Category Archives: schepencollege

De provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar heeft bedenkingen bij het Kortrijkse “vergunningenbeleid” (1)

Méér zelfs!  Diezelfde  ambtenaar  stelde  daarenboven dat stad Kortrijk geen bewijs levert van het bestaan van een ‘vergunningsbeleid’/’erfgoedbeleid’.

Naar aanleiding van de weigering van het schepencollege om het hoekpand aan de Kasteelkaai 8  te slopen (zie vorige stukken op KW),  terwijl de Bestendige Deputatie van de provincie West-Vlaanderen daartoe toch een vergunning afleverde,  liet de provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar zijn licht schijnen op de argumenattie van  het College van Burgemeester en Schepenen (CBS).
Ons beleid in deze.

Machtig interessant wat die ambtenaar zoal beweert.
Dat de bevoegde schepen Wout Maddens (VLD) dat maar nog een keer goed (her)leest.  En de pers (die nergens van weet) tegelijk beter voorlicht.

  1. Er is geen vergunningenbeleid voor zgn. erfgoed.
    Het College argumenteerde dat de beslissing van de Bestendige Deputatie om toch een vergunning tot sloop en nieuwbouw te verlenen daarmee het vergunningsbeleid (inzake erfgoed) van het stadsbestuur onderuit haalt.
    De provinciale ambtenaar  vindt die vrees  “te weinig onderbouwd én hypothetisch”.  Het College toont niet aan dat er zoiets bestaat als een Kortrijks ‘vergunningenbeleid’ tot het behoud van alle historisch erfgoed.
  2. Er is geen vast adviesbeleid zoals nochtans vooropgesteld door het College.
    Het CBS stelde dat zij bij geïnventariseerde panden (zoals het hoekpand) in alle gevallen advies gaat inwinnen, niet enkel van het Agentschap Onroerend Erfgoed (hetgeen evident is, want decretaal verplicht) maar ook van het eigen Kortrijks Erfgoedplatform.
    Hiervan wordt geen enkel bewijs voorgelegd.
    Bovendien zeggen de feiten het anders.
    –  Real Homes kreeg een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het omvormen van twee kantoorgebouwen die voorkomen op de inventaris, zonder advies van het Erfgoedplatform.
    –  Idem voor het vergunningsproject van Koramic en Eribo ter hoogte van de H. Consciencestraat .  Het ging nochtans om de sloop van maar liefst 4 geïnventariseerde panden  én de nieuwbouw van een grootschalig appartementencomplex.
    3.
    Er is geen vast niet-afbraakbeleid zoals nochtans vooropgesteld door het College.
    Stad suggereert dat men een beleid voert strekkende tot het behoud van alle geïnventariseerd onroerend erfgoed in alle omstandigheden.
    Hiervan wordt geen enkel bewijs voorgelegd.  (Zie nogmaals de panden in de H. Consciencestraat.)
    Bovendien zou dergelijk beleid indruisen tegen de Vlaamse reglementering die geen absolute bescherming geeft aan  geïnventariseerde gebouwen en niet de status hebben van een monument.
    4.
    Het hoekpand is geen beschermd monument.
    Nog dit.  Mocht het CBS daadwerkelijk een dermate groot belang hechten en historische waarde toekennen aan het kwestieuze hoekpand, dan had men reeds lang voorheen stappen kunnen ondernemen  om het behoud van het goed te beschermen.
    De Bestendige Deputatie concludeert  trouwens dat het pand noch op zichzelf noch in relatie met de omgeving blijk geeft van een bijzondere erfgoedwaarde.
    5.
    Dat is nog het toppunt!
    Het enige gecodificeerde beleidsplan, met name het Kortrijkse Gabarietenplan voorziet in de mogelijke sloop van het hoekgebouw.  Dat plan beoogt geen laagbouw aansluitend bij de Belfaststraat maar wel in een hoogbouw, aansluitend  bij de Handelskaai.

Oei.
Dit artikel wordt wat te lang.
We gaan naar een volgend stuk, een vervolg.

 

 

 

 

Stad Kortrijk krijgt gelijk in belangrijke vergunnigsbetwisting (2)

Zoals voorheen hier al  op dinsdag  is gezegd in deze krant (dit is burgerjournalistiek!)  heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen in openbare zitting van 8 november de beslissing getroffen om de stedenbouwkundige vergunning van de Bestendige Deputatie voor het slopen van een hoekpand aan de Kasteelkaai 8  (zie foto in een voorgaand stuk) en de bouw van  een handelsruimte met appartementen aldaar te vernietigen.
Even wat voorgeschiedenis.

