Public information screens, I-Points and wireless service for visitors of Kortrijk

DAAR WISTEN WE NU EEN KEER NIETS VAN.
EEN MEDEDELING VAN ONZE ICT-AMBTENAREN. BEETJE INGEKORT.

The City of Kortrijk starts experiments with different types of information screens both inside and outside the city buildings. We mainly distinguish screens for one-way communication (narrowcasting) and interactive screens (I-Points and other public computers).
With the now installed 40 narrowcasting screens the publishing of information will be streamed and organised in a more efficient way. Different applications become possible: (…) automatic publishing of the use of city premises in community centers and sport infrastructure.
(…)
Specific for the coming 5 exterior information screens (2 square meter screens) is that the target audience are care drivers.
(…)
The interactive I-Points are basically a computer with a touch-screen interface. They are information kiosk with mostly tourist information. (…) A kiosk reacts when a person approaches the screen. It starts an attractive animation which explains the functionalities of the I-Point. An intuitive menu on the touch-screen makes it easy to find the needed information. The results of the search can be easily transferred to the mobile phone of the visitor or mailed to an email adresss.
(…)
In a later stage the platform will be used to upgrade the existing network of 60 public computers and kiosk computers.

WEET HET SCHEPENCOLLEGE DAT AL?

Waar is dat positief advies over het sociaal restaurant “De eetkeet”?

De papieren pers heeft nu ook ontdekt dat de bijzonder vermogende vzw Habbekrats in Het Hoekhuis een zgn. sociaal restaurant gaat opzetten. Een Eetkeet voor rijk en arm, oud en jong. Dus voor iedereen, en blijkbaar niet enkel voor Kortrijkse ingezetenen. (Zie stuk alhier van 29 mei.)

Een grote voorwaarde om – in het kader van de sociale diensteneconomie – zo’n zwaar gesubsidieerd sociaal restaurant te kunnen exploiteren is dat er (bijvoorbeeld door braderieprijzen te hanteren) geen marktverstoring kan optreden. Wel, volgens “Het Laatste Nieuws” van vandaag zal Stad er over waken dat horecazaken geen (oneerlijke) concurrentie zullen ondervinden van dat sociaal restaurant. “Het Nieuwsblad” (1 juni) meldt dit ook. Geen van de journalisten heeft aan waarnemend burgemeester Lieven Lybeer gevraagd hoe het stadsbestuur denkt de concurrentievervalsing tegen te gaan.

Inbedding en nood

Eigenlijk kan dit alleen maar door te bewijzen dat het restaurant voor een specifieke klantengroep wil werken, in een bepaald zorggebied. Dit is hier niet het geval. De Eetkeet staat open voor iedereen. Ten tweede dient men aan te tonen dat de dienstverlening (hier: mensen te eten geven ) een antwoord biedt op een maatschappelijke nood in het zorggebied. In de aanvraag tot erkenning en subsidiëring van het project vraagt men zelfs om aan te geven hoe deze nood werd gedetecteerd. Aan de hand van een sociaal beleidsplan, een behoefteanalyse, een studie. Burgemeester Lybeer slaagt er in de kranten niet in om naar zo’n studie te verwijzen. (Het werd hem ook niet gevraagd.)
In het aanvraagformulier wil de subsidiërende overheid ook een motivering lezen over “de inbedding van het initiatief in het (Kortrijkse) socio-economische weefsel”. Ja, wij zouden dat ook wel eens willen lezen.

