“Haast en spoed is wél goed !” zeggen andere bewoners van de Groeningelaan (2)

Ja, dat is een schijnbare paradox en dus oplosbaar.
In een vorige stuk vonden de bewoners van de Groeninegelaan het godegeklaagd dat het project “ontharding” van de parking en de aanleg van een park aldaar zoveel jaren kon (kan) aanslepen. Er zullen namelijk tussen de aankondiging van het plan en het eind van de werken (medio 2023) niet minder dan drie jaar verlopen. (Bedenk intussen dat het – och arme – om een oppervlakte gaat te vergelijken met 1/3de van een voetbalveld.
Bon.
Waarom kan haast en spoed dan wél eens geboden zijn bij openbare werken?
Omdat met de jaren allerhande prijzen stijgen, tiens. Denk aan inflatie, loonstijgingen, bijkomende werken (wegens voortschrijdend inzicht) met continu nieuwe voorontwerpen. Nieuwe “hoeveelheden”!
En in dit kader bekeken zal u dit waarschijnlijk niet kunnen geloven.
Bij de aankondiging van het project (bijv. in augustus 2020 op Facebook) beweerde schepen van groen en zo, Bert Herrewyn (SP.a), zonder verpinken dat het werk 450.000 euro (exc. BTW) zou kosten.
En – geloof het of niet – diezelfde prijs staat NU nog altijd en tot op de dag van vandaag vermeld op de website van stad !
En hoever staan we nu, dat is een vraag die op uw lippen brandt zeker? (Een prijs die nog altijd door geen enkele plaatselijke gazet is vermeld.)
We gaan het eens luidop zeggen, tot op de komma.
Het huidig voorontwerp wordt geraamd op 899.344.,75 euro zonder BTW, of 1.088.207,15 euro met BTW.
O ja, binnen het subsidietraject “Vlaanderen breekt uit” (geld voor de ontharding!) krijgen we van hogerhand 250.000 euro, wat maakt dat de nettoaanlegkost 838.207,15 euro bedraagt.

Beste lezers en bewoners van de Groeningelaan,
Eigenlijk weet u nu genoeg, maar voor de cijferaars onder ons geef ik in een volgend stuk toch maar eens een overzicht van de (grillige) evolutie van de geraamde kostprijs voor het project. Een wonderlijke geschiedenis die veel zegt over onze (rekenkundige) administratieve diensten en tevens inzicht geeft over de kundigheid van de projectontwikkelaar.

(Wordt dus nog wat vervolgd.)



“Haast en spoed is zelden goed,” zeggen de bewoners van de Groeningelaan (1)

De bewoners zeggen wel nog veel meer hoor , maar daar hebben we het later over.
Nu gaat het hier om de timing van de werken aan de Groeningelaan.
Op een geforceerde ludieke manier is op 1 september 2020 publiek gemaakt dat men de parking aan de Groeningelaan (tussen de Veemarkt en het Groeningemonument “de maagd van Vlaanderen”) zou ontharden om er een park van te maken. Men gebruikte de term “ontharden” in plaats van “aanleg groen park” omdat zo’n betiteling van het werk dan kan genieten van subsidies van de hogere overheid.
Op 24 augustus van dat jaar 2020 is ook een bewonersbrief gepubliceerd.

