Category Archives: geschiedenis

Wat meer (ander) nieuws over de Raadskelder onder het stadhuis

Een beetje nader en ietwat ander alternatief nieuws dan wat u over al dit gebeuren kon lezen in onze reguliere perse.  (Die van de dode bomen.)

De eerste beleidsdaad van onze nieuwe schepen van stadsgebouwen (facility)  Vandendriessche (“zeg maar Arne”) is gesteld.
Een puur schoolvoorbeeld van wat de inbreng van jeunisme in de politiek teweegbrengt.

Jongeman Arne wil van de Raadskelder “voor een klein jaar” een pop-up dinges maken.
Via een oproep kunnen geïnteresseerden een concreet voorstel doen tot tijdelijke invulling van de historische site.
Hierbij zullen de voorstellen  – voor een klein jaar – niet enkel beoordeeld op basis van het financieel bod van de gegadigden.  Een inhoudelijke component, een visie op de exploitatie, zicht op het businessplan, ambities, etc…zijn minstens zo belangrijk.  Verder zijn alle noodzakelijke randvoorwaarden rond erfgoed, milieu nog te bespreken.  Voor een klein jaar.

We zouden daar  kunnen aan toevoegen: toegankelijkheid.
Ooit hebben we , een burgemeester nog wel – lang na het einde van een raadszitting – op handen en voeten naar buiten zien kruipen.  Kant trappen Rijselsetraat.)

Andere elementen die verder,  voor een klein jaar,  inzicht vragen zijn:  de mogelijkheid om af en toe de ruimte voor activiteiten van  stad te kunnen gebruiken, een eventuele verlaging van de concessievergoeding als compensatie voor de nodige investeringen.
De krijtlijnen hierrond moeten nog opgenomen worden in een lastencohier dat dan de basis zal vormen voor de overeenkomst met een toekomstige exploitant.
Met andere woorden: dit aangekondigde dossier is nog verre  van volledig.
Komt nog voor de gemeenteraad ?
Dat het ‘project’ is aangekondigd is populistisch bekeken wel het belangrijkste.

We willen schepen Arne even hierna nog wat meer kennis bijbrengen over de geschiedenis van het dossier.
Ja, de handelshuur met de NV Etn.  A. Degryse van het café is in 2008 niet meer verlengd.
Er bestonden onder het vorige stadsbestuur (met de VLD) immers plannen om met noA.Architecten de Raadskelder via een trap te verbinden met de Beatrijszaal in het historische stadhuis.  Men vond dat er nood was aan een bijkomende receptieruimte voor meerdere gelijktijdige ontvangsten in het stadhuis.

Wat onze jonge snuiter Arne blijkbaar ontgaat is dat ook de huidige triparite waartoe hij behoort die plannen nooit heeft laten vallen.
Dit blijkt uit het antwoord op een schriftelijke vraag van  raadslid Pieter Soens (CD&V) van 8 september 2014.  (Zie Bulletin van Vraag en Antwoord van oktober 2014.)
De toenmalig bevoegde schepen Koen Byttebier (ook VLD) opperde in zijn antwoord zelfs de mogelijkheid om de inrichting te voorzien van een tweede barmeubel evenals  de mogelijkheid om met een traiteur kleine maaltijden of hapjes te laten opwarmen.
En in tegenstelling met wat Arne in de lokale perse laat uitschijnen was er een budget voorzien van 300.000 euro.
Schepen Koen Byttebier liet ooit aan de senior-writer van kortrijkwatcher weten dat de Raadskelder door Stad ten laatste rond pasen of sinksen van 2015 in gebruik zou worden genomen.   Later  (in 2016) zou men dan op zoek gaan naar een concessiehouder.
De realisatie van die plannen met de Raadskelder waren wat verlaat omwille van onderbezetting van het team facility (zwangerschap) en het bestaan van prioriteiten zoals het museum Texture en het Jeugdhotel.  Aldus nog schepen Byttebier, de voorganger van zeg maar Arne.

Arne!
Ge moet het niet meer opzoeken.
De vorige concessiehouder betaalde een huurprijs van 10.037 euro.