Burgemeester Lybeer wil in de kranten ook nog kwijt dat Stad (“zoals gevraagd door de Vlaamse overheid”) een positief advies gaf om het project Eetkeet te realiseren.
Loco-Burgemeester!
De overheid vraagt dit helemaal niet van Stad!
De erkenningsaanvraag wordt al of niet positief geadviseerd door “het Lokaal Forum Werkgelegenheid”. Of door Resoc, als het zorggebied dat van de Lokale Werkwinkel overschrijdt. Het Forum Werkgelegenheid (of Resoc) spreekt zich uit de beschikbaarheid van de doelgroepwerknemers (kansarmen), over het belang van de dienstverlening in het kader van het regionale tewerkstellingsbeleied en over het eventueel samenvallen van de dienstverlening (eten geven) met lokale aanbieders. En het is het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie dat oordeelt of de voorwaarden van de Europese dienstenrichtlijn zijn vervuld en voldoen aan de criteria van het decreet lokale diensteneconomie, en zich uitspreekt over de begroting en de financiering van het project.

Bon. Zo zit dat.
Als onze verkozenen des volks in de gemeenteraad meer willen weten over de gang van zaken bij het Eethuis en vooral over de vraag naar de maatschappelijke nood van het project en de eventuele marktverstoring, ja, dan zal een raadslid een en ander zelf moeten agenderen op de volgende zitting. Het schepencollege zal het heus niet doen, uit vrees voor het openbloeien van een discussie met de middenstandsvleugel van de CD&V en van de VLD.
Bij mijn weten heeft nog geen enkel fractie uit de gemeenteraad zich daarover beraden.

Drie onafhankelijke Kortrijkse websites

Op het internet zijn ontelbare websites te vinden over Kortrijkse diensten, verenigingen, bedrijven, winkels, hotels, parochies, jeugd, cultuur, enz. Een uitgebreid overzicht van Kortrijkse links is te vinden op http://kortrijk.webcollectie.be
En we hebben natuurlijk nog de officiële webstek van Kortrijk Stad: www.kortrijk.be.

Niet te verwarren met www.kortrijkstad.be en het aanhangsel http://nieuwslog.kortrijkstad.be.
Voorts hebben we nu ook nog www.kortrijkinbeeld.be.
En sinds lang “kortrijk blogt” (http://kortrijk.wordpress.be). Deze laatste site is al twee maanden stilgevallen.

Voornoemde drie websites brengen algemeen nieuws over onze stad.
Helaas vermelden ze nooit wie de redacteurs ervan zijn, en als je hierom vraagt krijg je geen antwoord.
Anderzijds beklemtonen ze alle drie dat ze onafhankelijk zijn, en niets te maken hebben met Stad of het stadsbestuur.

Het merkwaardige, gemeenschappelijke kenmerk van de drie hier vermelde websites is dat ze eigenlijk volkomen overbodig zijn. Hun berichtgeving is overal elders te vinden, in de kranten, advertentiebladen, op kortrijk.be, op drk, of op nog andere links. Je vindt er ook geen opinies, of kommentaar. Evenwel, net de keuze van onderwerpen die de redacties maken voor nogal kleurloos, geenszins opwindend nieuws, verraadt een tekort aan onafhankelijkheid.

Waar ze zich dus wel voor hoeden is om de berichtgeving over te nemen van bijvoorbeeld “kortrijkwatcher”, “kortrijklinksbekeken” of van de zgn. “compostmeester Pär Ongeluck”, hoe groot de nieuwswaarde ervan ook is.
Die onafhankelijke websites noemen zich dus onafhankelijk, terwijl ze er niet in slagen om zelf aan originele nieuwsgaring te doen, met duiding en kommentaar.

Kortrijk-centrum krijgt een “sociaal restaurant” ! De Eetkeet !

De Kortrijkse horeca-sector zal het graag horen, nu de leden ervan (en de pers) dit hier op deze elektronische krant KW voor het eerst vernemen.
Dat “sociaal restaurant” komt in “Het Hoekhuis” van de vzw “Habbekrats”, gelegen in de Oude Kasteelstraat 4. Eigenlijk is er daar op de eerste verdieping al een ‘lunchlounge”, maar nu wil men die ruimte openstellen voor iedereen, van jong tot oud, al dan niet bemiddeld.
“Habbekrats” is een soort jeugdcentrum voor beetje moeilijk doende tieners uit betere middens, te herkennen aan hun scheve petjes en een zeer specifiek taalgebruik. De vzw die daar achter schuilgaat krijgt in zijn categorie al jaren de hoogst denkbare subsidies: van Stad Kortrijk alleen al 140.000 euro. Per jaar bedoelen we. (Zelfs de Kortrijkse musea kunnen daar niet aan tippen.)

