Deltapark van Leiedal krijgt miljoenen

Zopas (vorige vrijdag) heeft de Vlaamse regering beslist om aan Leiedal 3,35 miljoen euro toe te kennen.
De “intercommunale” is namelijk ontwikkelaar van het nieuwe bedrijventerrein Deltapark. Dat park van in het totaal ca. 85 ha (in twee fasen hoor!) komt aan het afrittencomplex “Kortrijk-Oost” van de E17 en zal aansluiten op het kanaal Kortrijk-Bossuit.
Ooit nog kapel Ter Bede gekend? En die imponerende villa die men heeft laten verloederen? Ideale plaats was dat om te leren roken en omgaan met de meiskes.
Maar wat gaat men nu doen met die droogloodsen van Koramic? Constructief voorstel: meerdere fuifzalen.

Eigenlijk praat men daar al jaren over.
Begin 90’er jaren al groeide bij de Groep Koramic (schepen Bral is welbekend in die dakpannenbranche) de gedachte om een hoogwaardig bedrijventerrein op zijn gronden in Kortrijk en Harelbeke aan te leggen. In 1996 dan sloten Stad en Leiedal met Koramic een publiek-privaat samenwerkingsverband. In 1999 sloten Harelbeke en Zwevegem zich daarbij aan. Adviseur werd Wilma Project Development.

Ook met steun van de Vlaamse overheid werd in 2002 een studie uitgevoerd naar de mogelijkheden om vernieuwende elementen te implementeren bij de ontwikkeling van het Deltapark. Bijvoorbeeld: call centers, shared services, high tec, ICT, logistiek.
Maar uit een marktonderzoek bleek dat de potenties van het bedrijventerrein voor een hoogwaardige invulling eerder beperkt zijn. Met uitzondering dan voor de doelgroep “value addes logistics”. Een goede marketing zal dus van essentieel belang zijn. En er is daar al een aanzienlijk budget voor vrijgemaakt.

Komt er een zakenhotel? Een evenementenhal? Een sportstadion?
Een broodjeszaak? Een benzinestation? Daar is allemaal sprake van geweest. De windturbines komen er alleszins. Met een “educatief centrum” over hernieuwbare energie.

Ergens in 2004 werd het publiek-private samenwerkingsverband met Koramic stopgezet. Leiedal zou het heft in handen nemen.
Koramic Real Estate en de NV Korfinco slaagden er intussen in om hun gronden te verkopen aan Leiedal. 48,3 ha voor een mij onbekend bedrag.
De NV Bekaert heeft ook nog loodsen en leegstaande gebouwen te koop. 24 ha. Zaken zijn zaken.

Het ontwikkelen van het Deltapark is met Leiedal aan het stuur nu een puur publieke zaak, waar de gemeenteraden nochtans weinig bij te pas komen. De uitholling van de macht van de gemeenteraad wordt stilaan totaal. Geen haan die ernaar kraait.

Het ontwerpdossier voor wegenis en riolen en groen is opgemaakt door het Ingenieursbureau D’Hondt en landschapsarchitect Paul Deroose. Bekende namen bij het stadsbestuur. Veiligheidscoördinator: bvba Vecebo uit Waregem.

Misschien kan Leiedal aanspraak maken op nog méér subsidies?
Nieuw aan te leggen bedrijventerreinen kunnen als “greenfields” voortaan vanwege Fientje Moerman op steun rekenen als ze “CO2-neutraal” zijn. Dit betekent dat het elektriciteitsverbruik van de bedrijven alleen afkomstig is van hernieuwbare energiecentrales of via de aankoop van groene stroom of CO2-emissierechten wordt gecompenseerd. De steun bedraagt 30 procent van de werken en de kosten.
Met die windturbines moet het lukken, tenminste als er zich boven Kortrijk niet dagenlang een kern van hogeluchtdruk bevindt.

Méér weten (maar niet alles) over het Deltapark?
Surf naar www.leiedal.be. Rubriek: BISK.
Oppassen dat je niet bij de oude fiche hierover terechtkomt.
Milieubelastende (zware) industrie niet toegelaten. Maar waarom ook geen pure kantoren? Die motten naar de Benelux.

Kortrijk: stad van design ? (1)

De Kortrijkse burgemeester is bij het begin van zijn vorige bestuursperiode (overgang 2000-2001) koortsachtig op zoek gegaan naar een identiteit (een imago) voor de Stad. Niks mis mee, als men dat dan wel nodig vindt.
(Een fundamentele kwestie, NERGENS ofte NOOIT besproken.)

