Overijverige raadsleden (3)

Er is dus sinds enige tijd al een ware inflatie van door raadsleden ingediende aanvullende agendapunten. In de laatste gemeenteraad van 7 december liepen er niet minder dan 15 binnen bij de voorzitter. Zowat evenveel als er agendapunten waren komende vanuit het schepencollege zelf.
Onze gemeenteraadwatcher heeft nog de tijd gekend dat raadsleden er niet eens aan dachten om bijkomende voorstellen of vragen in te dienen. Waarschijnlijk wisten ze niet eens dat dit kon of mocht. Maar er was niettemin een goede kant aan deze onwetendheid verbonden. Men hield zich tenminste bezig met wat het College van plan was te doen. Men bleef bij de ingediende punten van het stadsbestuur en debatteerde daar heel hard over. En dit is net de taak van een gemeenteraad: het beleid controleren, ter verantwoording roepen.
De huidige overvloed aan aanvullende punten is in twee opzichten politiek nefast.
1. Zij leiden de aandacht af van het gevoerde beleid.
2. Die aanvullende punten omvatten vaak beleidsvoorstellen, proberen een beleidsdaad te stellen terwijl dit nu net niet de (essentiële) taak is van een raadslid. Zeker niet van oppositieleden. Want dan is men er ook verantwoordelijk voor. (Nogal wat raadsleden uit de oppositie begrijpen dit laatste niet en zouden liever te maken hebben met een soort afspiegelingscollege. Mekaar om de hals vliegen.)

Overlopen we nu even die aanvullende punten uit de laatste gemeenteraad van vorige maandag aan de hand van bovenstaande algemene politieke beschouwingen.

1. Volgende vijf ingediende punten voldeden volkomen aan ons criterium waarbij we poneren dat de Raad in de eerste plaats tot taak heeft om het beleid van het College scherp te ondervragen:
– de twee interpellaties over de opwaardering van het kanaal Bossuit-Kortrijk (Mattias Vandemaele, Carmen Ryheul)
– het bijgaande voorstel dat (bij wijze van een hoofdelijke stemming) vroeg naar het standpunt van de raadsleden in deze (Wouter Vermeersch, Carmen Ryheul)
– de geplande drie flatgebouwen in het groengebied langs wat eerst de N50C zou worden (Mattias Vandemaele)
– de stand van zaken aangaande de Kortrijkse Groothandelsmarkt in Heule (Mattias Vandemaele, Pieter Soens).
Dat zijn er toch al vijf die van politiek bewustzijn getuigen. Hulde!

2. Volgende punten zijn au fond vragen om uitleg. Dat mag natuurlijk.
Maar de vraag is of die punten wel noodzakelijk in een gemeenteraad moeten gesteld. Gewichtig genoeg zijn hiervoor. Zijn er geen andere wegen te bewandelen om aan die informatie te komen? (Een telefoontje naar een bevoegde schepen bijvoorbeeld. Het meldpunt. Een vraagje aan de algemene directeur of een andere ambtenaar. Bulletin van Vraag en Antwoord.)
– de gemeenschappelijke logo voor alle ontmoetingscentra (Mia Cattebeke)
– effectentaks op lokale overheden (Wouter Vermeersch)
– onbedoelde neveneffecten van de pandemie op stads- en ander groen (Roel Deseyn)

3. Vragen die tegelijk beleidsvoorstellen zijn;
– initiatieven tegen partner- en familiaal geweld (Carol Leleu)
– wandelnetwerk rond Kortrijk vergroten (Cathy Matthieu)
– studie- en examenruimtes voor studenten in tijden van corona (Maxim Veys)
– menstruatie-armoede (Maxim Veys)

4. Getelefoneerde vragen. Dat zijn vragen die ertoe dienen om toe te laten dat schepenen met hun beleid kunnen pronken. Ze worden ingediend door raadsleden uit de meerderheid en zijn op voorhand doorgenomen met de betrokken schepen.
Zie de vragen van Maxim Veys (SP.a)

5. Mislukte vragen. Dat zijn punten die juridisch – technisch niet goed zijn bedacht.
– Het voorstel om aan Martine Tanghe het ereburgerschap van de stad toe te kennen (Nawal Maghroud). De indienster gaf er blijk van dat zij niet weet hoe men volgens het reglement zo’n een voordracht van een kandidaat kan verrichten. En dat er daarenboven een commissie de kandidaturen moet doorlichten.

