Over postpunten en kantoren

De overheid is bezig met zich te ontvetten. En dat beginnen we te voelen.

Er is heelwat heisa – er circuleert een petitie die naar het schijnt al 5.000 handtekeningen kreeg – rondom de nakende sluiting van de postkantoren Sint-Jan (Stasegemsestraat) en Brugsepoort (Brugsesteenweg.)
Hierna zetten we een en ander in de context. (Ik wist niet eens van het bestaan van die kantoren. Jij?)
Maar eerst nog even tussendoor vragen hoelang het al geleden is dat u nog een keer in een postkantoor bent geweest.
En waarom? Lag dat nu aan u, of aan een of andere versteklatende administratieve vereenvoudiging?
Neen. Het is lang geregeld, met 6 grote spelers.
—-
Toen het weekblad “Trends” in november vorig jaar vertelde dat er in 2007 wel 275 postkantoren in het land zouden sluiten reageerde de woordvoerder van De Post met te zeggen dat het bericht voorbarig was. Het zijn er voor dit jaar uiteindelijk 277
geworden die moeten sneuvelen. In twee golven, want voor de tweede serie sluitingen wacht men nog tot na de federale verkiezingen. Goed gezien van de SP.A.
Verwacht wordt dat er in het land in 2009 nog 589 kantoren zullen overblijven. Eén per gemeente. De sluitende kantoren worden vervangen door zgn. PostPunten. Ook wel eens postagentschappen genoemd, of postale servicepunten.
Zij (kunnen) komen in treinstations, benzinestations, warenhuizen, superettes, krantenwinkels, buurtwinkels, toerismebureaus (aan de kust bijvoorbeeld).
In die PostPunten kan men postzegels kopen, fiscale zegels, pakjes en aangetekende zendingen versturen en kleine stortingen verrichten (facturen betalen). Dat is 85 procent van de normale dienstverlening. Geld afhalen (pensioenen) kan (voorlopig?) niet.
Dat zet kwaad bloed bij de senioren. En die gasten worden steeds gevaarlijker. Ze zijn steeds meer met velen, electoraal bekeken en ze doen ook steeds meer vilein, niet alleen in de politiek. Oude deugnieten (m/v) zijn het.

Volgens de officiële website van Tante Post zijn er in Kortrijk nu vier kantoren: Centrum, Sint-Elisabeth, Brugsepoort, Sint-Jan. Er wordt slechts één PostPunt vermeld: de Carrefour die eigenlijk op grondgebied Kuurne ligt. Over mogelijke servicepunten in deelgemeenten wordt niet gerept. Dat valt te betreuren. “Er worden (daar) nog geen partners gezocht”. En:
de kandidaturen in Kortrijk zijn “bevroren”. Welke?

In heel het land heerst er veel ongenoegen over de sluitingen.
Bij de vakbonden omdat men banenverlies vreest. En een beetje meer werk ook zeker?
De “herstucturering”, de reorganisatie en de besparingsmaatrelen zullen 2.000 postmensen treffen. Maar De Post belooft dat er geen naakte ontslagen zullen vallen. Men rekent op nieuwe jobs binnen de post en het natuurlijk personeelsverloop.
Ook bij federale politici die niet verlegen zijn om hun achterban naar de mond te praten regent het protesten. Vragen in de Kamer aan de staatssecretaris van overheidsbedrijven, Bruno Tuybens. Gemeenteraden (in Gent van Beke en Vilvoorde van Jean-Luc bijv.) keurden moties goed. Talloze burgemeesters schrijven schrijnende brieven naar Tante Post.

In onze Stad blijft enige reactie vanwege het Schepencollege of de gemeenteraad tot op heden achterwege. Me dunkt is de VLD niet tegen de sluitingen. En bij de oppositie is Spirit blijkbaar ook niet tegen de vervanging door PostPunten. Voormalig schepen Philippe De Coene van de SP.A (ook volksvertegenwoordiger) houdt zich ditmaal toch wel stil. Maar raadslid Marc Lemaitre van hetzelfde kartel dan weer niet. Groen heeft nog niets in de gaten.

Op welke gronden wordt beslist om een postkantoor te sluiten?

Vooreerst is er een macroanalyse op basis van de parameters van het beheerscontract Post-Staat en de doelstellingen van het strategisch plan van De Post. Er komt in 2009 een liberalisering op ons af met steeds meer internationale concurrentie. En het verkoopsnetwerk van De Post is zwaar verlieslatend.

Dan komt er een microanalyse die bepaalde keuzes moet bevestigen of verwerpen.
Die analyse is gebaseerd op meerdere criteria, en niet enkel op het aantal bestaande cliënten. Men kijkt naar de aanwezigheid van commerciële polen, het potentieel van de markt (bevolkingsdichtheid, de aanwezigheid van KMO’s en zelfstandigen), de organisatie van het huidige retailnetwerk, de huidige infrastructuur van de kantoren, de economische en financiële leefbaarheid (rendabiliteit), de aanwezigheid van reeds bestaande postpunten.

Vraag is of de burgemeester die twee analyses – niet enkel de stand van zaken – voor Kortrijk heeft gekregen.
Indien dit het geval is zou hij die best kunnen openbaar maken, om te beginnen in de gemeenteraad en de Stadskrant.
Pas dan kan er eventueel een goed gestoffeerd debat beginnen, en kunnen we als burger beslissen of we al of niet de petitie zouden ondertekenen. Niet gebaseerd op sentimentele of verouderde gronden uit de vorige eeuw.

SLOFFEN
Nog onlangs weer (Kamercommissie Overheidsbedrijven, 11.12.2006) heeft Bruno Tuybens (SP.A) beloofd dat de sluiting van een kantoor altijd zal worden voorafgegaan door de opening van een postpunt in het relevante gebied. Kent ons Schepencollege al die nieuwe postpunten? Alleen de Delhaizes?
Hierbij merkte de staatssecretaris nog op dat postpunten per definitie komen ingeplant op die plaatsen waar veel mensen “op natuurlijke wijze” passeren. En: “Voor mensen die altijd naast een postkantoor hebben gewoond en op hun sloffen (citaat, welke? die van ons Vlaamse opa? die brave Turk?) naar het kantoor konden gaan verandert de situatie natuurlijk. Voor anderen dan weer wordt het veel beter.”
Dat is toch ook weer waar?

Hoe gebeurt de selectie van kandidaten voor postpunten?

Er is een veelvoud van criteria: trafiek, zakencijfer, locatie, de aangeboden infrastructuur, de openingsuren, de beschikbaarheid en kwaliteit van het personeel, de kosten.
De werking van de postpunten wordt continu opgevolgd. Ze worden zelfs bezocht door ‘mystery shoppers’. Het personeel krijgt ook een basisopleiding van twee dagen, gevolgd door een test. Er is een telefonische helpdesk ter beschikking.

Al in juli 2005 werd er in Sint-Niklaas in twee warenhuizen een pilootproject uitgetest. Er (was) is algemene klantentevredenheid. En het aantal bezoekers was steeds maar stijgend.

Ja.
De senioren op hun sloffen van dat hard kamelenleder moeten nu maar eens een keer modernere middelen gaan uitvinden om aan hun pensioen te geraken. Rolstoelen van de vzw Jongerenatelier.
En de allochtonen uit de buurt van het kantoor Sint-Jan die geld naar de familie thuis sturen kennen toch Western Union, en hun eigenste koeriers en halal-banksystemen? Ach, het zijn heus geen sukkelaars, op dit gebied toch. Denk ik.
Intussen kunnen we maar hopen dat de besparingsmaatregelen ook nog als bedoeling hebben om middelen vrij te maken voor een nog betere en gerichte dienstverlening van Tante Post. Maar ook niet om te “privatiseren”.

Publieksprijs voor Kunstwerkstede De Coene ?

Op 5 februari worden de Cultuurprijzen Vlaanderen 2006 (vroeger wel eens Staatsprijzen genoemd) door muilentrekker en mimespeler Bert Anciaux uitgereikt. Met een speech in het A.N. hem eigen waarin men gaandeweg zal merken wat hijzelf en niemand anders dan zijn vrouwke (naam vergeten, kwam op TV) nog heeft bedacht. Kunstwereld weer op zijn achterste poten.

Het project “Kunstwerkstede De Coene” is genomineerd in de categorie ‘cultureel erfgoed’. Samen met de vzw ‘Brussel behoort ons toe’ en het Museum Dr. Guislain van Gent.
Voor een volledig overzicht van de genomineerden en toelichting : zie www.cultuurweb.be.

Het project “Kunstwerkstede De Coene” gaat om méér dan die afgelopen tentoonstelling. Er zijn in dit kader allerhande activiteiten gepland rondom thema’s als design, innovatie en creatie.
Info op www.kunstwerkstede.be en www.erfgoednet.be/kortrijk.

Vlug gaan stemmen, voor de publieksprijs dan op www.cultuurnet.be (links in dat raam)
of op
www.klara.be:html/cultuurprijzen/voting.shtml.

Over het statuut van onze mandatarissen (2): kostenvergoedingen en fractietoelagen en sjerpen

Het Vlaams regeringsbesluit van 19 januari 2007 hierover is weer veel te summier, en zelfs niet altijd duidelijk. Men moet het verslag lezen, en dan nog blijven er raadsels te over. Met betrekking tot het gemeentebeleid van de Vlaamse Regering is dit besluit inzake goed bestuur de slechtste tekst die mij ooit is overkomen. Twee aankomende juristen publiek recht die even gedurende een minuut of twee samen dat besluit lezen maken er totaal gehakt van.
Zelfs onze stadssecretaris (inclusief de VVSG) en adjunct kunnen er niet gelukkig mee zijn. Ben niet zeker. Je weet nooit of ze niet hebben meegewerkt of een en ander bedacht bij dat spul.