Op 10 augustus 2015 dient een Poperingse projectontwikkelaar (“MBV Ontwikkeling”) bij het Kortrijkse schepencollege een aanvraag in voor het slopen van het hoekpand aan de Kasteelkaai, vlakbij de oude Leie.

Om wat te doen?
Men wil er een  meersgezinswoning neerpoten met 8 appartementen (op 7 bouwlagen!), een handelsruimte, 14 ondergrondse parkeerplaatsen en een ruimte voor een 7-tal fietsen.  (Later, na een hoorzitting is het plan wat aangepast: bijv.  kunnen er dan 15 fietsen gestald. )
– NV Waterwegen en Zeekanaal brengt een gunstig advies uit.
– De brandweer een voorwaardelijk gunstig advies.
– Het erfgoedplatform ‘Kortrijk en Ruimte’  en ‘Erfgoed West-Vlaanderen’  een ongunstig advies.

Merkwaardig bij de gang van zaken  is wel dat het team’ planning en openbaar domein’ van de stad Kortrijk (dat zijn ambtenaren)  op 11 september 2015 een voorwaardelijk GUNSTIG  advies uitbracht.  (De lokale pers  weet dat niet of verzweeg het.)
Een openbaar onderzoek levert 5 bezwaarschriften op waarvan 2 door het schepencollege  gegrond zijn  geacht.
–  Het pand heeft een erfgoedwaarde op een beeldbepalende plaats in de historische binnenstad.
–  De nieuwbouw is te hoog (kroonlijsthoogte 22,4 m).

Het  schepencollege weigert op 9 november 2015 een stedenbouwkundige vergunning  aan de projectontwikkelaar.
Voornaamste motivering is dat het ontwerp van  de nieuwbouw een breuk vormt met de historische bebouwing van de Kasteelkaai en de Belfaststraat.  Men wijst ook op de erfgoedwaarde van het bestaande hoekpand en de beeldbepalende ligging ervan langs de oude Leie-oever.

De projectontwikkelaar tekent op 17 december 2015 administratief beroep aan bij de Deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen.
Na een hoorzitting beslist de Bestendige Deputatie op 24 maart 2016 om het beroep in te willigen en een stedenbouwkundige vergunning onder voorwaarden te verlenen overeenkomstig de gewijzigde plannen.
De provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar vindt het ontwerp immers  kwalitatief  en passend in de omgeving.  “Het ontwerp van de nieuwbouw is een meerwaarde en doet deze zichtlocatie alle eer aan“.  Men vindt ook dat het hoekpand géén blijk geeft van een bijzondere erfgoedwaarde die noopt tot het behoud ervan.

Op 13 mei 2016 vordert het schepencollege de schorsing én de vernietiging van de beslissing van de Bestendige Deputatie.
In eerst instantie beveelt de Raad voor Vergunningsbetwistingen  op 23 mei 2016 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de  door de Deputatie verleende vergunning.

De Bestendige Deputatie doet geen verdere stappen meer in de zaak !
In juridische termen: “de verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend”.
Er is zelfs vanuit de provincie geen vraag gesteld om te worden gehoord.
Vandaar dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen  op 8 november overging tot vernietiging van de verleende vergunning.

P.S.
De provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar heeft toch wel enkele interessante opmerkingen (bedenkingen) gemaakt inzake het ruimtelijk beleid van de Stad.  Men zal die wel moeten ter harte nemen.
In een volgend stuk gaan we daar wellicht even op in.
Met uw goedvinden.

 

 

Stad Kortrijk krijgt gelijk in belangrijke vergunningsbetwisting (1)

17405850590a398a19

Meer nieuws volgt hoor…
Maar hierna alreeds ultrakort de conclusie  van het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen dd. 8 november.

” De Raad vernietigt de beslissing van de verwerende partij van 24 maart 2016, waarbij aan  de  belanghebbende partij de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een handelsruimte, acht appartementen en een ondergrondse parkeergarage na afbraak van een hoekpand op een perceel gelegen te Kortrijk, Kasteelkaai 8.”

Die verwerende partij is de Bestendige Deputatie van West-Vlaanderen.  DIE DE SLOOP WEL WOU GUNNEN…
Belanghebbende partij is de projectontwikkelaar “bvba MBV Ontwikkeling” uit Poperinge en natuurlijk subsidiair de eigenaar van het historische, opvallende  hoekpand tussen de Handelskaai en de Belfaststraat.

