Er lopen al sinds de lente van dit jaar her en der enige losse geruchten de ronde dat de kerk (in die uitvalsweg naar Doornik) zou verkocht worden aan een “artiest”. Een artiest zeg. Stel u voor, zo’n een nieuwigheid inzake herbestemming van kerken.
Alhier ter stede is de kerk alleszins beroemd geraakt toen de legendarische KUL-studentenpastor John Dekimpe daar ook in functie trad. Ook een ‘artiest’…
Onze redactie heeft intussen een fortuin besteed aan telefoons om te weten wie die artiest-koper dan wel kan zijn. Maar het is geen artiest! Het zou gaan om een industrieel, of zoiets, die nogal wat kunst bezit, kunstminnend is en daar in het kerkgebouw iets goed mee wil verrichten. Aanvankelijk zaten we op het spoor van een bekende textielmagnaat uit de streek, maar dit spoor bleek achteraf vals te zijn. Spijtig niet?
Contacten met meerdere personen, waarvan we pertinent zeker zijn dat zij de naam van de koper (of de firma) kennen, houden evenwel hun mond. De beminde parochianen mogen het niet weten. (Overigens onderhandelde de koper met de kerkfabriek via een tussenpersoon.) De omerta is totaal.
Wat de reden is van al deze waarlijk ongemene, ongehoorde, algehele geheimhouding ontgaat ons tot op heden.
Of zou het eenvoudig kunnen zijn (ja?) dat de voorstanders van die verkoop (en juist aan deze persoon of deze firma?) ronduit vrezen dat volledige openbaarheid en transparantie over de gekozen herbestemming van de kerk al te veel commotie zou veroorzaken bij de beminde gelovigen?
Dat we het niet weten!
In het kerkenplan nr. 1 van 2017 staat wel degelijk dat “elke pastorale entiteit zal aangeven welke gebouwen op welke wijze verder noodzakelijk zijn om een vitale gemeenschap te vormen.”
Het kerkenplan nr. 2 van 2018 heeft het daarbij uitdrukkelijk over een “zeer participatieve werkwijze en ruimte voor gesprek en overleg” bij de besluitvorming rondom de bestemming van de kerken. In het Kortrijkse decanaat is het evenwel in de praktijk de gewoonte dat de deken E.H. Geert Morlion het voor het zeggen heeft, nu geheel in lijn met de nieuwe bisschop Lode Aerts.
Ter info. In het kerkenplan 2 luidde het nog dat de liturgische functie wel uit het kerkschip zou verdwijnen, maar als het ware zou verhuizen naar het hoogkoor. (Dan had men het dus toen wel over een neven– en niet over een herbestemming, zoals nu het geval is.)
Er is dus intussen al maanden een compromis afgesloten met de koper en het verlijden van de akte zal – naar men zegt – niet lang meer op zich laten wachten.
Tip voor de beminde parochianen. De laatste liturgische viering komt er op 29 december. Men zal dan ook de naam bekend maken van de nieuwe pastorale entiteit en de samenstelling ervan. Waarschijnlijk komt in de naam het woord “Verrijzenis” voor aangezien de gelijknamige kapel van de school (lyceum) ‘O.L.Vrouw van Vlaanderen’ het nieuwe onderkomen wordt van de parochianen uit de entiteit.
De koper zou voor de Sint-Rochuskerk om en bij 250.000 euro veil hebben gehad. Een koopje, zo zou je kunnen opperen maar – zoals men dat zegt – “er zijn nog véél kosten aan”. (Verwarming, ramen, – naar het schijnt.)
De koper heeft beloofd dat hij de kerk zal omtoveren tot een soort hoogstaand cultureel centrum, een museum gelijk, met (bijv.) tentoonstellingen en concerten.
In het compromis staat ook dat het gebouw gedurende 15 jaar absoluut niet kan dienen voor enige commerciële (winstgevende) activiteit. Als hij het toch zou wagen, komt er een soort (hoge) geldelijke boete bij te pas.
