Het Agentschap Binnenlands Bestuur heeft vandaag de nieuw versie 2024 gelanceerd van www.vlaanderenkiest.be.
Bevat ook informatie over de verkiezingen van 9 juni voor het Vlaamse Gewest, maar het spreekt dat onze interesse voornamelijk uitgaat naar de lokale verkiezingen (gemeenten en provincie) van 13 oktober.
Voor die lokale verkiezingen is al zeker waard om weten dat de sperperiode ingaat op 1 juli. Vanaf die datum zijn bepaalde propagandamiddelen beperkt of verboden en zijn de uitgaven ook gereglementeerd.
Ter info. Voor Kortrijk mag een lijst dan nog maximaal 1,20 euro uitgeven per kiezer, en een individuele kandidaat 0,030 euro per kiezer.
P.S.
Het is ontstellend hoe ook in Kortrijk de verkiezingspropaganda alreeds is losgebarsten.
Ruthie Vandenberghe bijvoorbeeld is als kandidaat burgemeester niet meer weg te slaan van Facebook en andere media. In een gazet liet zij weten dat haar werkweek uit zowat 73 uren bestaat. Een waar record in vergelijking met de andere burgemeesters uit de regio. Te begrijpen, want zij vereert ook het onnozelste evenement in Stad met haar aanwezigheid. Niet voor niets denken niet-Kortrijkzanen dat zij Miss Kortrijk is. (Wel niet: Tineke van Heule.)
Anderzijds zijn bepaalde schepenen van de beweging “Vooruit” (De Coene, Weydts) aan een waar gevecht tegen Ruthie en Wout (Maddens) begonnen om “in ter meest” in de media te komen.
De derde partij van de coalitie (N-VA) redt zich door uit te pakken met verwezenlijkingen uit de culturele en financiële sector. Axel en Kelly beginnen zich warm te lopen.
Als onze politiekers op dit tempo doorgaan zijn ze al uitgeput als het verkiezingsjaar nog moet beginnen.
All posts by Frans
Ietwat meer nieuws over de ondergrondse stationsparking
We bedoelen (hopen) dat u hierna wat meer nieuws zult kunnen lezen over de nieuwe parkeergarage dan wat u kon vernemen uit de gazetten. Dus ook wat meer dan het stadsbestuur (schepen Axel Weydts) wil prijsgeven aan de Kortrijks bevolking.
Stad is natuurlijk niet de bouwheer van die parking, en zelfs niet de exploitant. Soms zou je die indruk krijgen als je ziet hoe burgemeester en schepenen in de sociale media bijna doen alsof ze die put zelf hebben uitgegraven.
Heel het stationsproject is eigenlijk het gevolg van een samenwerkingsverband tussen Stad, Parko, NMBS, Infrabel, De Lijn, het Agentschap Wegen en Verkeer. (Vandaar ook dat het zo moeilijk is om inzicht te krijgen in de kosten.) De bouwheer van de parking is NMBS Station. Architect: Eurostation. Hoofdaannemer: de TVH Eiffage-Vlaanderen in samenwerking met Antwerpse Bouwwerken en het zusterbedrijf Vuylsteke. (Tussen haakjes: de tunnel is wel het werk van Besix.)
Een probleempje
De ondergrondse parking Station werd gezamenlijk gebouwd door de NMBS en Stad, want deels op grond van de NMBS en deels op grond van Stad. Vandaar ook dat Stad 18,89% van de totale bouwkost voor haar rekening neemt, en de NMBS 81,11%. De bouwkost konden we nog nergens vinden maar wat we wel weten is dat het stadsaandeel berust op een equivalent van 170,01 parkeerplaatsen van de 900. Die decimalen na de komma bij de verdeelsleutel? dat is géén klucht. (We vinden de aanbesteding niet terug. Kan er ons daar iemand aan helpen?)
Om de NMBS toe te laten het vol genot en gebruik over de autoparking te hebben moeten beide partijen aan elkaar dus een wederzijds erfpachtecht verlenen. Bedoeling is dat stad een erfpacht geeft aan de NMBS voor de ondergrond van hun eigendom; NMBS zal een erfpacht geven aan Stad voor de bovengrond van hun eigendom. Bij ons weten is die akte nog niet verleden. Moet die trouwens niet voor de gemeenteraad komen??
Hoe zullen we de onderhoudskosten en investeringen verdelen?
Volgens het contract in de aanbesteding moten we onderscheid make tussen de jaren na de voorlopige en de definitieve oplevering. Om het gemakkelijk te maken.
– Volgens het bedongen contract staat de hoofdaannemer (Eiffage) gedurende de eerste twee jaren na de voorlopige oplevering in voor de waarborg en onderhoud technieken. Ook vanaf die voorlopige oplevering én uitbating zijn de onderhouden verbonden aan de werking (schoonmaak e.d.) ten laste van Stad én NMBS.
– Bij de definitieve oplevering komt alle beheer en onderhoud zowel ten laste van Stad als van de NMBS.
Sorry, meer duidelijkheid kunnen we niet geven. We vonden wel een verdeelsleutel voor de jaarlijkse exploitatiekost. Die is geraamd op 305.000 euro waarvan Stad 18,89% betaalt, zijnde 57.708 euro. (Voor de resterende manden van dit jaar 30.000 euro.
En hoe zit het met de tarieven?
Dat weten we al wel. Er zijn twee types:
– reizigerstarieven voor abonnees en kortparkeerders volgens de normen van de NMBS;
– niet-reizigerstarieven, ook voor abonnees en kortparkeerders volgens de normen van Stad.
Wat minder bekend is het basisprincipe dat de tarieven voor niet-reizigers nooit lager kunnen zijn dan de tarieven voor reizigers.
Nog minder bekend is dat er een eerste prijsverhoging komt in de volgende legislatuur. Uiterlijk februari 2025. De NMBS past namelijk in februari een jaarlijkse indexatie toe op de tarieven voor reizigers. En Stad zal deze traditie naleven in het kader van het afgesproken basisprincipe.
Er zijn ook opbrengsten
Over de verdeling ervan (enkel van de kortparkeerders?) op basis van een aantal formules is de informatie die ons bereikt onverstaanbaar.
Stad verwacht nog dit jaar zoiets van 30.000 euro. Volgend jaar 160.000 euro.
Men verwacht een positief netto-resultaat ! Voor volgend jaar 100.000 euro.
P.S.