Fontein ‘De Golf’ op Schouwburgplein alweer in de problemen

Hoe vaak zou die fontein van Olivier Strebelle  al hebben gewerkt sinds de ingebruikname ervan in maart 2003?
Nu is er alweer vastgesteld dat het bassin van de fontein niet meer waterdicht is en dat hiervoor een structureel herstel nodig is.  (Gevolg nog : overmatig waterverbruik.)
Geraamde kostprijs van de werken ditmaal: 42.289 euro.

De geschiedenis van het kunstwerk is een ware lijdensweg.
In 1996 is Olivier Strebelle uitgeroepen tot laureaat van de wedstrijd ‘Kunstwerk op het Schouwburgplein’.  Zes jaar nadat de gemeenteraad , toen nog geleid door burgemeester de Bethune,   besliste om de fontein te kopen zou het kunstwerk eindelijk gaan spuiten.
De constructie is samengesteld uit elf buizen (aanvankelijk acht) van elk 23 meter lang.  Hoogte 7 m en lengte 12 meter.  Gewicht : vijf ton, bovenop de ondergrondse garage van toen nog de NV Ladeuze.

De problemen waren al van in den beginne legio.
Er was waterinsijpeling in de ondergrondse parking, het debiet van het waterbassin was te klein waardoor de pompinstallatie niet kon functioneren en de fontein snel droog kwam te staan.  Het hellend vlak (aangelegd door Ladeuze) bestond uit dunne arduintegels die één na één afbraken omdat ze op een verkeerde manier waren geplaatst.
In de ondergrondse parkeergelegenheid moesten nog bijkomende stabiliteitswerken uitgevoerd.  Er waren de nodige erfpachtproblemen met de NV Ladeuze.  En tot overmaat van ramp raakten ook nog eens elf stalen spuitkoppen zoek.
Zgn. optimalisatiewerken kosten al meteen 174.420 euro.
Er was zelfs een dading nodig met de kunstenaar. Hij kreeg een deel van zijn honorarium niet uitbetaald !
Het werk mag gezien worden, – daar niet van.  Maar het heeft tot op heden (ook aan onderhoud) een fortuin gekost.  (Er was ook ongezien vandalisme.)

100 jaar vliegveld Wevelgem/Kortrijk.

Ja, het vliegveld (EBKT) bestaat in 2017 al honderd jaar, waarvan  minstens 90 jaar zonder klachten van (bepaalde)  omwonenden.
Ter gelegenheid van deze unieke  gebeurtenis organiseert de ‘AirportCommunity van EBKT’ in augustus 2017 een driedaags evenement/beurs.
Op vrijdagavond 25 augustus 2017 pakt een luchtvaartbedrijf uit met een  ‘Nacht van de luchthaven’ met alle belangrijk captains of industry uit regio. Kortrijkse ondernemers  worden betrokken bij het event, eventueel in combinatie met een stand (catering, animo, feestmatriaal, producten).
Het ruime publiek zal in het weekend kunnen genieten van een ‘re-enactment’ dorp waar spullen, voertuigen, shelters, tenten uniformen worden gtoond en gedemonstreerd.
En natuurlijk komen er van overal vele historische en hedendaagse vlieguigen op bezoek.
Reeds in dit najaar 2016 verschijnt er een prachtig luxueus jubileumboek “100 jaar vliegen in Welgem-Kortrijk” van de hand van luchtvaartjournalist Guido Bouckaert.  200 bladzijden. Prachtig geïllustreerd door meerdere fotografen en doorspekt met interessante verhalen en anecdotes van vele mensen die ooit met het vliegveld hadden of nog hebben te maken. Een uitgave van  Stichting Kunstboek uit Oostkamp.

 

Stad maakt aanstalten om Preetjes Molen te kopen

Nu weten de vrienden van de molen het ook…

“Preetjes Molen” aan de Hoge Dreef te Heule is naar het schijnt de enige vlaszwingelmolen in Europa en heeft als dusdanig een onbetwistbare erfgoedwaarde.
Naar aanleiding van het 150 jarig bestaan van de molen vraagt de vzw ‘Preetjes Molen’ aan Stad om  het tuig aan te kopen. Op dit ogenblik is de familie  Vandebulcke eigenaar van de molen, maar die is al  in 1991 (tot juni 2024) in erfpacht gegeven.
Er bestaat (tegen een bepaald indexcijfer) een voorkooprecht op de molen van 200.000 BEF en 50.000 BEF op de grond ten voordele van de vzw.
De geschatte aankoopprijs voor de molen bedraagt  nu 12.500 euro.
Er zijn dringende onderhoudswerken nodig: schilderen en vastmaken van de wieken,  en het strooien dak moet nagezien.
Stad heeft aan de vzw beloofd om onderhandelingen aan te knopen met de familie Vandenbulcke.