En nu heeft het schepencollege dus beslist dat Habbekrats in zijn hoekhuis een volwaardig restaurant mag uitbouwen, bedoeld voor een “mooie mix van potentiële klanten”, waarbij gewerkt wordt met een “sociaal gecorrigeerde tarificatie”. De naam is al gekend: “De Eetkeet”. De prijzen nog niet.

Voor de vele nabijgelegen eetgelegenheden (alleen al voor het frietkot aan de oude Leie) is dit natuurlijk een zeer marktverstorend gebeuren, een vorm van oneerlijke concurrentie.
Ten eerste zal De Eetkeet weinig of geen personeelskosten te dragen hebben. De tewerkstelling zal gebeuren met zwaar betoelaagde mensen uit de kansengroepen (minstens 4 voltijdse equivalenten) die nog door minstens één VTE passend worden omkaderd. Geen restaurant op de Grote Markt kan zich zoveel personeel veroorloven. Die personeelsleden zullen daarbij nog kunnen genieten van een opleidingsproject bij de vzw Mentor in samenwerking met centra voor volwasseneducatie en het sectorfonds Horeca Vorming.
Ten tweede.
Voorlopig zal Stad niet financieel bijspringen. Maar Stad zal wel een aanvraag tot erkenning en financiering indienen bij het Vlaams Subsidieagentschap Werk en Sociale Economie. (Is men hiermee al niet te laat? Aanvragen moesten toch binnen tegen maandag 26 april?) Men wil dus De Eetkeet laten erkennen als een initiatief in het kader van de Lokale Diensteneconomie. Als dit lukt, kan men bijvoorbeeld de loonkost voor het omkaderingspersoneelslid (iets van 12.700 euro) aangeven. Krijgt men subsidies per doelgroepwerknemer (iets van 8.500 euro) en wellicht nog een eenmalige subsidie. En nog van alles, vanuit wat men in het jargon van de sociale economie of de non-profitsector noemt: de klaverbladfinanciering. Ja. Vier mogelijke Egyptische vlees subsidiepotten. Nu geen tijd om daar dieper op in te gaan. Dat UNIZO het maar eens aan zijn leden uitlegt.

Marktfalen?

Is dit alles dus niet marktverstorend?
Maar neen.
In het kader van de lokale diensteneconomie behoort het project volgens Stad tot wat men aanziet als een dienst van algemeen economisch belang.
Zeg.
De Eetkeet beantwoordt aan een maatschappelijke nood !
Er is een publiek algemeen belang mee gemoeid, want inzake het beleidsdomein (hier dus: eetgelegenheden, niet enkel voor tieners) is er sprake van marktfalen. De markt (in Kortrijk dan) voorziet niet, of onvoldoende of op de onjuiste manier in resto’s voor “een mooie mix van potentiële klanten” (van jong tot oud, al dan niet bemiddeld).
Dus is er volgens de Europese Dienstenrichtlijn geen sprake van oneerlijke concurrentie. Zo denkt het schepencollege daar blijkbaar over, zonder enige motivatie. Zonder enige motivatie? Het probleem wordt zelfs niet gesignaleerd.

Zal Unizo-Kortrijk (durven) in het geweer komen tegen dit initiatief?
Durven in twijfel trekken dat er terzake eetketen geen duidelijk aantoonbare behoefte is die leeft in de Kortrijkse samenleving?
Voor de clochards en daklozen in de buurt wellicht wel. Maar dat is niet de doelgroep van “Habbekrats”. Absoluut niet.

