All posts by Frans

OCMW bindt strijd aan tegen armoede

Het OCMW tekende vorig jaar in op de projectoproep van het Europees jaar 2010 van de bestrijding van de armoede en sociale uitsluiting. Kreeg voor twee projecten van staatssecretaris Philippe Courard hiervoor subidies.

Soepefjieste

Voor een actie genaamd “Kook je fit” 5.000 euro.
Hierbij werkt ons OCMW samen met dat van Kuurne, Harelbeke, Deerlijk en nog een paar organisaties. Die actie wil “de ontoegankelijke toegang tot de gezondheid centraal stellen”. Daarom zal men in oktober in een aantal gemeenten een “soepcontest” organiseren. Een “soepefjieste” waarbij mensen die werken met of voor mensen in armoede het tegen elkaar zullen opnemen. De winnaars zullen dan hun recept publiceren in een Soepkookboek. Dat uitgave van dat boekje zal 3.000 euro kosten. Er komen ook 500 bedrukte soeptassen (900 euro). Duizenden flyers en affiches (484 euro).

Kinderparade

Deze actie wil een cultureel evenement opzetten rond de thematiek armoede en uitsluiting. Met een subsidie van 10.000 euro wordt een kinderparade op touw gezet. Een rondreizend spektakel met medewerking van L’Orchestre International du Vetex, de vzw Bolwerk en lagere scholen uit onze aandachtsbuurten (Sint-Jozef, Drie Hofsteden, buurtschool Vetex). Men hoopt op een bont allegaartje van een 170-tal kinderen die deelnemen aan zangstondes en ateliers waar kostuums en “constructies”worden gemaakt.
Datum van het gebeuren nog niet gekend. Hopelijk bent u al terug van vakantie, met uw kindjes.

Redactionele mededeling

Tot grote woede van onze directie – die daarmee vreest reclame-inkomsten te derven – lopen de redactielokalen van kortrijkwatcher dezer zomerdagen voor enkele weken leeg.
Onze medewerkers nemen namelijk hun verdiende compensatiedagen op.
Betekent dit dat u nu helemaal beroofd zult zijn van uw portie elektronisch nieuws en haarfijne analyses over Kortrijk?
Maar neen.
KW kent geen komkommertijd.
De kuisvrouw blijft thuis. En op straffe van een C4 heeft zij onze stagiair-beroepsjournalist (SBJ) ertoe kunnen overhalen om ook thuis te blijven.
Samen hebben zij aan de senior-writer beloofd om minstens om de zoveel dagen een stukje te plegen.

Lezer, zelfs op verre stranden en onderzee of op bergtoppen laten we u niet in de steek !
Dank u.

Pleidooi voor het afschaffen van de raadscommissies

Ter voorbereiding van de gemeenteraad komen er (om de maand op dinsdag voor de volgende Raad) om 18u30 drie raadscommissies samen. Voorheen waren het er vier, wat al op zichzelf aantoont dat men commissies kan afschaffen. De verdeling van de onderwerpen is heel arbitrair. Vanaf puntje ‘dit’ tot puntje ‘dat’ uit de agenda van de gemeenteraad.

Die commissies zijn publiek toegankelijk, maar de raadsleden zijn stomverbaasd als er een geïnteresseerde burger opdaagt. Journalisten zie je er nooit. (Soms is er ternauwernood een stoel beschikbaar.)

Ook voor het bijwonen van een raadscommissie krijgen de leden 185 euro presentiegeld. De opkomst is dientengevolge altijd bijzonder groot. Want in zeer veel gevallen duren die zittingen effectief nauwelijks tien minuten. (Spijtig dat de notulisten niet altijd meer aangeven wanneer de vergaderingen werden opgeheven.)

Hoe gaat het er daar aan toe?
Sinds het nieuwe gemeentedecreet worden de commissies voorgezeten door een raadslid en niet meer door een schepen. De bedoeling van de decreetgever was goed. Beletten dat de schepenen de vergadering naar hun hand zouden kunnen zetten. Dat raadslid weet evenwel meestal totaal niets af van de inhoud van de agendapunten en acht zich dan ook al van zijn plicht gekweten als hij zonder veel haperingen de titel van het agendapunt kan aflezen en aan het eind de zitting voor gesloten kan verklaren.
Van enige leiding van de debatten (zo die er al zijn) is geen sprake. Het is de schepen die al onmiddellijk het heft in handen neemt en zogezegd enige toelichting geeft. Die toelichting bestaat er dan in om wat voor te lezen uit de zgn. “memorie van toelichting”. Een tekst die de raadsleden al van te voren konden lezen, maar vaak nu pas ontdekken door op het eigenste moment hun witte enveloppes met inhoud voor het eerst open te maken.