6. Onbenullige vragen.
– de vraag om de Groeningepoort ook te verlichten (Liesbet Maddens).
– burgers aanmoedigen om “egelstraten” aan te leggen (Cathy Matthieu)

Maar waarom stellen raadsleden aanvullende vragen of doen zij voorstellen ?
Er zijn toch wel enkele raadsleden die het serieus menen met de politiek, ermee begaan zijn en de dossiers bestuderen.
Maar anderen dienen punten in met de hoop van in de pers te komen. Vroeger lukte dat in de meeste gevallen. Nu veel minder: de lokale pers schenkt nog weinig aandacht aan de gemeenteraad.
Nog anderen doen dat om zichzelf te troosten. De collegebesluiten en de dossiers grondig doornemen, dat is veel te lastig en te moeilijk. Maar men moet toch iets doen om het presentiegeld te verdienen. En een vraagje opstellen is zo (gemakkelijk) gedaan. Men kan na de zitting tevreden met zichzelf huiswaarts keren






Overijverige gemeenteraadsleden (2)

Breaking news
Onze gloednieuwe burgemeester Ruth Vandenberghe meldt zopas (even na 22 uur) in de gemeenteraad dat Martine Tanghe wel enigszins erkentelijk is voor het aanbod, maar er liever niet op ingaat.
Wat een affront alweer voor de stad.
(En voor de SP.A-fractieleider.)

Over een uur start de (digitale) gemeenteraad, zoals gezegd met vijftien zogenaamde interpellaties. Afgekort: IR.
Vele van die aanvullende agendapunten zijn eigenlijk geen interpellaties.
IR.5 bijvoorbeeld is eigenlijk een voorstel.
Nawal Maghroud, SP.a-fractieleider stelt namelijk voor om Martine Tanghe het ereburgerschap van Stad te verlenen.
Voor ons niet gelaten. La Martine beantwoordt alleszins aan de voorwaarde die stelt dat zij van grote faam en aanzien geniet.
Maar in al haar ijver om uiteindelijk een keer op te vallen en de pers te halen heeft raadslid Nawal vergeten het reglement te lezen waarbij uitgestippeld wordt hoe iemand kan ereburger van Kortrijk worden.
Haar voorstel moet omgezet in een vraag.
Want, wie kan er een kandidaat voordragen?
Er zijn drie mogelijkheden:
– ofwel het College van Burgemeester en Schepenen,
– ofwel minstens 5 raadsleden,
– ofwel een erkende stedelijke adviesraad.
Komt daarbij dat de kandidatuur moet besproken worden in een speciaal daartoe op te richten commissie. De leden ervan dienen van diverse generaties zijn, en multidisciplinair samengesteld. Ze worden ook verondersteld van enige bekendheid met en in de stad te bezitten. Niet zomaar mensen van de straat hé.

Ja, technisch bekeken kan een ingediend punt faliekant uitvallen als men al te ijverig wil zijn, zonder kennis van zaken.
Maar aangezien het voorstel van iemand uit de meerderheid komt (een fractieleider dan nog) zal het CBS er wel wat op vinden.



Gemeenteraadsleden warempel overijverig ! (1)

Morgen 7 december waarlijk alweer gemeenteraadsdag. (En 14 december nog eens! Dat ze het niet vergeten, mogen we hopen.)
Het schepencollege heeft voor morgen bij de voorzitter inzake stedelijk beleid 12 agendapunten neergelegd en qua OCMW-materie nog drie. Totaal: vijftien. Ze zijn aanvaard.
Gemeenteraadsleden (ditmaal tien!) bleven niet achter. Zij dienden in totaal vijftien aanvullende agendapunten in, waarvan één slaat op welzijn.
Ter info: het gaat meestal iedere maandelijkse zitting om dezelfde personen, hoofdzakelijk uit de oppositie. (Als de punten vanuit de meerderheid komen zijn ze voorgekauwd, getelefoneerd.)

