Category Archives: investeringen

Voor 130.000 euro kunst op Kortrijk-Weide (2)

Hoe komt men aan die 130.000 euro voor de kunstintegratie op de site Kortrijk-Weide?

Dit jaar nog is 12.5000 euro voorzien voor’ onderzoek en bemiddeling’:
– de twee curatoren krijgen hiervoor elk 2.000 euro.
– voor hun reis- en verblijfkosten nog 1.500 euro
– reis- en verblijfkosten van twee kunstenaars: 1.650 euro
– voorstudies van twee kunstenaars: 5.350 euro

Voor de periode 2016-2018 (uitvoeringsfase) is er 117.500 euro voorzien:
– bemiddeling en opvolging van de twee curatoren: elk 2.000 euro
– reis- en verblijfkosten curator: 1.000 euro
– honorarium kunstenaar: 10.000 euro
– reis- en verblijfkosten kunstenaar: 2.500 euro
– productie- en installatiekosten (eerste schijf in 2017): 50.000 euro
– productie- en installatiekosten (tweede schijf in 2018): 50.000 euro

Voor 130.000 euro kunst op Kortrijk-Weide (1)

Voor wie het nog niet zou weten:  op de site  Kortrijk-Weide komt er een fuifzone, een zwembad, volwassenonderwijs, jeugdwerking, een evenementenplein.  En groen.
Binnen dit stadsproject is nu ook een dossier ‘kunstintegratie in publieke ruimte’ opgenomen.  De meerjarenbegroting voorziet voor bemiddeling, ontwerp en realisatie  van het kunstproject 130.000 euro.

De curatoren/bemiddelaars zijn alreeds aangeduid op voorstel van de totaal onbekende  adviesraad ‘Kunst in de publieke ruimte”.
Het gaat om Patrick Ronse, coördinator van Be-Part (Platform voor actuele kunst in Waregem) en  de internationaal bekende curator – niet altijd onbesproken –  Hilde Teerlinck.
Het concept is genaamd PLAY en slaat op een kunstenparcours met bestaande en nieuwe werken van hedendaagse (twee?) nationale en internationale kunstenaars.

P.S.
Zo’n project kan genieten van subsidies van de Vlaamse Gemeenschap en soms ook van Europa.

Projectplanning “regionaal erfgoeddepot” loopt helemaal in het honderd

(Staat niet in de gazetten.)

Over dat erfgoeddepot is  men al jaren aan het bakkeleien.
Maar pas in september 2014 is uiteindelijk beslist dat het zgn  “intergemeentelijk cultureel en onroerend erfgoeddepot ” voor Zuid-West-Vlaanderen in Kortrijk zou komen.  Te bouwen  op de site van De Vier Linden (groothandelsmarkt) in Heule.
Naar aanleiding van een interpellatie van raadslid Christine Depuydt (CD&V)  in zitting van februari 2015 was schepen Rudolphe Scherpereel (N-VA) er heilig van overtuigd dat de immers “eenvoudige constructie” helemaal af zou zijn eind van 2016.
Het schepencollege van mei van dit jaar stelde de planning wat bij:  men zou deze maand september starten met de ruwbouw en de omgevingsaanleg en dit alles zou dan  af zijn in september 1017, na één jaar dus.  De gehele afwerking (met schrijnwerk) tenslotte is nu voorzien voor januari 2018. Twee jaar later dan de schepen van Economie  ten stelligste heeft vooropgezet.

De werken moeten evenwel nog beginnen.
(Staat niet in de gazetten.)

Er is immers nog altijd geen  stedebouwkundige vergunning beschikbaar.
Intussen zit het tripartite-schepencollege met de handen in het haar.  Er is een heel vervelende kwestie opgedoken.
Voor drie loten van het project zijn al op 21 april 2016 offertes binnengelopen  en die kregen een verbintenistermijn (vroeger genoemd: gestanddoeningstermijn) tot 19 augustus van dit jaar.

Wat nu gedaan?
– Een gunningsbeslissing binnen de initiële verbintenistermijn kan niet meer.
Bij een eventuele niet-realisatie van die werken als gevolg van bepaalde omstandigheden heeft de gecontracteerde inschrijver recht op een schadevergoeding van 10 procent. Voor de drie loten samen bedraagt die 235.385 euro (incl. BTW).
– Het schepencollege zal evenwel de inschrijvers vragen om een verlenging van de verbintenistermijn met 90 kalenderdagen.
In dit geval kan de inschrijver een gemotiveerde verhoging van zijn offertebedrag afdwingen.  Die prijstoeslag moet wel onder het offertebedrag van de tweede gerangschikte inschrijver blijven.  Die eventuele verhoging van de offerte kan hier maximaal 233.077 euro (incl. BTW) bedragen.