Mooi zo.
P.S.
Als de kerkfabriek Sint-Rochus niet meer bestaat, dan moet Stad ook geen jaarlijkse toelage meer betalen. Voor de jaren 2021-2024 komt dat neer op een besparing van 369.156 euro. (We hebben het voor u, trouwe lezer, speciaal uitgerekend.) Maar! De Verrijzeniskapel zou naar verluidt in slechte staat zijn, en de opkalefatering gaat ook nogal wat kosten.
Schepen Kelly Detavernier (N-VA) van kerkfabrieken is al aan het rekenen?
De Sint-Rochuskerk wordt verkocht (1)
En het is niet aan een “artiest” zoals sommigen denken.
Maar over de naam van de koper houden de mensen die het weten de lippen stijf op mekaar. De omerta in dit verband is totaal.
Toch weten we nog wat meer over de zaak.
(Wordt nog vandaag hier vervolgd.)
De kostprijs voor de “heraanleg” van de parking in de Groeningelaan ??
De parking aldaar verdwijnt voor een groot deel en wordt een park en speelplaats voor de basisschool aldaar. Men aanziet dat niet als het opdoeken van een parking, maar wel als een “ontharding”, want onder deze naamgeving kan men subsidies verkrijgen.
Kort geleden deed schepen van groen Bert Herrewyn (SP.A) daar op facebook kond van, met vermelding van de prijs: 450.000 euro, excl. BTW. Hij verwees daarbij ook naar de website van stad waar het project nogal uitvoering ter sprake komt. Ook daar wordt dezelfde kostprijs vermeld.
Hier op kortrijkwatcher heerst een goede gewoonte.
Als een schepen (of de pers) ergens een bedrag vermeldt gaan we stante pede een officieel document raadplegen. In dit geval het meerjarenplan 2020-2025 waar de actieplannen van de tripartite worden opgesomd met de bijhorende voorziene investeringen.
Het actieplan 9.1.9 wordt omschreven als “Parking Groeningelaan verdwijnt en wordt groen. Het park wordt heraangelegd”.
Ziehier nu de geraamde uitgaven, en let even op het eerste jaar waarop de investeringen zijn gepland. (Er zijn nochtans al werken bezig.)
2022: 58.330 euro
2023: 861.670 euro
2024: 80.000 euro.
Totaal: 1 miljoen!
Nog ter info.
Zo’n (toch eenvoudig) project kan de administratie (met al zijn architecten en groen- of milieudeskundigen) niet zelf ontwerpen…
Men heeft dus een studiebureau ingeschakeld. Dat is de firma Cnockaert uit Wervik geworden. Ereloon: 66.516 euro. Dat is 3 procent méér dan geraamd door de administratie.
P.S.
Schepen Herrewyn reageert niet op onze toelichting op FB.
Wil je nu wat weten? Er is een studie over lokale politieke verslaggeving (1)
Pas verschenen.
Een onderzoeksrapport getiteld: “Lokale politieke verslaggeving”, met als ondertitel “Hoe ervaren regiojournalisten en lokale beleidsmakers re-giojournalistiek in Vlaanderen”?”
Studie gemaakt in de periode september 2018- juli 2020, met als auteur Ria Goris van de Erasmushogeschool Brussel (opleiding journalistiek), nog wel met medewerking van de VVSG en het Kenniscentrum Vlaamse Steden.
Men heeft 27 burgemeesters en schepen uit de 13 centrumsteden bevraagd.
Parallel daaraan nog 26 regiojournalisten, telkens één van Mediahuis, (Gazet van Antwerpen, Het Nieuwsblad, Het Belang van Limburg) en één journalist van DPGMedia (Het Laatste Nieuws).
Men zocht in elke centrumstad telkens naar de journalisten met het meeste ervaring met politieke verslaggeving, waardoor we denken dat Peter Lanssens uit HLN ook zijn zegje heeft mogen doen. (Jammer dat de geciteerde uitlatingen niet verbonden zijn aan een centrumstad.)