Men wil dus de grondbedekking (asfalt) van de site aldaar van 2.870 m² reduceren met 80% tot 640 m². Het aantal parkeerplaatsen zou herleid worden van 118 naar 40 plaatsen. Het park zal bestaan uit drie zones (soms zegt men vier, als men er een “ontmoetingsplaats bij rekent.)
Om wat goodwill bij de omwonenden te kweken is intussen de bestaande parking in september 2020 reeds gedeeltelijk ingenomen als verblijfplaats voor de basisschool Sint-Jozef, het WZC Sint-Carolis en de buurtbewoners. Zodoende is er daar nu een speeltoestel, zijn er moestuinbakken, wilgentunnels, een petanqueveld te vinden.
Medio 2020 is het bureau Cnockaert uit Wervik aangesteld als ontwerper, samen met landschapsarchitect Katinka t’ Kindt. Het voorontwerp kon eind december 2021 voorgesteld aan de ruime buurt en werd naar men zegt positief ontvangen. (Op de website van stad over het project zijn bij het punt ” bevraging” enkel de percentages van de respondenten vermeld, zonder hun antwoorden op de gestelde vragen.)
Dat voorontwerp is door het schepencollege in oktober 2021 goedgekeurd.
Aan dit voorontwerp is de afgelopen maanden door het ontwerpbureau hard verder gewerkt en sinds 21 februari van dit jaar 2022 is het omgevingsdossier eindelijk gereed geraakt. (Er zijn geen grote wijzigingen aangebracht. De zone rond de maagd van Vlaanderen is uit het projectgebied gehaald. Uitgesteld tot er een “totaalvisie is uitgewerkt. Praktisch zeker opnieuw werk voor het studiebureau.)
Hoe ziet de timing er nu uit?
Volgens de website van stad zijn of waren er zeven fasen voorzien.
We slaan er vier over en beginnen met wat er NU staat te gebeuren:
– fase 5 (dit voorjaar): bouwvergunning (= omgevingsvergunning) en aanbestedingsprocedure;
– fase 6 (deze zomer): selectie van de aannemer;
– fase 7 (najaar): ontharding en “uitvoering van de werken”.
De opstart van de werken zal dus volgens de laatste berichten gebeuren na het bouwverlof maar heel het gebeuren zal duren tot medio 2023.
Jawel, we zijn dan drie jaar verder, sinds we voor het eerst kennis konden nemen van het project.

Als u een keer een Chinees zou tegenkomen, vraag hem dan eens in hoeveel weken met dit werkje in zijn land zou opknappen. Heel goed denkbaar dat hij antwoordt: “almost four days.”



O ja? Dat nieuwe mobiliteitsplan, komt er nog wat van?

Ja, ja hoor.
We weten dit uit een antwoord op een vraag van Matti Vandermaelen (Groen) in het ‘Bulletin van Vragen en Antwoorden’ van vorige maand februari. Schepen Van Mobiliteit Axel Weydts (van Vooruit met de SP.A) voorziet nu dat het nieuwe mobiliteitsplan (MoPL) eind dit jaar het licht zal zien, zo niet – dan toch uiterlijk begin volgend jaar. De oriëntatiefase is afgerond; we zitten nu tot in de herfst aan de beleidsfase.
Het is nu zowat twee jaar geleden dat er drie kandidaten werden geselecteerd om ijverig te werken aan dat nieuwe MPL. Te weten: Tractebel-Mint (Gent), Sweco-Buur (Brussel) en Traject NV- Omgeving (Gent). De raming gaf als “richtprijzen” (incl. BTW) 121.000 euro aan voor de “vaste onderdelen” (?) en 30.000 euro voor het “operationeel onderdeel”. (Het zal nog zeer lang duren eer we de afrekening zullen zien.)
Let wel, over dat nieuwe MoPL is al gepalaverd sinds de jaren 2015-2016 en het is duidelijk dat schepen Weydts intussen met zijn parkings, fietsstraten, eenrichtingsverkeer, snelheidsbeperkingen, fietsroutes (enz.) nogal wat cruciale ‘voorafnames’ heef ingevoerd, vooruitlopend op het komende MPL.

Zo’n MoPL moet – als ik het goed voor heb – om de vijf jaar opnieuw gemaakt.
Het vorige – uitgedacht door het bureau Tritel uit Gent – dateert van 2011 (ja zeg!) is nog tot stand gekomen onder de bevoegdheid van schepen Guy Leleu (CVP). Hij liet er zelfs nog een filmpje over maken. De voorgenomen actieplannen zouden vele, zeer vele miljoenen euroots kosten.
(Vb. de aanleg van de N328 – die er dus niet komt! – zou 7 miljoen kosten.) Het zou interessant zijn om na te gaan wat er van al die talloze plannen is terechtgekomen. Werkje voor een gedreven raadslid? De tekst is nog beschikbaar op de website van stad. 138 pag. en nog 40 pag. bijlagen.
Weet u wat we bijvoorbeeld totaal vergeten zijn?
– Er zou een haalbaarheidsstudie komen over een tramverbinding Kortrijk-Roeselare.
– De aanleg van een ondergrondse parking op de Houtmarkt werd afgeraden.