P.S.
In het vlakbij gelegen “Textielhuis” (Rijselsestraat) exploiteert men ook een zgn. sociaal restaurant. Menu: 11 euro.
In de enkele maar weinige sociale resto’s elders in Vlaanderen gaat het meestal om 7 à 8 euro, indien men niet kan genieten van een of andere reductie van de prijs. In Kortrijk hebben we natuurlijk nog Poverello, met een onwaarschijnlijk lage prijssetting.

Kortrijk Personality Award voor Stefaan De Clerck

Gisteren is op een uitreikingsdiner in Hostellerie Klokhof (Marke) – 140 gasten – voor het eerst een “Kortrijk Personality Award” toegekend aan titelvoerend burgemeester en demissionair minister Stefaan De Clerck.
Tijdens de sfeervolle avond, die in goede banen werd geleid door Valerie Bauwens, werden de drie genomineerden via individuele filmpjes aan het publiek voorgesteld. De andere kanshebbers waren Jan Deleu (directeur van het AZ Groeninge) en het duo Luc Glorieux & Guido Vlieghe (Busworld).

Stefaan De Clerck kreeg de prijs: een raar beeldje van Mie Bogaerts, waarin men vaag de contouren van de Broeltorens herkent.
De keuze viel op Stefaan omdat hij “de vlag van innovatie, creativiteit en design in Kortrijk heeft geplant”.

Stefaan is toch niet echt meer van de jongsten in de klas? (De andere genomineerden ook niet.)
Waarom zeggen we dat nu?
Omdat JCI Kortrijk deel uitmaakt van een internationale organisatie van jonge leiders en ondernemers. En die wil groeikansen aanbieden aan jonge mensen. Jonge ondernemende voortrekkers aanzetten tot het creëren van positieve veranderingen.
Kan JCI voor de volgende uitreiking van de Kortrijkse Personality Award geen leeftijdsgrens opleggen?
Eén van de leuzen van Stad is toch: “Kortrijk Jongt!”

Hoe kranten een persbericht van een schepen kort kunnen samenvatten

0p 21 mei bezorgde schepen van stadsontwikkeling Wout Maddens (VLD) aan de lokale pers een wat lang uitgevallen communiqué dat we hierbij integraal weergeven. U kunt de inhoud ervan dan vergelijken met wat op 22 mei in onze regionale kranten is verschenen. (Als u die gazetten tenminste elektronisch bewaard, in plaats van ermee patatten te schillen.)

De grote kop in “Het Laatste Nieuws” luidde: “Inwoners vluchten weg”. De kop in “Het Nieuwsblad” klonk al wat gematigder: “Bevolking groeit in Kortrijk enkel dankzij niet-Belgen
De essentie van de boodschap van de schepen komt me dunkt in beide krantenartikels niet helemaal goed over. Vindt onze redactie toch.
Wout ! Een volgende keer bij een half A4-tje blijven in uw contacten met de pers. Dan kan men uw tekst gewoon letterlijk overnemen. Dat is het gemakkelijkste.

Anderzijds neemt de helpdesk van kortrijkwatcher zich voor om eens het juiste aantal Kortrijkzanen en “vreemdelingen” hier te tellen.

De lasten van een centrumstad zijn (nog) niet te berekenen

Zo nu en dan beklagen burgemeesters er zich over dat hun centrumstad allerlei lasten heeft te dragen waarvan buurgemeenten dan kunnen profiteren, zonder dat de bewoners aldaar bijdragen in de werkings- en vooral de investeringskosten van die functies. Kortrijkse bewindslieden hebben het dan over sportinfrastruur (zwembaden!), bibliotheek, schouwburg, musea, OCMW en welzijnsdiensten, of fuifzalen soms. De klagende burgemeesters doen dat gewoon om nog meer subsidies binnen te rijven van bijv. het Gemeentefonds of het Stadsvernieuwingsfonds. Die klachten van lokale bestuurders blijven evenwel altijd heel sporadisch, occasioneel, en zijn nooit cijfermatig onderbouwd. Nu weten we waarom.