P.S.
Uit de berekening van de boete van 10 procent kan men afleiden dat de drie loten samen 2.353.857 euro kosten.  De raming was ietwat hoger: 2.383.473 euro.
Het gaat om de loten 1) ruwbouw en omgevingsaanleg,  2) gevelsluitingen en gordijngevel, 3) schrijnwerken en afwerking.
In mei laatsleden raamde men de totale kostprijs van het depot op 4.151.337 euro (incl. BTW).  Hierin zijn inbegrepen:  de werken (7 percelen),  de beveiliging, de levering van meubilair,  de  studies,  de nutsaansluitingen.
Stad Kortrijk zou de grond inbrengen (550.000 euro) en 1 miljoen voor de bouw.
De rest zou moeten komen van de provincie en van FOCI-Vlaanderen.

We krijgen een soort rijdend stadhuis

(Bericht  hierover lees  je straks  nog in wel in  de plaatselijke  perse van onze onderzoeksjournalisten.  Niet verschieten. Met stante pede uitleg van de bewindvoerders  En zonder weerwoord van de oppositie.).

Het project draagt de naam ” (meldpunt)  1777 op wielen“.
Het schepencollege heeft een ingerichte bestelwagen (bijna een bus) gekocht  die bij allerhande gelegenheden  te pas en te onpas overal zal worden ingezet.
Bijvoorbeeld:
–  feesten in Kortrijk (Sinksen, Kerstmarkt)
–  volksbarbecues van  het schepencollege
–  gemeenteraad op verplaatsing
–  start van grote werven
–  wijkgerichte initiatieven
–  campagnes (te veel om op te sommen)
–  koopzondagen
–  inschrijvingen (kinderopvang, sportkampen, speelpleinwerking)

De bestelwagen zal geleverd door de firma ‘Garage Brandweervoertuigen Dias & Zn’  uit Stekene voor het bedrag van 100.430 euro (incl. BTW).
Er liepen vijf offertes binnen met prijzen gaande van 88.390 tot 153.065 euro.
De raming bedroeg 105.270 euro.

Wat  er met én binnen dat voertuig allemaal zal of kan gebeuren  en wie het zoal (afwisselend?)  zal bemannen  is een raadsel.  Zelfs voor de stadsadministratie.

Erelonen voor architecten en scenografen van nieuw museum TEXTURE in Kortrijk ietwat aangepast

In maart 2011 kregen NoA-architecten samen met Madoc-scenografen de opdracht tot renovatie en herinrichting van het voormalige Euroshoppand in de Noordstraaat met het oog om aldaar een nieuw onderkomen te maken voor het vroegere Vlasmuseum.

Afspraak was dat er een ereloonpercentage van 11 procent zou gehanteerd worden op de totaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden. (Werkzaamheden die dus net door de gekozen inschrijvers zijn bepaald, wel te verstaan.)

In de loop der tijden liet het vorige en huidige schepencollege al delen van die erelonen vastleggen.
In november 2013 waren die saldo’s al opgelopen tot zowat 511.000 euro (inclusief BTW) en kwam daar nog een bedrag van ca. 52.000 euro bij als vergoeding voor meerprestaties die niet eigen waren aan de studieopdracht.
Uiteindelijk kwam er een volledige eindafrekening waarbij het basis-ereloon van 11 procent berekend werd op het bedrag van de uitgevoerde werkzaamheden, zijnde 4.019.346 euro.  Dat leverde voor NoA-Madoc toen een honorarium op van 534.955 euro.

De definitieve afrekening was er evenwel pas in april vorig jaar. Een tijdrovende procedure met veel overleg en discussies met aannemers resulteerde zelfs in een sterke reductie van de eindafrekening!

Nog in diezelfde  maand april liet noA.architecten toch weten dat zij die reductie onlogisch vonden gezien de geleverde inspanningen van hun ontwerpteam. Ze verwezen daarbij naar hun interventies als administratief en coördinerend tussenpersoon, de tijdrovende inspanningen bij het toezicht op de verrekeningen en het zes maandenlang durende proces van nazorg.

Kortom. Om voorgaande redenen stelde NoA voor om het ereloon te bereken op het budget dat net voor de eindafrekening van toepassing was. Met name 4.070.890 euro. Dit bracht een verhoging van het ereloon voor NoA-Madoc mee van 534.975 met +6.860 euro tot 541.835 euro.

Madoc-scenografie zelf ontving ook nog specifiek erelonen voor grafiek, research en redactie, soclage en finetuning. Samen voor een bedrag van 62.185 euro.

Met nog wat andere werkzaamheden erbij (onkosten architectuurwedstrijd, EPB-verslaggeving, toegankelijkheidsadvies, signalisatie, graveren van drukknoppen) komen we zo aan een totale som voor erelonen en projectgebonden studies op 630.111 euro (incl. BTW).