Een zeer delicate kwestie waarover de makers van het nieuwe plan zich toch eens duidelijk en op basis van gegronde redenen zouden moet uitspreken is de vraag of er al dan niet een lage-emissiezone (LEZ) moet (kan?) komen in Kortrijk.
In ons meerjarenplan 2020-2025 is daar immers sprake van: het actieplan 2.5.6 wil over het nut van een LEZ immers wel degelijk een onderzoek. Dit programmapunt is er gekomen onder auspiciën van de SP.a.
Niet vergeten!
Maar intussen is er uit het buikgevoel van schepen Weydts gebleken dat naar zijn mening Kortrijk te klein is voor een LEZ (gemeenteraad van december 2019). En op een nieuwjaarsreceptie van zijn partij (januari 2020?) was schepen Philippe De Coene om sociale reden ook al geen voorstander meer.
Tenslotte heeft toenmalig burgemeester op een gemeenteraad (februari 2020) categoriek gezegd dat er in Kortrijk geen LEZ komt. (De Coene zweeg toen in alle talen.)
Dat belet niet dat de drie studiebureaus in hun MoPL daar geen woordje zouden kunnen aan wijden.

P.S.
Een mobiliteitsplan is geen circulatieplan. Het is méér dan dat.







“Zigeunerpark” nu geheel gesloten tot 17 juni !

Straf hé?!
Als “maatregel ter bescherming van de burgers tegen verstoring van de openbare orde” is het doortrekkersterrein (officiële term) langs de Ringlaan ter hoogte van de WAAK nu echt voor iedere woonwagenbewoner totaal gesloten.
Ja, op 13 december ’s morgens was er een grootscheepse inval van de politie op het terrein. De huiszoekingen kwamen toen op het spoor van wapens, juwelen, grote sommen geld, vele gsm’s , verondersteld als zijnde buitgemaakt in onze regio en elders; – meestal vanwege diefstallen op wat oudere vrouwen als slachtoffer. Van de vijf verdachten zijn er toen drie aangehouden.
Toen is ook beslist om de aanwezige woonwagenbewoners weg te sturen; ze mochten zeker een halfjaar lang niet terugkeren. Nu gaat het met een schepenbeslissing van 14 februari om een regelrechte sluiting voor iedereen. Gazetten reppen er niet over en de omwonenden weten tot op vandaag nergens van. De redenen voor de algehele sluiting zijn vervat in een “bestuurlijk verslag” van de politie aan de burgemeester dat evenwel al dateert van 15 december. De inhoud ervan kennen we niet.

Even terugblikken?
Ons doortrekkersterrein is officieel geopend op 12 oktober 2009, niet zonder protest (tot bij de Raad van State) van de omliggende bewoners (de wijk “Oude Olm). Grote voorvechter van het project was schepen Frans Destoop (CVP). Er kwam niet minder dan tien jaar voorbereiding aan te pas. Alleen al de aankoop van de nodige grond heeft véél geld gekost. Maar de subsidies lagen voor het oprapen, want men doopte het project om tot een “provinciaal” doortrekkersterrein. Ter vertroosting zouden immers ook Roeselare en Oostende zo’n terrein aanleggen, maar daar is natuurlijk niks van in huis gekomen. (Bij ons weten zijn er nu vier “zigeunerparken” werkzaam in Vlaanderen: Asse, Kortrijk, Gent, Lille.)
In de beginne (2011 en een jaar later) kregen onze gemeenteraadsleden nog uitvoerige jaarverslagen over de werking en het functioneren van het terrein. In veelkleurendruk, met foto’s en op glanzend papier. Dat heeft niet lang geduurd. Behoudens zo nu en dan wat geluidshinder en enig sluikstorten bleek indertijd alles koek en ei. De toezichters volgden mekaar wel nogal snel op. En stadspersoneel wilde op de duur niet meer instaan voor de schoonmaak van het terrein. Stad diende er een externe firma voor aan te spreken.
Van de huidige sluiting wil stad gebruik om aan een grondige evaluatie van het terrein te werken, afgestemd met stakeholders zoals de politie.
Zoals gezegd hebben de omliggende bewoners nog nergens weet van.
Ter info.
Indien u zich ergens voor geroepen voelt…
Algemeen aanspreekpunt over de zaak: Cathérine Dupondt@kortrijk.be. Tel. 056 27 72 75.