Recordhouders zijn ongetwijfeld telkens de fractieleden van Groen (Mattias dit keer met drie punten, Cathy met twee) en Vlaams Belang (Wouter met twee en Carmen ook).
Voor de CD&V dagen Carol, Roel en Mia regelmatig op, nu elk met één punt. Bij de SP.A dan is parlementariër Maxim zoals steeds de enige en meest ijverige van de fractie : nu met drie punten. Zeer uitzonderlijk heeft de fractieleider Nawal ditmaal één wens (een voorstel) naar voor geschoven, helaas politiek niet geheel tactisch bedacht.
Liesbeth van de N-VA had ook een inval. En bij het Team Burgemeester heerst traditioneel de volledige stilte.
Niet alle ingediende aanvullende punten zijn echt belangrijk, maar daarover later meer. Sommige zijn zelfs als bizar te beschouwen. Van de pot gerukt.

Eerst een algemene bemerking van huishoudelijke aard.
In de Kortrijkse Raad doet er zich tegenwoordig politiek-juridisch bekeken een zeer rare geplogenheid voor. Alle aanvullende punten – van om het even welke aard – bestempelt men systematisch als zijnde “interpellaties”, afgekort IR. En men onderscheidt daarbij “uitgebreide ” en “beperkte” interpellaties. De eerste soort behandelt men in de zitting ook altijd eerst en vereist een grondig debat (interpellant en schepen krijgen zes minuten spreektijd). De tweede soort IR krijgt 4 minuten spreektijd en slaat op minder belangrijke zaken.

Nu is een interpellatie in onze ogen iets anders, met een andere draagwijdte dan die van een voorstel, een (informatieve) vraag, een motie (een oordeel, wens, verzoek) of een resolutie (een niet verplichte aanbeveling).
Maar die termen kent onze gemeenteraad en zijn huishoudelijk reglement niet.
Een interpellatie is een controlemiddel, een ware ondervraging waarbij het gemeenteraadslid het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) ter verantwoording roept voor een beleid, een besluit of een uitspraak. Eigenlijk vertolkt de interpellant hiermee een zeker wantrouwen of zelfs een afkeuring tegenover het gevoerde beleid. Men wil het anders. Maar zoals gezegd, in Kortrijk is de meest simpele vraag (bijv. “kan die Groeningepoort niet verlicht?”) aangezien als een interpellatie.
Hiermee is de term volkomen gedevalueerd.

Een ander juridisch punt dat ons sinds lang stoort is de wijze waarop raadsleden hun tussenkomsten vorm geven. Sommigen maken er een echte nieuwjaarsbrief van, die dan zelfs eindigt “met vriendelijke groeten”, of met een “bedanking” (bij voorbaat). Bij anderen dan krijgt het ingediend agendapunt geheel de vorm van een in detail uitgeschreven speech die ze dan in de zitting letterlijk gaan voorlezen.
Ja. tot spijt van wie het benijdt: enkel de ingediende tussenkomsten van de VB’ers Wouter Vermeersch en Carmen Ryheul (het zijn parlementariërs…) beantwoorden aan de goede technische vormvereisten. Kurkdroog en kort opgesteld. To the point. Zonder tierlantijntjes of persoonlijke ontboezemingen. Geen opstel. Maar een uitgekiende tekst met duidelijk onderscheiden en benoemde onderdelen: het onderwerp, een korte beschrijving ervan, de nodige toelichting en een besluitend gedeelte dat dan uitdrukkelijk vorm krijgt als een vraag (of genummerde vragen), een voorstel of misschien nog iets anders. (En zo’n Vermeersch is dan ook de enige die er later op tijd aan denkt dat er bij voorstellen – zelfs als ze ondeskundig geformuleerd zijn als vraag – moet gestemd worden.)

Waarom dienen raadsleden (zovele) agendapunten in?
Zijn die allemaal wel nodig?
Wat is de kwaliteit ervan?
Laat het ons daar eens over hebben.

(Wordt vervolgd.)





Wat mogen we weer niet weten, van de politie? (2)

(Zie vorig stuk, om te weten waarover het gaat. Onze commentaar in cursief.)