Wist u dat er een ‘stuurgroep’ bestaat? Vier personen, waarvan twee afgevaardigden van Stad.
Vergadert minstens eenmaal per jaar, bij voorkeur in april, en kan ongeveer alles wat denkbaar is bespreken en goedkeuren.
En wist u dat we ooit dachten aan 1.200 parkeerplaatsen over vier niveaus?
Over het exploitatiebudget volgens het tussenrapport (3)
Een vorige keer hadden we het voornamelijk over de stand van zaken betreffende investeringen halverwege dit jaar zoals beschreven in het semestriële budget. (Zoals gezegd: met geen woord besproken in de zitting van september door onze hardwerkende gemeenteraadsleden.)
Het investeringsbudget voor héél dit jaar is geraamd op 83,5 miljoen euro en daarvan is nu al 80 procent vastgelegd en – tja – 37 procent effectief geboekt. In vergelijking met vroeger is dat wel een goede realisatiegraad. (We zijn goedgemutst vandaag.)
(Wat de investeringstoelagen betreft vergaten we een opvallende vaststelling die in het kader van de nieuwe godsdienststrijd in Vlaanderen wel aandacht verdient: het budget voor de “centrale kerkbesturen” is gestegen van 118.128 naar niet minder dan 589.000 euro. Aangezien de raadsleden aan dit semesterrapport niet de minste aandacht besteedden, willen we dat verrassend gegeven toch even in de groep gooien van de meer strijdvaardige, militante vrijzinnigen onder de raadsleden. Alhoewel ik denk dat er hier in onze Raad geen meer zijn.)
Van belang nog was de vaststelling dat de de autofinancieringsmarge op 30 juni van dit jaar toch negatiever was dan normaal: min 20 miljoen. Dat wil zeggen dat het saldo van het exploitatiebudget op dat moment van het jaar te klein was om de kapitaalaflossingen (10,8 M) te dekken. En het exploitatiebudget op zichzelf was al negatief: min 9,5 miljoen.
Nu ja. We geraken aan het eind van het jaar wellicht wel toch uit de put. (Volgens ons meerjarenplan mag die negatieve AMF dit jaar slechts tot -4 M oplopen.) Het is namelijk zo dat de grootste belastingontvangst nog moet uitbetaald, met name de Onroerende Voorheffing. We verwachten van die opcentiemen op de OV niet minder dan 40,32 miljoen. (Van de aanvullende personenbelasting is de helft al wel binnen: 14 op 27 M).
Belastingontvangsten die het intussen wel goed deden zijn:
– gewestbelasting op leegstand en verwaarlozing (140% van het verwachte budget geïnd!).
– leegstaande woningen en gebouwen (116%);
– verwaarloosde en ongeschikte woningen (210%);
– afgifte op administratieve stukken (87%).
Er zijn tussen haakjes ook wel enkele meevallers te constateren:
– hogere ontvangsten uit het gemeentefonds;
– stijging inzake subsidies voor bepaalde projecten en voor Oekraïense vluchtelingen;
– subsidies voor sociale steun;
– minder bezoldigingen dan geraamd o.a. door openstaande vacatures (!).
De fiscale ontvangsten zullen wel degelijk stijgen (voor het gehele jaar geraamd op 75 M tegenover bijna 73 M vorig jaar) en dit in weerwil van het feit dat de parkeerbelasting sinds begin dit jaar omgeturnd naar een retributie. Men schat de impact ervan op de fiscale ontvangsten op MIN 1,5 M.
Aan het hoofdstuk “parkeren en GAS” moeten we toch eens een aparte paragraaf wijden want daarover doen zeer veel misverstanden de ronde, ook en zelfs bij de raadsleden.
Het gebudgetteerde totaal voor deze post voor dit jaar bedraagt 1,36 M. Vorig jaar ging het om 2,29 M.
Die opvallende – schijnbare – vermindering is zeker niet te wijten aan een mogelijk kleinere opbrengst van de gemeentelijke administratieve sancties. (De nieuwe zgn. GAS-5 is zelfs nog niet opgenomen in dit rapport want de politieverordening is pas gestemd. Deze boetes voor “kleine snelheidsovertredingen” zullen minstens een half miljoen per jaar in de stadskas brengen.)
De GAS-parkeren bracht nu al geheel wat méér geld binnen dan wat men had geraamd ! De volle 100 procent ! 515.794 euro. Men deed immers méér vaststellingen op een groter aantal evenementen. (GAS-politie deed het met wat minder goed, maar pakte toch al voor 61 procent boetes van wat was geraamd.)
De daling van de opbrengst inzake de belastingpost “parkeren en GAS” is dus louter te wijten aan een verschuiving van de ontvangsten inzake parkeren naar de rubriek retributies. Die verhogen daarom de “ontvangsten uit de werking”.
In dit eerste semester zijn er al voor 1,8 miljoen parkeerretributies geïnd, maar er is al véél meer geboekt.
Het wordt tijd dat we hier eens de juiste cijfers geven inzake parkeerretributies.
Wat verwacht men eigenlijk voor dit jaar 2023, en wat werd alreeds geboekt op 30 juni van dit jaar?
– garageparkeren: 4,16 M (1,95 geboekt=47%);
– straatparkeren: 2,61 M (1,31 M geboekt=50%)
– naheffingen straatparkeren: 1,56 M (506.615 euro geboekt=32%)
Zullen we misschien in een volgende editie van deze alternatieve krant een keer wat zeggen over de sociale dienst? Het is bijvoorbeeld intrigerend dat we niks horen over de vluchtelingen uit Oekraïne, de uitgaven en de steun.
Of vegen we er ons voeten aan, net zoals de raadsleden?
–
Quote van de dag: “Voorzitter, sta me toe om de laatste interpellant niet ernstig te nemen.”
In de laatste gemeenteraad (9 oktober) vroeg meer in bijzonder bevoegd schepen Axel Weydts om een hele serie reeds uitgedachte en al in werking zijnde “wijkcirculatieplannen” goed te keuren.
Dat agendapunt (nr.8) vonden de raadsleden Wemel (Groen), Vanhoenacker (CDV) en Ryheul (VB) wel de moeite waar om daar iets over te zeggen.
Het spreekt dat zij (in elke geval de raadsleden van Groen en Vlaams Belang) er een duivels genoegen in vonden om schepen Weydts er voor de zoveelste keer aan te herinnerden dat hij (sinds zijn aantreden) zomaar allerhande gewichtige ingrepen inzake circulatie én mobiliteit heeft doorgevoerd zonder het bestaan van enig – nochtans beloofd – globaal mobiliteitsplan (MPL) voor stad en deelgemeenten.