 

Nog één kabinetsattaché meer

“Gelet op de omvang van zijn bevoegdheden” krijgt SP.a-schepen  Philippe De Coene er sinds juli nog een kabinetschef bij. Dit verbaast onze redactie om meerdere redenen.

Hij nam niet meer deel aan de recente Vlaamse verkiezingen om zich volledig te kunnen toeleggen op zijn schepenambt.  De Coene is geen Vlaams parlementslid meer;  zijn werkdruk is uit de aard der zaak verlaagd.

Bij het begin van de legislatuur ging de schepen er via een persbericht nog wel uiterst prat op dat hij met de twee andere schepenen van zijn partij (Marc Lemaitre en Bert Herrewyn) slechts drie kabinetsleden zou in dienst nemen. Me dunkt zijn het er nu vijf:  twee attachés, twee deskundigen en één administratief medewerker.

De schepen nam die beslissing mede om te illustreren dat het menens was met de bezuinigingspolitiek van de nieuwe tripartite.

De kabinetsformatie bestaat nu uit 1 kabinetschef (bij de burgemeester), 5 attachés, 6 deskundigen, 2,5 medewerkers en 1  chauffeur. Totaal : 15,5.  
Vroeger was overeengekomen dat er maximaal 14,5 kabinetsleden zouden aangesteld worden.

De totale bruto-loonkost van alle kabinetsmedewerkers mag u gerust op méér dan twee miljoen euro schatten. De jaarlijkse loonkost van de nieuwe attaché (A-niveau) zou ongeveer 75.000 euro of 61.000 euro bedragen, naargelang de bron die men raadpleegt. Maar die loonkost zal worden gedragen door het OCMW !

(Schepen De Coene is ook nog OCMW-voorzitter en tevens voorzitter van de Raad van Bestuur van het AZ Groeninge.)

Tussen “drive” en “overdrive” (2)

Zoals hier al gezegd zijn er ter stede in juni een soort externe revisoren op bezoek geweest om een keer na te gaan hoe het staat met de projecten die Kortrijk uitvoert in het kader van de miljoenen steun vanuit het Stedenfonds.

De visitatiecommissie bestond uit een hoogleraar bestuurskunde van de Tilburgse universiteit (Pieter Tops), de Hasseltse burgemeester (niet dienen Stief – is nu zelfbenoemd gouverneur) , de voorzitster van het Antwerpse OCMW, nog een ambtenaar uit de VISA-stad, iemand van Gent en de projectleider van het Vlaamse Stedenbeleid (Linda Boudry). Zij zijn hier komen praten met een aantal leden van het Schepencollege, een hele serie Kortrijkse ambtenaren, fractieleiders uit de gemeenteraad (geen Vlaams Blokker), zgn. “derden” (uit het OCMW, Leiedal, politie), en ook uiterst klein aantal brave geëngageerde burgers. Twee bewoners van de Lange Munte. Kortrijkwatcher was er niet bij. Kennen ze niet.
Het visitatie-rapport is pas in november opgemaakt en zal in de komende gemeenteraad van 9 januari 2006 worden besproken.

De ondertitel van het rapport is heel raak: “tussen drive en overdrive”.
En de inleiding maakt al onmiddellijk duidelijk wat daarmee is bedoeld.
We geven cursief een aantal (ingekorte) citaten.
Het stuk begint heel welwillend, met wat men in de retoriek een “captatio benevolentiae” noemt.

“De stad Kortrijk straalt een aanstekelijk zelfbewustzijn uit. De stad is in beweging en laat dit ook zien: “we voelen dat het beweegt” was een dominante ervaring uit de visitatie. (…) De stad is op een goede manier wakker geworden. (…) Er wordt nu op relatief korte tijd een grote achterstand ingehaald”, zo is ook het aanvoelen.”

Amaai zeg !
Een grote achterstand die moest ingehaald worden !
Kortrijkwatcher had dit nooit durven zeggen.

Nog uit de inleiding:
“Er wordt dus veel in gang gezet, maar kan de stad dit wel aan? “Gaan ze dat hier houden”, is een gevoel dat de commissie bekroop. Ambitie is noodzakelijk, enthousiasme is mooi, gedrevenheid is onmisbaar. Maar is er wel voldoende draagvlak en steun voor de veranderingstrajecten? Is er voldoende organisatiecapaciteit? Veel is in gang gezet, maar wordt het wel voldoende afgewerkt en opgevolgd? De visitatiecommissie heeft de indruk dat de organisatie het tempo van het bestuur niet altijd kan bijhouden. Afwerking en opvolging lijken aspecten te zijn die wat veronachtzaamd worden. De stad heeft wel een “drive”, maar er bestaat ook het gevaar van “overdrive”.