1. Wat is de integrale kostprijs van deze actie?
Antwoord van de korpschef:
Inzake politionele acties en ordediensten worden geen concrete cijfers weergegeven aangezien dit een onderdeel is van het tactische politionele concept. Dergelijke concepten worden uitgewerkt binnen de politie onder het label “vertrouwelijk en intern”.
Onze commentaar:
Weekenduren worden dubbel aangerekend
. Ter info

2. Hoeveel voertuigen, agenten en materieel werden ingezet?
Antwoord:
De details worden niet weergegeven. Er waren inderdaad meer voertuigen dan normaal voorzien voor dergelijke ordediensten. Dit gezien de COVID waar het aantal inzittenden per voertuig beperkt is. Om die reden waren er dubbel zoveel voertuigen dan bij een reguliere werking.
Onze commentaar op vraag 1 en 2.
Voor de ordediensten bij voetbalwedstrijden krijgt men die informatie wel.

3.A. Waarom werd voor deze aanpak gekozen (controleposten met zware overvalwagens op alle invalswegen)?
Antwoord:
Omdat deze actie niet werd aangevraagd en er geen enkel contact was met een organisator en er bijgevolg geen enkele afspraak op het terrein mogelijk was. Dit in combinatie met de verstrengde maatregelen en het samenscholingsverbod dat is opgenomen in het M.B.
Commentaar.
Het optreden was ongezien disproportioneel. Verwachtte men zware gevechten met eventuele tegenbetogers? Of ging het misschien gewoon om een logistieke oefening (coördinatie van korpsen en federale politie)?

3.B. Mag de politie zomaar systematisch aan burgers vragen waar men vandaan komt en waar men naartoe gaat?
Antwoord:
Het komt de politie toe om ten allen tijde wagens of andere voertuigen uit het verkeer te halen en te onderwerpen aan een controle. (…) De politie mag systematisch informeren naar identiteit, beweegreden van de verplaatsing, etc.
Commentaar:
Graag lijst van die etcetera. Waar te vinden?


3.C. Ook inzittenden en kofferruimtes werden gecontroleerd. Mag dit?
Antwoord:
Expliciet geregeld in de WPA. Zie art. 29,3. Redenen kunnen aan de burger meegedeeld, maar moeten niet. Politie heeft een beoordelingsruimte. Zie ook Parl. St. Senaat 1991-92, nr. 364/2.
Commentaar:
De Wet op het Politieambt staat in 29.3 toe dat men op zoek gaat naar gevaarlijke voorwerpen.


4. Er waren Nederlandsonkundige agenten die hardhandig de vrije doorgang verhinderden.
Antwoord:
Er werd geen opdracht gegeven om hardhandig op te treden. Dat is ook niet gebeurd en er is geen melding of klacht bij de politie binnen gekomen.
Er werden inderdaad Franstalige agenten ingezet. Dat heeft te maken met de MFO2 en de correcte nationale toepassing ervan. Het kan hier gaan om een uitzonderlijk contact maar is zeker niet standaard geweest. Er werd in het bijzonder gekeken naar de dispositieven dat het telkens Nederlandstalige agenten waren. Er bereikten ons geen klachten.
Commentaar:
MFO2 is de naam voor een ministeriële richtlijn van 23 november 2017 die de solidariteitsmechanismen regelt waarbij een politiezone kan versterking vragen aan andere politiezones voor opdrachten van bestuurlijke politie.
Zo’n versterkingsaanvraag dient gestoeld op een grondige risicoanalyse. We zouden die wel een keer willen zien voor de manifestatie van 1 november. Een politiezone moet in de eerste plaats steunen zoeken bij zones van het eigen arrondissement. Blijkbaar is dit hier niet kunnen gebeuren. Waarom?


5. Een jongere met een Vlaamse vlag (die hij altijd mee heeft) ging niets vermoedend een bezoek aan zijn neef brengen en moest terug naar huis. Werden burgers geviseerd op basis van politieke profilering, autochtoon zijn, rechts zijn?
Antwoord (ingekort):
Elk voorwerp dat naar context een inbreuk kan betekenen of een opruiend element kan zijn, werd bekeken. Er gebeurde geen bestuurlijke in beslag name van de leeuwenvlag. Het incident bereikte ons klachtenmanagement niet.

