracht. We zien hier geen mogelijke wettelijk uitzondering of nominatieve delegatie van bevoegdheid.
We hebben dus te doen met een schending van de wettelijke bevoegdheidsverdeling.
De vraag is nu of de plaatsingsprocedure in tweede fase met de drie geselecteerden kan worden voortgezet.