Eén van de bedoelingen van raadscommissies is dat de raadsleden informatieve vragen stellen.
Dat gebeurt weinig. Hoe zou het ook? Het gros van de raadsleden heeft geen enkel dossier gelezen. Meestal volstaat het voor de notulist om gewoon vast te stellen dat er geen bemerkingen waren. Zelfs niet bij belangrijke punten. In de laatste raadscommissies ter voorbereiding van de gemeenteraad van 12 juli waren er bijvoorbeeld geen bemerkingen bij punten als het jaarverslag van Psilon (crematorium), de evaluatie van decretale graden (waar raadsleden nu bij betrokken worden!).
Als er dan toch een vraag wordt gesteld, dan slaat die soms een keer op zaken die men gewoon in het dossier kon lezen (of de gazet), of om feiten die een normaal raadslid uit zichzelf zou moeten weten.

Bedoeling van een raadscommissie is nog dat er daar “technische” vragen worden gesteld. Maar wat gebeurt er dan, als dit dan toch een keer het geval is? De schepen kan niet antwoorden! Een flagrant geval deed zich bijvoorbeeld voor op 6 juli in de derde raadscommissie. Schepen Jean de Bethune wist niet waar eerst gekeken toen hij van raadslid Herrewyn enkele vragen naar zijn hoofd kreeg over het bijklussen van de gepensioneerde stadsarchitect.
Soms wordt de onkunde van een schepen handig opgelost en gecamoufleerd door een ambtenaar. Die voegt dan achteraf in het verslag in vette letters een verduidelijking toe waar de schepen niet aan toekwam in de commissie zelf.

Er is nog een probleem met die raadscommissies. De meer hard werkende raadsleden – die wel van wanten weten – sparen hun vragen of kommentaren bewust op tot aan de eerstkomende gemeenteraad. Waarom? Natuurlijk met de hoop om een schepen in het openbaar in verlegenheid te brengen. Maar ook omdat zij weten dat het punt anders nauwelijks nog zou ter sprake komen in de openbare zitting van de gemeenteraad en dus ook niet in de pers.
Hoe reageren schepenen dan als ze in de gewone raadszitting niet goed wegkomen met een vraag of tussenkomst? Ha, heel simpel. Ze maken zich kwaad. Zeggen dat die vraag of bemerking maar eerder moest gemaakt zijn in de commissie.

Iedere commissie heeft een verslaggever, nog wel in de persoon van een raadslid !
Kortrijkwatcher heeft het nog nooit meegemaakt dat zo’n raadslid ooit maar iets zat te noteren voor het verslag. Het is een notulist die dat doet, een ambtenaar. En die hoedt er zich natuurlijk voor om een schepen met zijn verslag in verlegenheid te brengen. We hebben het ook nog nooit meegemaakt dat een verslaggever-raadslid in de gemeenteraad het opbrengt om te zeggen dat de tekst van de notulist onvolledig is en daarmee onjuist. Ze verwijzen gewoon naar het verslag. Als ze het tenminste niet vergeten hebben dat ze verslaggever waren.

In commissies mogen raadsleden ook nog adviezen opvragen. Zelfs verzoeken om er een deskundige bij te halen, of een belanghebbende. Dat gebeurt hier nooit.

Bij afschaffing van de raadscommissies zullen gemeenteraden heus niet veel langer duren.
Stad bespaart er zowat 6.000 euro mee inzake zitpenningen. En de loonkosten voor overuren voor ambtenaren.

Milde aanpak overlast aankondigingsborden van jeugdverenigingen

De stuurgroep “publieke overlast” maakt het graag ingewikkeld. (Het is hun bestaansreden.)
Nochtans is de politieverordening (art. 187) duidelijk. Wie een tijdelijk reclamebord wil plaatsten op openbaar domein moet hiertoe vier (!) weken op voorhand een schriftelijke aanvraag richten tot de burgemeester himself. Geen bordjes aan palen, bomen, straatmeubilair, verkeerssignalisatie, bouwwerken, op rotondes, enz. Ze moeten gewoon vast in de grond geplant. Er dient een borgsom van 125 euro betaald, en dat geld krijgt men terug na verwijdering. Die verwijdering moet ten laatste vijf werkdagen na de activiteit gebeuren. Zoniet zullen de gemeentediensten dit op uw kosten zelf doen. En je krijgt die borden niet terug!