Er komt geen dak voor Heule Platse…

Al zowat 15 jaar geleden liepen een aantal Heulse notabelen van de Confrerie “Griffioen” rond met de gedachte om een verplaatsbaar dak (zeil)  te laten maken om bij manifestaties  allerhande te monteren boven de Heulseplaats.
Zij kregen daarbij zelfs al gehoor bij het vorige stadsbestuur (schepen Guy Leleu).
In 2010-2011 is er een heuse ideeënwedstrijd hierover uitgeschreven. 28 inzendingen.  Winnaar was een student van Howest,  ene Laurenz Tack uit Desselgem.  Hij bedacht een soort tentzeil dat zou  hangen aan een telescopische kraan.  Vermoedelijke kostprijs : 200.000 euro.
Van dat plan is  nooit meer iets vernomen.

In 2014 rees er bij de initiatiefnemers nieuwe hoop op dat het project toch nog een kans kon krijgen.
De gemeenteraad van november 2014 reactiveerde namelijk het plan  om de heraanleg van het Heulse dorpsplein en de omgeving eindelijk aan te vatten.
(De opdracht hiervoor is al in december 1998 gegund aan Technum !)
In het kader daarvan is dan in oktober 2015 een studieopdracht  gegund aan de firma Sarus Textielarchitectuur uit Kampenhout voor een “Project van een demonteerbare shelter op de Heuleplaats”
Betrokken actoren (Griffioen, Tinekesfeesten, jeugdverenigingen, cafés) vroegen aan Stad om in te staan voor de studiekosten , meer special voor het voorontwerp, de stabiliteitsstudie en het ontwerp.  De betrokken Heulenaars zouden bekijken hoe de gemeenschap zelf de overige kosten  (de uitvoering, het monteren, de opslagruimte) zouden  kunnen financieren.  Bijvoorbeeld door middel van crowdfunding.

Stad wou zich enkel engageren voor de studieopdracht en niet voor het ‘build project’.  Als ereloon voor fase 1 (voorontwerp plus stabiliteitsstudie) voorzag men 6.060 euro  (incl. BTW) en voor fase 2 (ontwerp en uitvoeringsdossier) 10.890 euro.  (In de gazetten stonden maar weer eens verkeerde bedragen.)

En nu is er dus tamelijk plots  een kink in de kabel gekomen.

(Kortrijk Spreekt.)
Na  overleg met de adviesgroep “Heuledak” waarbij  het voorontwerp  is  toegelicht is beslist dat het project niet haalbaar is vanwege de hoge kostprijs.
Het schepencollege besliste op 23 mei  om de studieopdracht te beëindigen na fase 1.
Toch jammer.

 

 

 

 

 

Quote van de dag: “het nadeel van deze locatie” (Kortrijk)

Ter gelegenheid van de opening van  de nieuwe campus van de technologiegroep Barco  op het Beneluxpark te Kortrijk heeft de krant “De Tijd” (28 mei, pag. 21) een vraag gesteld aan de CEO Eric Van Zele .

“Waarom de wereldwijde speler dan toch  Kortrijk  –  sinds 1934 Barco’s heimat –  kiest om zijn nieuwe hoofdkwartier neer te poten?”

Van Zele: “”Het nadeel aan deze locatie is dat we moeilijk buitenlandse krachten aantrekken. Maar we wilden onze West-Vlaamse talenten met hun karakteristieke inzet absoluut niet verliezen.”

P.S.
De bakermat van Barco is niet Kortrijk.
De stichtingsakte van de firma “Belgian  American  Radio  Corporation” dateert van 4 november 1933 en is opgemaakt ten huize van notaris Denys uit Zwevegem. De maatschappelijke zetel was in Elsene maar de werkplaatsen lagen al sinds de jaren ’20 in de Gasthuisstraat te Poperinge,  Oprichter was Lucien De Puydt.  Voorheen assembleerde hij toestellen onder de naam ‘Stellavox’.  Een luxe-model kostte 8.000 frank. Gewoon model: 2.950 frank.  Arbeiders verdienden toen 1 frank per uur.