Er is zopas een studie verschenen van de “Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen” met als titel “Centrumfuncties in de stadsregio“. Van meerdere auteurs (waaronder Kortrijkzaan prof. Filip De Rynck) uit diverse hogescholen of universiteiten. Het rapport is een “proeve van empirisch onderzoek” over de gevolgen van mogelijke centrumfuncties in de stadsregio’s Kortrijk en Turnhout.

Het algemeen besluit is ” ronduit ontnuchterend“.
Klagende burgemeesters kletsen uit hun nek. Hun “probleemaanvoelen” over de lasten van een centrumstad is zwak, uiteenlopend, en de ambities en motieven van hun klachten zijn verschillend. Maar het ergste van al is dat uit de studie blijkt dat het bij de onderzochte lokale besturen heel erg is gesteld met datamanagement.
Veelal ontbreken de meeste elementaire gegevens om een antwoord te krijgen op volgende eenvoudige vragen inzake mogelijke centrumfuncties:
1. Hoeveel externe gebruikers telt de functie?
2. Wat is het geografisch bereik?
3. Welke instrumenten gebruikt men om de kosten te delen?
4. Wat is de netto-last?

Een centrumfunctie is een publieke dienst met een breder bereik dan de grenzen van de gemeente.
De studie wou een zicht krijgen op de grootte van de centrumfuncties, als op de verdeling van de lasten en LUSTEN. De beleidsdomeinen vrije tijd, welzijn en veiligheid dienden als scope van het onderzoek. Bij “vrije tijd” waren de subdomeinen: cultuur, jeugd, sport. “Veiligheid” had betrekking op politie en brandweer. “Welzijn” sloeg op het OCMW-aanbod en andere welig tierende welzijnsoorden.

In onze Kortrijkse regio (7 buurgemeenten tot en met Spiere-Helkijn en Menen) verliep de dataverwerking redelijk vlot, maar was de beschikbaarheid en de kwaliteit van de broodnodige gegevens soms ronduit verrassend ontoereikend. Het sterkst was Zwevegem. Zwak waren Wevelgem en Spiere-Helkijn. De algemene score van Kortrijk wordt niet vermeld.

Laat het ons hier even houden bij het subdomein “cultuur”.
Voor de musea waren geen data beschikbaar over de herkomst van de bezoekers. Idem voor wat betreft de losse ticketverkoop voor culturele voorstellingen. Ook konden geen data worden verkregen over het gebruik van de uitgebreide cultuurinfrastructuur.

De studie is een momentopname.
Helaas vinden we nergens op welk moment of jaar de dataverwerving slaat. De vergaring van de gegevens gebeurde eind juli-begin augustus 2009. Misschien houden allerhande Kortrijkse instellingen sinds de confrontatie met dat onderzoek wel wat beter de statistieken bij.

In Kortrijk werden 19 functie geïnventariseerd.
Ongeveer 5 % van die functies kent een extern gebruikersaantal tussen 61-80 %.
Bij gelegenheid zal kortrijkwatcher nog wat in het oog springende uitslagen van het rapport onder uw aandacht brengen.

Onze vrienden, de nomaden (2)

Enquêtes kunnen toch raar zijn, zowel inzake de vragen als de antwoorden. En de toelichting.
Het onderzoek naar de impact van het doortrekkersterrein op de omwonenden van Heule-Watermolen kreeg 118 ingevulde vragenlijsten op 1.302.
Zie nu eens deze vragen.