Dit soort opmerkingen en vragen beschouwt de commissie als “kanttekeningen” bij een op zich positieve ontwikkeling.
Wel, als Kortrijkwatcher zich nu al een jaar van dit soort “kanttekeningen” bedient wordt hij voor negativo uitgescholden.

Over het personeelsbeleid (de selectie) schrijven de bezoekers iets waar ik toch niet helemaal mee akkoord ga.
Men is vol lof over de “casting” van ambtenaren: het selecteren van die personen die precies over de kwaliteiten beschikken die passen bij het werk dat ze moeten doen, los van anciënniteit of
precieze vooropleiding.

Ik ben van oordeel dat hier de laatste jaren veel te veel aan (overigens peredure) vorming gedaan. In de zin van opleiding over zaken waarvan toch moet verondersteld worden dat het aangeworven personeel al op voorhand deze capaciteiten (skills) beheerst.
Wat hier vorming wordt genoemd is in veel gevallen puur aanleren van stielkennis. Basiskennis.

Men leert bijvoorbeeld brieven schrijven.
Omgaan met mensen. Beleidsdocumenten opstellen. De kunst van het werken met groepen. Rijopleidingen. Cursussen “algemene muziekcultuur”. Lokale economie. Tentoonstellingen organiseren. Gebruik van Exel. Een jeugddeskundige en een straathoekwerker zijn ooit vier dagen helemaal naar Barcelona getrokken voor lessen over “de beperkingen overtreffend”.
Enzovoort. (We komen hier wel eens op terug.)

In een vorig stuk zagen we wat de concrete projecten van het Stedenfonds zijn.
De visitatiecommissie is net als Kortrijkwatcher vol lof over het project Sint-Denijsestraat.
Maar ook net als bij Kortrijkwatcher baart het de commissie enige zorgen dat er een behoorlijke achterstand is in de realisering ervan. Meer zelfs: het zou kunnen dat “de
organisatorische en financiële capaciteit van de stad daarvoor te kort lijkt te schieten”.
Amaai zeg !

Over de buurtwerking en de gebiedswerking plaatst de commissie ook enige “kanttekeningen”. Soms ook “worstelingen” of “spanningen” genoemd.
In de aandachtswijken gaat teveel aandacht naar de “welzijnsachtige invalshoek”. En dus te weinig naar de fysieke – wonen bijvoorbeeld- , de sociale en repressieve aspecten.
Buurt- en opbouwwerkers vinden dat ze onvoldoende steun en gedragenheid krijgen van het stadsbestuur, zeker in vergelijking met de aandacht die besteed wordt aan de Sint-Denijsewijk.
Voorts vindt de commissie ook dat het concept “gebiedswerking” onvoldoende duidelijk is.

Over de uitbouw van het project klachtenbehandeling (het meldpunt) is de commissie dan weer vol lof. Men vergat te vermelden dat dit project bovenmatig veel geld kost. Ook is me dunkt niet voldoende onderzocht in hoeverre de klachtenbehandeling een concrete opvolging kent op het terrein. Klachten worden wel vliegensvlug genoteerd, maar worden ze wel altijd goed afgehandeld? En voorkomen?

De visitatiecommissie heeft zich nog even zijdelings gebogen over de grote stadsprojecten. Buda-eiland, stationsomgeving, Wijngaardstraat, enz.
Zij is van oordeel dat die projecten een stevige uitdaging vormen voor de stad, financieel en qua organisatorisch vermogen.
“De commissie is er nog niet helemaal van overtuigd dat de benodigde capaciteit voldoende aanwezig is binnen de stad. De dienst die bijvoorbeeld voor de ruimtelijke planning en ontwikkeling verantwoordelijk is maakt een nogal overvraagde indruk.” Dat is een serieus signaal voor schepen Frans Destoop.

Kortrijk is de eerste stad in Vlaanderen met een rastermanager.
De commissie probeert zijn taken te omschrijven. Want ze had het gevoel dat de perceptie van die taken binnen de stad nogal verschilt. En dat er een gevaar voor overbevraging en een teveel aan verwachtingen bestaat.

In een soort van slot bepleit de commissie een “VERANKERING VAN DE VERANDERING”
“Het devies voor de komende tijd is duidelijk: afmaken, realiseren, focussen, bezinnen.”
In dit verband citeert de commissie iemand uit het Schepencollege.
Zou het de burgemeester himself geweest zijn die dit zegt?
“Nu is het tijd voor wat rust. Nu zitten we wel nog volop in de realisatiefase voor de verkiezingen, daarna zullen we dan een moment van pauze en reflectie hebben.”