“De Krant van West-Vlaanderen” houdt pleidooi voor mediocriteit in het onderwijs in onze provincie (2)

De bouw van een 53 meter hoge woontoren voor 192 studentenkoten op hoog-Kortrijk is voor een redacteur van het weekblad KW de aanleiding om even zijn gedachten te laten uitdeinen over de voor hem althans na te streven doelen voor het hoger onderwijs in onze provincie, en zeker in Kortrijk.
Zoals reeds aangestipt in onze vorige editie vindt kortrijkwatcher (KW!) dat het stuk getuigt van een ongeziene reactionaire mentaliteit.
1.
Vooreerst is voor de auteur het (puur kwalitatieve) doel om van Kortrijk “de grootste Vlaamse studentenstad” te maken een legitieme en zelfs bereikbare doelstelling. Een potsierlijke wensdroom voor wie even wat cijfers over studentenpopulaties nader gaat bekijken.
Kortrijk telt momenteel – in totaal – afgerond 16.000 studenten in onze vier hogere onderwijsinstellingen: de universiteiten KULAK en Ugent (500 inschrijvingen, 1.473 studenten) de hogescholen Vives (10. 300), Howest (3.500). We deden er niet minder dan vijftien jaar over (een halve generatie) om van 12.000 naar 16.000 ingeschrevenen te gaan. Pas de laatste vijf academiejaren is er een opvallende aangroei te constateren. Studies naar de redenen daarvan kennen we niet, maar een en ander zal wel te wijten zijn aan een merkwaardig geweldige wildgroei aan bijkomende studierichtingen, banaba’s, postgraduaten en navormingen, specialisaties.
Vergelijk intussen even die Kortrijkse 16.000-koppige populatie met die van Leuvense universiteit (dus zonder hogescholen) (60.592 ingeschrevenen) en Gent (49.000) ook zonder de hogescholen… De idee om van Kortrijk “de grootste studentenstad van Vlaanderen” te maken is niet alleen volstrekt waanzinnig maar tevens cultureel-maatschappelijk geheel zinloos, absurd en irrelevant. Inteelt ! Een bijzonder staaltje van een vorm van chauvinisme ook nog.
2.
Hoe wil die KW-redacteur nu toch dat puur getalsmatig doel bereiken?
Zorgen voor een exuberante studentenhuisvesting en dynamische uitgangsbuurten is onvoldoende. Om de studententrek naar Gent of Leuven in te dammen is meer nodig. Er is nood aan een groter aanbod aan studiemogelijkheden.
Wat??
We zijn een keer begonnen met het tellen van de aangeboden studieopleidingen in onze vier onderwijsinstellingen en zijn daar al vlug mee opgehouden. Het gaat niet om tientallen maar om honderdtallen met daarbij vele overlappingen. Ik heb tevergeefs gezocht naar een diploma of getuigschrift, een papier of beroep dat men hier niet zou kunnen halen of aanleren.
Een aantal van die studierichtingen lijken ons puur gericht op het aanlokken van inschrijvingen, zijn nergens voor nodig, modieus en of gewoon bij het haar gegrepen. Soms vraag je je af waar men (bij docenten) de expertise ervoor kan vinden. De wildgroei aan opleidingen kan enkel maar de kwaliteit ervan neerhalen, is een ideale voedingsbodem voor mediocriteit en amateurisme.
Enkele voorbeelden van opleidingen die ons hart sneller doen slaan.
Bij Howest kan men ook acupunctuur leren, een navorming “digitaal evalueren van de klas”, een postgraduaat “hoogbegaafdheidscoach”, een graduaat “internet of things” en – verschiet niet – een postgraduaat ” coachen van mensen met paarden”.
Bij Vives zijn er ook mogelijkheden zat. Evenementmanagement, groenmanagement, communicatiesupport, winkelmanagement, logiesmanagement, maatschappelijk veiligheid, specialisatie music en entertainment, frans voor welzijnswerkers, restaurantmanagement.