12. Wat is uw mening (NU) ten opzichte van het terrein?
– Ik sta positief: 16,9 %
– Ik heb gemengde gevoelens, ben wat bezorgd: 46,6 %
– Ik sta negatief: 28,8 %
– Ik heb er geen mening over: 7,6 %

De respondenten “met gemengde gevoelens” moesten over naar vraag 13: “Met welke stellingen gaat u akkoord?” (Meerdere antwoorden waren mogelijk.)
– Woonwagenbewoners hebben ook het recht op een woonplaats: 61,8 %
– Door het doortrekkersterrein kan efficiënter opgetreden door de politie: 52,7 %
– De overlast op andere plaatsen in de stad wordt erdoor beperkt: 50,9 %
– Ik heb het gevoel dat er meer controle mogelijk is door de wettelijke regeling van het terrein: 38,2 %
– Ik heb schrik dat mijn kinderen in contact komen met rondhangende woonwagenbewoners: 16,4 %
– Nu hebben de bewoners eindelijk de voorzieningen waar ze recht op hebben: 29,1 %
– Er is meer lawaai in de omgeving: 5,5 %
– Ik voel mezelf minder veilig: 40 %

De absolute voorstanders van het terrein moesten spoorslags naar vraag 14 met ongeveer dezelfde stellingen als in vraag 13.
90 procent van die respondenten zijn principieel van mening dat zigeuners recht hebben op een woonplaats, zonder steeds verjaagd te worden. 75 procent vinden dat de overlast elders erdoor wordt beperkt.
In toelichting van het rapport staat dat 16,9 procent van de voorstanders als argument aangeven dat woonwagenbewoners dezelfde woonrechten hebben als mensen die in een vast huis wonen.

De negatievelingen kregen vraag 15 voorgeschoteld: “waarom bent u tegen?”
– Ik voel me minder veilig: 76,5 %
– Ik heb het niet voor woonwagenbewoners: 50 %
– Ik vind het niet nodig dat er een terrein is:50 %
– Er is slecht beheer van het terrein door de stad: 47,1 %
– Er is meer lawaai in de omgeving: 17,6 %
– Ik ben zelf slachtoffer van kleine criminaliteit door de bewoners van het terrein: 5,9 %
– Andere…: 41,2 % (Geen van die antwoorden in het rapport.)
De toelichting van het rapport geeft aan dat 28,8 procent van de tegenstanders als voornaamste reden een gevoel van onveiligheid aangeven. En dat 1 procent het slachtoffer was van kleine criminaliteit.

De respondenten zonder mening werden gevraagd om naar vraag 16 over te gaan.
En daar moesten ze over bepaalde uitlatingen toch een mening geven, waarmee zij helemaal akkoord (of niet) konden gaan, of waarover ze weeral geen mening hadden.
Voorbeeld. “Er is nu meer dynamiek in de buurt (muziek, feest)”. Geen mening: 24,6 procent. Niet of helemaal niet akkoord: 70,4 procent. Helemaal akkoord: 3,4 procent.
En 11 procent van de mensen zonder mening durven hun kinderen niet meer alleen op straat laten. Maar 28,8 procent hebben daar geen mening over. Terwijl 31,3 procent “zonder mening” zich meer op hun gemak weten nu er controle plaatsvindt.

Criminaliteit?

Men was daarvoor nogal bevreesd. Wat zegt het rapport?
“Oorspronkelijk werd voorzien om ook de politionele gegevens in een statistische tabel op te nemen. Na contacten met de politie bleek dit niet nodig te zijn. Ze zijn in de eerste zes maanden met drie kleine feiten geconfronteerd die een directe link hadden met het terrein, waarvan er slechts één PV is opgemaakt. De politie heeft ook amper klachten of meldingen van burgers ontvangen. Dit met uitzondering van twee meldingen voor nachtlawaai en eentje voor het lozen van afval op de omliggende erven.”
P.S.
In het nabije Ring Shopping Center is de bewaking met twee personen versterkt.

Onze vrienden, de nomaden (1)

Het doortrekkerterrein voor woonwagenbewoners op Heule-Watermolen (het enige in West-Vlaanderen) is ongeveer zes maanden operationeel. Bij die gelegenheid heeft Stad door een studente criminologie (Lotte Meersman) een onderzoek laten uitvoeren naar de impact van zigeunerpark op de omgeving. De komst van dat terrein op die plaats heeft indertijd nogal wat commotie teweeggebracht. Een heuse protestgroep liet het zelfs (met veel onkosten) laten komen tot een zaak bij de Raad van State. Uit het tussentijds rapport dat nu voorligt blijk duidelijk dat de gemoederen bedaard zijn.