Een knelpunt blijven de aankondigingsborden van jeugdverenigingen. Volgens de stuurgroep “publieke overlast” is dit te wijten aan onvoldoende doorstroming van de communicatie. Vandaar dat gedacht wordt aan een electronische nieuwbrief voor jeugdverenigingen, een item in de opleiding tot fuifbuddy , infovergaderingen (genaamd “wouter”) door het team Jeugd.
Jeugd kan geen politieverordeningen meer lezen.

In het politiereglement is er geen sprake van een sanctie bij het illegaal plaatsen van reclameborden.
De G.A.S-ambtenaar kan hiertoe bij dit soort kleine overtredingen evenwel toch een besluit nemen. Een Gemeentelijke Administratieve Sanctie. Maar voor jonge meerderjarigen (16-18 jaar) voorziet de wet in het algemeen een aanbod tot bemiddeling,
Die positieve bemiddeling heeft in regel tot gevolg dat er geen boete wordt opgelegd.
In Gent heeft men het anders aangepakt. De wildgroei van aankondigingsborden zal daar als vanzelf stilvallen, nu Stad de onregelmatig geplaatste borden overplakt met een mededeling als “afgelast”.

In een volgende editie van de Stadskrant zal de stuurgroep “overlast” een artikel plaatsen over de aanpak van de wildgroei van borden en dit op een positieve manier, met vermelding van de geboekte positieve resultaten. Hoeveel borgsommen werden er geïnd? ingehouden? Hoeveel borden weggenomen? Benieuwd.

Stad neemt deel aan een stedenspel

SOMS VERSTAAN WE ER NIETS VAN.

EXQI Plus begint samen met de Nederlandse TROS een nieuwe reeks van het “Stedenspel”. Stad Kortrijk neemt daaraan deel. De opname met het publiek is voorzien op donderdag 22 april om 19 uur te Lint en speelt zich af rond een tropisch zwembad. Pret verzekerd.
Stad neemt contact op met mensen die geen schrik hebben van water uit met name kringen als de politie, watersportclubs en gemotiveerd stadspersoneel. Het team zal bestaan uit vier mannen en vier vrouwen met twee reservespelers. Medewerkers van Stad krijgen een halve dag dienstvrijstelling.
Om het Kortrijkse team aan te moedigen worden een 200-tal supporters opgeroepen. Gratis autocarvervoer en een T-shirt. Hiervoor voorziet Stad een IMAGObudget van 3.000 euro.

De Collegebeslissing hieromtrent dateert al van 31 maart en na twee weken ongeduldig wachten konden we op de website van Stad nog altijd geen publieke oproep zien naar mogelijke supporters. Burgemeester Lieven Lybeer liet zich al met heel de familie inschrijven.
Dat vinden we nu wel zeer eigenaardig. De beslissing van het schepencollege kreeg een ongunstig advies van … de directie Personeel en Organisatie.

Een duur voetbaltornooi tussen vijf zustersteden

Behoudens de verantwoordelijke schepen voor jumelages (Lieven Lybeer) weet bijna geen Kortrijkzaan dat we verbroederen met nog vier zustersteden. Te weten: Bad Godesberg, Frascati, Windsor-Maidenhead en Saint-Cloud.
Tweejaarlijks meten de steden zich met elkaar op sportief vlak tijdens een voetbaltornooi voor stadsploegen. Dit jaar is het de beurt aan onze stad om het tornooi te organiseren. Van 9 tot en met 11 oktober zakken vier ploegen ter stede. De wedstrijden vinden plaats in openlucht op de Lange Munte op 10 oktober.
Op vrijdagavond 9 oktober om 18u30 is er een officiële ontvangst voorzien op het stadhuis voor de deelnemers (telkens tien, plus de coach) en de delegaties van notabelen. Kostprijs onbekend.
Daarna volgt er een kennismakingsmoment met welkomstdiner in het Chesscafé. Raming 3.716 euro, want naast de spelers en officials zijn ook de leden van het schepencollege uitgenodigd.
Tijdens het tornooi krijgen de officials een alternatief programma aangeboden. Verplaatsingskosten, ingangstickets en lunch op kosten van de stad op basis van de voorgelegde facturen. Voorlopige raming: 500 euro.
Voor de catering op zaterdag zijn broodjes voorzien, en ’s avonds volgt een warm buffet met een optreden. Kostprijs nog onbekend, maar voor het optreden van het bandje is al 500 euro vrijgemaakt.