6. Een man die zonder keuring reed werd toch doorgelaten.
Antwoord:
Dit incident is niet gekend en niet doorgeven aan het commando.
Tijdens de controle werd ook gekeken naar verkeersinbreuken en ademtesten.

7. Op de sociale media zijn beelden opgedoken van burgers die het politieoptreden filmden. Mag de politie dit verhinderen?
Antwoord:
Het WPA is duidelijk: het is niet verboden een politie te filmen, voor zover de interventie niet wordt verhinderd (bijv. de gemoederen doet oplaaien).
Reproductie (wat wel gebeurd is) is wel strafbaar als de politiemensen herkenbaar zijn.
Er is tijdens de dienst meermaals gevraagd te stoppen met filmen gezien interventies dreigden te ontaarden. Nergens is een effectief verbod afgedwongen. Personen die gefilmd werden hebben daartoe geen toestemming gegeven.

8. Hoeveel burgers werden aangehouden en op welke grond?
Antwoord:
Acht bestuurlijke aanhoudingen.
Zie de principes van de WPA rond bestuurlijke aanhouding, concreet art. 31,3.
Commentaar.
In de Wet op het Politieambt zijn vier gevallen opgesomd waarbij een bestuurlijke aanhouding mogelijk is. Art. 31.3 heeft het over personen waarbij er aanwijzingen zijn om op redelijk gronden te denken dat hij voorbereidingen treft om een misdrijf te plegen dat de openbare rust of veiligheid in ernstig gevaar brengt.


9. Aangehouden personen kregen en nummer op de hand gemarkeerd met een varkensstift en een bol op de borst gekleefd met een nummer. Kan dit bevestigd worden.
Antwoord:
Er is geen sprake van varkensstift.
Via een nummer kunnen de bezittingen van de aangehouden personen vlot teruggegeven.



We mogen het weer niet weten, van de politie…(1)

Op zondag 1 november werd al vanaf de middag in Kortrijk een ongeziene politiemacht op de been gebracht waarbij waarlijk alle toegangswegen naar de stad door zowel meerdere lokale korpsen als federale politie (en politie in burger) werden gecontroleerd. Met de nodige soorten voertuigen als ondersteuning (combi’s, een bus, gepantserde wagens) en nog serieus gewapend ook. Wie geen goede reden kon opgeven om zich naar het centrum te begeven mocht rechtsomkeer maken. Het was net alsof Kortrijk ten prooi zou vallen aan een catastrofale terreuraanslag. Een unieke historische gebeurtenis die – om ons totaal onbegrijpelijke reden – praktisch geen weerklank kreeg in de nationale pers. Ook de plaatselijke media maakten er maar weinig misbaar over.
Wat was er aan de hand?
Een onbetekenend groepje rechtse extremisten (dus niet het Vlaams Belang) had via de social media medestanders opgeroepen om aan het Kortrijkse station eventjes te protesteren tegen het feit dat een persoon van allochtone afkomst een autochtone jongen aldaar had afgetroefd. De manifestatie was niet aangevraagd en dus niet toegelaten. Voor het Kortrijkse stadsbestuur en de politie een alibi voor de onwaarschijnlijk grote machtsontplooiing.

Voor Wouter Vermeersch, (federaal parlementariër en fractieleider van het Vlaams Belang in de gemeenteraad) natuurlijk een goede reden om wat nadere informatie in te winnen over dat politioneel optreden. De voorzitter van de gemeenteraad vond dat de vragen moesten gesteld in de politieraad.
Vermeersch heeft dat dus maar gedaan, eerst schriftelijk en laatsleden maandag nog een keer mondeling in de politieraad zelf.
Hij kreeg een schriftelijk antwoord maar in die politieraad van 30 november wou de korpschef er niet meer op terugkomen. Andere fracties dan het VB lieten de zaak maar weer blauw-blauw (om het zo te zeggen).
Onbegrijpelijk!