Dat waren dan de face-to- face bevragingen.
Daarnaast heeft men nog 450 regiojournalisten gevraagd om medewerking. En 139 daarvan vulden de vragenlijst in. Dat is nogal wat.
Het spreekt vanzelf dat we enige aandacht zullen besteden aan dit rapport. Meer speciaal aan onderzoeksvragen over behandelde thema’s en onafhankelijkheid in de regiojournalistiek.
Maar uiteindelijk hebben de resultaten van het onderzoek ons niet verrast.
Bijvoorbeeld de vaststelling over de toenemende sensationalisering van het regionieuws, het gebruik van kant-en-klaar nieuws, de (vaak vriendschappelijke) relatie tussen beleidsmakers en pers.
Aangezien het journalisten(-in-spe) zelf zijn geweest die het onderzoek hebben gevoerd en beantwoord, stoten we wel op enkele fundamentele lacunes. Niet behandelde taboe-onderwerpen.
– Het bestaan van de “burgerjournalistiek” (zoals Apache, Scheldt, Doorbraak, of ja…stadblogs als kortrijkwatcher).
– Het intellectueel niveau van de regiojournalisten. (Wat hebben ze gestudeerd? Wat is hun echte hoofdberoep?)
– Heeft het niveau van hun verslaggeving wel te maken met de (lage) verloning?
En wat er volkomen mankeert is dat men de kwaliteit van de verslaggeving in de centrumsteden niet heeft vergeleken. Maar ja, dat was blijkbaar geen onderwerp van onderzoek…(Of course. Zou ook moeten gedaan worden door niet-journalisten.)
P.S.
Weet je wat een hoge piet van onze WTV mij – senior-writer van kortrijkwatcher – een keer zei?
Burgerjournalisten koken misschien wel, maar het zijn geen koks.
Een oudere quote van de dag: “Ik heb liever dat je mij met rust laat.”
De (onvergetelijke?) uitlating dateert al van 8 augustus en is te mooi om te laten liggen, ten andere nog actueel ook in het kader van de poging van de VLD’er Egbert Lachaert om een regering op de been te brengen. De quote komt uit een lang interview met Bart Tommelein, verschenen in ‘De Standaard’ (pag.14) van die zaterdag.
Uiteraard komt de nederlaag van Tommelein bij de VLD-voorzitterverkiezingen ter sprake. (Bart 29 procent, tegenover 61 voor Egbert.)
De Oostendenaar verklaart die nederlaag alleszins voor een stuk middels het optreden van de Kortrijkse burgemeester Vincent Van Quickenborne die overal is gaan vertellen dat Tommelein wel een goede minister was en een goede burgemeester is, maar minder geschikt als VLD-voorzitter.
(Zo sluw is Quickie wel: met bloemen gooien met de pot er nog aan. Het ging ten andere over wie met de donkerblauwste bloemen kon zwaaien. )
Tommelein vertelt in dat interview wel nog enkele pikante zaken.
Volgens hem had Van Quickenborne wel degelijk de ambitie om voorzitter te worden, maar wist hij heel goed dat hij geen kans had om het van den Tom te halen.
En: “Hij heeft me in de steek gelaten omwille van persoonlijke ambities. (Quickie werd tot VLD-fractieleider gebombardeerd in de Kamer. Het buikgevoel van de poetsvrouw bij de redactie van kortrijkwatcher zegt dat het allemaal al maanden tevoren geregeld was.) Nationaal is hij nu de eerste West-Vlaamse Open VLD’er, maar nog altijd niet de populairste.’ (lacht)
En nu komt er nog een onderbouwde venijnigheid in de staart, als antwoord op de vraag of Van Quickenborne het dan niet correct heeft gespeeld.