Voor de prijsuitreiking is een beker voorzien voor de zes (???) aanwezige ploegen. Kostprijs onbekend.
Voor de vrijwillige medewerking van de scheidsrechters wordt gevraagd om een onkostenvergoeding te voorzien. Bedrag onbekend.

De delegaties logeren in een van de duurste hotels van Stad. Hotel Messeyne. Raming van de verblijfskosten plus het diner: 3.880 euro.

Op zondag 11 oktober is er nog een jumelagemeeting. Geen kostenraming.

ZO.
Voorlopig totaal van de gekende kosten: 13.512 euro. Dat is een half miljoen oude franken.
Dragen de zustersteden zelf ergens bij in die onkosten?
Vanwege de jumelage-snoepreisjes van Lieven Lybeer en schepen Marie-Claire Vandebulcke met hun partners is de begrotingspost voor zustersteden (4.363 euro) al lang uitgeput. Vandaar dat men de geraamde bedragen maar inschrijft bij de posten “representatie en recepties” en “technische prestaties van derden,” in de rubriek cultuur.
Dat is Kortrijk.

Welk lid van het Kortrijkse schepencollege wordt het meest bezoldigd?

Bepaalde politici moeten jaarlijks aan het Rekenhof een lijst indienen van hun al of niet bezoldigde mandaten, ambten en beroepen. Voor het jaar 2008 is die mandatenlijst verschenen in het Staatsblad van 14 augustus.
Het bedrag van die bezoldigingen of vergoedingen wordt niet opgevraagd. En politici hebben het niet graag daarover, zonder dat ze beseffen waarom.
De fractie-leider van het Kortrijkse Vlaams Belang Maarten Seynaeve zal via een schriftelijke vraag proberen te weten te komen wat burgemeester en schepenen zoal verdienen. Dat zal niet gemakkelijk zijn. Vorig jaar had hij al de meeste moeite om te bekomen dat de leden van het Schepencollege hun mandaten zouden kenbaar maken aan de gemeenteraad. En hoewel dit decretaal is verplicht moest zelfs de gouverneur tussenkomen om het College hiertoe te dwingen.

Onze huidige, waarnemende burgemeester Lieven Lybeer heeft het grootste aantal mandaten. Niet minder dan 35. Vroeger jaren had hij er een dertigtal. Daarvan zijn er (in 2008) 12 bezoldigd. Uitermate raar en misschien wel enigszins onwelvoeglijk is dat hij (een ACV-er) zich laat betalen voor mandaten uit de sociale economie, de zgn. non-profitsector. Voorbeelden: PWA, Makkie, Mentor, Beschutte Werkplaatsen, Sociale Huisvestingsmaatschappijen. Merkwaardig nog is dat hij zich in 2008 voorzitter kon noemen van de zgn. Conferentie van Burgemeesters, terwijl hij in dat jaar toch nog gewoon schepen was.

De titelvoerende burgemeester en nu minister Stefaan De Clerck vermeldt zes niet-bezoldigde mandaten en vier bezoldigde. Wel uitermate goed bezoldigd ! Burgemeester, Kamerlid, bestuurder van de Gemeentelijke Holding. Hij vergat nog een andere zeer lucratieve job. Hij was ook quaestor van de Kamer. Zou het niet kunnen dat hij vorig jaar de duurste vogel was van alle Kortrijkse politici? Was vorig jaar nog twee dagen minister,

Wie we altijd geneigd zijn om op allerlei gebied te onderschatten, dat is schepen Guy Leleu.
Hij heeft 14 mandaten, waarvan slechts één niet is vergoed. Leleu is bestuurder van alle mogelijke intercommunales waar Kortrijk aan deelneemt en dat moet toch vele zitpenningen opleveren. .

Tweede recordhouder inzake het aantal mandaten is evenwel onze schepen Jean de Béthune.
30 mandaten, waarvan ook 11 bezoldigd. Ook hij zetelt in intercommunales die materies behandelen waar hij weinig voeling mee heeft (milieu en vliegwezen). Laat zich nog betalen als voorzitter van de provincieraad, bestuurder van Syntra West, Xpo, Westtoer, enzovoort.

Het inkomen van onze schepen van Financiën Alain Cnudde is ook niet mis. Vijf bezoldigde mandaten (alweer die intercommunales) en twee niet.