P.S.
Voor wie alles wil weten over het Stedenfonds (ook te Kortrijk) : zie www.thuisindestad.be .

Tussen “drive” en “overdrive” (1)

Een spannende titel!
Het is de waarlijk goed gekozen, symptomatische ondertitel bij een onlangs verschenen rapport van de zgn. visitatiecommissie die hier een keer in juni is komen kijken om te zien wat de stad zoal uitricht met de vele miljoenen die men krijgt vanuit het Stedenfonds.

Met een aantal andere regionale steden incasseert de stad van de Vlaamse Gemeenschap via dat Stedenfonds al sinds 2003 en op jaarbasis ongeveer 1,8 miljoen euro. En dit contract loopt nog tot eind 2007. Het aandeel wordt jaarlijks verhoogd met een evolutiepercentage. Zo verwachten we voor volgend jaar ca. 2,3 miljoen. Uteindelijk zal de stad voor de gehele periode 2003-2007 van hogerhand meer dan 10 miljoen euro hebben gekregen.

Wat doen we daar zoal mee?

1.
Proberen de leefbaarheid van de buurten en wijken te versterken.
Het meest opvallende project in dit verband is wellicht de vernieuwing van de omgeving Sint-Denijsestraat. Daarvoor is meer dan 3 miljoen gebudgetteerd. Oorspronkelijk dacht men nog aan een tweede wijk, maar daar is nu van af gezien. In plaats daarvan is er een nieuwe nog ietwat mistige ambtelijke functie gecreëerd, die van “rastermanager”.
2.
Men wil ook buurt- en opbouwwerk in de zgn. aandachtswijken organiseren.
Voor de Lange Munte, de Venning, Overleie, Veemarkt. Zowat 1,2 miljoen voor bijvoorbeeld speelaccomodatie, gevelrenovatie, een buurthuis, een composteringspaviljoen.
3.
Voor het detecteren , oplossen en zelfs voorkomen van klachten en problemen is er een meldpunt gemaakt. Daar gaat merkwaardig veel geld naartoe: bijna 3 miljoen.
4.
Het stadsbestuur bouwt ook een “gebiedswerking” uit rond vijf functies: dienstverlening, informatie en advies, ontmoeting, gemeenschap en beleid. Voor de gehele periode is hier ongeveer 2 miljoen voorzien. Tot op heden is dit de minst geslaagde doelstelling.
(De visitatiecommissie zegt dit ook.)
5.
Met de centen van het Stedenfonds wil de stad tenslotte een krachtig stedenbeleid uitbouwen.
Het is in dit kader dat men onlangs is overgegaan tot de aanstelling van een rastermanager: Tom Delmotte.
Wat die rastermanager moet doen (en anderzijds de “centrummanager”) is nog niet voor iedereen heel duidelijk. (Ik ben geen negativo, – de visitatiecommissie zegt dit ook.)
Ook in dit kader wordt veel aandacht geschonken aan burgerparticipatie. Ca. 500.000 euro gaat naar deze doelstelling. (Over het communicatiebeleid zegt het stadsbestuur nu zelf in een voortgangsrapport dat dit “nog voor verbetering vatbaar is”.)

In een volgend stuk rapporteren we wat die externe visitatiecommissie hier is komen waarnemen en vaststellen over de werking van de stad in verband met de doelstellingen van het Stedenfonds.

Eigenlijk komt heel het Kortrijkse beleid ter sprake.
Een bijzonder interessant document.

Vooreerst omdat het van externen komt. Een hoogleraar bestuurskunde uit Tilburg, de burgemeeester van Hasselt, de OCMW-voorzitter van Antwerpen, nog enkele ambtenaren uit Antwerpen, de projectleider van het Stedenbeleid in Vlaanderen.
Voorts is het boeiend omdat ongeveer alles wat bij kortrijkwatcher hier nu al een jaar als kommentaar naar voren komt ook in dit rapport tot uiting komt. Weliswaar in een beetje andere bewoordingen en komende van een hoogleraar bestuurskunde uit Tilburg, zodat niemand het zal wagen om die commissie te beschuldigen van “negativisme”.

Schepen Bral is een ware lefgozer

Een politicus kan best over een dosis lef beschikken. Evenwel niet over een overdosis.
En dit is nu juist een kant in de persoonlijkheidsstructuur van schepen van Cultuur en Evenementen Stefaan Bral waar wij Kortrijkenaars ons best zorgen kunnen over maken.