3.
De KW-redacteur kent nog een remedie (zelfs de meest broodnodige) om van Kortrijk de grootste studentenstad van Vlaanderen te maken. Het zal niet gaan zonder meer “end-to-end”-opleidingen. Hoogst vermoedelijk heeft de auteur het hier meer speciaal op de faculteiten als recht en geneeskunde aan de Kulak. Na twee of drie jaar studeren op ’t Hoge moet men wel verhuizen naar Gent of Leuven. En, zo zegt KW daarbij: “meestal keert men dan niet terug naar onze habitat”.
Dat is wel de meest reactionaire gedachte in geheel het stuk.
Aan het eind ervan en tot slot droomt KW-redacteur er zelfs van dat binnen enkel jaren het West-Vlaamse studentenpeleton binnen de eigen provincie grenzen blijft. Jawel! Dat is rechtskundig natuurlijk een puur provincialistische gedachte, maar figuurlijk een waar getuigenis van kleinsteeds, bekrompen denken. Geborneerdheid.
Ons West-Vlaams weekblad wenst dat jongelui alhier onder moeders rok blijven. Onder de kerktoren. Gedaan met kosmopolitische alumni in onze geglobaliseerde wereld en – zoals men wel eens zegt – snel veranderende tijden. Erasmus kan afgeschaft.

Besluit.
Moge “De Krant van West-Vlaanderen” uit de rekken verdwijnen van de bibliotheken in onze Kortrijkse universiteiten en hogescholen.




“De krant van West-Vlaanderen” houdt pleidooi voor mediocriteit in ons “provinciaal” onderwijs (1)

Tja, het weekblad KW (van de stal Roularta) staat nu eenmaal niet bekend als zijnde een progressief, vrijgevochten of ietwat tegendraads medium. Het is geen “Humo”, zelfs geen soort regionale Knack. Het DNA van de redactie is eerder te vergelijken met dat van het parochieblad “Kerk en Leven”, alhoewel K&L soms onverwacht uit de hoek kan komen.
In het KW van vorige vrijdag krijgen we nu als een soort editoriaal een ontstellend reactionair stuk te lezen over hoe het verder moet met het West-Vlaams onderwijsbestel, meer speciaal in de “studentenstad” Kortrijk.
Het staat pront op pag. 2 van het katern Kortrijk-Menen-Waregem en draagt als titel “The Sky is the limit”.
Auteur is ene Jan Steenhoudt, een jongeman nog wel. De aanleiding van het artikel is de voorgenomen bouw van een waarlijk hoge (53 m) woontoren (genaamd “the sky”) voor uitsluitend studenten op de campus van de hogeschool Vives op de wijk t’Hoge in Kortrijk.

Wordt vervolgd.
Het stuk laat ons eigenlijk sprakeloos achter…



Bevolkingscijfer zonder duiding is betekenisloos

De website van stad liet op 2 februari met trompetgeschal weten dat “Kortrijk blijft groeien en het jaar 2022 begint met een record van 77.835 inwoners”. Het gaat om een eigen telling (dus geen officiële) op basis van het bevolkingsregister. (Er bestaat ook nog een vreemdelingen- en een wachtregister voor vluchtelingen.) Dat maakt dat er 481 inwoners meer zijn dan op 1 januari 2021. Volgens dit rekensommetje ging het vorig jaar dus om 77.354 inwoners. Dat klopt dan weer niet met wat dezelfde website van stad zegt over 2021: 77.370 inwoners. Maar daar willen we nu even niet hebben. Ieder jaar verschillen de cijfers volgens de bron die men raadpleegt.
De lokale “embedded press” nam het bericht van stad met tromgeroffel over, dat wil zeggen: zonder ook maar één mogelijke vraag of randbemerking.
Is dat veel: 481 inwoners méér? Tussen 2009 en 2010 kenden we bijv. een stijging van +622 inwoners. Men moet om te beginnen de zaak procentueel bekijken.
Men kan zich ook afvragen in hoeverre de stijging te wijten is aan een natuurlijk accress: het saldo van geboorten min overlijdens. En spelen de vele RVT’s in Kortrijk een rol?
Vergelijkingen kunnen ook verhelderend zijn. Is het demografische groeipercentage in Kortrijk uitzonderlijk hoog in vergelijking met andere centrumsteden? En hoe is het gesteld met de groei van de bevolking in onze naburige gemeenten?
De hamvraag is natuurlijk deze: in hoeverre heeft het beleid iets te maken met de demografische evolutie?
Rekenkundig is het in deze zin veel belangrijker te weten hoeveel huishoudens er zijn bijgekomen of weggevallen, in plaats van individuen. En wat zijn de motieven van de verhuisbewegingen van stadsverlaters en -toekomers?
Betreurenswaardig is nog altijd dat de tripartite in 2019 niet heeft willen deelnemen aan een wetenschappelijke survey hierover. Men vond de voorgestelde studie te duur. Stad zou zelf wel op eigen houtje enig onderzoek verrichten. Nooit meer iets van gehoord…Vielen de resultaten tegen? Of is er gewoon géén onderzoek gebeurd?