 

 

 

 

Unieke mannenpissijn weggerestaureerd in het Kortrijkse begijnhof

IMG_1392De firma Artes Woudenberg  uit Sint-Andries is  al geruime tijd bezig met de restauratie en renovatie (er komt een zgn. koffiehuis) van het prachtige huis met dubbele trapgevel van de Grootjuffrouw van het begijnhof.  Geraamde kostprijs:  zowat 1,6 miljoen euro.

Het begijnhof in zijn geheel is in 1998 erkend als Unesco-werelderfgoed.
En wat zien we nu?
Op de binnenkoer van het historische pand (1649) stond in de hoek een gietijzeren piscine en die is nu plots helemaal verdwenen. Een uniek stukje erfgoed. Uniek ook al omdat we toch geen mannenpiscine verwachten in het huis van een begijntje.
We konden niet achterhalen wanneer het museumstuk voor het eerst is in gebruik genomen, maar het was in die periode dat de deken van Sint-Maartenskerk geregeld op bezoek kwam bij de Grootjuffrouw…

De verborgen wijnkelder van het kasteel van Marke

Het kasteel van Marke wordt sinds zes generaties bewoond door de familie de Bethune. Heden ten dage nog altijd het optrekje van voormalig burgemeester Emmanuel de Bethune met zijn eega Greta van Cauwelaert. (Het kasteel is sinds 2003 wel eigendom van een van overheidswege gesubsidieerde “Foundation de Bethune”.)
In zijn pas verschenen boek ”Le château de Marke” (zie KW van 11 maart) vertelt Manu “een amusante anecdote”.

Tijdens WO II kreeg het kasteel diverse hoge moffen op bezoek. Maarschalk Göring bijvoorbeeld die het kasteel al een keer eerder in 1917 had ingenomen, ter gelegenheid van de Eerste Wereldoorlog. (De beroemde Rode Baron, piloot Manfred von Richthofen logeerde er ook.)

Op 27 maart 1943 was generaal Bockelmann een hoge gast. Als ancien van de escadrille van de Rode Baron kwam hij er wat foto’s maken in het grote park. Met de tuinman in zijn zog duidde hij geamuseerd de plaats aan waar men in 1917 een stapel ondergronds ingegraven wijnflessen had gevonden en waar hij toen met zijn “kameraden” een heildronk had uitgebracht op de gezondheid van de eigenaar van het kasteel. (Dat was toen al Jean-Baptiste de Bethune met vrouwe Louise de Vinck, ouders van Manu.)

Wat was er nu zo amusant?
Wel, zo vertelt Manu in zijn boek, uitgerekend op dezelfde plaats zat er sinds 1940 alweer een voorraad wijn verscholen. Bockelmann en zijn gevolg had het niet in de gaten.

P.S.
Sinds lang niet meer meegemaakt.
De pagina’s van het boek over de geschiedenis van het kasteel moet je zelf nog opensnijden.
En achteraan een hele lijst van “errata”. Verkeerd aangeduide nummering van bladzijden bij het namenregister. Manu is ooit nog hoogleraar geweest in Congo Belge. Lovanium…

HISTORICI GESUBSIDIEERD

Het is waar. Lokale geschiedschrijvers richten hun blikveld zelden op het sociaal-economische verleden van streek of gemeente. En zeker niet op meer hedendaagse evoluties.
De provincie West-Vlaanderen wil daar iets aan doen.
Daarom heeft ze een opdracht uitgeschreven voor het aanstellen van een externe dienstverlener voor het maken van een studie van de sociaal-economische streekgeschiedenis voor alle gemeenten van de arrondissement Roeselare en Kortrijk, plus de gemeenten Wielsbeke en Oostrozebeke en de stad Wervik.
Beschouwde periode: 1840-1970.

De partners voor het uitvoeren van de studie dragen hun steentje bij.
Stad Kortrijk : 5.000 euro.
Projectvereniging Overleg Cultuur Regio Kortrijk : 5.000 euro.
Projectvereniging TERF (onze Erfgoedcel): 5.000 euro.
Vzw Toerisme Leiestreek: 5.000 euro.
RESOC/SERR Midden-West-Vlaanderen: 2.500 euro.
RESOCC/SERR Zuid-West-Vlaanderen: 2.500 euro.
Roeselare: ???