Die verkeersmaatregelen aanziet hij vergoelijkend als “voorafnamen” op het nog niet gemaakte mobiliteitsplan. Zo’n deugnietje, die schepen!
Schepen Weydts heeft dat absoluut niet graag. Dat men hem wijst op vroegere uitspraken. (Eigenlijk heeft hij niets graag.)
Er is immers door hem al in het voorjaar van 2020 een studiebureau (“Traject”) aangesteld voor de opmaak van zo’n overkoepelend mobiliteitsplan. Daarvoor is in het meerjarenplan 2020-2025 (eerste aanpassing van december 2020) een bedrag van 127.133 euro ingeschreven. Volgens de laatste aanpassing van eind 2022 zelfs verhoogd tot 223.245 euro.
Het stadsbestuur liet in juni weten dat daarvan slechts 69.761,10 euro is gespendeerd. Cf. het antwoord (in het Bulletin van Vragen en Antwoorden van juni) op een schriftelijke vraag van raadslid Carmen Ryheul gesteld in april van dit jaar.
Dat lijkt wel weinig want volgens de jaarrekening 2022 is er in dat jaar alleen al 55.241 euro uitgegeven.
We willen geen ruzie maken, maar toch heel even vermelden dat in het tussenrapport over het beleid in het eerste semester van dit jaar dan nog een heel ander bedrag als uitgave is vermeld. Er zou in de eerste helft van dit jaar namelijk al 81.094 euro zijn aangewend, maar evenwel nog niets geboekt. Wat een ongeziene kakafonie aan cijfers is dat, maar we willen het eigenlijk zelfs daar niet over hebben. Schepen Weydts heeft het al lastig genoeg.
Men is er dus alleszins nog mee bezig, met dat MPL.
Schepen Weydts beloofde zelfs in februari 2022 dat het mobiliteitsplan nog eind van dat jaar zou klaar zijn, of in elk geval begin van het nu lopende jaar. De ‘oriëntatiefase’ was afgerond, het werd tijd voor de ‘beleidsfase’. (Cf. Bulletin van Vragen en Antwoorden van februari 2022.)
Maar in maart van dit jaar deed er zich een heuse peripetie voor.
Waarschijnlijk lag er – net als in een Griekse tragedie – als oorzaak van de beslissende omslag een bericht van een boodschapper aan ten grondslag: een eerste ontwerp van MPL van studiebureau “Traject”.
Schepen Weydts deed in een raadscommissie van 8 maart (dus niet in de gemeenteraad zelf) onverhoeds – en als een soort voetnoot – kond dat er tijdens deze bestuursperiode van geen mobiliteitsplan meer zou sprake zijn.
Hij gaf daar toen twee redenen voor op.
* Het zou “niet netjes zijn” om zo dicht bij de verkiezingen nog met een MPL voor de dag te komen dat toch zou moeten uitgevoerd worden door een volgend bestuur;
* We wachten best met de opmaak van een lokaal MPL tot er door de Vervoerregio een Regionaal MPL is opgemaakt.
We bestempelen deze twee gebruikte motiveringen als drogredenen. Een ander woord voor een vorm van liegen en bedriegen. En met die aantijging ten overstaan van de schepen komen we stilaan tot een uitleg voor de titel van dit stuk. Daar zat u – beste lezer – waarschijnlijk al zeer ongedurig op te wachten.
Weydts vroeg dus aan de voorzitter van de gemeenteraad met een onuitstaanbaar aplomp (hem eigen) om de laatste interpellant (raadslid Ryheul) niet ernstig te nemen.
En waarom? Omdat zij volgens hem in haar tussenkomst minstens twee leugens had verteld.
Welnu, dezelfde schepen draaide de gemeenteraad opnieuw een rad voor de ogen met zijn (twee) leugenachtige, bedrieglijke argumenten om niet meer uit te pakken met een MPL tijdens deze legislatuur.
* Opnieuw hanteerde hij de drogreden van de storende nabijheid van de verkiezingen. (De traditie wil dat men in het jaar van de verkiezingen zelf geen belangrijke, bindende beleidsmaatregelen meer treft voor het volgende bestuur.)
* En we wachten best met de opmaak van een Lokaal MPL tot de Vervoerregio een Regionaal MPL kan voorleggen? Ja? Ja?
Schepen Weydts is werkelijk een “caractériel”. Het is ongelooflijk maar waar.
In de gemeenteraad van 9 oktober was agendapunt 8 juist de bespreking (voor advies!) van het pas opgemaakte ontwerp van Regionaal Mobiliteitsplan!
Schepen Weydts is een liegebeest. We nemen hem wèl ernstig.
Waarom wil hij zeker nu niet met een mobiliteitsplan op de proppen komen? Omdat hij vreest dat het een belangrijk thema zou worden in de kiescampagne. En schepen Vélo is naar verluidt niet algeheel populair. En omdat er noch binnen het College, noch binnen zijn partij eensgezindheid bestaat over belangrijke mobiliteitsaangelegenheden. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijke invoering van een Lage-emissiezone (LEZ). De exploitatie van het vliegveld. De verbreding of verlegging van de vaart. Enz.
P.S.
Onze burgemeester Ruthie Vandenberghe is voorzitter van de zgn. Vervoerregio.
Heeft geen woord gezegd bij de agendapunten 7 en 8.
Dat tussenrapport waar raadsleden niets weten over te zeggen (2)
In onze vorige editie staken we méér dan de draak met onze gemeenteraadsleden die niets weten te vertellen over de zgn. “semesterrapportering” over het gevoerde beleid gedurende de eerste helft van dit jaar. We zijn daar niet enkel kwaad om maar ook triestig. Jawel! Hoe kan dat nu dat men in een gemeenteraadszitting (die van september) er niet toe komt om een “opvolgingsrapportering” (dat is in feite een soort begrotingscontrole halverwege het boekjaar) zonder enige bespreking laat voorbijgaan?
Luie (en/of incompetente) raadsleden vinden allerhande smoezen uit om te camoufleren dat zij geen weg kunnen met wat uitgebreide, wat complexere beleidsdocumenten.