Schepen Stefaan Bral behoort tot minder goed betaalden, maar heeft me dunkt toch nog een bijbaantje. Twee bezoldigde functies (bij IMOG) en vier niet (in de sport). Vrouwtje zal eens overnemen.

Onze Hilde Demedts behoudt al jaren vier bezoldigde mandaten en geen enkel onbezoldigd. Zit nog altijd bij IMOG en Ethias.

VLD-schepen Wout Maddens houdt het bij drie bezoldigde mandaten (zit in Leiedal en het SOK) en zes onbezoldigde. Bestuurder van de vzw Beeldenstorm die toch is opgedoekt?

VLD-schepen tot eind dit jaar Marie-Claire Vandenbulcke heeft traditioneel vier bezoldigde functies. Was werkzaam bij Gaselwest, Psilon (wat doet dit nog?) en is raadslid bij de politiezone VLAS.

Zo, nu weet u weer alles.
Eén politieker met 12 betaalde jobs en twee met 11.
Over enkele maanden kennen we het antwoord op de vraag die raadslid Maarten Seynaeve zal stellen en weten we welke burgemeester of schepen vorig jaar het meeste heeft verdiend.

Over de nood aan sociale woongelegenheden

Het nieuwe decreet over Grond- en Pandenbeleid vindt dat elke gemeente tegen 2020 moet streven naar een aandeel van 9 procent sociale huurwoningen (berekend op basis van het aantal huishoudens).
Volgens de directie Stadsplanning en Stadsontwikkeling telt Kortrijk nu al 8,35 procent sociale huurwoningen.en 0,65 procent sociale koopwoningen.
In onze regio scoort alleen Zwevegem (10%) en Menen (10,75%) beter. Het traditoneel als rood beschouwde Harelbeke haalt intussen slechts 5,70 procent.

Als Kortrijk het door Vlaanderen opgelegde objectief wil bereiken is er nog behoefte aan 203 sociale huurwoningen en waarschijnlijk 250 koopwoningen.
Maar de regio heeft zich met het zgn. Woonregieboek van Leiedal een streefcijfer van 11 procent opgelegd. Bovenop de 9 procent betekent dit dat Kortrijk nog 641 sociale huurwoningen moet beschikbaar stellen.

Binnen het stadsbestuur leeft althans bij de VLD de gedachte dat – eens het objectief van 11 procent is bereikt – er vooral moet ingezet op zgn. “bescheiden woningen”.

Anderzijds mikt de ACW-vleugel op de installatie van een “woonclub” voor lage inkomensgroepen (of speciale gevallen?), een specifiek loket binnen de nog op te richten “woonwinkel” in het stadhuis.
Die woonwinkel zou eindelijk operationeel eindelijk worden in september.
Over die “woonclub” heerst blijkbaar geen eensgezindheid binnen het College. Het punt is al tweemaal uitgesteld.
De VLD was in de vorige bestuursperiode (toen nog in de oppositie) overigens totaal gekant tegen de oprichting van een stedelijke woonwinkel.

Kortrijk krijgt meer bescheiden woningen

Maar wat is een bescheiden woning?
Vergeet de klassieke fiscale definitie waarbij men het heeft over woningen met een kadastraal inkomen van hoogstens 750 euro.
Het nieuwe decreet over grond- en pandenbeleid in Vlaanderen voert een nieuw begrip in dat niets heeft te maken met het K.I.
Zeer simpel gezegd is een bescheiden woning duurder dan een sociale woning, maar het is ook geen villa. Het is een woongelegenheid met een bescheiden verkoop- of verhuurprijs, haalbaar voor inkomens die te hoog liggen om te genieten van het sociale woonaanbod en te laag voor een betere luxe-woning. Met andere woorden: iets voor de meeste van onze lezers.
Volgens het decreet gaat het om woonhuizen met een volume minder of gelijk aan 550 m³ en een oppervlakte van hoogstens 500 m². De gemeenten kunnen evenwel in een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening de definitie van een bescheiden woonaanbod (kan ook een appartement zijn) verder concretiseren, verfijnen, zelfs strenger maken..
En dat is waar onze ambtenaren nu mee bezig zijn.
De opmaak van een sluitende definitie heeft nogal wat consequenties. Het is immers de bedoeling om op onbebouwde gronden van openbare besturen 25 procent voor te behouden voor het bescheiden aanbod. Voor gronden in handen van de private sector geldt een percentage van 20 procent bescheiden units (woningen of kavels).