De provincie zelf zorgt voor het restbedrag, met dien verstande dat de opdracht het totaal bedrag van 85.000 euro niet mag overschrijden.
Er wordt een algemene offerte uitgeschreven.
Wel nog nergens gezien.

Over gedrevenheid, bezigheden en Grauwe Zusters-Penitenten

“Dit alles, Mevrouwen, Mijne Heren hangt u een klaar beeld op van de bedrijvigheid die onze stad zal kennen tijdens het jaar 1952.”
(Uit de verslagen van de Kortrijkse gemeenteraad midden vorige eeuw. Idem dito voor de andere citaten in deze tekst.)
Dat Kortrijk goed op dreef is, was 50 jaar geleden ook al vast te stellen.
Midden van de vorige eeuw (letterlijk: in 1950) telde de “stadsboekerij” (bibliotheek) 244 ingeschrevenen.
Tot die Kortrijkse geletterden van toen behoorden er – beroepshalve dan – 47 bedienden, 44 studenten, 15 leraren, 15 handelaars, 15 huishoudsters, 13 geestelijken, 11 onderwijzers, 9 gepensioneerden, 9 kunstenaars, 6 nijveraars, 6 architecten, 6 geneesheren, 5 ingenieurs, 4 handelsvertegenwoordigers, 4 advocaten, 3 technici, 2 herbergiers, 2 militairen, 2 politieagenten (op 97), 2 aannemers, 2 boekhouders, 2 apothekers, 2 handelsreizi¬gers, 2 pleitbezorgers, 1 oudheidkundige, 1 verpleegster, 1 taxivoerder, 1 gaarkok, 1 meubelmaker, 1 wasbleker, 1 brouwer, 1 begrafenisondernemer, 1 baanwerker, 1 postmeester, 1 juwelier, 1 dagbladreporter (ongetwijfeld Fred Germonprez), en 1 sociale assistente.
Die wasbleker ! En die gaarkok !
Even tussendoor.
In die tijd waren er ook nu helemaal zeldzaam geworden beroepen bij de stadsadministratie zelf te begeven.
Brandweer en politie hadden waarlijk een eigen turnmeester, “leermeester” genoemd. De bij velen nog beken¬de Lodewijk Silvrants (zijn massa-turnfestval op KVK!) kreeg van de politie voor deze bezigheid 133 frank per lesuur, en Jules Deconinck slechts 69 frank van de spuitgasten.
Er waren ook zgn. “titularissen”: een bewaker van de Sint-Maartenstoren, een “geoefend werkman” voor de stadsuurwerken, en meerdere dwangbeveldragers. Een medisch opziener (bij de scholen?) en een deskundig aanwijzer. Voorts nog een weliswaar tijdelijke teeltoverste, een buffethouder, een vlastechnoloog, een pastoor voor het kerkhof, een tandmeester en een ontsmetter.
Bezigheden.

Bedienaars van de eredienst kregen een “bijwedde” van de stad.
In de vroege jaren ‘50 waren er dat 22 . Meestal 4 en minstens 3 priesters per kerkfabriek. (Op het gehucht Sint-Anna werd er bij Regentbesluit van 1949 nog een kapelarij opgericht, afhangend van de hulpparochie van Sint-Rochus.) Waar is het leger van misdienaars gebleven?
Schepenen van Stad kregen ook bepaald zeldzame functies of bezigheden. Waren bevoegd voor bevoorrading en rantsoenering bijvoorbeeld, voor inkwartiering en voor betwiste zaken.
Kortrijk was toen al rijk aan culturen.
Veel niet-semi-professionele verenigingen. De Kalfskopbolders. Boxing Club Masselus. Het koraal “Singhet ende Weset Vro”’ dat net 50 jaar terug “Carmina Burana” opvoerde. De Koninklijke Stadsmuziek. De Maat¬schappij voor Schone Kunsten. Een Vereniging voor Concerten. De Katholieke Jonge Wacht.
De toneelkring van Overleie. Het Blok der Koningsgezinden.

