Ja, daar willen we het wel een keer over hebben.
Een raadslid stelde op 23 april een schriftelijke vraag en kreeg in de laatste, de meest recente publicatie van het “Bulletin van Vragen en Antwoorden” een schijnbaar antwoord. De uitgave van deze maand november dus.
Het ging om “vervolgvragen”, want het raadslid had in de gemeenteraad van april over dezelfde kwestie in een “voorstel tot beslissing” op geen enkele vraag een antwoord gekregen.
Het raadslid stelde die schriftelijke ‘vervolgvragen’ omdat namelijk al in de gemeenteraad van maart over de zaak ook al onvoldoende antwoord was verschaft, ter gelegenheid van twee interpellaties.
Op die vervolgvragen is in het Bulletin van november een waarlijk tergend zogezegd antwoord gekomen. Eén zin. Het meest ergerlijk is dat er gewoon – met een link nog wel – wordt verwezen naar een persbericht van Stad. Dat persbericht waarnaar verwezen werd dateert van 24 juni.
En nu weer een toppunt!
In dat persbericht is opnieuw geen antwoord te vinden op de gestelde vragen.
Zo’n manier van handelen getuigt van een opperst dédain ten opzichte van een door het volk verkozen raadslid, subsidiair van een vorm van respectloosheid ten opzichte van de Kortrijkse burger.
(Het ging om een zaak die de gemoederen heeft beroerd.)
Zie,
onze gemeenteraadwatcher kan er niet meer tegen, – tegen die steeds maar stijgende hybris (uitspraak: ‘hubris‘) van de betrokken schepen. Het is maar best dat hij voornemens is van eind volgend jaar (eervol!) ontslag te nemen.
(Wordt vervolgd, nadat we wat zijn bekomen. Kan nog dagen duren.)