In “Het Laatste Nieuws” van vandaag 11 juni ( pag. 37) bedreigt hij alweer de Kortrijkse horeca.
Ieder verstandig politicus weet dat er bepaalde bevolkingscategorieën zijn waar men als mandataris uiterst zorgvuldig moet mee omspringen: pompiers, taxichauffeurs, boeren bijvoorbeeld. En neringdoeners, café-bazen. Die zijn het beroepshalve ook gewoon om mensen buiten te smijten. Zonder escorte van de politie.

En toch durft schepen Bral alweer onze plaatselijke kasteleins schofferen door ermee te dreigen dat hij met zijn eigenste vzw Bruisende Stad volgend jaar op de Grote Markt zelf zal uitpakken met terrassen en tapinstallaties. In eigen beheer ! Dat wordt dan een schone casus voor de Raad voor Mededinging. (In feite staat er daar nu al zo’n tent in het kader van de evenementen rondom “Kortrijk Strandt”.)
Dit alles naar aanleiding van het feit dat de horeca volstrekt onwillig is om de zogenoemde “vergoedingen” te betalen voor de uitbreiding van terrassen tijdens evenementen die Bruisende Stad organiseert.
Zie overigens nog onze vorige stukken hieromtrent.

Journalisten mogen zich niet laten om de tuin leiden door schepen Bral en kunnen dan een beetje meer de essentie van de commotie in het oog houden.
Om te beginnen is de vzw Bruisende Stad geen gewone “vereniging”. Het is een gemeentelijke vzw, net als bijvoorbeeld Sportplus, de Musea, het JOC, enz. Schepen Bral wil dit nog altijd niet geweten hebben en weigert tot op heden om bijvoorbeeld de begroting 2005 van de vzw voor te leggen aan de gemeenteraad.

In de komende gemeenteraad van overmorgen maandag 13 juni wordt hij hierover eindelijk geïnterpelleerd. Burgemeester-voorzitter van de Raad zal zijn schepen lefgozer goed moeten in toom houden. (Net als Manu de Bethune indertijd.)
En de raadsleden mogen zich ook niet laten bedotten. Schepen Bral zal als argument inroepen dat hij zijn begroting niet kon indienen omdat er begin dit jaar – nu los van Bruisende Stad – nog een nieuwe vzw zou opgericht worden die zou instaan voor Promotie en Toerisme Kortrijk (PTK). We zijn halfweg het jaar en dat is nog niet gebeurd.

Overigens is dit niet de echte reden van het uitstel. In werkelijkheid is er tussen Bral en rest van het College (meer speciaal de burgemeester) een langdurige rel geweest omtrent de bezetting van het openbaar domein door Bruisende Stad en de “vergoeding” die Bral daarvoor naar zijn vzw kanaliseert. Die rel is op een bepaald moment zo erg geweest dat schepen Bral zich een keer met opzet niet in het College heeft vertoond.

Die vergoedingen die Bral zomaar via een factuur opeist bij de horeca zijn wel degelijk belastingen of retributies. En die moeten goedgekeurd worden door de gemeenteraad.
Volgens de gazet verwacht Bral vanwege de horeca “een inbreng” van 15.000 euro. Vanwaar haalt hij dit bedrag? In de mij bekende begroting 2005 is voor “verkoop ruimte Kortrijk Bruist” 10.000 euro aan inkomsten voorzien. Verwacht hij daarnaast ook nog sponsoring? Vermoedelijk wel, want in de begroting 2005 is er nog een artikel “structurele sponsoring evenementen ” met een bedrag van nog eens 10.000 euro.
Maar misschien baseert schepen Bral zich op de resultatenrekening van 2003. Die vermeldt onder de post “sponsoring horeca” inderdaad 15.080 uro. (De resultatenrekening 2004 geeft geen specifieke inkomsten meer aan vanwege de horeca, maar er is een algemeen bedrag aan sponsoring geweest van 113. 657 euro. )

Nu ja.
De kritiek op het financieel beleid van Bruisende Stad kan veel breder en vooral dieper gevoerd. De kern van de zaak wordt in de pers althans niet bereikt. En schepen Bral is zich zelfs niet bewust van the heart of the matter.
Het gaat om veel meer dan die aangevochten terrasvergoedingen.
Om te beginnen moet de vzw eindelijk eens beginnen met accurate cijfergegevens te verstrekken. Dat is een absolute vereiste om de innigste wens van schepen Bral in vervulling te brengen: “stoppen met foeteren” en “leren samenwerken“.

