We onderbreken even onze IMOG-sequel waarbij we pogen de bestuurs- en werkkracht te achterhalen en te beschrijven van onze drie bestuurders (Wouter, Anke, Maxim) en vier afgevaardigden (Sien, Anaïs, Kelly, Stephanie) bij de nu toch wel berucht geworden afvalintercommunale.
Kwestie van toch bij de actualiteit te blijven. (En onze raadsleden wat op de hoogte te houden, dat ook!)
Het Agentschap Binnenlands Bestuur gaf zopas het definitieve bedrag weer van wat steden en gemeenten uiteindelijk echt mogen inschrijven in de rekening 2025 en publiceerde daarbij nog de nieuwe prognoses voor de huidige bestuursperiode die loopt tot 2031.
Het Gemeentefonds (3 miljard!) is voor onze steden en gemeenten een zeer grote bron van inkomsten, een ware basisfinanciering.
Kortrijk – bijvoorbeeld! – raamt het totaal aan (operationele) exploitatieontvangsten voor dit jaar op 284 miljoen. Welnu, niet minder dan 111 miljoen daarvan komt niet direct van ons, bewoners, maar wel van de hogere Vlaamse en federale overheden. Wat een cadeau !
En van die 111 miljoen zogenoemde werkingsontvangsten krijgen we dit jaar zomaar (in totaal) 57 miljoen vanuit het Gemeentefonds. Net ietwat meer dan de helft.
We gaan daar nu wat nader op in want dat Gemeentefonds steekt raar – ingenieus – in mekaar. Hogere wiskunde. (Lees maar eens het Gemeentefondsdecreet, beste raadsleden!)
Niet alle steden en gemeenten krijgen evenveel toebedeeld. Voor een gelijke behandeling van de verschillende lokale besturen is een ongelijke verdeling van de middelen nodig.
Niet alle lokale besturen hebben immers een gelijke toegang tot mogelijke belastingontvangsten. Iedere gemeente kent grote kostenverschillen.
Vandaar dat ernaast de verschillende hoofddotaties en basisfinancieringen voor OCMW’s ook nog vier aanvullende dotaties zijn ingevoerd. En telkens op basis van divers criteria.
Zie volgend stuk.