Specifieke kostenvergoedingen
Ook voor de kuisvrouw?

Leden van de gemeenteraden, alsook hun voorzitters en commissievoorzitters en leden van de OCMW-raad kunnen – voor bepaalde kosten vergoed worden. Ik probeer te citeren, en niet eens volledig.
En het is de Raad zelf die beslist over die specifieke kosten. In de Politiek kun je voortaan zelf op eigen houtje beslissen welke kosten je voor jezelf wil laten vergoeden door uw werkgevers. Die werkgevers, dat zijn wij, de kiezers. Deze vaststelling is toch een goede reden om als waarnemend burger het huilen en het lachen weer even nader bij mekaar te brengen?

Absolute cijfers die de kosten van gemeenteraadsleden althans dan begrenzen zijn niet bepaald. (Voor de provincie liggen de zaken wel anders.)

Het is wel zo dat de terugbetaling van de gemaakte kosten wordt onderworpen aan drie cumulatieve voorwaarden:
– de kosten moeten verband houden met de uitoefening van het mandaat;
– ze moeten noodzakelijk zijn voor de uitoefening van dat mandaat;
– ze moeten bewezen worden (zijn niet forfaitair).

Er zijn dus verantwoordings- of bewijsstukken nodig en die worden beoordeeld door de gemeentesecretaris.
Raadsleden hebben inzage in die stavingsstukken (van anderen) en kunnen hierover in de gemeenteraad interpelleren. Dat is al iets.
Noodzakelijk voor het mandaat? Reizen naar China, naar de Fieliepienen, naar Lille?

Voor OCMW-raadsleden liggen de geldzaken nog helemaal anders.
De kosten moeten letterlijk voortspruiten uit een uitdrukkelijke opdracht van de OCMW-raad.

In het verslag bij het regeringsbesluit staan voor gemeenteraadsleden een aantal voorbeelden opgesomd van kosten, en die gaan nogal ver. Te ver?

– Zo zijn er terugbetaalbare kosten die “een gezinsvriendelijk karakter hebben”: kinderopvang, occasionele opvang, e.d.
– Kosten die betrekking hebben op de verzekering van raadsleden.
– Communicatiekosten: telefoon, internet, een personal computer, e.d. Plus de werking ervan: fax en kopieerapparaat. (GSM niet? Elektronische agenda? De stencilmachine ook nog?)
– Mobiliteitskosten: wagen, reis- en verblijfkosten.
– Representatiekosten! (Ook een smoking? Coiffeuse?)
– Kosten voor de persoonlijke vorming.

Het is erg, er zijn geen ‘civil servants’ meer.
Straks betalen we onze verkozenen nog hun kuisvrouw.
Ook verplaatsingskosten binnen de gemeente zijn aanrekenbaar: bijv. om naar het stadhuis te trekken, of naar een of andere culturele of sportieve manisfestatie. Dit gaat ons nu toch ook te ver?

Dat alles vraagt om een keiharde deontologische code.

En heel dat gedoe vraagt allemaal om veel praktische moeilijkheden.
Stel dat ons gemeentebestuur (voorheen een optie van onze burgemeester) opteert om aan de raadsleden een PC met aansluiting en abonnement te schenken, dan levert dit evenwel voor de mandataris een belastbaar voordeel op van 240 euro. Laat maar vallen. Zet alles op intranet, want ieder raadslid die naam waardig heeft al lang een PC.
En anderzijds zijn mandatarissen al gerechtigd om de kosten die zij maken in te brengen als aftrekbare kosten, of kunnen ze genieten van een speciaal kostenforfait.
Wat wordt er dan nu voordeliger?
Vormingskosten?? Daar kunnen de fractietoelagen toch voor dienen? EN ALLES WAT EEN GEMEENTERAADSLID DIENT TE WETEN STAAT TOCH OP INTERNET? Ofwel ben je gevormd of niet? Ofwel begin je er niet aan. A.u.b. zeg.

Heeft een gemeenteraadslid wel veel werk?
Me dunkt van wel. Zie onze informatieve bijdrage hierover van 22/06/2006. En andere, bijv. over competenties. Onze preuve tot examen.

Fractietoelage?

Ter ondersteuning van gemeenteraadsfracties (‘partijen’) kan jaarlijks een toelage verleend, ten laste van het gemeentebudget. In Kortrijk is dit al het geval. 125 euro per raadslid.

Maar nu komt het.
Die toelage kan enkel gebruikt voor de ondersteuning van “de werking” van de fractie in de gemeenteraadswerking. De middelen mogen dus niet gebruikt worden voor partijwerking, verkiezingen, ter compensatie van presentiegeld.
Men mag er boeken mee kopen, tijdschriften, vormingscursussen volgen, e.d.
Dus er niet gezamenlijk mee op café gaan.

Jaarlijks wordt overigens een gedetailleerd verslag gemaakt van de aanwending van die middelen. Dat verslag is openbaar en wordt zelfs voorgelegd aan de Raad !
Geld dat niet is aangewend tot ondersteuning van de fractiewerking wordt teruggevorderd of voor het volgende werkjaar in mindering gebracht.
Het is ongeveer het enige artikel in de tekst over het nieuwe statuut van mandatarissen dat ergens op slaat. Maar ben nu wel weer vergeten of dit in het besluit zelf staat of in de toelichting.

Een fractietoelage voor OCMW-raadsleden bestaat niet !
Want in een OCMW-Raad zijn er officieel geen fracties.

P.S.
OVER DE SJERPEN
In het nieuwe statuut van mandatarissen is er nog uitvoerig sprake van sjerpen.
Wat ik niet wist is dat mandatarissen niet enkel hun sjerp moeten dragen bij huwelijken of evenementen en zo maar ook in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing of ernstige verstoring van de openbare rust. Tenminste als dit hoort bij de uitoefening van hun bevoegdheid. Dus: burgemeester met sjerp aan, aan het station.

Mannelijke mandatarissen dragen hun sjerp om de middel (embonpoint), met de zwarte rand bovenaan. Vrouwen over hun rechterschouder met de knoop in de linkerzijde, waarbij het zwart zich bij de hals (cleavage) bevindt.
De burgemeester is te herkennen aan de zilveren franjes. Schepenen aan de rode.
Op de sjerp staat nu ook in het kader van onze nieuwste onafhankelijkheidsstrijd een Vlaamse Leeuw. Een insigne van minimum 7 centimeter en maximum 9,5 centimeter in de hoogte en minimum 6 tot maximum 7 centimeter in de breedte.
Maar waar moet dat komen?
De bovenkant wordt aangebracht op 15 centimeter boven hun kwast. Voor de heren althans. Voor de vrouwen op 17 centimeter onder de schouder. Het nieuwe besluit vermeldt geen sancties bij overtreding.
Het wapenschild mag ook aangebracht op de sjerp. Facultatief. Laat ons daarmee wachten tot onze designstad een nieuw heeft ontworpen.
Geen plaatsbepaling van het “wapenschild van de stad” voorzien in het nieuwe statuut van mandatarissen.
In de rechter- of linkerhand?

VOORSTEL
Pff.
Het wordt nu echt tijd om weer eens een positief-constructief voorstel te formuleren.
In een stad als Kortrijk krijgen gemeenteraadsleden of OCMW-raadsleden het maximum van wat kan, als presentiegeld.
Als zij méér willen kunnen zij een andere hobby of society-gebeuren zoeken waarin zij ook bekwaam zijn. Voor hun vaardigheden en kennis(sen).
Voor mijn part: 200 euro per vergadering gegund. Bruto. Maar niet meer. (Normaliter zijn er per maand voor gemeenteraadsleden twee bijeenkomsten: een commissievergadering van maximaal een half uur, en een zitting van onbepaalde duur, maar meestal toch niet meer dan drie uren.)
DANKT U.

Over het statuut van onze mandatarissen (1): de verloningen

(Dit stuk wordt nu en dan aangevuld.)

Als je het over het statuut van iemand heeft dan denk je altijd aan iets van klasse, stand, gedragswijze, manier van denken. Beroep, kennis, vaardigheden. Zoiets. Het nieuwste besluit van de Vlaamse regering (ook door Vervotte ondertekend) over het statuut van lokale of provinciale mandatarissen of nog andere (verzelfstandigde besturen, autonome gemeentebedrijven) heeft het voornamelijk bladzijdenlang over geld, en eretitels. En kentekens. Sjerpen.

Sinds vorige vrijdag pas weten onze mandatarissen (burgemeester, schepenen, OCMW-voorzitters, enzovoort) geantidateerd eindelijk ongeveer wat zij gaan verdienen. Nu maar uitkijken naar brieven van de fiscus.

De administratie van minister-president Leterme is wel al respectvol sinds oktober vorig jaar bezig met het uitdokteren van de nieuwe weddes of vergoedingen of bezoldigingen. Onderscheid maken. Een wedde, dat is een salaris. Een vergoeding is facultatief.

Grote nieuwigheid is dat de weddes van burgemeester en dientengevolge ook de schepenen niet meer gekoppeld zijn aan een percentage (hier ter stede was dat: 105 %) van de bezoldiging van de gemeentescretaris, maar wel aan een percentage van de vergoeding voor een Vlaams parlementslid. En bij die herziening was het zeker niet de bedoeling om de weddenschalen te verhogen.