De meest memorabele uitvlucht van een raadslid dat ik ooit hoorde om zijn tekortkoming als verkozen vertegenwoordiger van de (Kortrijkse) bevolking te camoufleren ging zo. ” Ik ga niet tussenkomen over de begroting van volgend jaar, want dat zijn maar ramingen. Veel belangrijker is de jaarrekening, met de reële bedragen die zijn uitgegeven of ontvangen”. En wat opperde het raadslid toen de jaarrekening er daadwerkelijk aan kwam? Dat hij niet zou tussenkomen want “de bedragen waar toch al besteed.” Er was toch niets meer aan te doen…
Bon. Tot daar onze kolèire.
In dit voorliggende rapport vergelijkt men de tot op heden gedane reële uitgaven en ontvangsten van het eerste semester met het (geraamde) budget uit het laatste aangepaste (dat is het derde) meerjarenplan (AMPJ) van 2023.
Er zijn intussen toch wel twee wijzigingen doorgevoerd.
De eerste is uiteraard noodzakelijk, vanzelfsprekend. In het investeringsbudget zijn de nu inmiddels gekende restkredieten uit 2002 doorgevoerd. Datgene wat men in dat jaar niet kon besteden, niet kon realiseren. Aldus is het uitgavenbudget van de investeringen momenteel gestegen van 81,63 miljoen naar 83,55 miljoen euro. Aan ontvangstenzijde is er natuurlijk ook een overdracht, nu van 14,30 naar 19,89 miljoen.
Van belang hierbij is om na te gaan wat daarvan al is verwezenlijk halverwege dit jaar (toestand op 30 juni). De fameuze realisatiegraad waarover we het hier zo kunnen zagen.
Beste Kortrijkzanen, nu we het verkiezingsjaar naderen is er een opvallende inhaalbeweging bezig !
Van die gebudgetteerde 83 miljoen investeringen is op heden al 80,6 procent vastgelegd (in een contract vervat), en 37,1 procent effectief geboekt. Dat is in vergelijking met wat we presteerden halverwege 2022 een sprong voorwaarts. Toen hadden we bijv. nog slechts net de helft van het voorziene krediet vastgelegd.
De tweede wijziging slaat op “aanpassingen van de ramingen”, een andere uitdrukking voor “verschuivingen van kredieten”, zonder dat de totaliteit ervan is gewijzigd. Dat is wellicht iets voor later.
U wenst waarschijnlijk nu al iets te weten over de investeringsprojecten waar we dit jaar, in dit eerste semester, al het meeste geld hebben aan hebben uitgegeven? De aanrekeningen groter dan 500 K?
In tabelvorm geven die van 1 M of meer.
– Zorgcampus Sint-Jozef: 6,5 M (dat is een evergreen!)
– Bij ‘Depot Ruimte’: site KGM: 3,9 (een minder bekende post)
– De deelfabriek: 2,4 M (dit project bleef maar aanslepen)
– Fietssnelwegen: 2,2 M
– Groeningeabdij (ABBY): 2,2 M
– Vernieuwing straten: 1,8 M
– Fietsroutes: 1,0 M
Vlug iets over de stand van zaken in het exploitatiebudget.
Ook hier is de realisatiegraad in deze eerste semester van dit jaar hoger dan in dezelfde eerste semester van 2022. Maar dat is niet zozeer “onze schuld”. De voornaamste verklaring is de hogere inflatie. Hogere lonen: voor stad+OCMW+vzw: + 6,6 M. Ook hogere steunuitgaven: + 2,8 M.
Hier hebben we evenwel héél slecht nieuws!
Het saldo van de exploitatieuitgaven en – ontvangsten is momenteel negatief: MIN 9,5 M. En we hebben af te rekenen met kapitaalaflossingen ten bedrage van 10,8 M. Te samen maakt dat dus een negatieve autofinancieringsmarge van MIN 20,3 M.
Zullen we dat nog kunnen rechtzetten aan het eind van het jaar?? (En volgend jaar MOET de AFM positief zijn!)
Aan de raadsleden die er het zwijgen toe deden moeten we het niet vragen…
(Wordt vervolgd.)
Een budgetcontrole waar raadsleden geen woord weten over te zeggen, geen woord…(1)
We gaan er redelijkerwijs vanuit dat de modale lezer van kortrijkwatcher begaan is met politiek in het algemeen, ook op gewestelijk en nationaal vlak. Dat die lezer het zich dus totaal niet kan voorstellen dat bijvoorbeeld de jaarlijkse budgetcontrole (traditioneel in de loop van de maand maart) van de federale regering onbesproken blijft in de plenaire zitting van de Kamer. Ook in de pers onbesproken zou blijven. Idem voor de aanpassing (herziening) van de Vlaamse regering die normaliter wordt afgerond tegen eind juni.
Wel, één van de wijzigingen in de zgn. “beleids- en beheerscyclus” (BBC) 2020-2025 is de invoering van een verplichte “opvolgingsrapportering“. Die “budgetcontrole” (wat dat is het eigenlijk) over het eerste semester van het boekjaar moet in alle steden en gemeenten minstens voor het einde van het derde kwartaal voorgelegd aan de Raad.
Stad Kortrijk (met zijn financieel directeur J. Dejonckheere) kwijt zich al jaren zorgvuldig en op tijd van deze taak.
De “semesterrapportering” van dit jaar is afgesloten op 30 juni.
De raadsleden konden er al kennis van nemen via de notulen van het College van Burgemeester en Schepenen van 28 augustus. Het document werd geagendeerd op de eerste zitting van de gemeenteraad na het verlof, d.w.z. op 11 september. (Punt 13.) En ter voorbereiding kwam het punt al ter sprake in de raadscommissie van 5 september.
We willen maar zeggen: de raadsleden hadden alle tijd om zich duchtig voor te bereiden op een bekwame, significante tussenkomst over die budgetaanpassing in de gemeenteraad van 11 september.
Maar wat bleek? Geen enkel van de raadsleden vond het de moeite om ook maar één woord te “verspillen” aan dit ongemeen belangrijk rapport. Geen 1. (Het agendapunt was overigens alleen door Groen ter bespreking gesteld, maar de fractieleider verkeerde alweer in een dusdanige ZEN-modus dat hij geheel buiten beeld is gebleven.) Over de onbestaande verslaggeving in de plaatselijke pers moeten we het niet meer hebben…
Beste lezer. De vraag die u zich nu waarschijnlijk stelt is gewettigd. Misschien hadden raadsleden het onderwerp al uitputtend behandeld in de voorafgaande raadscommissie dd. 5 september?