Maar het stadsbestuur vond het altijd spijtig te moeten constateren dat inzake volksverheffing én volksontwikkeling – dat zijn twee te onderscheiden zaken – de meer gedreven stadsgenoten (actoren) meenden voor alles en nog wat de stadskas te moeten aanspreken. Maar dit lag nu eenmaal “in de lijn van deze tijd” (Verslag van Bestuur, 1957-1958, pag. 47).
Ook voor sport voorzag de stad “rekening gehouden met de tegenwoordige mentaliteit” (van graaien?) voor 50.000 frank subsidies. Voor steun aan manifestaties, het toekennen van eretekens, bekers en gedenkpennin¬gen. In 1951 was er een doortocht van de Ronde Van Frankrijk. En het Plein kreeg een stedelijk basketbalveld.
Voor openbare feestelijkheden en ceremonies trok men ook de nodige kredieten aan.
Want – aldus het stadsbestuur in 1952 – “er zal nooit tevergeefs aangeklopt worden aan de poort van het stadhuis, door hen die zich ten doel stellen onze medeburgers een hogere graad van morele en zedelijke ontwikkeling te verschaffen”.
De Stadschouwburg was inzake volksverheffing én volksontwikkeling toen al een vuurtoren.
De Lyrische Kunstenaars voerden het “Viooltje van Montmartre “ op en “De Bloem van Hawaï”. De Vlaamse Zonen: “De Dansgravin” van Robert Stolz. Taal en Kunst : “De Idioot” van Fedor Dostojewski.
Voor minder dan 35.000 betalende toeschouwers ging men niet.
Kent er nog iemand Heiko Kolt? De allochtone vendelzwaaier kreeg gratis de vlag cadeau waarmee hij in het rond zwaaide op de Guldensporenfeesten van 1952.
1302 is uiteindelijk de enig ware “slag aan de stad”. 650 jaar later herdacht met een groots guldensporenspel en een historische stoet. Ontelbare (ca. 2.900) vrijwilligers werkten daar “met een vurige en welgemeende geestdrift” aan mee. En er bestond toen niet eens enig duurzaam vrijwilligersbeleid met een apart budget en een vacaturebank op internet.
De voorbereiding van de feestelijkheden werd al in 1947 ingezet. Regisseur en declamator Antoon Vander Plaetse (bijgenaamd “klokke Roeland”) werd hiertoe aangesproken aan de toog van de Raadskelder onder het stadhuis. Schrijver Willem Putman (van Christine Lafonaine) zou de tekst maken van het massaspel. Ontwerper van het podium: schilder Marcel Notebaert (Romeprijswinnaar). Graficus Jos Speybrouck, de beroemde maker van doodsprentjes, werd belast met de vorming van de praalstoet. Prosper Van Eechaute (directeur van het Conservatorium en Romeprijswinnaar) zou zorgen voor de compositie van de muziek maar liet al vlug weten dat hij niets kon uitrichten zolang hij geen tekst in handen had.
Maar de gedrevenheid bleef.
Het Herdenkingscomité werd omgeturnd tot een Vast Secretariaat met zes onderscheiden comités. Er volgde een systematische propagandaslag. In een vlug tempo werden 250.000 postkaarten met de afbeelding van Onze-Lieve-Vrouw van Groeninghe gedrukt, 400.000 sluitzegels gemaakt en 30.000 affichettes uitgegeven. Een grote aanplakbrief van de Bond van H.Hart, voorstellende een Vlaamse krijger, werd landelijk verspreid.
Ook in Wallonië. De politie ging eigenhandig affiches plakken op de ramen van de enthousiaste Kortrijkzanen.
Iedere avond waren er massaherhalingen op de Grote Markt en die lokten talloze kijkers. De algemene herha¬ling van het massaspel met kostumen, pruiken en grime op donderdag 3 juli 1952 werd evenwel een slag in het water. Na 20 minuten spel begon het zodanig ongenadig te bliksemen en stortregenen dat de vertoning moest worden stopgezet. De ontruiming van de tribune duurde ook 20 minuten en er was geeneens een ram¬penplan. Een ogenblik werd door alle thuiswerkende moeders gevreesd dat de kind-figuranten (soldaten) in de verwarring verloren waren gelopen, maar men kon ze allen terugvinden in Sint-Maartenskerk.
Zondag 6 juli was de grote dag. De historische stoet hield zijn eerste ommegang in een tropische hitte. Meer¬dere vrijwilligers dienden opgenomen in Rode-Kruistenten die ook al bemand waren door gedreven vrijwil¬ligers. ‘s Avonds diende het Guldensporenspel na één uur wachten op het einde van alweer een onweer geheel afgelast.
De laatste dag van de feestelijkheden (zondag 13 juli) stond in het teken van de “Dag van de Vlamingen”. Er kwam een bijkomende nachtvoorstelling (nocturne) waarbij de ordedienst door een stelletje dronkaards totaal werd overrompeld. Een ware veldslag die evenwel werd getemperd toen het gestaag begon te motregenen. Tot in de vroege morgen dreunde de Vlaamse Leeuw nog in de Kortrijkse straten.
Processies zijn in onbruik geraakt. Fancy-fairs en missie-tentoonstellingen ook.
In die 50’er jaren deden nog hun “gewone uitgang”: de Heilig Haarprocessie, de Heilig Sacramentsprocessie, de Messiasstoet, de Hemelvaartprocessie, de Heilige Rozenkransprocessie.
Er is ook een keer een inhuldiging geweest van een gedenksteen ter herinnering aan het kerkelijk erkend “lichtwonder” van 1643.
Inzake openbare werken was Kortrijk een halve eeuw geleden waarlijk een stad aan de slag.
Er werd in relatief korte tijd een zwemkom gebouwd, een slachthuis, de Sint-Elisabethkerk, de Reepbrug, een voetgangerstunnel aan de Doornikstraat, een kaaimuur (Kortrijk-Haven!), een atheneum, een tuinbouwschool, een postkantoor, onderbruggingen van de spoorweg (Zandstaat), een rusthuis voor ouden van dagen. Nieuw station. Enzovoort.
Kortrijk was bijwijlen één grote werf.
Hele wijken kregen een Bijzonder Plan van Aanleg: Loofstraat, Sint-Elisabeth, Blauwe Poort.
Er waren ook ontwerpen voor ondergrondse schuilplaatsen (zouden dienstig zijn als parking ook) op de Vee¬markt, Sint-Amandsplein, de gronden van de vernielde Grote Hallen.
Want het stadsbestuur was toen al uitermate bekommerd om de oplossing van het parkeerprobleem. Er kwa¬men “autoparkeerplaatsen” op de kaaien van de Leie, het Casinoplein. (Even werd er aan gedacht om de Oude Leie droog te leggen en om te toveren tot parking.)
In een bepaald jaar werd er voor 1,6 miljoen frank aan kasseien gekocht. En de plantsoendienst kweekte toen eigenhandig 100.000 planten voor de bloemenperken.
Gedrevenheid, bezieling in de 50’er jaren.
De jaren van de wederopbouw en een ongeziene werkkracht.
Sociale energie zorgde voor sociaal kapitaal.