Ik ben lid van de Algemene Vergadering van Bruisende Stad. De besprekingen van rekeningen en begrotingen zijn een hutsepot. Op 25 mei laatstleden werden twee verschillende resultaatrekeningen voorgelegd. De ene was “juist” en de andere dan waarschijnlijk niet.
De uitleg over balans en rekening heeft niemand begrepen, en er is niemand in de Vergadering die dit durft zeggen. De begroting 2005 in mijn bezit dateert van 23 november vorig jaar, maar is intussen waarschijnlijk al wel fel gewijzigd.
In elk geval, cijfers die Bral opgeeft in “Het Laatste Nieuws” van vandaag kloppen niet met de mij bekende gegevens.
Belangrijker nog is dat ik bepaalde bedragen zou durven in twijfel trekken.

Over dit alles meer in een volgende kolom. We beloven van eerst nog wat te “foeteren” om dan wat ernstiger te worden.

Vriendelijke waarschuwing voor schepen Hilde Demedts

Van Hilde Demedts, onze schepen voor Burger en Welzijn, is bekend dat zij een scherp oog heeft voor schijnhuwelijken.
Hoeveel zij er al geweigerd heeft is mij onbekend. Een raadslid zou dat een keer kunnen durven vragen. Want de schepen heeft er toch wel al miserie mee gehad. En wordt me dunkt dan een beetje in de steek gelaten door collega’s of parket.

Goed geteld sluit de Kortrijkse schepen zo’n 300 (beetje meer soms) huwelijken af per jaar.
Bij toch zeker een twintigtal gevallen wordt er hierbij één van de partners Belg door huwelijk.
In het gerechtelijk arrondisement Kortrijk (dat is groter dan de stad Kortrijk) zijn er in 2003 (laatst bekend cijfer) 36 huwelijken aan een voorafgaand onderzoek onderworpen bij het parket. Er waren in datzelfde jaar slechts 3 dagvaardingen. En 7 nietigverklaringen.

In de ministerraad van 25 maart 2005 heeft de regering beloofd om een wetsontwerp in te dienen dat schijnhuwelijken (en gedwongen huwelijken) krachtdadiger zal aanpakken. Zelfs pogingen tot het afsluiten van schijnhuwelijken worden dan strafbaar.
De vice-minister en minister van Justitie Laurette Onkelinx heeft zich daar altijd krachtdadig tegen verzet.

Dat ze nog altijd een soort obstructie pleegt blijkt nu weer uit een antwoord op een schriftelijke vraag van Kamerlid Schoofs. Zijn vraag dateert van 2 maart en kreeg waarlijk een spoedig antwoord van de minister in het bulletin van Vragen en Antwoorden van 25 maart. (OVRA 51 -075, pag. 12527.)
Net op de dag dat de ministerraad besloten heeft om tot enige sanctioneringen over te gaan.

Wat willen we nu eigenlijk vertellen aan schepen Hilde Demedts?
Dat zij nog altijd goed moet opletten op wat ze bij huwelijksvoltrekkingen in haar stadhuis van plan is.
Immers, de schepen van de burgerlijke staat (in het Bulletin van de Kamer nog “stand” genoemd) gaat volkomen zelfstandig tewerk wanneer hij een huwelijk voltrekt of bepaalde feiten vaststelt.
(Bij pastoors is dat anders. Volgens de meest fundamentele ortodoxe kerkelijke leer akteren zij gewoon dat twee mensen voor zichzelf beslist hebben dat ze tot die daad willen overgaan. Katholieken trouwen gewoon met mekaar en laten het aan anderen eventjes over om dat te constateren. Een ingewikkelde kwestie. Je bent zelfs nog niet getrouwd als je nog niets hebt gedaan!)

Letterlijk citaat van meermaals gehuwde Laurette Onkelinx:
Hierbij zet de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn eigen verantwoordelijkheid op het spel.”

Laurette is ook juriste.
Vandaar de toevoeging:
“En deze verantwoordelijkheid van de schepen is drievoudig:
burgerlijk, strafrechtelijk en administratief. “

In geval van twijfel kan de ambtenaar een advies inwinnen bij de procureur des Konings.
Maar dat advies is niet bindend. De schepen van Burgelijke Staat alléén beslist om het huwelijk al dan niet te voltrekken.

Hilde !
Bent wel u goed verzekerd?
In andere steden is er bij de de ambtenarij een soort “cel” die de ambtenaar-schepen beschermt tegen mogelijke verkeerde percepties.