Tommelein:
“Ik heb hem al die maanden niet gehoord en een uur na de uitslag belde hij mij op dat hij het niet persoonlijk had bedoeld. Ik heb toen geantwoord: “Vincent, nu even niet. Ik heb liever dat je mij met rust laat. Aan mij weet je wat je hebt, aan Vincent niet altijd. Dat matcht niet. Je moet het hem wel nageven dat hij telkens op een heel opportunistische manier de juiste kaart trekt. Maar hij heeft geluk: ik ben geen rancuneuze mens.”
P.S.
Tommelein heeft overigens nog zijn twijfels bij het ledenbestand van Open VLD. Er blijven folders van hem binnenkomen die nooit zijn aangekomen. “Dat ledenbestand is een ramp.”
Breaking news over ons geliefd Kortrijks “open zwembad”
Het blijft opletten met geruchten.
Maar de praatjes doen nu ditmaal al enkele dagen hardnekkig de ronde, en ze komen uit diverse kanten (betrouwbare bronnen genaamd).
Het zwembad aan de vaart – ofte de Abdijkaai – (genaamd “den openen”) zou in september nog twee weken verlengd open blijven.
P.S. (1)
Wat veel Kortrijkzanen nog altijd niet weten is dat wie er niet ter plekke gaat om te zwemmen (dus om te kijken?) volkomen gratis toegang krijgt. En de cafetaria is open. Er is van alles te krijgen. Ook frieten!
P.S. (2)
Het steekt.
Stad zelf en de exploitant Lago hebben de voorbije maanden gedaan alsof het open zwembad niet bestond. Je kunt niet geloven hoeveel Kortrijkzanen dit jaar alweer dachten dat “den openen” dicht was, of in elk geval was gesloten.
Wat gebeurt er met (beleid)suggesties van Kortrijkzanen?
En dat we het niet weten!
Wellicht herinnert u zich dit nog even nog?
De tripartite kondigde met de klassieke tamtam en enorme bravoure in de geliefde pers aan dat Kortrijkzanen (ouder dat 16) in primeur jaarlijks zouden bevraagd worden over een of ander beleidsvoornemen.
Het eerste digitaal ‘referendum’ (een verkeerde term) kwam er op 14 oktober 2019 met de vraag (ongetwijfeld geïnspireerd door SP.A- schepen Axel Weydts) of we een maandelijkse autoloze zondag wilden in de “binnenstad”.
Er liepen 9.880 antwoorden binnen en 3.401 respondenten daarvan hadden er zelfs nog een of andere suggestie of vraag aan toegevoegd. Opmerkingen ongetwijfeld ook.
57 procent was evenwel tegen die invoering van zovele autoloze zondagen.
Na een ware barnum-reclame (pro!) van stadswege was dit resultaat een smadelijke nederlaag voor het bestuur, ten andere vooral te wijten aan schepen Weydts zelf die de zaak teveel rond zijn eigen(zinnig) optreden was gaan personaliseren. (Zo is hij wel!)
De vraagstelling was daarenboven nog verkeerd ook, en joeg daardoor de Kortrijkzanen de stuipen op het lijf . Men had het immers over de (hele) ‘binnenstad’ (laat is zeggen: alles binnen de kleine ring) terwijl de vraag – volgens de toelichting – enkel en alleen sloeg op de fietszone binnen (in) de binnenstad. Dat is iets helemaal anders.
Dit alles hier even pro memorie.
Maar we willen het eigenlijk ietwat hebben over het wedervaren van die 3.401 gedane suggesties.
Al kort na afloop van het zgn. referendum wou Wouter Vermeersch (voor’ wie het – dankzij onze embedded press – nog niet wist: Kortrijks fractieleider van het Vlaams Belang en federaal Kamerlid) een uitgebreide interpellatie houden over de uitslag en over de binnengelopen voorstellen en/of vragen.
Oeiejejoeie.
Dat kon niet!
Neen! Tiene, de gevreesde voorzitter van de gemeenteraad, stond weer eens als een sherpa (water- en bagagedrager) gelijk aan de zijde van het schepencollege. De interpellatie kon volgens haar pas nadat de vele suggesties door de stadsadministratie waren geturfd, geschift en geëvalueerd. Enz. En dat zou of kon blijkbaar toch nog maanden duren. Nog tot ergens in 2020.