Moet zelf nog uitdokteren of dit wel zo is uitgekomen.
Voor zover ik weet verdiende een burgemeester van een stad als Kortrijk vorig jaar 61.937,54 euro. Vakantiegeld en eindejaarspremie niet inbegrepen. Een schepen kreeg daarvan 75 procent: 46.453,16 euro. Dat is in BEF uitgedrukt resp. 2,49 miljoen franken en 1,87 miljoen franken. Niet geïndexeerd. Vandaar: vanaf november 2006 te vermenigvuldigen met 1,4003.

Burgemeester
Voortaan krijgt onze burgemeester 83,65 procent van de vergoeding van een Vlaams parlementslid.
(Maar hij is dat ook. Niet de minste goesting nu om uit te zoeken hoe het dan moet. Ieder zijn rekening. Geld moet rollen.)
Als we tijdens deze legislatuur nog aan 80.0001 inwoners zouden geraken wordt dat opvallend veel meer: 100,84 procent! Burgemeester! Nog zowat 5.000 inwijkelingen zien te verzamelen en we zijn er. Bouwen maar. Goedkope woningen. De grond in concessie geven zoals in Nederlandse gemeenten wel eens het geval is.

Onder de vergoeding van een Vlaams parlementslid dient men te verstaan: de geïndexeerde belastbare basisvergoeding, verhoogd met de forfaitaire onkostenvergoeding, de eindejaarspremie en het vakantiegeld.
Na veel zoeken op internet dit gevonden als meest recente bedragen.
Een Vlaams volksvertegenwoordiger geniet van een belastbare basisvergoeding van 74.923,06 euro (aan 100 procent). De forfaitaire kostenvergoeding is 20.978,46 euro. Het jaarlijkse vakantiegeld: 5.631,70. Eindejaarstoelage: 2.148,38 euro. Totaal: 103.681,6 euro.
Onze burgemeester krijgt daarvan 83,65 procent. Bereken nu zelf zijn wedde en kijk of dat méér is dan vroeger het geval was. Ik denk van wel.

Schepenen
De wedde van een Kortrijks schepen bedraagt nog altijd 75 procent van die van de burgemeester. Alweer rekening houdend met ons inwonersaantal.
Als de eerste schepen Lieven Lybeer ooit gedurende minstens een maand de burgemeester bestendig zou vervangen krijgt hij een burgemeesterwedde.

OCMW-voorzitter
De bezoldiging van Franceska Verhenne is dezelfde als die van een schepen. Terugbetaling van de kosten is mogelijk. Er wordt ook nog vakantiegeld en een eindejaarspremie toegekend.
Géén presentiegeld voor OCMW-vergaderingen!
En waarom het nodig is om nog eens uitdrukkelijk te vermelden dat een OCMW-voorzitter van geen enkele andere vergoeding of voordeel ten laste van het openbaar centrum mag genieten weet ik niet. Om welke reden en onder welke benaming ook, staat er nog ten overvloede bij.

Vakantiegeld en eindejaarspremie
Ingewikkeld zeg. Verwacht hier geen bedragen, want het besluit hierover is heel onduidelijk. En in het verslag wordt ook geen berekening aangegeven.
Zowel het vakantiegeld als de eindejaarspremie van burgemeesters, schepenen en OCMW-voorzitters worden berekend op basis van de wedde en volgens de regels die bepaald zijn voor de leden van het gemeentepersoneel. (Voor de OCMW-voorzitter is de bezoldiging dezelfde als die van een schepen.)

Voor het vakantiegeld wordt de regeling voor burgemeester en schepen vervat in een besluit van 30 april 2004 inhoudeljk overgenomen. Daarin staat dan dat een en ander is vastgesteld in art. 19 van de Nieuwe Gemeentewet (die al duizend jaar “nieuw” is) en volgens de regels van het besluit van de Vlaamse regering van 13 september 2002 betreffende het vakantiegeld van het gemeentepersoneel behorend tot niveau A.
Daarin lees ik dan dat vanaf het jaar 2006 het vakantiegeld van een personeelslid (van ieder niveau?) voor volledige prestaties 92 procent bedraagt van een twaalfde van het jaarsalaris, aangepast volgens de indexverhogingscoëfficiënt die van toepassing is op het salaris van de maand maart van het vakantiejaar.

Voor de eindejaarspremie staat in het verslag te lezen dat allerhande vroegere regelgeving niet meer actueel is, “in die zin dat het ook hiervoor thans wenselijk wordt geacht de regeling die geldt voor het gemeentepersoneel van overeenkomstige toepassing te maken”. Het is helemaal niet zeker wat ik nu zeg, maar me dunkt moet u om het bedrag van deze premie te berekenen toch nog het K.B van 16 november 2000 lezen, zonder de verwijzing naar het K.B van 23 oktober 1979.

Bij de VVSG weten ze het blijkbaar ook niet echt goed.
OCMW, voor meer info: nathalie.debast@vvvsg.be. Burgemeesters en schepenen wenden zich liefst tot marijke.delange@vvsg.be.

Zéér interessant is dat het besluit het wenselijk acht om bij al die vergoedingen ervan uit te gaan dat de mandataris voltijds presteert ! En “volledige prestaties” behelzen de prestaties waarvan de uurregeling een normale beroepsactiviteit volkomen in beslag neemt.
Anders gezegd: de prestaties waarvan de werktijdregeling overeenstemt met een voltijdse betrekking.
Betekent dit dan dat mandatarissen een job van 8 tot 5 hebben??

En wat met schepen Bral, die nog een beroep uitoefent?
Wel, art. 22 zegt dat men een vermindering van de wedde kan aanvragen. Tenminste als juist vanwege de schepenwedde, andere vergoedingen, pensioenen, bezoldigingen, of toelagen zouden vervallen of verminderd worden.

Presentiegelden

Raadsleden van OCMW en gemeente kunnen (NIET MOETEN) presentiegeld krijgen voor bepaalde vergaderingen die zij ambtshave bijwonen. Men noemt dit wel eens ‘zitpenningen’ omdat nogal wat mandatarissen daar maar gewoon wat komen zitten. In de toekomst zal nietsdoen wat minder gemakkelijk worden, want bijv. raadscommissies zijn nu ook openbaar.

Het presentiegeld bedraagt minimaal 28,57 euro en maximaal 124,98 euro. Maar die bedragen zijn gekoppeld aan de spilindex en lopen sinds begin januari respectievelijk op tot 40 en 175 euro.

Zalig nietsdoen in vergaderingen wordt ook minder gemakkelijk gemaakt omdat het bestuur in het presentiegeld een differentiatie kan inbouwen naargelang de duur, het aantal en de complexiteit van de te behandelen onderwerpen.
In het besluit zelf staat dit niet expliciet te lezen, maar wel in het verslag: voor het bepalen van een verantwoord presentiegeld kan men rekening houden met de complexiteit van het opvragen en het raadplegen van de dossiers door de raadsleden, alsmede het al of niet volledig deelnemen aan de zitting.

Hoe zullen we dit oplossen? Krijgt een raadslid dat niet eens de dossiers weet liggen geen zitpenningen meer? En wanneer nemen we de aanwezigheden op in het register? Al bij de opening van de vergadering, en dan nog eens op een willekeurig tijdstip, en nóg eens naar het einde toe van de zitting? Of bij de stemmingen, want het is niet altijd vooraf goed in te schatten waneer die gebeuren.

Er is zowel voor de gemeente als voor het OCMW een limitatieve lijst opgesomd van vergaderingen waarvoor men kan presentiegeld krijgen, zodat een aantal bestaande ongezonde praktijken voortaan verhinderd worden.
(Een zgn. “Verenigde Sectie” of thematische Raad – zonder stemmingen – staat niet op de lijst.)

Verschillende vergaderingen van één of meer bestuursorganen die plaatsvinden op dezelfde dag kunnen wél recht geven op meerdere presentiegelden.

Uitvoerende mandaten (burgemeester, schepenen, OCMW-voorzitter) krijgen geen zitpenningen.
Raadsleden kunnen een verhoging van het presentiegeld vragen bij inkomensverlies omwille van hun mandaat.

Specifieke kosten en fractievergoedingen

Zie volgende bijdrage.

Aanwerving kabinetspersoneel: klein probleempje voor kommaneukers

De Vlaamse Regering is er maar weer eens in geslaagd om in het kader van goed bestuur met betrekking tot het sturend gemeentelijk beleid met een laattijdig besluit op de proppen te komen.

Al onze schepenen hebben reeds respectvol en volgens alle normen en waarden hun kabinetsmedewerkers aangeduid. Via terbeschikkingstelling of pure aanwerving.
De burgemeester heeft zelfs vijf medewerkers (chauffeur inbegrepen) voor hem alleen, bemachtigd.

Maar voor juridische, normenwaardige kommaneukers stelt er zich nu wel een probleem.
Op 12 januari heeft de Vlaamse Regering (in casu de minister van Binnenlands Bestuur, Marino Keulen) geregeld dat het de gemeenteraad is die beslist over de wijze van aanwerving van kabinetspersoneel.
En dit besluit (in zijn geheel trouwens) treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari !
(Allemaal gebeurt na advies van de Raad van State. Zoek dat maar eens op, als leek. Of als schepen. Op de website van de RvS: geen adviezen te zien. Awel, ja.

Met andere woorden: onze eigenste nieuwe verkozen raadsleden hadden vanuit hun cognitatieve gezindheid of vaardigheid zonder het toen op 2 januari 2007 te beseffen kunnen beslissen dat kabinetsmedewerkers via een of ander examen of test (in t’ Kortriks: aazesmenete) konden worden aangeworven. Of iets anders uitvinden, om de uitvoerende macht van Stad (het College) even de duvel aan te doen. Daar dienen die raadsleden nu eenmaal voor, in ons naam.