Hoe definieert onze Kortrijkse directie stadsontwikkeling nu (voorlopig!) de “bescheiden woongelegenheid” ?
Typologisch gaat het om woning met minimum drie slaapkamers, met een bewoonbare oppervlakte van maximum 120 m², een kavelgrote van max. 150 m² en een tuin van minimum 50 m². Er is ook een parkeerruimte voor een wagen.
Voor een appartement gaat het om minimum twee slaapkamers, met een bewoonbare oppervlakte van maximum 90 m² en een buitenruimte van minimum 5 m².
Meer concreet zegt men nog dat een bescheiden huis bij voorkeur niet meer dan twee gevels heeft. Dat er voldoende bergruimte is, bijvoorbeeld voor fietsen. En een voldoende grote inkomzone. Een apart toilet, een badkamer, een keuken voorzien van basistoestellen. Een adequate isolatie en ventilatie.
Het schepencollege hoopt om nog voor 1 september met alle mogelijke actoren (ook politieke partijen) een grootscheeps stedelijk woonoverleg op te starten over deze materie, en globaal ook over de uitvoering van het nieuwe decreet grond- en pandenbeleid.

Hierbij wil men niet uit het oog verliezen dat er nog altijd moet gestreefd worden naar 11 procent sociale woongelegenheden. Althans volgens het Woonregieboek van 2008. (Het “ijkpunt” voor Vlaanderen van 9 procent is bijna bereikt.)

NIEUWE REGELS VOOR TOEGANKELIJKHEID VAN PUBLIEKE GEBOUWEN NU OOK VOOR MENSEN IN HET GIPS

Het is een beetje tussen plooien van de triviale papieren perse gevallen, maar de Vlaamse regering heeft een nieuwe Stedenbouwkundige Verordening Toegankelijkheid voor publieke gebouwen goedgekeurd.
Die regelgeving is niet enkel goed voor mensen met een beperking (nieuwe term voor gehandicapten), maar ook voor ouderen, kinderwagens, grotere mensen en zelfs voor iemand wiens arm in het gips zit.
De nieuwe verordening geldt vanaf 1 maart 2010. Niet enkel voor nieuwbouw maar ook voor verbouwingen, of uitbreidingen van gebouwen die publiek toegankelijk zijn. Denken we bijvoorbeeld aan onze Raadskelder, winkels, banken, cafés.

Het wordt weer ingewikkeld.
De verordening geldt enkel wanneer een stedenbouwkundige vergunning vereist is. Dus. Wanneer we spreken over pashokjes of kleedruimtes, gaat dit alleen over gemetste hokjes zoals die in een sporthal of een zwembad, en niet over pashokjes in een kledingzaak die uit een gordijn of een valse wand bestaan.
Uiteraard wordt er ook gevraagd dat het toegangspad naar het gebouw voldoet aan de verordening. Het zou weinig zin hebben om een toegankelijk gebouw te hebben als je er niet kunt geraken.

Wat met kleine bakkerijen, slagers, cafés?
Er wordt een onderscheid gemaakt naargelang de oppervlakte van de toegankelijke ruimte. Is die kleiner dan 150 m² dan hoeven enkel de toegangsdeuren toegankelijk gemaakt. Trapjes zijn verboden.
Voor gebouwen die bestaan uit meerdere verdiepingen, groter dan 150 m², maar kleiner dan 400 m², is het enkel verplicht om het gelijkvloers toegankelijk te maken. Opgepast: als dat gelijkvloers dezelfde functies biedt als de volgende verdiepingen. Een lift mag dus in dit geval maar moet niet. Restaurants en cafés die op het gelijkvloers zitruimte hebben en sanitair voorzien, hoeven enkel die verdieping toegankelijk te maken, ongeacht of ze al dan niet groter zijn dan 400 m².
Wat met hotels?
Als ze meer dan 10 kamers tellen moet minstens één kamer toegankelijk zijn.
Wat met appartementsblokken?
Vanaf meer dan twee niveaus en minstens zes wooneenheden moeten de gemeenschappelijke delen (hal, lift, garage) en de toegangsdeur tot elke woongelegenheid aan de nieuwe verordening voldoen.
In het najaar zal de Vlaamse regering proberen om de verordening aan het publiek uit te leggen, middels een handboek en website.
P.S.
Voor het veiliger en toegankelijker maken van stadsgebouwen is er in Kortrijk voor dit jaar een budget van 50.000 euro. Maar dit gaat vooral naar brandveiligheid. Voor personen met een auditieve handicap zal men iets doen in de stadsschouwburg.