Maar NEEN!
In die commissie heeft de financieel directeur ongeveer uitsluitend het woord gevoerd, d.w.z. nogal uitvoerig de voornaamste punten uit het rapport toegelicht, – wel wetende dat zijn toehoorders het stuk nauwelijks hebben doorgenomen. (Het gaat dan ook om een lijvig document: 112 bladzijden, dat is nu eenmaal veel teveel voor een gemiddeld raadslid.)
Er zijn wel twee vragen geteld, één per raadslid dat zijn vinger opstak.
Ewel ja, het wordt tijd dat de senior-writer van “Kortrijkwatcher” aan het eind van deze legislatuur een keer zijn licht werpt op de algemene werking van de gemeenteraad. Een compliance review! Het moet niet telkens enkel en alleen gaan over de onbehoorlijke leiding van voorzitter Helga Kints ! In de Kortrijkse Raad zetelen waarlijk vele leden die alle redenen hebben om in eer en geweten te beslissen dat zij er niet thuis horen. Er niets van bakken. Er niks van begrijpen. Niets noemenswaardig hebben in te brengen. Zich ter zitting steendood vervelen. Ja.
Die semesterrapportering omvat dus ongemeen belangrijke elementen:
– een stand van zaken (na een half jaar) van de prioritaire acties of plannen van het meerjarenplan;
– een overzicht van de geraamde en de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven (ook investeringen!) voor het lopende jaar;
– mogelijke wijzigingen in de vroeger gemaakte assumpties (die inflatie!);
– mogelijke wijzigingen in de financiële risico’s (kunnen ook meevallen!).
In volgende editie(s) van deze stadskrant vergasten we u op enkele tussentijdse markante vaststellingen over het beleid in de eerste helft van dit jaar.
Wellicht vraagt u zich af waarom we het pas nu over deze rapportering hebben over het eerste semester.
Dat komt gewoon omdat we pas onlangs de volledige tekst van het document konden in handen krijgen. Staat nog altijd niet op de website van Stad.
Er is goed en slecht nieuws.
Wat de raadsleden zoal denken over die Kortrijkse bevraging (de vierde) over het doven van de openbare verlichting (2)
In de vorige editie van deze alternatieve stadskrant konden we u – niet zonder het bij deze elektronische krant geheel passende leedvermaak – vertellen dat het stadsbestuur een flagrante fout had gemaakt in de formulering van de oorspronkelijke versie van de eerste vraag van het op til zijnde “referendum”. Die over het al of niet doven van de openbare verlichting gedurende bepaalde nachtelijke uren, op bepaalde nachten, maar NIET op bepaalde plaatsen.
De onwaarschijnlijke, onthutsende fout bestond erin dat men kiesgerechtigden de indruk gaf dat heel de zaak enkel maar een kwestie was van de wil om al of niet energie te besparen. Het antwoord op die eerste vraag werd aldus aangestuurd. Kortrijkzanen die absoluut niets meer wilden weten van het uitdoven van de lichten kregen aldus de indruk dat ze toch wel grote, onverantwoorde geldverspillers waren. (De kosten werden zelfs toegelicht.) De vileine Schadenfreude bij onze redactie had een gegronde reden: de fout werd namelijk ontdekt door externe “profs-specialisten” in vormen van ‘lokale democratie’. Van schepen Wouter Allijns (noch van de burgemeester) mochten we weten om wie het ging. (Kortrijkwatcher heeft een sterk vermoeden dat het net om die ‘specialisten’ gaat van de UGent die onlangs de opdracht kregen om de Kortrijkse zgn. “referenda” te evalueren. Wie anders?)
Deplorabel is even wel dat die broodnodige rechtzetting eigenlijk al te laat kwam. Alle media hadden immers al op 31 augustus breedvoerig bericht over die subjectieve vorm van bevraging. Met de nadruk op de (blijvende) besparing die gepaard gaat met het doven van de openbare verlichting.
En zo komen we tot de gemeenteraad van 11 september waarbij de raadsleden de gelegenheid kregen om de bevraging al of niet goed te keuren.
De eerste interveniënt was Jean De Béthune (CD&V). En voor de zoveelste keer deed hij er zijn beklag over dat de vraagstelling van het ‘referendum” alweer eerst is gepubliceerd in de media én op de website van Stad en dit terwijl (net door zijn toedoen) na veel gezaag daarover in vorige gemeenteraden was bekomen dat de raadsleden als eersten de gelegenheid zouden krijgen om te stemmen over mogelijke vragen die zouden voorgelegd aan de bevolking.
Fundamenteel was nog zijn opinie dat het onderwerp zelf niet echt geschikt is om over te laten aan de publieke opinie. Beleid moet gevoerd worden. Veiligheid moet niet publiekelijk afgemeten worden aan mogelijke energiebesparingen. Voorts vond Jean dat het bestuur bij de berekening van de kosten er “een potje” van gemaakt had. Het is allemaal veel complexer dan voorgesteld.
Volgend sprekerd was Matti Vandermaele van Groen.
Hij is wel degelijk voorstander van participatie (daar niet van) maar – zoals hij al opmerkte bij de bespreking van een vorige bevraging – is het ‘referendum’ naar zijn mening geen geschikt instrument is om beleid te voeren. De vraagstelling is immers noodzakelijkerwijze te simpel voor het voorliggende probleem. Ten gronde evenwel is een referendum eigenlijk des duivels: het zet alleen maar mensen en groepen van mensen tegen elkaar op.
Het Vlaams Belang had volgens voorzitter Helga Kints het agendapunt niet ter bespreking gesteld, maar raadslid Carmen Ryheul nam toch te woord. Voornaamste punt van haar betoog was dat er belangrijker thema’s zijn voor te leggen aan de Kortrijkanen maar dat het bestuur die niet aandurft. Zij verwijst ook naar het feit dat het bestuur zijn engagementen niet nakomt: de vele suggesties die indertijd bij het eerste referendum over autoloze zondagen binnenliepen werden nauwelijks bekeken.
Onafhankelijk raadslid Jacques Demeersseman is aan de beurt en dat betekent meestal heibel.
Hij vraagt naar cijfermateriaal over de impact van de veiligheid bij het doven van de verlichting. (Op de raadscommissie van 5 september luidde het dat die gegevens (nog) niet ter beschikking waren.) Geen antwoord. (In het Stadsmagazine van oktober is sprake van een status quo inzake verkeersongevallen en inbraken en een stijging van het onveiligheidsgevoel.)