P.S.
HLN vermeldt zopas dat het aantal Kuurnenaren is gestegen met 1,35 %. Vgl. met Kortrijk: 0,62 %.

Daar komt de discriminatietoets op de huurmarkt

Het stond al in het bestuursakkoord 2019-2024 (pag.36): stad wil extra stappen zetten in de strijd tegen racisme en discriminatie. Daarbij meer concreet met een wetenschappelijke discriminatietoets op de huurmarkt.
Nu is daartoe een onderzoeksopdracht gegund aan een vakgroep sociologie van de VUB bestaande uit prof. Pieter-Paul Verhaeghe, Billie Martiniello en Abel Ghekiere. Het zijn zowat de enige experten op dit gebied zodat de taak werd toegewezen zonder aanbesteding maar wel met een rechtstreekse offerte voor een bedrag van 12.000 euro, incl. BTW. (De vakgroep heeft al gelijkaardige studies uitgevoerd in andere centrumsteden.)
Via correspondentietesten wil men nu nagaan in hoeverre er alhier op de huurmarkt gediscrimineerd wordt op grond van 1) etnische afkomst en 2) seksuele oriëntatie. Er komen minstens 200 gepaarde testen over vier testronden. We zeggen lekker niet wanneer, alhoewel een bepaald immmokantoor alreeds van een en ander op de hoogte is.
Vallen de resultaten nogal tegen, dan komt er een concreet actieplan. Daarna zou er een nieuwe meting volgen en is het mogelijk dat er daadwerkelijk tegen individuele verhuurkantoren wordt opgetreden “volgens nader te bepalen modaliteiten”. Zo zegt het bestuursakkoord.
Ter info.
Prof. Verhaeghe heeft in 2019 al een keer een studie uitgevoerd naar de vraag in hoeverre er in Kortrijk etnische discriminatie bestaat op de huurwoningmarkt. (Het rapport is nog steeds te vinden op Tinternet.)
Men deed toen 299 praktijktesten, 112 bij particulieren en 187 bij vastgoedmakelaars via huuradvertenties op Immoweb. Kandidaat-huurders vroegen toen om een plaatsbezoek, een keer onder een vreemde naam, een andere keer met een meer “gewone” naam. Bij de makelaars vond men 23% gevallen van discriminatie, bij de particulieren 27%.
Deze studie zag zich evenwel geconfronteerd met limieten inzake tijd en budget. (Het ging niet om een opdracht van stad.) De resultaten bij particulieren werden ook scheefgetrokken door de kleine steekproefgrootte. De markt wordt immers gedomineerd door de vastgoedmakelaars, zowat 40 in aantal.


Ons essay over de unieke Kortrijkse perse ligt EVEN STIL (3)

Geen paniek evenwel, stof te over.
Z’n journalist als (LPS) van HLN en andere concullega moeten nog niet overmoedig op hun beide oren gaan slapen. Onze senior writer en onze alom bekende opiniërende commentator FF-LL heeft nog een waslijst aan manco’ liggen in zijn persmappen over de lokale (politieke) verslaggeving.
Maar hij is fysiek ietwat geveld.

Andere stukjes van de redactieleden gaan gewoon door.
BLIJF KIJKEN !