Bij de tweede interpellatie van Vermeersch over de zaak (dit jaar maar datum vergeten) klonk het dat hij best toch nog wat geduld kon hebben. Men was er nog altijd wel mee bezig hoor (daar niet van hoori).
ZO.
We zijn intussen zeker tien maanden verder, en wat blijkt?
In antwoord op een schriftelijke vraag van de onvermoeibare Vermeersch moest het stadsbestuur toegeven dat er slechts een ‘steekproef’ werd uitgevoerd op 260 van die 3.401 suggesties.
Bij ons weten is er nog geen enkele beleidsactie uitgevoerd, voortvloeiend uit die suggesties. Als het anders is, dan moet Ruth Vandenberghe, de schepen van participatie, het maar eens zeggen. Kortrijk Spreekt!
P.S. (1)
Las u hierover al iets in onze plaatselijke gazetten? Had WTV een scoop? Of was dat voor onze ‘embedded’ persjongens weer eens géén nieuws? (Vermeersch stuurde hierover een persbericht rond op 5 augustus.)
P.S. (2)
Wat wordt nu het onderwerp van de volgende digitale bevraging?
– Beloofd werd dat de Kortrijkse burgers voorstellen zouden kunnen doen.
Daar is helemaal niets van in huis gekomen.
– Uitdrukkelijk is (op vraag van CD&V-raadslid Jean De Bethune) ook stellig beloofd – door de burgemeester himself! – dat mogelijke vraagstellingen ter goedkeuring zouden voorgelegd aan de gemeenteraad. Welnu. Wil men opnieuw in oktober van dit jaar een digitale bevraging houden, dan moeten de mogelijke vragen dus zeker geagendeerd in de eerstkomende gemeenteraad van 14 september. En me dunkt nu zeker al ter sprake komen in het schepencollege. Ruth! Doe uw beste. Niet bang zijn. Heel ‘Kortrijk Spreekt’ staat achter u.
Welke financiële informatie willen raadsleden? (En verstaan ze die wel?) (2)
Nogmaals de bron. Onze Wevelgemse mandatarissen.
MAES (L.), SEYNHAEVE (J.), BBC en raadsleden. Welke financiële informatie wiilen raadsleden? (Masterproef, Universiteit Gent, Faculteit Economie en Bedrijfskunde, Academiejaar 2016-2017.)
Woord vooraf
Sinds 2014 zijn de Vlaams gemeenten overgestapt naar een nieuwe manier van strategisch en financieel plannen. Gemeenten zijn verplicht om te plannen over een periode van 6 jaar en moeten dit ook financieel (budgettair) vertalen. Men heeft het dan ook over een meerjarenplanning (MJP) en over een ‘beleids- en beheercyclus’ (BBC). (Dat MJP mag wel herhaalde malen opnieuw wijzigen, in Kortrijk tot tienmaal toe. Tienmaal, in de vorige bestuursperiode. Beleid! Voortschrijdend inzicht!)
Voorheen is jarenlang gewerkt met de constant zo genoemde ‘nieuwe gemeentelijke boekhouding’ (NGB) waarbij de begroting jaar per jaar en postje per postje (de investering voor een publieke WC) een raming werd opgemaakt binnen de beschikbare middelen. Nu ja. Men schreef gewoon de vorige begroting af met hier en daar wat meer of min hoge bedragen dan tevoren. Naargelang een of andere schepen op een ideetje was gekomen of zich populair wou maken.
(Vele raadsleden vinden de vroegere NGB overigens nu nog altijd beter, concreter en vooral gemakkelijker.)
Interessant gegeven uit de studie, om te weten.
Wat vinden raadsleden de tien belangrijkste kerncijfers (in de BBC)?
In volgorde dan:
– De beschikbare financiële reserves (bedoelt men: ‘bestemde gelden’?)