Het komt nu ook aan de gemeenteraad toe om de betrekkingen voor het kaderpersoneel in te passen in de personeelsformatie.
Betekent dit dan dat bijvoorbeeld de burgemeester wat minder kabinetsleden had kunnen krijgen? Geen idee.
Het is ook aan de Raad gegeven om de graden en niveaus van dat kabinetspersoneel te bepalen. Dus: K3.

Verder kan de gemeenteraad beslissen wat voor mogelijke toelage die kabinetsleden kunnen ontvangen, naast het salaris. Ook interessant.

Er moet nog op ambtelijk niveau een evaluatie komen van het kabinetspersoneel, op basis van een verslag van de burgemeester en schepenen waarvoor het kabinetslid werkt. Nu nog wachten op uitvoeringsbesluiten,? Gegarandeerd, iedereen geslaagd. Tenzij er ruzie komt aan de koffiemachine.

Tenslotte is er in dat regeringsbesluit voorzien dat er eventueel fractiepersoneel kan aangeworven worden.
Bij ons in Kortrijk is dat er tot op heden niet. Maar als men daartoe bereid is, moet het gebeuren voor alle fracties. Dus voor het VB.

Waarschijnlijk zal de gezamenlijke fractie SP.A-Spirit-Groen terzake een voorstel indienen. (Waren het nog afzonderlijke drie fracties geweest, zouden ze eventueel drie “secretarissen” gehad hebben…). En indertijd wou de VLD zo’n soort bijstand achter de schermen. Besef vooral heel goed: raadslid zijn is totaal geen sinecure. Papieren die je krijgt. Bijwijlen vier kilo. In een witte zak.
Het is niet aan iedereen gegeven, zo ’n zak, in een democratie van het gezond verstand.
(Wat is dit: een sinecure?)

In dit verband nog even dit.
Raadsleden krijgen per persoon, en als ze er zijn, – maar ze zijn er, en nog net voor het gedaan is – presentiegeld.
Maar de fracties in hun geheel worden ook betoelaagd. Ik geloof jaarlijks 100 euro per raadslid. In oorsprong was het de bedoeling dat de partijen (fracties) dit geld zouden besteden aan serieuze zaken (boeken, cursussen, kortom: studiewerk). Nu niet aan eten of drinken, of gezellig samenzijn. Niet aan verkiezingspropaganda.
Er was eens een tijd dat juffrouw Hilde Demedts als schepen van Financiën daar eens streng heeft op gewezen.
De hand wou aan houden?
En over het gebruik van de toelage zou men verantwoording afleggen. Minister Van Grembergen heeft daar ooit een circulaire over rondgestuurd.

DINSKE van de politie is verborgen werkloos

In de gazet van vandaag wordt gemeld dat er zich in Kortrijk een zoveelste uitzendkantoor komt vestigen. Bij die gelegenheid wordt ook gemeld dat er nog weinig “inzet en motivatie” aanwezig is bij Vlaamse werkzoekenden.
Ja, dat er zelfs mensen zijn die niet meer willen werken. Gelijk hebben ze: moesten de cultuurfilosofen van midden vorige eeuw maar niet voorspeld hebben dat we zeker vanaf het nieuwe millennium in een vrijetijdsmaatschappij zouden leven. Machines en robotten zouden het allemaal voor ons doen.
Er is nog nooit zo hard gewerkt als op vandaag. En we moeten voortaan allemaal langer werken.

Intussen is er een belangrijk begrip rondom het probleem van de werkloosheid geheel in onbruik geraakt.
De verborgen werkloosheid. U weet wel, die veger (met bezem in de hand) die daar in feite nergens voor nodig is. De koffiemadams in de ministeries. Dijkendelvers.
Allemaal dragen zij er hun steentje toe bij om de werkloosheidsgraad laag te houden. Maar werken doen ze niet.

Bij de politie heb ik er ook al zien zitten kranten lezen. Taylorisme.
Hoe kom ik daar nu zo bij?
Ook vandaag lees ik op een Kortrijkse website dan dat er bij de politiezone nog altijd ‘inspecteurs’ of CALOG’s zijn die “toch bijna niets te doen hebben”. (Ik heb ooit een vrouwelijke CALOG gekend die over de middag niet naar huis ging omdat het in de politiekantoren toch zo plezant was.)

Het is vhike die het vertelt op haar blog http://blauw.skynetblogs.be.
Zij moest niet minder dan 50 “boekskes” uitprinten én inbinden.
Wou het in eerste instantie door een drukkerij laten doen, want dat kost minder. Vhike laat zich niet graag indigniseren. Maar dat ging niet.
Toen vroeg ze of DINSKE het werk niet kon opknappen, want “die heeft toch bijna niets te doen”. Kon ook niet.
De printer van vhike staat nog altijd roodgloeiend. Een nieuwe vorm van fordisme.

P.S.
Zou de politiezone VLAS al een frankeermachine hebben?
Is de begroting op de website van de politiezone al aangepast, volgens de laatste versie?

Zoveelste pleidooi voor een lekenstad / laïcisering van OCMW-budget (2bis)

(Het stuk is aangevuld. Vier of 5 bladzijden nu. En zoals altijd weer met een creatief-destructief slot afgerond.)
Ter attentie van de pas – dank zij ons – niet-electoraal verkozen nieuwe OCMW-raadsleden die dit eventueel zouden kunnen beginnen lezen: op uw eigenste OCMW-website werkplek staan nog altijd de oude gasten te prijken met foto, en al.
Al gezien?
—————————————————————
Op de valreep heeft onze gemeenteraad vorig jaar nog een OCMW-budgetwijziging voor 2006 goedgekeurd, en meteen ook het meerjarenplan tot 2009. In enkele seconden. Zonder boe of ba. Geen raadslid (bon, drie of vier misschien toch wel, – maar niet meer) had de desbetreffende documenten bekeken.

De SP.A behoorde toen nog met schepen De Coene tot de meerderheid in de coalitie, terwijl de VLD nog in de oppositie zat. Met andere woorden: voor de volgende jaren kan de nieuwe oppositie (SP.A-Spirit-Groen) fatsoenshalve niet veel ‘kwaad’ meer vertellen over het gevoerde OCMW-beleid. De budgetten zijn goedgekeurd, inclusief de jaarlijkse gemeentelijke bijdragen.
Dat is politiek.
Overigens niet te begrijpen: hoe een oude coalitie een nieuwe bestuursploeg in zulke mate (financieel en beleidsmatig) kan binden.

Eerst nog even iets over die budgetwijziging voor 2006.
De exploitatie-opbrengsten stegen met 1,3 miljoen naar 32,6 miljoen euro. De stijging kwam voornamelijk vanwege hogere werkingsopbrengsten dan voorzien. Geen uitleg in de begeleidende nota.
De kosten bedroegen evenwel 41,1 miljoen (ook geen uitleg, en zoals gezegd, de gemeenteraad vroeg er niet om), zodat er een tekort is van 8,4 miljoen. Dat ‘verlies’ is wel wat kleiner dan oorspronkelijk geraamd. En het wordt zoals altijd gecompenseerd door de gemeentelijke bijdrage en het aandeel in het Gemeentefonds.

Gemeentelijke bijdrage

Voor dit jaar en voor 2008 bedraagt die opnieuw 9,1 miljoen euro. In het jaar 2009 komt er pas een lichte klim naar 9,6 miljoen euro. (Het OCMW-bestuur had al eerder gehoopt op die verhoging van de bijdrage.)
Via het Gemeentefonds krijgt men dit jaar 2 miljoen en dat loopt op tot 2,5 miljoen in 2009. Totaal voor 2009 wordt dus 11,8 miljoen middelen van “Stad”.

Als een rechtse rakker aan u vraagt hoeveel Stad zelf per inwoner besteedt aan de OCMW-werking zeg dan maar zoiets van -150 euro. Om het gesprek af te ronden. Vraag dan hoeveel het voetbal ons per inwoner al heeft gekost en loop maar vlug weg. Die bokshandschoenen.

Misschien hierbij nog opmerken dat het OCMW voor bepaalde werkzaamheden ook nog geld krijgt van hogere overheden. Bijvoorbeeld: voor de 500 dossiers “leefloon” per stuk 320 euro, voor het programma “wie werkt wint” jaarlijks 182.000 euro.
Voor de restauratie van het Begijnhof verwacht men in 2008 dan toch weer 1,3 miljoen. Alweer een schoon werkje voor de historici van Leiegouw, gespecialiseerd in hedendaagse economische historiografie: wat heeft het Begijnhof al gekost en opgebracht aan het OCMW, in de loop der tijden? Plus: gekost aan hogere overheden middels subsidies.

Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen

Niet verstaan.
Het budget 2007 verwacht voor alle activiteitencentra samen (admistratie, diensten, rusthuizen, dienstencentra, thuiszorg, integratieprojecten, enz.) hiervoor een kost van 8,5 miljoen euro. Terwijl het in de rekening 2005 ging het om niet minder dan 20 miljoen.
Na véél zoeken een uitleg gevonden. In een bijna onzichbare kleine voetnoot in een minimaal klein lettertype. Heb er een vergrootglas moeten bijhalen.
De loonlasten van het personeel dat nog altijd ressorteert onder de vzw Zusters Augustinessen (het grootste contingent) worden nu geboekt onder “diensten, leveringen en interne facturatie”. Code 61. Het is maar dat je het weet. Voor dit jaar gaat het om 17,7 miljoen.
Met de huidige OCMW-boekhouding valt uit het budget dus absoluut niet te achterhalen wat de (netto)loonkosten zijn.