P.S.
In mei vorig jaar was er een huwelijksaangifte waarbij de huwelijksvoltrekking negatief werd geadviseerd door het parket. De betrokkenen zijn daarvan verwittigd in maart dit jaar. De zaak is in onder de rechter. Zal onze stadverzekeraar B.A (Ethias) tussenkomen?

Onze burgemeester is ook Vlaams Volksvertegenwoordiger

Ik was het waarlijk vergeten.
Tot plots in “De Tijd” (1 maart) te lezen stond dat Vlaams volksvertegenwoordiger Stefaan De Clerck (CD&V) aan de Vlaamse regering heeft gevraagd om de schouders te zetten onder handelsdistricten in de steden. (Later daarover nog wel een keer iets meer.)

Nu moet u niet denken dat de burgemeester zich in het Vlaams Parlement niet werklustig gedraagt.
Maar hij is gelukkig nu eenmaal niet zó publiciteitsgeil als zijn Kortrijkse collega en ook raadslid Carl Decaluwé. Als die een stro van de aarde raapt wordt heel de pers daarvan op de hoogte gebracht.

Onze burgemeester is in het Vlaamse parlement lid van de Commissie “Cultuur, Jeugd, Sport en Media”. Iedereen weet dat hij fel is geïnteresseerd in die domeinen. Daar niet van, maar als burgemeester van een centrumstad had hij zich wellicht nuttiger kunnen maken in de Commissie “Wonen en Stedelijk beleid”. (Even aan toevoegen: hij is wel plaatsvervangend lid van deze commissie.)

Onze lokale gazetten kunnen natuurlijk niet alles aan. (Vandaar overigens het bestaan van de krant Kortrijkwatcher – deze weblog – die u nu leest.)
Toch zou ik aandringen bij de plaatselijke journalisten om de werkzaamheden van Stefaan De Clerck op het Vlaamse niveau wat indringender te volgen. Hij is tenslotte onze burgervader!
En de onderwerpen die hij op tafel gooit hebben vaak een pertinente regionale of stedelijke betekenis.
En het is allemaal niet zo moeilijk om op te zoeken. Het Vlaams Parlement heeft een degelijke website. In enkele minuten kan men te weten komen wat onze burgervader in Brussel uitricht.
Vóór de schermen althans. Wat in de Wandelgangen en Kabinetten geschiedt is natuurlijk ook van groot belang.

De tussenkomsten van onze Vlaamse volkvertegenwoordiger-burgemeester verraden uit de aard der zaak wat hem bekommert.
Zo bijvoorbeeld had hij vragen bij de aanwerving van een nieuwe bouwmeester. (De vroegere Bob Van Reeth is een vriend des huize.)
Hij vroeg ook om uitleg bij het sportbeleid in Vlaanderen, de financiering van de Belgische Kamers van Koophandel, de bevoegdheden van de Serr en het Resoc.
Er was ook een voorstel van resolutie betreffende grensoverschrijdende samenwerking met Noord-Frankrijk.

Soms is onze burgemeester wel een beetje wollig, zodat het voor een journalist niet altijd gemakkelijk is om de essentie van zijn boodschap te begrijpen.
Eén citaat, uit zijn interventie over het MAS (Museum aan de Stroom in Antwerpen).
“De essentie van de culturele dynamiek is te vinden in de finaliteit. Die moet kunnen ingebracht in een langetermijnvisie. Het is cruciaal om alles als een geheel te bekijken bij de uitstippeling van het langetermijnbeleid”.
Ja.
HET IS WAAR.

Eigenlijk wil de burgemeester hiermee zeggen aan minister Bert Anciaux dat hij bij de financiering van grootse projecten (het Buda-kunsteneiland) de stad Kortrijk niet mag vergeten. Maar waarom zegt hij dat dan niet gewoon?
Onze burgemeester heeft ook zijn verontwaardiging uitgesproken over de aanvallen van het Vlaams Blok (bij monde van Erik Arckens) op stadstheaters, alhoewel hij daaraan toevoegde “geen theaterkenner te zijn”.
Nou, dat had ik toch niet gedacht. Onze burgemeester is één van de heel weinige (zeg maar: géén) stadsbestuurders en/of gemeenteraadsleden die een klein beetje zo nu en dan wel eens in “Limelight” opdagen.

Dat de burgemeester pleit voor vierjaarlijkse (in plaats van tweejaarlijkse) subsidies aan kultuurtempels is dan wel weer te begrijpen. Die culturele jobhoppers van vzw’s Buda I en II moeten toch een beetje kunnen leven.