– De uitstaande schuld
– Het resultaat op kasbasis (= beschikbaar budgettaire resultaat- BBR)
– De autofinancieringsmarge (AFM)
– De fiscale druk
– Het overschot of tekort op de gewone werking (= het exploitatiesaldo)
– Aflossingen en intresten leningen
– Percentage personeelskosten t. o. v. de totale werking (de exploitatie)
– Vergelijking van deze kerncijfers met voorgaande jaren
– Vergelijking van deze kerncijfers met andere gemeenten.
Even een tussentijdse opmerking van kortrijkwatcher: van die bovenstaande lijst geloof ik (bijna) niks van.
Raadsleden hebben diverse rollen, of verschillende besognes.
“Gewone” raadsleden voelen zich bijvoorbeeld eerder als controlerende vertegenwoordigers, in naam van de inwoners (zeker als ze tot de oppositie behoren!), terwijl de burgemeester en de schepenen (de uitvoerende mandatarissen) zich eerder positioneren als beleidsmakers. Zéér interessant onderscheid is dat.
(Weet u dat er ‘gewone’ raadsleden zijn die nu nog altijd denken dat zij geen beleidsvoorstellen kunnen doen?)
– Vandaar dat items als de AFM en het BBR veeleer de interesse opwekken bij de uitvoerende mandatarissen dan bij de vertegenwoordigende” raadsleden.
– Idem voor de “fiscale druk”, volgens de steekproef althans, maar ik kan dat bijna niet geloven. (De bevolking is toch uitermate bekommerd om wat men aan belastingen betaalt?)
– De gewone, controlerende raadsleden vertonen veel interesse voor de uitstaande schuld en voor de financiële opvolging van grote projecten. (Dat betwijfel ik ook…)
In de BBC-regels zijn twee begrippen van fundamenteel belang om na te gaan of een gemeente er financieel goed voorstaat. Voldoet aan de officiële, financiële evenwichten op korte of langere termijn.
1. Het beschikbaar budgettair resultaat (BBR); het vroegere resultaat op kasbasis. Moet elk jaar positief zijn.
2. De autofincieringsmarge (AFM). Die moet zeker aan het eind van het meerjarenplan (nu: in 2025) positief zijn.
De auteurs van de masterproef hebben aan de raadsleden niet enkel gevraagd in hoeverre zij die kerncijfers belangrijk vinden, maar ook – met een pervers genoegen? – of ze die items wel begrijpen.
Hoevelen begrijpen het BBR?
Volgens de survey zeggen 65% van de uitvoerende mandatarissen dat ze deze term ‘in hoge en zeer hoge mate” (wat is het verschil?) menen te begrijpen, ten opzichte van 49% van de gewone mandatarissen. Vrouwen menen deze slechts voor 48% te kennen tegenover 60% van de mannen. Anciënniteit blijkt geen rol te spelen. Het diploma wel. Merkwaardige breuklijn: raadsleden van de meerderheid (61%) verklaren het BBR goed of zeer goed te begrijpen tegenover 48% van de oppositie.
Hoevelen begrijpen de AFM?
We zien een aanzienlijk verschil tussen de uitvoerende mandatarissen die met 73% menen deze term in hoge of zeer hoge mate te begrijpen, tegenover 47% van de gewone raadsleden. Er is ook een wezenlijk verschil tussen mannen (64%) en vrouwen (50%). Hier speelt leeftijd (anciënniteit) plots wel een rol: min-vijftigers (70%) begrijpen AFM, t.o.v. slechts 55% van de plus-vijftigers.
Bij de minderheid zijn er 46% die de term begrijpen, en bij de meerderheid (waar dan ook de uitvoerende mandatarissen zitten) 65%. Het diploma speelt een rol.
P.S. (1)
Onze gemeenteraadwatcher bekijkt vanuit zijn ervaring met de Kortrijkse gemeenteraad de gegevens over het al of niet begrijpen van de twee financiële evenwichtsvoorwaarden door de (gewone) raadsleden met gemengde gevoelens, meesmuilend, met scepsis.