Raadslid Demeersseman wil ook wel eens weten waarom er nog altijd moet gereserveerd worden om toegang te krijgen tot het recyclagepark in Heule, terwijl deze regel in het vorige ‘referendum’ over “Nette Stad” met een grote meerderheid werd verworpen. Geen antwoord.
Hij zal die vraag later op de avond in het kader van de replieken met veel nadruk nog een keer stellen. Na enige aarzeling antwoordt burgemeester Ruthie Vandenberghe (bevoegd voor afval) dan toch met een ongemeen kort antwoord: “heel binnenkort“.
Stuitend is dat.
Over het nogal accidentele einde van de zitting hadden we het al in onze vorige editie.
Om 22u25′ maakt voorzitter Helga Kints een abrupt einde aan de replieken door het (geamendeerde) voorstel van de bevraging ter stemming te brengen.
16 leden tegen (de volledige oppositie), 23 voor.
Eigenlijk is dat voor de Kortrijkzanen wel van belang te weten dat er bij de raadsleden niet de minste consensus is over de bevraging. Dat zo’n plan tot raadpleging van de bevolking de partijgrenzen niet overstijgt. Maar de pers geeft weer geen kik.
Over de oorspronkelijk onthutsend onoordeelkundige formulering van het vierde Kortrijkse “referendum” (1)
In een bepaalde week van oktober kunnen de Kortrijkzanen van 16+ opnieuw digitaal hun mening geven over een vraag waarvan de tripartite vindt dat die een publiek debat verdient. Het is de vierde “bevraging” (juridisch de enige juiste term!) uit de lopende bestuursperiode in het kader het project ‘Kortrijk Spreekt”. Dat slaat op allerhande vormen van lokale democratie, participatie in het beleid . Een materie die wel degelijk valt onder de bevoegdheid van burgemeester Ruth Vandenberghe, al uit de tijd dat zij nog schepen was.
Nu is het zo dat die bevraging als het ware dreigde ongeldig te worden of beter gezegd dat de uitslag in elk geval qua motivatie niet goed interpreteerbaar zou zijn indien er net niet door externe specialisten inzake lokale democratie op het nippertje (eigenlijk al te laat) was ingegrepen.
Dat zit zo.
Het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) keurde op 28 augustus de vragen goed of de openbare verlichting van zondag tot en met donderdag tussen 23 uur en 5 uur niet kon gedoofd worden om blijvend energie te besparen. De alternatieve vraag dan waarop de Kortrijkse kiesgerechtigden met een ja of een nee konden op antwoorden luidde vanzelfsprekend of men het niet goed vond om de verlichting de hele nacht te laten branden.
De bespreking en goedkeuring van de vragen was een agendapunt 7 in de gemeenteraad van maandag 11 september. Voor wie de live stream van de zitting nog een keer wil bekijken: volg de zaak van 21u51′ tot 22u26′.
Het belangrijkste incident deed zich voor om 22u09′.
Om een reden die we volstrekt niet goed begrijpen was dat uitgerekend schepen Wouter Allijns (VLD) constant over het agendapunt 7 (de bevraging) het woord voerde of moest voeren. De schepen is nu wel bevoegd voor bijv. zaken als economie, energie, facility maar het is verdorie toch wel degelijk onze burgemeester Ruthie (Team Burgemeester) die verantwoordelijk is voor niet enkel de actie “Kortrijk Spreekt” maar ook voor communicatie en veiligheid.
Zij verkoos evenwel te zwijgen, eigenlijk bij elke interventie van een raadslid. Slechts één keer heeft zij letterlijk één woordje gezegd, en wel na heel wat aandringen van (onafhankelijk) raadslid Demeersseman. (Daar is zij doorgaans wel het best in – in dat zwijgen als vermoord – dat weze even tussen haakjes aangestipt. )
Allijns is als schepen toch nog altijd een beetje nieuwbakken en gelukkig als persoon (karakter) nog enigszins de politieke onschuld zelve. (Hij moet nog leren zwijgen als dat politiek-tactisch beter uitkomt.)
Dus begon hij ietwat na 22 uur (“tot slot”!) met een ongebruikelijke vraag aan voorzitter Helga Kints om een amendement te mogen indienen. Hij wou namelijk in de eerste vraag van “het referendum” de zinsnede schrappen waarbij men het immers liet voorkomen alsof voorstanders van het doven van de verlichting dat uitsluitend motiveerden om “blijvend energie te besparen“.
Hierbij liet Allijns in al zijn argeloosheid weten dat hij echt niet op eigen houtje om die schrapping vroeg.
Hij had daartoe het advies gekregen “van mensen die zich enorm bezig hielden met bevragingen“, van profs-specialisten. Zo was hij te weten gekomen dat men in de vragen van een referendum geen toelichting(en) mag smokkelen die het antwoord erop kunnen aansturen.
VB-fractieleider Vermeersch was bij die toelichting van het amendement-Allijns in alle staten.
Vroeg zich (herhaaldelijk en met nadruk) af hoe het mogelijk was dat men zo’n onvoorstelbare, aartsdomme fout kon maken in de vraagstelling. Wie is hiervoor verantwoordelijk? (De vraag mét de toevoeging “om blijvend energie te besparen” was namelijk al verschenen op de website van Stad en in de media.)
En welke prof-specialist(en) had dan wel die kostbare wenk gegeven?
Schepen Allijns bewaart het stilzwijgen.
Burgemeester Vandenberghe geeft geen kik.
Voorzitter Helga Kints doet wat ze altijd doet: het College uit de nood helpen. Zij wil dat men onmiddellijk overgaat tot de stemming. Het is 22u25′. Allijns is gered door de gong. 11 raadsleden (op 38 aanwezigen) stemmen uit balorigheid tegen zijn amendement.
P.S.
Onze trouwe lezers hebben natuurlijk al een heus vermoeden, een niet geheel grove verdenking om welke “profs-specialisten” het gaat die het stadsbestuur hebben gered van een onwaarschijnlijk onthutsend foute vraagstelling in dat vierde “referendum”: met name het onderzoeksteam van de Ugent dat bezig is met het evalueren van de drie vorige Kortrijkse ‘referenda’, dat zgn. GOA-project waarover we het hier al uitgebreid hadden.
Waarom mogen de Kortrijkzanen daarover niets weten?
(Wordt vervolgd.)