Meer ongezonde, ook alweer rechtse rakkers of zeker ook verkiezingskandidaten willen altijd weten wat Franceska Verhenne als OCMW-voorzitter dan verdient. Wel, een wedde (inclusief vakantiegeld en eindejaarspremie) gelijk aan de wedde van een schepen. Ook geniet men van een pensioenregeling. In een stad als Kortrijk wordt de wedde van een schepen vastgesteld op 75 procent van die van de burgemeester. En onze burgemeester verdient 105 % van de hoogste weddeschaal van onze stadsecretaris. Is het nu voor iedereen duidelijk?

Het OCMW telt ongeveer 800 personeelsleden, verdeeld over de centrale administratieve diensten, de maatschappelijke dienstverlening, de rusthuizen en RVT’s. Men vindt wel dat er een “actualisatie” nodig is. Lees: bijkomende krachten.
Men maakt verder werk van een tijdsregistratie, een uurverroostering (prikklok: 30.000 euro) en efficiënt afwezighedenbeheer. Maar meer thuiswerk (zonder prikklok) moet mogelijk zijn. En alle PC’s ouder dan vijf jaar worden vervangen: ongeveer 70. Is er hieromtrent enige samenwerking voor aankoop en onderhoud met de ICT-afdeling van Stad?

Investeringsbudget

In 2006 dacht men aan niet minder dan 13,7 miljoen euro.
Voor dit jaar 3,5 miljoen. 2008: 5,5 miljoen. 2009: 4,9 miljoen.
Bepaalde grote projecten waren al opgenomen in het vorig plan maar moesten nog opstarten: ouderencentrum Aalbeke, renovatie van vier woningen in de Begijnhofstraat (één ervan krijgt studio’s) en in de Mortagnelaan. Samen goed voor 8,6 miljoen.

Wat valt er voor dit jaar aan investeringsbedragen zoal op?
Dat eeuwige aanslepende Sociaal Huis in Buda 27, aankoop (welke?) en onderhoud privaat patrimonium, ICT, auto’s voor integratiedienst (30.000 euro), renovatie gebouw Damastweverstraat, werken in rusthuis Sint-Jozef, parking Ter Melle, renovatie liften in serviceflat Ten Olme, centrum kinderopvang (440.000 euro), minibus voor dagcentrum De Kolleblomme, de site Dam 53.
Voor de investeringen van dit jaar verwacht men slechts 877.000 euro aan subsidies. Financiering met eigen middelen voor 2,4 miljoen. Leningen: 260.000 euro. Dat klopt: 3,5 miljoen in het totaal.

Exploitatiebudget

In een stadsbegroting zou men dat de “gewone dienst” noemen.
De opbrengsten van de ‘dagelijkse werking’ lopen op van 33,4 miljoen naar bijna 35 miljoen in 2009. Maar de kosten stijgen ook: van 42 naar 45 miljoen.
Zoals gezegd wordt het negatieve resultaat voornamelijk bijgepast door onze stadsbijdrage.

We bekijken even de opbrengsten en kosten van enkele dienstverleningen, meer speciaal voor dit jaar 2007.

Integratieprojecten

Opbrengsten: ca. 698.000 euro.
Kosten: 2,7 miljoen!
Het negatief resultaat blijft volgende jaren stabiel.
Die hoge kosten zijn onvermijdelijk: opleiding, wonen (Damastweversstraat), (mislukte) reguliere tewerkstelling. Blijft dat de kosten en resultaten van die projecten in het geheel niet transpant zijn. Financieringsstromen tussen de verschillende instellingen (Mentor, Mobiel, De Poort, Fonds Sociaal kapitaal, De Bolster, Kanaal 127, Constructief): niemand heeft er echt zicht op.
Geen uitleg over mogelijke subsidies gevonden.

Sociale dienst

Uit de aard der zaak een groot budget. Het gaat bijv. om wonen (600.000 euro per jaar voor aankoop en renovatie), huurwaarborg, budgetbeheer en schuldbemiddeling, lokaal Opvanginitiatief (LOI) voor 120 asielzoekers.
Opbrengsten 9,7 miljoen. (De post ‘andere opbrengsten’ voor 8 miljoen hierin vervat: wat zijn dit?)

Eén keer en nooit meer. Ooit gevraagd aan de OCMW-verantwoordelijke van het LAC, dat is het Locaal Adviescomité over energie-armoedige mensen, hoe het zat met die budgetmeters en afsluitingen. Aantallen ‘gevallen’ en zo. Soorten. Tussenkomsten OCMW, vergaderingen en besluiten.
Te ingewikkelde materie, vooral voor mij ook. Zo luidde dat vanuit het OCMW-hoofdkwartier. Moest mij wenden naar Endis. En ik weet niet eens wat Ampère is.

Rusthuizen

Werken met budgetten van om en bij 5,6 miljoen (Sint-Jozef), 3,3 miljoen (Ter Melle), 2,7 miljoen (Biezenheem).
Allemaal verlieslatend, maar niet schrikbarend.
De werken voor het ouderenwelzijnscentrum in Aalbeke starten pas in 2008. Subsidies bleven vooralsnog uit.

Rust- en Verzorgingstehuizen (RVT’s)

Budgetten van 2 tot 3 miljoen. Verlies van Lichtendal en De Nieuwe Lente ca. 300.000 euro.

Dagcentra

De budgetten van de zes dagcentra zijn niet gigantisch groot.
Die schommelen qua kosten tussen 210.000 euro (Marke) en 290.000 euro (Zevenkamer) of 300.000 euro (Overleie en Kortrijk-Zuid). Uitschieter is De Zonnewijzer met 734.000 euro.
Maar de verliezen zijn overal relatief wél erg hoog, vooral dan voor de Zonnewijzer, Overleie en Kortrijk-Zuid-Rollegem.

Serviceflats

Ten Olme en Rietveld maken draaglijke verliezen. Elfenberg wat minder draaglijk.
(Het dagcentrum “De Kollebloem” stelt het financieel ook niet al te best.)

Thuiszorg

Opbrengsten: 959.000 euro (vorig jaar: 1,1 miljoen).
Kosten: 1,2 miljoen (vorig jaar: 1,7 miljoen).
De dienst ‘poets aan huis’ blijft goede cijfers behalen. Het Telesenoir-project speelt ons parten.
Voor de dienst thuiszorg wenst het OCMW een coördinator voor de vrijwilligerswerking aan te werven. (Staat niet op de OCMW-website.)
Men onderzoekt om meer thuiszorg te organiseren op de site Hoog Mosscher, met toepassing van Telesenior-installatie. 5Dat is een grote daad van Tone Sansen.)

Centrum voor kinderopvang (CKO)

Het OCMW is er in geslaagd om coördinator (De Koepel) te worden op dit gebied. Verhuis van de twee stedelijke opvangdiensten en andere naar de Condédreef midden 2007.
Verwachte opbrengsten: 561.000 euro. Kosten: 686.000 euro. Wat exploitatie betreft, want de investeringen lopen hoog op.

OCMW-ziekenhuis

Opbrengsten: 424.000 euro.
Kosten: 515.000 euro.
De verliezen stagneren.

Sociale woningen

Opbrengsten: 199.000 euro.
Kosten: 394.000 euro.

Bejaardenwoningen

Opbrengsten: 169.000 euro.
Kosten: 298.000 euro.

ZO.
Een volgende keer méér over het OCMW als de desbetreffende rekening en het jaarverslag 2006 er aan komen. (Vorige bjjdragen over het OCMW vindt u nog in de desbetreffende rubriek.)

SLOTBEMERKINGEN

Nu nog vlug enige negatieve – maar niet afbrekende – bemerkingen. Groot onderscheid!
Het verslag bij het budget 2007 en de meerjarenplanning 2007-2009 is ondermaats. Veel lacunes (ziekenhuis!). Vergetelheden. Geen net onderscheid tussen exploitie- en investeringsbeleid. Een klassieke fout: de auteur schrijft als het ware voor lezers die al weten van de hoed en de rand.
Volgende keer: de begeleidende nota eerst laten lezen door een halfslagen leek.
Gemeenteraadsleden zouden spontaan een (mondeling) verslag moeten krijgen van de beraadslagingen in de OCMW-raad over het budget. Ik zou zeggen: ook van de toelichting van de OCMW-ontvanger, maar ja, de gemeenteraadsleden laten hem bij de bespreking van het OCMW-budget aldaar tevergeefs overkomen naar het stadhuis.
Dat is Politiek!

P.S.
1.
Helemaal achteraan in het meerjarenplan staat een overzicht van het patrimonium van het OCMW. Een inventaris van de gebouwen voor de eigen diensten, sociale woningen, crisisopvang, bejaardenwoningen, gebouwen en gronden, hofsteden, en landbouwgronden. Toestand op 1 november 2006. Je hebt er geen idee van wat het OCMW zoal aan onroerend goed dan bezit. Ook in Spiere, Waregem, Zwevezele, Moorslede en Moorsele, Ingelmunster, Passendale, Wortegem, Zillebeke. Vanwaar en wie komt dat allemaal?
Wie maakt een keer een vergelijking met vorige toestanden?
En wanneer krijgen we weer eens een detailoverzicht van de opbrengsten? ’t Is al lang geleden. Huren, pachten en de evolutie ervan?
Mijn indruk, uit vroeger verstrekte gegevens: in veel gevallen te goedkoop.

2.
Wat er nog kan uitgeklaard worden in deze Nieuwste Tijden: de buitensporige, dubieuze, steeds meer ongebruikelijke relatie tussen OCMW (inclusief Stad) en de Zusters Augustinessen. En de Zusters van Liefde. Qua personeel, financiën, grond en huizen, de nieuwe vormen van caritas. Kortom: beleidsopties zonder heiligengeur.
’t Is aan het veranderen (verbeteren), maar er is nog veel werk aan de winkel voor het nieuwe bestuur.