Een ongeziene journalistieke stunt in de Kortrijkse pers (2)

We hebben het dus nog altijd over dat stuk van Peter Lanssens (lps) in het regionale katern van zijn gazet HLN (d.d. 29 januari) waarin hij over een volle pagina beschrijft met welke wegenwerven schepen Axel Weydt (van “Vooruit” met de SP.A) zich onledig houdt.
Hij vernoemt daarbij 8 eerder grote werken: de heraanleg van de Steenstraat, de bovenaanleg van de stationsomgeving, de aanleg van afgescheiden fietspaden langs de N43, de bouw van de nieuwe tunnels aan de rotonde Panorama, de heraanleg van de Driekerkenstraat, de bouw van de Stationsparking, de omvorming van de Groeningeparking tot park, de herinrichting van historische straatjes. Daarnaast heeft hij het nog over een aantal kleinere werken. Bij ieder project wordt ook nog de timing aangegeven en het geraamde budget.
Dat stuk is om meerdere redenen ongezien: journalistiek en inhoudelijk.
Waarom gaat het over een volle pagina heen dan nog over de werkzaamheden van specifiek één schepen? Waarom juist nu? Zal hij met een zelfde groot verhaal uitpakken over beleidsdomeinen van andere schepenen? (Ik heb zo’n vermoeden dat bijv. liberale schepen Wout Maddens – bevoegd voor zowat alles dat met wonen en stadsvernieuwingsprojecten heeft te maken – geneigd was om bloed te spuwen toen hij kennis nam van dat levensgroot, uiteindelijk vleiend stuk over zijn concullega.)

Maar over dit soort praktische vraagjes willen we het vandaag niet hebben.
We willen aan de hand van dat stuk van (lps) maar weer eens de betreurenswaardige kwaliteit aantonen van onze plaatselijke politieke verslaggeving.
En zeggen al meteen dat het stuk van Peter Lanssens een uitstekend representatief exempel is van het feit dat onze regionale pers absoluut getuigt van een volstrekte ONPROFESSIONALITEIT.
Wie of wat getuigt dan wel van professionaliteit? zult u nu zeggen. Hoe herkent men professionaliteit in de journalistiek?
We gebruiken daarvoor een schitterende boutade van een Amerikaans professor communicatie, – die we overigens en helaas niet kennen.
Wat doet een goede journalist als een persoon A (bijv. een politicus van de meerderheid) zegt dat buiten de zon schijnt? En een andere persoon B (bijv. van de minderheid) zegt dat het buiten regent?
Antwoord van de prof: “Een professionele journalist gaat ZELF buiten kijken.”

Prachtig !

Wel, dat is iets wat onze plaatselijke (politieke) persjongens nooit ofte nooit doen: ZELF op zoek gaan naar de juiste toedracht van de feiten. Zelf thema’s op tafel gooien. Gewoon: de dossiers lezen zodat men de juiste vragen kan stellen.
Onze persjongens hebben van zichzelf al een hoge deontologische dunk als zij het principe van “woord en wederwoord” toepassen. Al op gelet? De hierboven geciteerde Amerikaanse prof heeft het niet eens over het hanteren van “woord tegenover wederwoord”. Een goede journalist doet aan wat ik zou noemen: “zelfvinding” (Al opgemerkt? In onze kwaliteitsvolle nationale pers hebben politieke – professionele – commentatoren er geen nood aan om tegensprekelijke stemmen steevast aan het woord te laten. Zij zijn op zichzelf al de deskundige antagonist. Boud gezegd: zijn weten het heus zelf wel. )

Terug naar ons exempel: het stuk van Peter Lanssens over de wegenweken van schepen Weydts.
Het stuk is dus onprofessioneel.
Niet omdat hij geen oppositiestem aan het woord laat. (Hier zeker niet!)
Wel omdat (lps) het dossier niet kent en zijn stuk niet echt zelf gemaakt heeft. Het is hem door het kabinet-Weydts op de schoot geworpen, of beter: op zijn PC.
Men merkt dat aan verscheidene kleine dingen.

(Wordt vervolgd…)




Weblog over het reilen en zeilen in de Kortrijkse politiek door Frans Lavaert