En nu iets over de derde Kortrijkse bevraging die Ugent ook nog wil evalueren in een zgn. GOA-project (4)
Die derde bevraging uit het jaar 2022 (door het stadsbestuur nog altijd hardnekkig bestempeld als een “referendum”) wou per se weten of de Kortrijkse bevolking eigenlijk wel houdt van een ‘nette stad“. Daartoe heeft men aan al de bewoners (van 16+) vier vragen voorgelegd waarvan iedereen op voorhand kon voorspellen dat er zeker twee of drie daarvan met een ja-stem zouden worden gehonoreerd. De scores logen er dan ook niet om. Het aantal ja-stemmen varieerde van 63 procent, over 78% en 85% tot 90 procent.
Hierna dus de meest eenvoudige wenk die het Gentse universitair onderzoekscentrum zou kunnen geven aan hun alumnus, onze burgemeester Ruth Vandenberghe (verantwoordelijk voor democratische participatievormen): bedenk nu toch eens eens vraag die er toe doet.
Ook in verband met het thema ‘nette stad’ was er wel iets te vinden “waar de mensen wakker van liggen”. Bijvoorbeeld over de prijs van de vuilniszakken, die irritante sorteringsmanie, of over de vraag welke recyclageparken de tripartite eventueel misschien nog dacht te sluiten.
De goedkeuring van de derde bevraging werd behandeld in de gemeenteraad van 10 oktober 2022.
De uitslag luidde: 20 ja,15 nee. (35 raadsleden namen deel aan de stemming. Er waren twee leden afwezig, o.a. Van Quickenborne). 75 procent van onze eigenste “volksvertegenwoordigers” stemden dus tegen de inhoud van de vraagstelling. Pijnlijker is dat er één schepen (N-VA’er Axel Ronse) bewust niet heeft gestemd, naast nog twee leden van de meerderheid Nicolas Bougnies en Dieter D’Alwein (van de fractie “Team Burgemeester”). CD&V’er Jean De Béthune gaf ook verstek. Voor de specialisten van Ugent moet dit toch een belangrijke gespreksstof zijn ter formulering van hun conclusies over de Kortrijkse zgn. referenda. De lage ‘participatiegraad’ van onze raadsleden zelf én de redenen daarvan.
We laten het Gentse expertenteam aan het werk. Dat men het maar eens uitvist!
Maar we wensen bij de specialisten van Ugent bovenal de aandacht te vestigen op nog een belangrijker mogelijk bestuurskundig onderzoek, ook al omdat er zich in dit verband in de laatste gemeenteraad van 11 september van dit jaar dan een serieus incident heeft voorgedaan waar de Gentse onderzoekers wellicht niet van op de hoogte zijn en de burgermoeder Ruthie waarschijnlijk zedig zal over zwijgen.
Beste lezer, we spreken nu zeker in raadsels?
Volg even.
Deze Geconcerteerde Onderzoeksactie (GOA) van de Ugent heeft ongetwijfeld tot doel om na te gaan of het stadsbestuur wel degelijk gevolg geeft (gaf) aan de uitslag (de antwoorden) van de burgers op de bevragingen. (De zowat 2.000 suggesties bijv. die binnenliepen bij de eerste bevraging over autoloze zondagen heeft men zelfs nauwelijks bekeken.)
In deze derde bevraging wou het schepencollege onder meer weten of de burger niet liever zag dat het reservatiesysteem voor het recyclagepark van Heule zou worden afgeschaft. (Tussen haakjes: hiertoe was een nieuwe omgevingsvergunning vereist.) Dat reserveringsysteem was indertijd in feite gewoon ingevoerd als een tijdelijke Covid-maatregel, – belangrijk om te weten.
Nu was er op die zitting van september van dit jaar een onverlaat (onafhankelijk raadslid Jacques Demeersseman) die nu een keer graag wou weten waarom dat afsprakensysteem toch nog altijd in voege gebleven is. De tripartite heeft dus het feit dat 78 procent van de respondenten bij de bevraging het systeem wou afschaffen helemaal niet ingewilligd. Het raadslid heeft tot tweemaal toe moeten aandringen op een antwoord. De tweede maal viel er een korte stilte, aarzelde de burgemeester even of ze wel gebruik zou maken van de micro, keek ietwat radeloos naar de voorzitster en de directeur en bracht toen boudweg slechts één woord uit: “binnenkort“. En dat was het dan. Daarmee moesten we het stellen. Er kwam niet de minste uitleg. (Wist Ruthie het wel?)
Maar nu willen we het absoluut nog hebben over een ander bijzonder, nogal hilarische moment uit de zitting van 10 oktober 2022 over die bevraging met het thema ‘nette stad’.
Raadslid Matti Vandemaele van Groen nam het woord om tot verbazing van iedereen te vertellen dat hij een fervente tegenstander is van ‘referenda’. (Hij had er toen al twee laten voorbijgaan.) Veel van de talloze studies over directe democratie heeft hij blijkbaar nog niet doorgenomen want zijn argumentatie raakt kant nog wal voor wie zich al enigszins heeft verdiept in de onnoemlijk vele studies over het onderwerp.
Volgens Matti is het nefaste van referenda hierin gelegen dat dit systeem “mensen en groepen tegen elkaar opzet”. (Nou zeg, schaf dan ook de verkiezingen af…)
En nu komt de clou van de zitting.
Het mag vreemd klinken maar raadslid Vandemaele vroeg aan de Raad om de vier vragen van de voorliggende derde bevraging te schrappen én te vervangen door een nieuwe bevraging (dus toch!) aan de bevolking die luidt al volgt: “Vindt u dat het referendum een nuttig instrument is om het beleid van stad er mee vorm te geven?”
Dit is ongeveer de meest complexe, fundamentele vraag inzake al of niet directe democratie die men zich kan stellen. Daar zijn hele boeken over geschreven en het GOA-project wijdt er net de zoveelste studie aan.
Hoe is de stemming hierover afgelopen?
– 10 ja-stemmen van Groen natuurlijk, maar ook van de CD&V-fractie (met uitzondering van De Béthune):
– 21 neen-stellen van de meerderheid (de tripartite en van onafhankelijk raadslid Demeersseman);
– 4 onthouden van het VB.
De experten van Ugent doen er goed aan om vast te stellen wie er bij die stemming met opzet de raadszaal heeft verlaten: schepen Ronse en de raadsleden De Béthune, Beugnies en D’Alwein.