Met ongebreideld veel aandacht voor scholing. Naast allerlei traditioneel onderwijs was er hier ondermeer ook een Vrije Sociale School voor Meisjes, een beroepsschool “Met Naald en Draad”, waren er huishoudelijke leer¬gangen van de Socialistische Vooruitziende Vrouwen, specifiek vrouwelijke Taal- en Handelsleergangen (in het Begijnhof), een Centrum voor Opleiding in Handel en Ambacht, leergangen voor leerlingen met Leercontract.
Zo ging dat.
Intrigerend is wel dat het toen mogelijk was dat er in één jaar tijd en nogwel door tussenkomst van het stadsbestuur 12 krankzinnigen werden opgesloten. Zes manspersonen in Beernem, en zes vrouwspersonen in gestichten zoals die van de Grauwezusters-Penitenten.
Ook op dat gebied is er vooruitgang. Nu krijgen psychiatrische patiënten onder auspiciën van gemeentelijke sociale diensten toneelvoorstellingen te zien.
Het is niet gewaagd om te beweren dat steeds meer knelpuntbezigheden als legitiem worden ervaren.
De knop is omgezet. Iedereen doet zijn duit in het zakje.
En dat moeten we ons elke dag realiseren. Het loopt altijd anders dan verwacht in steden aan de slag.