P.S. (1)
Bij de gunning van de studieopdracht (maart 2011) dacht NoA-architectuur uit Brussel nog het zaakje aan te kunnen klaren voor een ereloon van 185.000 euro.
P.S. (2)
Denk nu vooral niet dat de Raad van Bestuur van het museum daar iets van afweet. Of de schepen van cultuur.

De gigantische campagnebudgetten van “Citymarketing Kortrijk” (2)

Om Kortrijk (vooral het centrum dan) op de kaart te zetten zijn er dit jaar vijf campagnes voorzien waarbij de loutere promotie ervan minstens 180.000 euro zal kosten.  
Hierna dus een lijst van de ondersteunende campagnebudgetten vanuit het samenwerkingsverband van de acht stakeholders onder de noemer van “citymarketing”. (Zie een vorige kosteloze editie van kortrijkwatcher.)

Goed bedenken dat onderstaande evenementen zelf onnoemlijk veel geld kosten en daarnaast (daar bovenop) dus nog volop genieten van financiële steun van Stad of van gemeentelijk vzw’s.  
Een voorbeeld, nu.
Voor “Zomer in Kortrijk” gooit de door Stad gesubsidieerde vzw” Feest in Kortrijk” er 131.900 euro tegenaan en voor “Winter In Kortrijk” 107.500 euro.

De promotiebudgetten voor:

– Januari-februari:  Kortrijk Cupido  (20.000 euro)

– Maart-april-mei:  Kortrijk ’t Kriebelt  (40.000 euro)

– Juni-juli-augustus:  Zomer In Kortrijk  (40.000 euro)

– September-oktober-november:  We are Creators (40.000 euro)

– December:  Winter in Kortrijk (40.000 euro)

Er zijn tevens budgetten voorzien voor de pure promotie van bijzondere evenementen “met heel hoge meerwaarde” (50.000 euro) en voor “risico’s en opportuniteiten” (20.000 euro)

De gigantische campagnebudgetten van “citymarketing Kortrijk” (1)

Maar laat het ons eerst even hebben over de werking en de structuur van wat  heet: “citymarketing Kortrijk”.  
Meteen zal u alreeds een inzicht krijgen over de te besteden budgetten.

CITYMARKETING KORTRIJK is een feitelijk samenwerkingsverband van acht stakeholders, elk met een bepaalde financiële inbreng en een bepaald aantal stemmen.

De stuurgroep komt driewekelijks samen op donderdagochtend in een eigen kantoor, in het stadhuis.  
Verslaggever is Eliza Bruneel, ambtenaar bij vzw Toerisme Kortrijk. (Geen raadslid die daar al ooit een verslag heeft van kunnen inzien, terwijl de projecten waarlijk van enorm gemeentelijk belang zijn.)

Het is een onderdeel van de BTW-plichtige VZW Handelsdistrict Kortrijk Centrum (Leiestraat 22), een vzw die steun krijgt van Stad maar PERTINENT weigert om budgetten en rekeningen publiek te maken. De Raad van Bestuur van het Handelsdistrict is officieel bevoegd, maar de opdracht ‘citymarketing’ is feitelijk in handen van de stuurgroep, en de “rode draad” doorheen beide is schepen van Economie Rudolphe Scherpereel (N-VA).

Hierna even, met naam en toenaam de lijst van stakeholders met hun inbreng en aantal stemmen (in principe 1 stem per 25.000 euro).

– Union (de vroegere NV Sint-Janspoort van het winkelcentrum): Dominique Desmeytere  met  125.000 euro en hiermee 5 stemmen.

– K in Kortrijk: Domique  Desmeytere met 25.000 euro en dus nog 1 stem erbij.

– Decathlon: Bohdan Lamon met 25.000 euro en 1 stem.

– Stad Kortrijk: Mick Vos (kabinetchef van de burgemeester) met 25.000 euro en 1 stem.

– Vzw Handelsdistrict  Kortrijk Centrum:  Nele Muylle met 25.000 euro en 1 stem.

– Kortrijk Xpo: Saskia Soete de Boosere met slechts 15.000 euro en toch 1 stem.

– vzw Toerisme Kortrijk: Eliza Bruneel met slechts 10.000 euro en toch 1 stem.

– De Lijn: nog in onderhandeling.

Het totale budget (zonder inbreng van De lijn) bedraagt dus 250.000 euro.  
Dominique Desmeytere van “K in Kortrijk” heeft de grootste inbreng (150.00 euro ) en overheerst aldus – in nauwe samenwerking met de burgemeester en hier en daar een schepen, als het past – het samenwerkingsverband “Citymarketing” met zijn 6 stemmen.

De vijf voorziene campagnes voor dit jaar om Kortrijk op de kaart te zetten (in elk geval het centrum) zullen minstens 180.000 euro kosten.

(Wordt vervolgd.)