SLOT
We vertelden in de vorige edities van deze alternatieve stadskrant (dat is burgerjournalistiek!) enkele ‘facts en figures’ over de drie voorbije bevragingen in onze stad, net omdat een wetenschappelijk team van Ugent die vorm van burgerdemocratie onder de loep wil nemen. Met een zogenaamd (degelijk gefinancierd) GOA-project.
Maar we hebben een zeer sterk vermoeden dat een of andere (Gentse) prof zich al heeft gemoeid met de vierde huidige voorziene bevraging over het al of niet doven van de openbare verlichting tijdens bepaalde nachtelijk uren. En daarbij het stadsbestuur waarlijk heeft behoed voor een héél zwaarwichtige, onvergeeflijke fout in de bevraging. Daar moeten we het toch ook over hebben want ten eerste behoort zo’n voorafgaandelijke tussenkomst (een serieus ingrijpen) geenszins tot de taakstelling van het GOA-project (het advies kwam toch van die kant?) en ten tweede wil het stadsbestuur (schepen Wouter Allijns) absoluut niet zeggen welke prof-specialist die fout op het nippertje heeft kunnen verijdelen. (In de pers en andere media en de website van stad was het al te laat zodat de uitslag van die vierde bevraging ook al niet meer zuiver valt te interpreteren….)
In een volgend stuk zullen we hier ons vermoeden uitspreken om welke prof het hoogstwaarschijnlijk gaat die het stadsbestuur heeft geadviseerd en wat uitleg geven over die onvergeeflijke, niet te vatten fout die nipt (maar uiteindelijk toch wat te laat) werd rechtgezet. Geschrapt.
P.S.
Wordt zeer binnenkort vervolgd. Redacteur was even op stap naar de zon.
Nog over de geconcentreerde onderzoeksactie van de Kortrijkse bevragingen (4)
Bij de eerste bevraging (2019) over het al of niet invoeren van maandelijkse autoloze zondagen in de ‘binnenstad” hebben de organisatoren (d.w.z. schepen Weydts) alle fouten gemaakt die men maar kan maken bij het gebruik van een dergelijke vorm van ‘participatieve democratie’. We hadden het daarover al in een vorige editie. Hebben daar toen zelfs geponeerd dat het onderzoeksteam van de Ugent in zijn conclusies die hele bevraging als ongeldig kan bestempelen omdat men nog tijdens de periode waarbij er kon gestemd worden een wijziging heeft aangebracht aan het gebied dat autovrij zou worden. Niet iedereen wist dat.
De tweede jaarlijkse bevraging van 2020 kon niet doorgaan omdat er in de herfst van dat jaar omwille van Covid een gedeeltelijke lockdown was ingevoerd. Bewoners zonder internet konden daarom moeilijk gaan stemmen in de beschikbare stadslokalen met computers. Oké. Stadsbestuur opgelucht: niet weer op zoek gaan naar een onschuldig, niet-controversieel onderwerp.
We werpen nu een onderzoekende blik op de tweede bevraging van het jaar 2021.
Konden onze ogen niet geloven toen we de vraagstelling te lezen kregen. Lees mee!
“WELK KUNSTWERK WIL JE BLIJVEND IN KORTRIJK ZIEN?”
De stemgerechtigde bewoners kregen de keuze tussen twee reeds vooraf bepaalde werken, tentoongesteld ter gelegenheid van de triënnale “Paradise”. Er was dus al (door wie?) beslist welke van de in totaal 32 kunstwerken uit de triënnale helaas niet in aanmerking kwamen bij het aanduiden van een voorkeur. (Nu ja, dat zou een wel heel complexe uitslag hebben opgeleverd indien men voor 32 werken had kunnen kiezen.)
Het ging volgens de bedenkers van de bevraging om kindvriendelijke werken met artistieke kwaliteit die “haalbaar” waren (hoe? financieel?) en ook de gelegenheid schonken om in interactie te komen met het publiek. Bij ons weten werd het bestaand adviserend en bevoegd ‘Kunstenplatform” nergens bij betrokken.
Het valt te begrijpen dat er hierover geen voorafgaand (reglementair noodzakelijk) openbaar debat is georganiseerd. Dat zou uitgedraaid zijn op een onvoorstelbaar hilarische vergadering.
Deelnemers aan de bevraging hadden nog net voor de sluiting van de kunsttriënnale één week tijd om de twee werken de visu op de site zelf te beoordelen. Even pikant detail aanstippen. Eén van de te kiezen kunstwerken stond te pronken in de tuin van hotel Messeyne. Ook dat kan een aandachtspunt zijn voor de Gentse onderzoekers: mag een bevraging zomaar – al weze het indirect – een privé-firma onder de aandacht brengen?
Het aantal respondenten respondenten op de bevraging was dusdanig laag dat het reglementaire aantal van 2.000 deelnemers niet eens werd behaald. Toch te verwachten? De uitslag van de bevraging werd dus met reden ongeldig verklaard. Het onderzoeksteam van Gentse GOA-project kan nu evenwel nog tersluiks nagaan of het stadsbestuur misschien dan toch één van beide werken heeft aangekocht.
Tn een gemeenteraad was er achteraf nogal wat te doen over die totaal mislukte en voorts dure bevraging. Geopperd werd dat men met de kostprijs van de organisatie (de folder!) alleen al een kunstwerk had kunnen kopen. Maar vooral de lage participatiegraad wekte veel onbehagen. Burgemeester Ruth Vandenberghe (verantwoordelijk voor “Kortrijk Spreekt”) troostte zichzelf met de gedachte dat nieuwe vormen van inspraak en participatie nu eenmaal nog in de experimentele fase verkeren. (Vertel dat maar eens in Zwitserland.) En veel belangrijker was dat de kunsttriënnale qua opkomst een groot succes is gebleken.
P.S.
In de volgende uitgave van deze elektronische stadskrant hebben we het vanzelfsprekend over de derde bevraging, – die van vorig jaar die wou peilen of we allemaal wel een “nette stad” willen hebben, en met welke middelen men dat zou kunnen bereiken.
Het meest memorabele feit uit onze Kortrijkse politieke geschiedenis van de gemeenteraad heeft zich toen voorgedaan. We verklappen het nu al. Een raadslid wou de bevraging(en) voortaan afschaffen, en wel middels een bevraging tot afschaffing. Een grensverleggend voorstel, waarlijk. Het onderzoeksteam van Ugent ligt nu al in een deuk.