Vermeersch diende 9 vragen in, waarvan de derde uiteenviel in drie vragen.
Aangezien de plaatselijke pers het in deze toch wel belangwekkende gebeurtenis weerom laat afweten, krijgt u hier in een volgende editie een verkorte versie van die vragen en antwoorden van de korpschef van de zone VLAS.

(Wordt nog vandaag vervolgd.)







Straks politieraad

Seffens om 19 uur politieraad van de politie zone VLAS. (Slaat op Kortrijk, Kuurne en Lendelede.)
Radeloos aan het zoeken hoe we op het internet de virtuele zitting kunnen volgen.
Zal minister Quickie er ook bij zijn? (Vroeger was hij voorzitter van het politiecollege.)
Belangrijk agendapunt is de begroting 2021.
Benieuwd ook om te weten of het buitensporig optreden van de politie op 1 november zal ter sprake komen. Weet u nog? Toen werden alle toegangswegen naar het centrum van de stad zowat afgesloten en moesten mensen die er binnen wilden een goede reden hebben. Er was immers een niet toegelaten manifestatie van rechts tegen “zinloos geweld” (van mensen van “vreemde origine”) aangekondigd.

Leopold II als poetsenbakker (2)

Koning Leopold II was weer eens voor de zoveelste keer afwezig geweest in Brussel en zo rond begin van de jaren 1900 begonnen ministers van de regering De Smet de Naeyer dat echt beu te worden. Men durfde zelfs te eisen dat hij minimaal vier dagen per week zou aanwezig te zijn in de hoofdstad van zijn koninkrijk. Dit tot groot ongenoegen van L<II>.
Hij liet dan ook geen gelegenheid voorbijgaan om de politici een flinke poets te bakken.
Dat ondervond bijvoorbeeld de Kortrijkzaan Julien Liebaert, minister van Spoorwegen in de jaren 1899-1907.
En dit vertelt Johan Op de Beeck in zijn magistraal werk gewijd aan “Leopold II” op de pagina’s 649-651 (we parafraseren de auteur ietwat):

Leopold kwam weer eens na enig absenteïsme met zijn koninklijke trein terug uit Parijs en had daarbij heel lang moeten wachten voordat hij het Brusselse Zuidstation had kunnen binnenrijden. Daar zou minister van spoorwegen Liebaert voor boeten.
Alreeds de volgende dag kreeg hij een telefoontje dat men hem voor een audiëntie in Laken per auto zou komen ophalen in de Wetstraat.
Liebaert was hiermee zeer verguld. Nog meer toen hij na het (onschuldige) onderhoud tot zijn groot genoegen zag dat hij teruggebracht zou worden in de spectaculaire auto van het koninklijke wagenpark. Een Mercedes Simplex, een crèmekleurig monster met goudkleurige koplampen en gecapitonneerde fauteuils van rood leer. Trots als een pauw, door voorbijgangers bewonderd nagekeken, reed Liebaert Brussel binnen. Maar uitgerekend in de Paleizenstraat ging het mis. Panne! De wagen viel stil. In een oogwenk werd het gevaarte omringd door een volkstoeloop. Gegeneerd moest de minister wel uitstappen. Daarbij moest hij onder hoongelach van de omstanders navragen waar de dichtstbijzijnde tramhalte was.

De panne was doorgestoken kaart.
De chauffeur had van Leopold opdracht gekregen om met een quasi lege benzinetank weg te rijden uit Laken.
Bij een volgende gelegenheid dat ze elkaar opnieuw ontmoeten maakte de vorst daar geen geheim van en kreeg de minister de les om het spoorverkeer voortaan wat stipter te laten rijden. “Eh bien, nu weet u eens hoe het voelt om pech te krijgen,” kreeg Liebaert (in het Frans) te horen.
Leopold, de poetsenbakker !

P.S.
De dikke nek van de Kortrijkzaan Liebaert ging verscholen onder geweldig grote bakkebaarden.