Volgens “Het Laatste Nieuws” is nu nog slechts drie op tien van de ondervraagden gekant tegen het doortrekkersterrein. “Het Nieuwsblad” houdt het bij een kwart. Hierna wat meer accurate gegevens.
Vóór de opening van het terrein waren er 34,8 procent van de ondervraagden absoluut gekant tegen de komst van het terrein (5,2 waren toen pro), en 20 procent eerder tegen. NU staan er nog 28,8 procent negatief tegenover, en blijven er toch nog 46,6 procent met gemengde gevoelens tegenaan kijken. Zelfs 20 procent vindt dat terrein nergens voor nodig, en nog altijd voelen 40 procent er zich minder veilig door. “Voelen”. (Tot op heden was er nauwelijks iets van gerelateerde criminaliteit te bespeuren.) Uiteindelijk staan er NU 16,9 procent van de respondenten volkomen positief tegenover het terrein. Maar het overgrote deel is eigenlijk noch voor-, noch tegenstander. En 7,6 procent heeft er geen mening over.

Non-respons

Maar vooraleer verder te gaan over het rapport, iets over de gevoerde enquête zelf.
1.302 omwonenden kregen de gelegenheid om de vragenlijst in te vullen. Slechts 118 hebben dit gedaan. Er is dus een non-respons van bijna 90 procent ! Wekenlang konden belanghebbenden hierop repliceren. Is dat niet merkwaardig? Voor een thema dat zo de gemoederen heeft beroerd? (Vergelijk met de recente bevraging over de Kortrijkse website: een respons van 33 procent.) De uitleg die de onderzoeker geeft klinkt merkwaardig: “Hoogstwaarschijnlijk te verklaren door het feit dat het onderwerp niet iedereen interesseert.”
Zijn de omliggende bewoners het onderwerp misschien een beetje beu? Moedeloos geworden? Het zigeunerkamp ligt er nu toch. Dacht men dat de anonimiteit niet gewaarborgd zou zijn? (Het rapport rept daar niet over. Men kon ook online antwoorden.) Of moeten we de reden van de non-respons niet gewoon zoeken bij het feit dat op Heule-Watermolen nogal wat bejaarden wonen? Opvallend: hoeveel respondenten nergens een mening over hebben. Oudjes???

Unieke bezoekers

Volgens “Het Laatste Nieuws” ontving men 192 zigeuners gedurende de periode oktober-maart. “Naast Fransen, ging het vooral om Nederlanders, Noren, Belgen en Slovaken”. De juiste volgorde volgens de identiteit van het gezinshoofd is en volgens kortrijkwatcher : Fransen (30), Belgen (15), Noren (5), Nederlanders (3) Slovaken (1!). Het totale aantal unieke woonwagenbewoners bedroeg 192, verdeeld over 54 gezinnen (35 van het type ROM, 19 “voyageurs”). Men telde 79 kinderen, waarvan 34 met onbekende leeftijd.
192 unieke bezoekers? Wat betekent dat? Als we (kortrijkwatcher) in het rapport het aantal doortrekkers per maand optellen, komen we uit op 292.
De topmaand was december 2009 met 66 doortrekkers en 24 woonwagens.

(Wordt vervolgd.)

Bron
Schepen van Welzijn Filip Santy. Bedankt !

De gemeenteraad blameert zichzelf

HOE DIE RAADSLEDEN LEVEN

Zichzelf blameren betekent: zich te schande brengen, zichzelf belachelijk maken. In kwade roep brengen.
Bepaalde mandatarissen (en/of ambtenaren?) zijn in april (?) “eerder informeel” overeengekomen om enkel en alleen nog de documenten met betrekking tot de OCMW-jaarrekening toe te sturen aan de fractieleiders.
Kan men het nog gekker maken? Is men nu helemaal besodemieterd?