3.
Het OCMW is een onmisbare instelling, die zichzelf onmisbaar heeft gemaakt. (In Nederland kent men dat niet.)
Denk daar maar eens over na, nu u bent verkozen als “raadslid” of slachtoffer van die instelling bent.

Het meerjarenplan 2007-2008-2009 van het OCMW (1)

In voorbereiding.
Probeer het nu te verstaan.

Het probleem is dat ‘geschiedenis’ alles is wat is ‘geschied’.
Breed genomen dan in Kortrijk. En dat het hierbij kan gaan (niet: moet) om een gebeurtenis (kinderopvang, 120 asielzoekers- L.O.I), een figuur (Destoop), een handeling (herinrichting buitenomgeving Lichtendal), een instelling (Dam 53), een structuur of organisatie (Telesenior), enzovoort (Buren voor Buren), die heeft bestaan in een bepaalde context (tijd, ruimte, klimaat) en die slechts vanuit die context van caritas catolica correct kan worden begrepen. Dat veronderstelt epistomologie. Ja toch? Als men ideeën heeft over wat goede dan wel minder goede geschiedschrijving is (de Bethune), moet men ook een visie hebben over de wijze waarop waarneming en kennis tot stand komen.
Binnen mijn kennisleer en de Kortrijkse geschiedschrijving hebben onder invloed van de paradigma’s van raadslid Marc Lemaitre modernistische opvattingen gaandeweg plaatsgemaakt voor postmodernistische opvattingen, zonder echter geheel te zijn verdwenen.

Historiografie van/bij kortrijkwatcher betekent: acceptabele ‘evidentie’ produceren. Qua OCMW de (re)productie van sociale ongelijkheid en uitsluiting van leefloners dociel ingelijfd binnen de kapitalistische orde proberen te ordenen.
De mono-integratie van de familie Verhenne en subordinatie van ‘dominante’ ten overstaan van ‘exogene’ machtsgroepen (bijv. Destoop c.s versus Demedts c.s). Dat wijst op autopoetische ‘uitdifferentiatie’ of verzelfstandiging van maatschappelijke subsystemen (het LAC, de keuken van De Nieuwe Lente)

Volgens de psychohistorische theorie (cfr. De Mause) gaan we qua stijl en methodes bij het C.O.O. en OCMW van moordend naar verwaarlozend, ambivalent, wilsvormend, socialiserend en uiteindelijk (het Sociaal Huis) naar ‘helpend’. Civilisatie van de cliënten is ze steeds ‘netter en tammer” maken, via camera’s en 70 nieuwe PC’s.
De conceptuele sleutels hierbij zijn globalisering (homogenisering via inburgering) en hybridisering, creolisering, islamisering, en indiagenisering. Fremdzwang mag niet. Wel imitatiedrang.

Sinds de aanstelling van de nieuwe OCMW-raad en het Vast Bureau plus de Bijzonder Comités is het ongeloof in de lineaire vooruitgang afgenomen. Sociale reproductie van ‘cultureel kapitaal’ via de OCMW-website is in mijn correspondentietheorie vanzelfsprekend geconsolideerd en uitgebreid tot wereldburgerschap. Zowel ontvoogend als bevoogdend. De paradox is dat dwang én vrijheid inherent zijn aan het bestel.

History of the present, ja, maar waar zijn mijn notities nu gebleven? Waar is die budgetwijziging nr. 1 voor 2006? De werkingsopbrengsten (uit het geheugen: 31 miljoen?)
Ben overvallen geweest door aapjes zonder schaamte.
Hoe nu aan power/knowledge doen of de grofkorrelige relatie tussen ideeën en waarheid analyseren?
Mijn burgerlijk beschavingsoffensief als filantropijn via collectieve voorlichting wordt even uitgesteld. Maar de idee van de ‘maakbaarheid’ van Kortrijkzanen is helaas niet beperkt gebleven.

Het OCMW stelt bijna 800 personeelsleden tewerk. Zonder de leerwerknemers (art. 60, par.7). Bijna evenveel als Stad. Maar men zal verder werk maken van tijdregistratie en uurverroostering. Ook het ziekteverzuim verder uitwerken, in samenwerking met IDEWE. De renovatie van het klooster van de Zusters Augustinessen loopt ook dit jaar door.
Verdomd, vind het overzicht van de landgoederen van het OCMW ook al niet meer terug.

zen in de nieuwe Kortrijkse geschiedschrijving (2)

(Dit stuk kreeg een aanvulling. Let maar niet op de voetnoten of verwijzingen naar andere auteurs. En de geleerde woorden dienen om u maar vlug naar een andere rubriek op de weblog te jagen.)

Intussen meldt mij een lezer-studax geschiedschrijver dat hij bij zijn bronnenonderzoek over christendemocratisch syndicalisme wel goede ervaringen had inzake bijstand van Filip Santy, maar dan wel geen toegang kreeg tot het archief van baron Emmanuel de Bethune.
Moest maar eens terug komen al hij wou “doctoreren”.

—–
Natuurlijk wat overdreven³ toen we in het vorige stuk zeiden dat onze historiekers (maken geschiedenis), het alleen maar hadden over ‘prochies en pastors’, zilversmeden, nonnen, de preken van E.H. Jozef Vandale, aardewerk, de gilde van de edele ridder -Sint-Joris, de bonden van het H.Hart, de kasselrij, mirakels van O.L.Vr. van Groeninge, wijwatervaten en emmers, maar niet in het minst over prostitutie op de Kortrijkse Bane.
Mis. Qua oogpunt ‘hermeunistiek’ en na veel bronnenonderzoek moet het zijn: de Brugse Bane.

Om het een klein beetje goed te maken komt er hier nog een lijstje met werken die in onze burgeroptiek (meer politieke, meer relevante en hedendaagse historie) lezenswaard zijn. En een oproep aan de KULAK, HOWEST en de KATHO. Op zoek naar een gedelocaliseerde Pirenne, het soort dat ook over ‘plaatselijke’ geschiedenis schreef maar dat ging dan wel over België. Dat mag, in academische kringen.

Nu, meer recente politieke Kortrijkse geschiedschrijving (historiografie is een beetje iets anders, méér geleerd?) is niet altijd gemakkelijk aan te pakken.
Wat lezen we in het woord vooraf van een dissertatie (verhandeling, thesis, scriptie) van Ruth Vandenberghe (gemaakt aan de R.U.G) over het ACW en de CVP-middengroepen tussen 1964 en 1988?
“Dankzij Stefaan De Clerck² hebben we toch toegang gekregen tot het C.V.P.-archief van Kortrijk in het KADOC (Leuven), nadat ons dat door de C.V.P geweigerd was.”
Weliswaar met uitsluiting van persoonlijke documenten en onder begeleiding van Filip Santy! (Verslag van het Kortrijkse partijbureau, dd. 13.02.1995.) Ongelooflijke nieuwe vorm van heuristiek…
Dat is tien jaar geleden geschied : een bijna afgestudeerd student(e) die onder toezicht van de Gestapo het archief van het Katholiek Documentatiecentrum in Leuven mag bekijken! En nog wel in het bijzijn van een CVP-raadslid. Stukken van vòòr de oorlog. En geen ‘persoonlijke’ documenten.
In vaktermen spreekt men dan over ‘confessioneel reductionele’ geschiedschrijving.
En dat is dus deze historiografie die hier bij Kortrijkse historiekers overheerst. Alleen al te zien aan de volstrekt irrelevante maar zeer tekenende behandelde onderwerpen. Beter gezegd: de zeer tekenende symptomatische lacunes van onderwerpen. Leiegauw is weer bezig.

Ook Steven Debaere heeft het bij zijn bronnenonderzoek en vinding in de Gilde niet altijd onder de markt gehad toen hij aan de KUL een dissertatie maakte over “Het politieke optreden van het ACW in het arrondissement Kortrijk, 1918-1934”. Heel boeiend, bij lectuur (lezing) soms om het uit te gieren van het lachen, en ook dienstig om bepaalde politieke gebeurtenissen van nu wat te situeren (Cfr. Depaepe, 2006, p. driehonderderdzevenendertig en volgende, voetnoot 37.)

Meteen zijn hier al twee werken² (cfr. supra) aangestipt die de moeite waard zijn, maar helaas niet in de handel verkrijgbaar (in de Kortrijkse bib ook niet) en niet voorkomen op www.ethesis.net.

Oorlog

Het werk van Ruben Mayeur kan men wel op internet lezen en dat gaat noch min noch meer over de houding (attitude) van het Kortrijkse en Rollegemse gemeentebestuur tijdens de bezetting. De Duitse bezetter (occupant, soms moffen of DUTSERS genoemd) was blijkbaar tevreden met de “accomodatiepolitiek” van de ACW’ers. Goede verstandhouding tussen het stadsbestuur en de Kommandatur. En in de technische dienst van Stad bevonden zich immers ook heelwat Nieuwe Orde-gezinden (VNV’ers, zwarten).
Ruben Mayeur mocht het dossier over VNV-burgemeester Maurice Castelein wel niet inkijken.
Over het verzet (de witten) is er aan de RUG ook een licentiaatsverhandeling gemaakt. Van Petra Demeyere, nieuw SP.A-raadslid.