Leopold II, de poetsenbakker (1)

Wie had dat gedacht, dat de wereldbekende koning niet enkel vileine trekken had, maar ook grappen kon uithalen.
In het recent verschenen vuistdikke boek “Leopold II” vertelt Johan Op de Beeck op de pag. 649-651 een verhaaltje dat een Kortrijkzaan misschien wat kan bekoren.
In Kortrijk is er namelijk een Julien Liebaertlaan en Julien speelt een slachtofferrol in de grappige anekdote. Julien was vele jaren geleden een volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Kortrijk, verder nog senator, minister van State, en kreeg zelfs – net voor zijn dood – de erfelijke adeltitel van baron.
In de jaren 1899-1907 was hij in de regering De Smet de Naeyer minister van Posterijen, Spoorwegen en Telegrafie, en het is in die rol dat hij fungeert in de poetsenbakkerij van Leopold.
We vertellen hier het verhaaltje ook nog omdat er in Kortrijk (Heule) een straat is vernoemd naar de beroemde en beruchte koning die ons land volgens de royalisten Congo-Vrijstaat heeft “geschonken”. De straatnaam wordt straks overigens gewijzigd in Rosa Laperestraat.
Dit ter inleiding en ter motivering van de publicatie alhier van de practical joke .

Zie onze volgende editie.
Komt er nog vandaag aan.

Over het inhoudelijke concept van de kunst- en tentoonstellingssite Groeningeabdij (6)

Abonnees van onze digitale stadskrant weten al een en ander over het bouwconcept van de site. Dat er eind maart een studieopdracht is gegund aan een Tijdelijke Vereniging van drie bureaus die we gemakshalve de naam geven “TV Sentimentele Monumentaliteit”. Het bouwproject op zichzelf wordt geraamd op 8,76 miljoen euro, excl. BTW terwijl het totale beschikbare projectbudget komt op 13,78 miljoen, dankzij een gigantische Vlaamse subsidie (7 miljoen) van de als cultuurbarbaar bekend staande minister-president Jan Jambon.

De inhoudelijke kant van de in te richten site staat onder leiding van het Team van curator en uitgever Gautier Platteau (GP) gevestigd in Kortrijk.
Het concept laat zich ongeveer als volg samenvatten (we citeren woordelijk maar wat ingekort, en met ons excuus voor de woordkramerij):
“De Groeningeabdij wordt een hybride mix van een kunsthal, een museum en een living (sic) voor de hele stad. Het is een bruisende ontmoetingsplaats; een oord van verwondering en de coolste speelplek van de stad in één. Het toont lokale verzamelingen naast topkunst en laat net zo goed kleine kinderen cureren als grote namen. Groeningeabdij onderzoekt met open geest wat ons als mensen definieert, onderscheidt en verbindt.
In spraakmakende tentoonstellingen en inspirerende participatieve trajecten verkent de Groeningeabdij, geïnspireerd door het verhaal van 1302, alle kanten aan het thema ‘identiteit’. In de stadsliving worden bezoekers in een nieuw soort museale ruimte verwelkomd.
De site wordt niet opgevat in een klassiek (stads)museumarchitectuur met ruim onthaal en betalend parcours maar als een huis met verschillende kamers die elk een eigen sfeer en programma hebben.”


De vijf kamers kunnen als volgt worden getypeerd:
1. Het paviljoen: sociaal, café, verassing, aantrekking, de magneet, de eetkamer.
2. Het dormitorium: gezellig, salons, ontmoeten, mini-tentoonstellingen.
3. De kloostergang: collectiepresentatie, overzicht, wisselende selecties.
4. De kapel: rustig/stilteplek, wisselende presentaties in combinatie met collectie.
5. De tentoonstellingszaal: state-of-the-art ruimte voor tentoonstellingen.

Wellicht moeten we er nog even de nadruk op leggen dat het definitief ontwerp pas volgende jaar in september/oktober zal worden goedgekeurd, dat de werken pas zullen starten in zomer 2022 en dat pas in 2024 wordt begonnen met de “nazorg”, de verhuis en de opbouw van de openingstentoonstelling.

Er zijn immers onvoorstelbaar vele actoren gemoeid met het project.
Niet enkel het team GP en het ontwerpteam “Sentimentele Monumentaliteit”, maar ook het team Musea, het team Gebouwen, het team Openbaar Domein, het team Historisch Hart van Kortrijk, en het politieke team bestaande uit o.a. de directeur Vrije Tijd, de schepen van cultuur Axel Ronse en het kabinet, het team Bouwen, Milieu, Wonen, het team IT, het team Financiën.