Vanuit zijn gehele geestesachtergrond en kennissenkring was wel algauw duidelijk dat er alleszins iets van Kunst zou mee gemoeid worden.

Toeval speelt een grote rol in de politiek.
Stel even dat Jean de Bethune burgemeester was geweest. Dan werd Kortrijk geprofileerd als een stad van studenten en ondernemers. Stefaan Bral zou van Kortrijk een feestende stad hebben gemaakt. En Frans Destoop een stad van kansarmen. Schepen Philippe De Coene: een groene, nette stad.

Intussen vernemen we nog dat onze burgemeester weer en alweer een grote droom heeft: de realisatie van een designfabriek, m.a.w. een grote industriële site waar zich kleine designbedrijven kunnen bundelen.
NU GOED LUISTEREN.
OFWEL BEN JE BURGEMEESTER VAN EEN PROVINCIESTAD?
OFWEL WIL JE DIT NIET. Wil je meer? Burgemeester zijn is toch de mooiste taak van een civil servant?

Maar als Stefaan nu een keer zou gaan denken als burgemeester Tone indertijd? Even gewoon niets doen? Net als Manu?
Zou dat niet beter zijn voor ons, Kortrijkzanen ?
Nu nog dat winkelcomplex op ons hoofd gekregen. Zonder referendum maar vanuit Cannes.
Net in althans vroeger gezelligste wijk van het centrum.

In het bestuursakkoord tussen de toenmalige CVP en SP (8 november 2000) werd al een allusie gemaakt op het begrip “kunstwerkstede”. Maar van een geïntegreerd Buda-kunsteneiland of centrum was evenwel nog geen sprake. Wel zou men een collectie van designvoorwerpen opbouwen. (Ons Broelmuseum vindt nauwelijks plaats om zijn pollepels en potten en pannen te bergen.)

Qua cultuur kwam de eigenlijke (globale) beleidsbrief 2001-2006 van het Schepencollege toendertijd tot de vaststelling dat Kortrijk een stad van musea (Het Vlaams Ontvoogdingsmuseum!) en podiumkunsten moest worden. Met de Schouwburg als vuurtoren. Plus: een stad van creatie en innovatie. Nog geen sprake hier van design (vormgeving).

Aan prof. Rudi Laermans (KUL) werd in 2002 gevraagd om een rapport te schrijven over de vraag of Buda-eiland wel een kunstartistiek nest kon worden. Of daar wel een draagvlak voor kon bestaan. De cultuurfilosoof had na onvoorstelbaar veel bladzijden geleuter en centen daarvoor waarlijk existentiële twijfels. Was er wel een kernpubliek? Een klankkast bij de bevolking?
Uiteindelijk kwam hij via zijn “salons” tot de vaststelling dat men het er maar moest op wagen. Onder het motto: waar een wil is, is een weg. Buda moest een “pull-factor” worden.

In de verkorte reclame-versie van het stedelijk cultuurbeleidsplan 2003-2007 was er een alinea over Kortrijk betiteld als “stad van design en creatie”, maar die was niet echt uitgewerkt.

Is Kortrijk een stad van design?
Het antwoord is te vinden in een buitengewoon leerrijke studie van Becky Verthé (afkomstig uit Hulste). Gemaakt aan de Universiteit Antwerpen Management School (UAMS). Promotor: prof. Guido De Brabander (dezelfde die bezig is onze stedelijke musea te doorlichten).

Titel van het werkstuk: “Kortrijk design: bouwstenen voor een strategisch en actieplan”.
In een slotwoord spreekt Becky Verthé de hoop uit dat haar studie effectief zal worden gebruikt door zoveel mogelijk actoren in Kortrijk. En zij vindt het belangrijk dat haar scriptie kenbaar wordt gemaakt.

Wij doen er tenminste wat aan.
Om het geheel wat luchtig te houden pikken we er al meteen wat saillante zinssneden uit. Dat leest lekker weg.

De auteur laat er geen gras over groeien.
Al in de inleiding poneert zij dat het zwakste punt in het verhaal over Kortrijk Design de communicatie is. Men wekt te weinig belangstelling bij de media, laat staan bij de bevolking.

Mag ik daaraan toevoegen dat er zelfs bij de gemeenteraad geen respons is?
Laatstleden werd het project ADMIRE zonder één woord kommentaar goedgekeurd. Noch van de oppositie, noch van de meerderheid. Niemand. Tussen haakjes: dit wijst niet noodzakelijk op een totale onverschilligheid. Kan ook verband hebben met doodgewone luiheid (kunde) om dossiers te bekijken. Al dat papier! Je hebt er soms nog geen zicht op. Of men is met iets helemààl anders bezig. Scheve voetpaden. Verkeersdrempels. Frietkoten. Een straatlamp die niet brandt. Eigen carrièrre. Voetbal. Moet nu echt nog naar een receptie. Tuintje maaien. Simoniseren. Kijken naar Temptation Island. Al van tevoren opgebrand zitten : nooit gedacht wat een gemeenteraadslid te verduren krijgt.
(ADMIRE gaat over een internationaal samenwerkingsverband tussen designsteden.)