Juul Debaere (gewezen Agalev-raadslid) heeft een paper (papier) gewijd aan de plannen omtrent “Groot-Kortrijk” tijdens de tweede wereldoorlog. Ja, reeds tijdens WO II bedacht. Met de Dutsers zeker? Ook pikant. Manu de Bethune weet in zijn mémoires op het kasteel van Marke nergens van.
Over WO II zijn er nog werken over de luchtaanvallen (R. De Paepe), het dagboek van dokter Mattelaer, de oorlogsburgemeester Luc Ryckeboer (J. Vanbossele), “friendly fire” (V. Lambert), repressie (J. Ballegeer), Kortrijk in 1944 (A. Augustyn) en nog iets van Egied Van Hoonacker over Kortrijk tijdens WO II.
Over WO I ² schreef Luc Pauwels.
De Oostenrijkse Succesieoorlog en de Spaanse in Kortrijk zijn door onze academici ook nog niet vergeten.

Gilde en Middenstand, subsidiair Patria

Burgemeester Manu de Bethune redigeerde onlangs zijn mémoires. Hier is er al een uitvoerige bijdrage aan gewijd.
Burgemeester Ivo-Jozef Lambrecht had het in 1985 over zijn ’50 jaar sociaal en politiek engagement’. Onmisbaar voor wie de CVP als standenpartij wil leren kennen. En bepaalde mentaliteiten en gedragsvormen die in ons stedelijk politiek leven nog altijd gangbaar zijn.
Albert De Clerck (vader van Stefaan, onze toekomstige gouverneur, was militant van het Jong Volksche Front), en Dries Dequae (de kaarter van de Patria) kregen piëteitsvolle gedenkboeken.

Syndicalisme en den Arsène

Zeer typisch voor de Kortrijkse geschiedschrijving is dat het altijd maar gaat over christelijk syndicalisme. Het ACW-ACV. Werken van Filip Santy en I. Robbesyn bijvoorbeeld.
Maar wie gaat er een keer dat vroegere geschrijfsel excerperen van kristen syndicalist Arsène Vanmaldergem in de “De Volksmacht”? Je weet niet wat je leest. Als Kortrijkwatcher dit soort vuilbekkerij over de Kortrijkse politiek zou riskeren (aankunnen) vliegt hij in den bak. Dat waren nog eens tijden. Oftewel dekt men het verleden toe.
Over slunse August Debunne is er een werk van Hendrik Defoort.

Economie

Volstrekt verwaarloosd. Werken van Paul Debrander, Ann Augustijn, Katelijn Rosseel.
Over de vlasnijverheid wel een monumentaal (documentair) werk van Bert Dewilde.

Kunsten en cultuur

Veel werken over kunsten van Paul Debrabander. Muziekleven: Ann Vanhoutteghem.
Cultuur tijdens het interbellum: Griet Dufraimont.

Deelgemeenten

Boekjes van Filip Santy, Carl Decaluwé, Piet Boncquet, Johan Roelstraete, Gerrit Van Betsbrugge, Paul Thurman, Philippe Boxy, e.a. (Kan er geen oordeel over vellen.)

Macht/ invloed/democratie

Prot nul. Geen politicologen, sociologen en straathoekwerkers te bespeuren.
Wie heeft het hier voor het zeggen? Waarom en hoe? Over een halve eeuw te verwachten: “De onverhoedse komst van windmolens in Kortrijk”.

EEN OPROEP aan de nieuwe Pirenne van Kortrijk
DE HISTORIE VOORBIJ

Ik denk dat we ongeveer rond zijn met dit overzicht in het kort, in onze heuristische optiek alleszins.

1.
Laat ons een keer afrekenen met het verre verleden (Ancien Régime), tenzij er nog iemand iets nieuws (feitelijk of interpretatief : heuristisch of hermeunistisch, zou ik zeggen) kan ontdekken. Of regelrechte fouten kan herstellen. Of een nieuw paradigma lanceren. Conceptuele kaders!
– Voorbeeld: de klassenstrijd in het Kortrijkse in t’ kort en in vogelvlucht. “Kortrijkse liefdadigheid versus neo-marxistische structurele oplossingen door de laatste eeuwen heen”. Schone titel voor een licentiaatsverhandeling.

“Sacerdotium et Imperium in het Kortrijk – van het heden tot nu, met woord vooraf van de deken”.
“Paradoxen in de Kortrijkse samenleving: synergieën, dis- en andere convergenties tussen bourgeoisie, kleine en grote middenstand en subcategorie boeren, horeca en parvenu’s uit de derde stand, een voorlopige stand van zaken.”
Met zo’n titels is een doctoraat of master na master gegarandeerd.
“KBC, BBL, ING en Schepencolleges (CBS) in de centrumsteden Kortrijk en Roeselare, – een vergelijking”: cum laude wordt dat.

2.
Laat ons een keer zorgen voor een aflossing van de wacht.
In de Kortrijkse historiografie die er nog iets toe doet of deed duiken voortdurend dezelfde namen op: Maddens, Van Hoonacker, Debrabander (twee), Despriet (archeologie dan), Vancolen, Slosse.
Verdienstelijk allemaal, maar De Leiegouw heeft nieuw bloed nodig en nieuwe inzichten, vooral nieuwe interessevelden.
Een bloedtransfusie zal niet meer helpen.

3.
Heelwat domeinen blijven praktisch buiten beeld: politiek, economie, het ‘sociale’.
Wie wil het een keer hebben over de media (Kortrijk telde vroeger talloze gazetten! nu WTV!), de familieclans en de grote vermogens (gronden en banken), het OCMW (vanwaar al die hoeven in bezit?), de huisvestingsmaatschappijen, de intercommunales (Leiedal!), de fusie, het ABBV, de onderwijsinstellingen, de schoolstrijd, extreem linkse partijen (Amada!) ? Het leven van Willy Malysse. (Over Limelight is er ooit sprake geweest van een geschiedschrijving, maar daar horen we niets meer van.) Politiek en KBC. De aanwerving van ambtenaren. Enzovoort.
“DE PERSONEELSPOLITIEK EN WIJZEN VAN AANWERVEN ONDER SCHEPENEN DECABOOTER EN LYBEER, – met toegevoegde appendix over vorming van schepenen” (op CD-rom).
Waar blijven onze politicologen van ter plaatse?
Leiegouw weet over dit soort zaken nergens van, niet over het verleden of heden.
Nu ik er aan denk, iets kan ook over de turn-over (breuk) van Caritas Calotica naar Buurt- en Nabijheidsdiensten, de Welfare uit hoofde van schepen Lybeer en eega als hype. Ondertitel: tussen welvaart en welzijn.

Die familieclans : Vlerick, Sabbe, De Clerck, De Jaegere, Goethals, de Bethune. De haute bourgeoisie.
Den BAC. Maar ook: de Verhennes. (Waar zitten die gasten eigenlijk? Waar eten ze, waar spelen ze. Babbelen? Roddelen? Waar wonen of slapen ze? Waar gaan ze op reis? Wat lezen ze ? Wat doen ze?)
De kleine Kortrijkse man weet er niets van, waar en hoe hij geregeerd wordt. Raadsleden zitten er voor spek en bonen bij, maar het is nogal penibel om dit te beseffen.

Wat lezen we nu in De Standaard van 13 januari, rubriek E9, onderaan? De familie Vlerick heeft grote vastgoedbelangen. Grootmoeder van Philippe was geboren met een baksteen in de maag. In Kortrijk staan de Vlasbloemstraat en Ieperstraat van oudsher vol met huizen van Vlerick.
Ik herinner me daar toch nog iets over, maar weet niet meer wat. Had iets met huur te maken. Geld. Altijd ruzie alom, dat wel.

DUS: thema voor moderne historiekers: over openbare werken en grondverwerving door Stad of vooral Leiedal, met name vragen naar wanneer, hoe, waarom en met wie? Timing.
De meeste wereldhistorici die met enige credibiliteit iets willen uitleggen over plaatselijke toestanden hechten weinig belang aan het toeval. Aan personen wel, voor zover zij dan uiting zijn van de onderbouw. Zoek het zelf maar op.
MARXIST ! Schone titel nog: “BAC’s als paradoxen van het Kortrijkse kapitalisme “.

4.
De (Kortrijkse) academische wereld laat verstek gaan. Journalisten ook, maar dat is een ander hoofdstuk.
Wie eventjes verder kon studeren dan een onderwijzer kijkt vanuit een misplaatse pretentie en vooral pedanterie veel te neerbuigend op ‘lokale’ geschiedschrijving.
Aan onze hogescholen en universiteit zijn er meerdere opleidingen die zouden kunnen aandacht besteden aan plaatselijke thema’s. Alle onderwerpen zijn goed om de stiel van geschiedschrijver of socioloog of sociaal werker te leren!
In HOWEST is er een afdeling sociaal-agogisch werk. Voor iedereen relevante problemen alhier genoeg. In HOWEST-Brugge is er een departement lerarenopleiding.
Aan de KATHO kan men ook bachelor worden in sociaal werk en onderwijs.
Aan de KULAK kan men geschiedenis bestuderen.
Waar zijn al die opstellen?

5.
Waarom zouden al de (niet pedante) profs niet een keer de koppen bij mekaar steken om systematisch na te gaan wat er hier aan relevante (leerrijke: voor de auteur én de lezer), pertinente onderwerpen zoal een keer zou kunnen onderzocht worden?
Om dan later, 800 jaar na de guldensporenslag, tot een magistraal synthetisch standaardwerk te komen over de Kortrijkse geschiedenis van de 20ste eeuw. Een grootscheepse narratio. Geschreven door de Pirenne van Kortrijk.
Stad op de wereldkaart.
Maar waar blijven onze zgn. politicologen? De historie , voorbij !
EN DIE ERFGOEDCEL MAG OOK EEN KEER DE HAND AAN DE PLOEG SLAAN. Geld en bureaus genoeg.