Verder werden en worden er diverse interne en externe stakeholders bevraagd zoals de ontwerper van het Begijnhofpark, de Academie, het Agentschap Onroerend Vlaanderen, de adviseurs Integrale Toegankelijkheid (te weten: Hanne Van Beneden, SAPH, Inter), de vastgoedcoördinator.
Hopelijk hebben we niemand vergeten.

De keuze van de studiebureaus met ontelbare beoordelaars (vroeger al een keer vermeld) had ook al wat voeten de aarde, wat moet dat dan nog worden met de keuze van de aannemer(s) en onderaannemers…

Nieuwe kostenraming van de site Groeningeabdij (5)

Ja, dat is al het vijfde stuk gewijd aan het prestigieuze project om van de Groeningeabdij en omgeving in het Begijnhofpark een kunst- en tentoonstellingssite te maken. En er zullen nog veel stukjes volgen aangezien de opening van de tentoonstelling pas wordt verwacht in 2024.

Men is wel al minstens van in 2019 in de weer met het project. En toen al vermoedden wij sterk dat de studieopdracht zou gaan naar een Tijdelijke Vereniging (TV) van drie bureaus, te weten Barozzi/Veiga (uit Barcelona), Koplamp-Architecten (Roeselare) en Tab Architects (Gent).
Om niet telkens de namen van de drie studiebureaus te moeten opsommen hebben we de groep de naam “TV Sentimentele Monumentaliteit” gegeven. En dit omdat zij in hun hoogdravende motivatietekst bij de gunning van de studie (30 maart 2020) hun ontwerp zelf beschreven als zijnde een getuigenis van architecturale “sentimentele monumentaliteit”. (We vinden dat niet uit hoor. Die tekst bevatte ettelijke eerder potsierlijke toelichtingen, waarvan we één voor de rest van ons journalistieke leven zullen onthouden: “De context bepaalt onze ingreep en de ingreep versterkt de context.”)
Allez, we gaan verder. U wil weten wat het ons gaat kosten.

In oorsprong bedroeg het voorziene projectbudget van stad 6,78 miljoen euro. Maar er is recent een subsidietoezegging gekomen van de Vlaamse Overheid (van de als cultuurbarbaar bekende Jan Jambon) van 7 miljoen, zodat het beschikbare budget nu verhoogd is tot 13,78 miljoen. (Voor onze wat oudere lezers: zowat 551 miljoen Belgische franks.)
Het bouwbudget op zichzelf (er is nog een “inhoudelijke” projectkost!) wordt nu geraamd op 8.761.198 euro (excl. BTW), want door de verhoging van de bouwkost is het ereloon (12,5 procent) voor de TV “Sentimentele Monumentaliteit” opgelopen tot 1.359.097 euro (incl. BTW).

In de scope van fase 1 zit de volledige aanpak van de Groeningeabdij met inbegrip van volgende onderdelen:
– nieuwbouwpaviljoen (café – “stadsliving”) met onderkeldering voor sanitair, horeca en ruimte voor kinderen;
– dormitorium met de salons van de stadsliving en op de verdieping een workshopruimte;
– 19de-eeuwse kapel met tentoonstellingsgang en op de verdieping een auditorium en meeting room;
– 16de-eeuwe kapel als tentoonstellingsruimte;
– ondergrondse tentoonstellingsruimten;
– herenwoning, dienstig als administratief gebouw.

Wat is er evenwel in deze fase NOG NIET voorzien?
De renovatie van de oude wasserij en de restauratie van enkele erfgoedelementen in het park (een muur, een grafmonument).
De kostenraming zal dus nog evolueren en dan wordt het nog wachten op de gunning aan de aannemers (pas in maart 2022) en later nog op de werkelijke prijs bij de oplevering. De echte bouwkostprijs zullen we hoogstwaarschijnlijk te weten komen in – laat ons zeggen – het jaar 2026.

P.S.
Over het inhoudelijke concept nog even wachten op een volgende editie van deze elektronische stadskrant.





Weblog over het reilen en zeilen in de Kortrijkse politiek door Frans Lavaert