Er is een nieuwe fractieleider die praktisch nog geen woord heeft gezegd, zodat we niet eens weten of zij ook maar iets begrijpt. Een andere nieuwe fractieleider houdt het bij futiliteiten en mankeert totaal politiek bewustzijn. En het nieuwe Team Burgemeester is een allegaartje, een samenraapsel van een stuitende politieke onwetendheid en onbenul.
IEMAND MOET HET EEN KEER ZEGGEN.
Dit was bijv. zeer tekenend. Toen bij de bespreking van de laatste jaarrekening 2019 de schepen van Financiën uitpakte met gunstige cijfers voor het BBR en de AFM was er niemand die aantoonde hoe men die cijfers kan manipuleren.
P.S (2)
Zo zijn er ook raadsleden die nog nooit een MJP hebben bekeken.
(Indertijd durfde ik wel eens aan een Kortrijks raadslid vragen welke kleur de kaft van het begrotingsdocument van het jaar dan wel had.) Tegenwoordig gaat alles via e-mail, hier ook “e-decision” genaamd, maar we hebben er het raden naar hoeveel raadsleden daarmee kunnen werken, of het ook wel doen.)
P.S. (3)
Een eenvoudige proef.
Vraag eens aan een u heel bekend raadslid: leg mij eens in drie-vier zinnen uit wat het BBR en de AFM is. Doe alsof ik een 16-jarige ben die straks mag gaan stemmen.
Zeker nooit aan een van onze plaatselijke (politieke) journalisten vragen!
Dienstmededeling
Onze rotatiepers is kapot…
Verwacht herstel, morgennamiddag (17de).
Welke financiële informatie willen raadsleden?
U begrijpt dat ‘kortrijkwatcher’ smacht naar dit soort informatie.
We volgen al een halve eeuw de Kortrijkse politiek en sedert 30 jaar zeer intens de gemeenteraad en zijn leden. We zijn er in feite dagelijks mee bezig. Méér dan de raadsleden zelf. Vandaar.
Pas nu ontdekt dat een masterproef handelt over deze vraag.
Nog wel een onderzoek van 2016-2017 verricht als ‘werkstudenten’ aan de UGent door Jan Seynhaeve (Wevelgems burgemeester) en Lobke Maes (schepen van Financiën aldaar).
De hoofdvraag waar de werkstudenten een antwoord op wilden krijgen luidde: “In welke mate voldoen de financiële rapporteringsdocumenten aan de verwachtingen van de raadsleden om hun taak als hoofdgebruiker van die documenten op te nemen?”
Deelvraag 1 was dan: “Wat willen de raadsleden weten?”
En deelvraag 2: “Hoe willen de financiële informatie aangereikt krijgen?”
De studie is in een bepaald opzicht relevant (de leugenachtige antwoorden van de respondenten!) en kent wel mankementen.
De auteurs zijn zich daar gelukkig van bewust en wijden er zelfs een hele bijlage aan. In Vlaanderen waren er ten tijde van de studie 7.464 gemeenteraadsleden. De survey werd verstuurd naar 2.366 Vlaamse raadsleden waarvan er 331 bruikbare antwoorden zijn teruggekeerd , zijnde 13%. Dat lage aantal is statistisch niet ongewoon, maar voor dit onderwerp toch tekenend voor de werkkracht en kunde van onze lokale politiekers.
Probleem is nog: de groep van respondenten is niet echt representatief. Er is een oververtegenwoordiging van uitvoerende mandatarissen (burgemeesters en schepenen), van ietwat oudere mandatarissen en van politici van CD&V-signatuur.
Niettemin willen we in een volgende editie van deze krant enkele meer pittige conclusies aanhalen.
Soms moesten we – onze Kortrijkse ervaringen indachtig – wel een beetje lachen. Ik geloof zelfs dat de respondenten zich in hun antwoorden wat beter voordeden dan ze in werkelijkheid zijn. Dat is ons buikgevoel…