P.S.
Dat de geschiedenis zich herhaalt, daar is niets van waar.
Maar in Kortrijk plus de Kortrijkse geschiedschrijving was dit wel het geval, tot NU.
De 21ste eeuw is pas begonnen.
Weet u soms waarom burgemeester De Jaegere zijn asse liet in zee vallen?

Positief voorstel: alle geschriften over de Kortrijkse geschiedenis van de 20ste eeuw van na af aan op internet.
Domeinnaam: clio-in-kortrijk.

Kortrijkse geschiedschrijving (1): veel irrelevante acribie

Toen ik dit las kwam er bij mij een vraag op.

“Onze waarneming van ‘de werkelijkheid’ gebeurt letterlijk vanuit een bepaald (biologisch, maatschappelijk, cultureel, ideologisch) ‘oogpunt’, terwijl het kennen van (en dus ook het denken, spreken en schrijven over) die ‘werkelijkheid’ hoe dan ook plaatsgrijpt via de reductionistische insnijding van het concrete woord.”

En bij deze zinsnede meende ik het antwoord op die vraag te kunnen vinden:

“Geschiedkundige kennisvorming moet dan ook niet in het verleden zelf worden gezocht, maar in de interpretatieve tradities van de ‘historiografische operatie’ die volgens Certeau te maken heeft met de manier waarop de historische ‘evidentie’ door historici wordt geproduceerd. Ze veronderstelt een afstand in de tijd, die de projectie, de subjectieve historiciteit, mogelijk maakt
waarmee de onderzoeker het ‘andere’ in het ‘anders zijn” van het verleden ontdekt en construeert.”

Om het met de woorden van Ankersmit te stellen: “De intertekstualiteit in de geschiedenis is de bron en de geboorteplaats van de historische werkelijkheid.”

ZO.
De bekende en bij studenten omwille van zijn zorgvuldig taalgebruik heel beruchte schrijver – zoniet de uitvinder van de (pedagogische) historiografie – Bellegems prof. Marc Depaepe (van de ‘new cultural history’ wel verstaan) geeft hiermee enig inzicht op de vraag waarom er over de geschiedenis van Cortoriacum nog altijd geen bevredigend wetenschappelijk-narratief werk is verschenen.
Narratief: een ‘verhaal’ vertellend.

Ik ken niet zoveel boeken handelend over de algemene geschiedenis van onze stad.
Er is de onvermijdelijke ‘Niklaas’ Maddens. Met zijn geschiedenis van Kortrijk, in vogelvlucht dan. Verschenen in 1983 en gaande tot 1945. En het werk van 1990 dat beoogde een synthese (soort samenvatting, maar beoogt meer te zijn) te brengen van wat al is geschreven over het verleden van de stad.
Met steun van de Stad verschenen naar aanleiding van de achthonderste verjaardag van een stadkeure. Vergeten welke en of het wel de eerste was. Of de juyiste. Auteurs: A.Vandoorselaer, J.Viérin, E.Warlop, N.Maddens, P.Vancolen.
En onlangs hernam Niklaas² dit werk “in het kort”. Veel prentjes.

Veel van die werken leunen met alle gevolgen van dien op een soort standaardwerk van De Potter, dat al dateert van 1873-1876. (Er is een anastatische herdruk geweest in 1975.) Anastatisch betekent niet wat u nu denkt. Het is niet zo erg.

Een groot euvel van deze werken is dat er een enorm accent (klemtoon) ligt op de middeleeuwen (ca. 400 tot 1500) en de Moderne (Nieuwe) Tijden. Zeker de naoorlogse tijd (na WOOII) bestaat als het ware niet.
Inhoudelijk is een grote lacune (?) dat er nauwelijks sprake is van politieke, sociale en economische thema’s en instellingen. Men heeft het wel een keer over de linnenindustrie. Edelsmeedkunst. Over de Armenkamer. Het kerkelijk leven (processies, maar geen Schoolstrijd). Over Kortrijk als historische designstad: nul, komma nul.
Men is gewoon niet mee met de evolutie van de moderne historiografie. Kent niet eens de feiten (acts). Verkent geen nieuwe terreinen (velden). Er wordt herkauwd (fictie) en de ijver wordt niet besteed aan het zoeken naar minder traditioneel bronnenmateriaal.
Eén voorbeeld: waar vind je iets over de geschiedenis van het OCMW? Nog één: onderwijs (scholen alhier, vroeger en nu: de komst van de KULAK is nog altijd niet ontraadseld).
Heeft er al één historieker hier systematisch de notulen van het Schepencollege doorgenomen? Over de jaren heen? De verslagen van de gemeenteraden? De jaarverslagen van Stad?
Wie vindt er eindelijk eens een uitleg over de eeuwenoude almacht en arrogantie van de christen-democratie in onze geliefde Stad?

Intussen zijn er wel een serie boeken³ gemaakt over bepaalde deelaspecten. Maar weerom over heel “ouderwetse” onderwerpen die van veel acribie getuigen maar voor niet-historici totaal irrelevant zijn.
Er is een geschiedenis van de Groeningeabdij. Van Onze-Lieve-Vrouwhospitaal. Over de Kortrijkse geneeskunde (asklepiaden). “Prochies”. Buitenpoorters. Franse stijlinterieurs alhier. Pijpen en pottenbakkerijen (Philippe Despriet!). De Kortrijkse leprozerij (E. De Bethune!). Landgravinne Béatrix de Brabant. Wapenschilden. Begijnhof. Nonnen.
Ja, zelfs over de Kortrijkse vrijmetselarij: de loge l’Amitié.
En natuurlijk een en ander over de guldensporenslag (1302.) Niet vergeten.
Egied Van Hoonacker wijdde een pittige (maar wat verwarde en verwarrende) studie aan de Kortrijkse herbergen, terwijl hij nog nooit op één of twee cafés is gesignaliseerd. Volgens de regel van historiekers: je moet er niet bij zijn geweest om erover te berichten.

Her en der zijn er losse en vele artikels gewijd aan genealogie, naamkunde, maten en gewichten, kapittels en kannuniken, heraldiek, schepenzegels, leerlooierijen. Van de Debrabanders. Vruchten van noeste arbeid uit de milieus van De Leiegouw, de Geschied- en Oudheidkundige Kring. (Depaepe, Gisteren, p. 708.) Totaal van de gekte. Buiten alle proporties. Wat Kortrijkzanen in feite hebben beleefd, ondergaan, aan hebben deelgenomen, bepaald, gerealiseerd – dat kom je nauwelijks of nergens te weten. Ieder leven ontbreekt. Niets over openbare WC’s. De Veemarkt, de huisvestingsmaatschappijen, Leiedal, openbare werken, politieke families (gremiums), grondbezitters, vakbonden, de fusie, en dergelijke meer.
Geen spoor van visie. Paradigma’s². Bepaalt de onderbouw de bovenbouw, ook in Kortrijk? Is er ietsoftewat organisch gegroeid? En hoe komt dat dan? Is er hier iets te bespeuren van conflicten, dialectiek³? En een vooruitgangsmodel? Door wie? Waarom?
Wie of wat heeft Kortrijk gemaakt, zoals het was en zal zijn?

DE “PLOTSEN”³bis in de Kortrijkse geschiedschrijving.

Weet je wat? In een sfeer van macht is onkunde als een troef verondersteld.
Hedendaagse historie van bij ons is:
Plots is Sansen burgemeester.
Plots wordt Kortrijk gebombardeerd. Plots is er een fusie van gemeenten, en welke? Plots is daar een verkeersvrije winkelstraat. Plots is daar Leiedal. Plots is er een Conferentie van Burgemeesters. Plots wint de Gilde in de verliezingen, of integendeel de middenstand. Plots zijn er twee stadssecretarissen. Plots een Woonregie. Plots een mega-winkelcompex. Plots geen nieuw zwembad meer. Plots komen er zeven bruggen. Plots is Stad alles wat met creatie, innovatie, design heeft te maken.

Allles valt hier uit de lucht. (Ibidem, p.1)
Onze plaatselijke historiekers (Lousse, Pirenne, e.a.) apteren dit of merendeels juist niet en zoals gebruikelijk in dit soort middens hebben ze dan verschrikkelijk veel moeite om dit toch ergens organisch of materialistisch te duiden. (In navolging van pedagogisch historicus Marc Depaepe weet ik nu absoluut niet wat ik nu zeg.)

Als we daar een keer een met zijn allen een antwoord konden op vinden: wat is nu en vroeger typisch Kortrijk?
DAT IS DE VRAAG EN HET ENIGE WAT WETENSWAARDIG IS.

Cfr. Depaepe: geen reductionisme, misschien zelfs weigeren van een teveel aan intertekstualiteit? (Zie ook: Germonprete.)
Mijn onwetenschappelijk buikgevoel: zeker in een locale samenleving die is gedomineerd door één ideologie en bijhorendemachtscentra (wezen zij vrijzinnig of confessioneel) is plaatselijke geschiedschrijving potentieel, van meetaf aan onbestaande, of zwaar gecensureerd.
De handelingen (geschriften) van Leiegouw en de Kringen zijn daar een veruitwendiging van. (In socialistische burchten als Antwerpen of Gent zal het wel niet anders zijn, met niet minder reductie. Zie ook de verschillen tussen het “nieuws” op de lokale TV en pers (multimedia.)

Maar de brede meer politiek-maatschappelijke gerichte studies over Kortrijk, waar zijn of blijven ze?
Waarmee moeten we dan nu het stellen op dit gebied (veld)?

Wanneer staat de Pirenne van Kortrijk op?

(Wordt vervolgd.)

Weblog over het reilen en zeilen in de Kortrijkse politiek door Frans Lavaert