Die jaarrekening 2009 (balans: 118,9 miljoen, kosten: bijna 50 miljoen) en het jaarverslag OCMW stonden als punt op de agenda van de gemeenteraad van 10 mei laatstleden. Geen raadslid dat heeft geprotesteerd over het ontbreken van de stukken. Naar mening van kortrijkwatcher is het ze niet eens opgevallen dat er een en ander ontbrak in hun archief bij agendapunt 49.
Er is ook niemand – maar dan ook niemand – die hierbij het woord heeft genomen. (Vandaar dat u daarover ook niets leest in de pers.) De bespreking van een jaarrekening is nochtans het uitgelezen moment om de werking van een organisatie of instelling te evalueren. Ja.

Het feit dat raadsleden ten huize documenten worden onthouden, is al erg op zichzelf.
Maar veel erger is dat het er in de praktijk eigenlijk niets toe doet. Men leest die papieren toch niet, zeker als het om een paar dikke boeken gaat.
Uit plaatsvervangende schaamte (en omdat hij bijna zeker is van het antwoord) heeft onze onderzoeksjournalist Dieppe Throot niet systematisch nagegaan of – binnen de fracties dan – de voorzitters ervan even de OCMW-jaarrekening aan hun raadsleden hebben voorgelegd ter bespreking.

Hier is in het verleden al meermaals ter sprake gekomen hoe de macht van de gemeenteraad (“het hart van de democratie”) wordt uitgehold. Daarbij wezen we meestal op externe factoren: de belangrijkste beleidsdaden worden elders genomen. In intercommunales, autonome gemeentebedrijven, gemeentelijke vzw’s, de Conferentie van Burgemeesters, bijvoorbeeld.

Lang zullen we leven

Stilaan – en méér en méér – bekruipt ons een akelig gevoel.
Het gros van de raadsleden is met alles bezig, uitgenomen met de gemeentepolitiek. “We moeten toch nog leven,” zeggen ze dan, terwijl ze niets anders doen dan “leven”.
Per maand krijgen de raadsleden als presentiegelden zowat 360 euro. Een individuele bevraging met leugendetector erbij (!) zou kunnen duidelijkheid verschaffen. Het KW-buikgevoel en de participerende observatie van kortrijkwatcher zeggen dat er hier zéér weinig raadsleden zijn die bijvoorbeeld aan de voorbereiding van een gemeenteraad (thuis) drie gehele uren besteden. Indien zij dat wel doen, hebben ze 120 euro per uur (bruto) verdiend. De uren van de gemeenteraad tellen we natuurlijk niet mee, want de meesten doen daar toch maar ander persoonlijk werk, of zitten te slapen of te grappen, of te mailen en surfen.

Om zichzelf te troosten (ieder mens heeft nood aan zelfrespect) en om in de pers te komen, agenderen enkele raadsleden dan in de gauwte maar een schriftelijke vraag.

Er is nog leven naast de politiek. Ja.
De desinteresse (gebrek aan stielkennis, luiheid) van raadsleden uit zich nog in het feit dat de fracties (uitgezonderd de Progressieve Fractie) er niet in slagen om aan taakverdeling te doen. Portefeuilleverdeling zou maken dat er nog leven mogelijk is naast de politiek.

P.S.
Nog een groot affront dat raadsleden zich hierbij laten welgevallen.
OCMW-voorzitter Franceska Verhenne beloofde dat alle raadsleden ten laatste ergens in de eerste week van mei een beknopte versie van de jaarrekening zouden krijgen via het personeelsblad van het OCMW. Dat is nog niet gebeurd. Maar ook dit zal raadsleden zijn ontgaan.

Weblog over het reilen en zeilen in de Kortrijkse politiek door Frans Lavaert