Kortrijkwatcher: Het zwakste punt is tactisch gezien misschien wel de ondermaatse communicatie, maar er is ook zoiets als het buikgevoel bij (Kortrijkse) burgers én verkozenen. Vlaamsblokachtig? Het is mogelijk dat de publieke opinie andere zorgen heeft dan designzorgen. (Gaan zwemmen. Ergens wonen.)
Of dat wij er zelfs geen behoefe aan hebben om Kortrijk ook maar ergens mee te profileren in de wereld. Stel je dat nu eens voor. Dat onze ietwat megalomane bestuurders dit nog moeten overkomen. Nergens meer naartoe kunnen. Geen schepen nog naar Wuxi, naar Tasjkent, Cebu, Peking, Delhi. Rijsel. Schepen Lieven Lybeer met eega, via zustersteden naar designsteden: GEDAAN!

Bij communicatie heb je een zender nodig en een ontvanger, die ook werkt. En een lopende band (intussen wifi) daartussen om dat pakje informatie heen en weer te sturen. (Het pakje info kan ook van de band vallen of verkneukeld aankomen.)

Verder zegt Verthé dat men nogmaals dreigt te vervallen in een top-down eilandverhaal, wat men ooit (en nog steeds) het Budaverhaal verweet. En: “Kortrijk, een stad met slechts 74.000 inwoners, durft ook wel eens zijn capaciteiten te overschatten.”
Becky zegt het.

Verder doorprikt zij alvast één “illussie”: “Kortrijk kan niet gepositioneerd worden als dé designstad van Vlaanderen. De tijd waarin Kortrijk een designmonopolie had is voorbij.”
Maar dat wil niet zeggen dat een positionering van Kortrijk als designstad of regio geen zin heeft. “De uitdaging is zelfs dat Kortrijk binnen 10 jaar uitgroeit tot een erkende speler op mondiaal vlak (in het rijtje van Eindhoven, Göteburg, Essen, …)
In dit verband volgt in de studie nog een verhelderende concurrentieanalyse. Een dubbele nog wel: voor Stad zelf en voor de designregio.

Spanningen

Verthé durft te wijzen op een aantal eerder politiek getinte spanningen.
Op de vroegere (ja? vroegere?) aversie tussen stadsbestuur en de Stichting Interieur, op het naast elkaar werken van de vzw Designregio en het project Stad van Ontwerpers, te wijten aan spanningen tussen een aantal personaliteiten-schepenen.
Hierbij presteert de auteur het om letterlijk te refereren naar “een 20 jaar oude vete” tussen de families De Clerck en de Bethune, en de “niet gemakkelijke samenwerking” tussen Stefaan De Clerck en Stefaan Bral. Zie pag. 34.
Verthé: “Men moet in Kortrijk meer spontane moed hebben om stemmen en actoren rond de tafel te brengen, een openlijke discussie te voeren, win-winsituaties te benutten en de relativiteit van losstaande projecten te erkennen, vooral als verschillende visies kunnen geïntegreerd worden in de idee van design.”
Dat is het.

Nu is het nodig om even Karel Debaere van Leiedal te citeren.
Pag. 35: “Stefaan De Clerck is een ongelooflijk zware trekker. Hij vertelt dat (designverhaal) overal en op de duur (…) gaan mensen dat uiteindelijk geloven. Dat designverhaal is nog niet voldoende ver om te zeggen, het zal wel autonoom overleven. Als Stefaan morgen zou wegvallen (…) dan hangt af van wie burgemeester wordt en of die dan in dat verhaal verder gaat en daar de middelen voor vrijmaakt. Maar als die nu zou wegvallen dan zou dat verhaal een grote knauw krijgen en dan vrees ik ook dat we het niet meer halen.”
Mijn kommentaar: met schepen Lieven Lybeer – grote stemmentrekker – als opvolger bijvoorbeeld mogen we het vergeten.

In verband met Kortrijkse ontwerpopleidingen (onderwijs) wijst Verthé op het grote succes van Howest-PIH.
En dan komt plotseling dit te lezen (pag. 44):
“KULAK is een slechte zaak voor de regio.” Waarom? Vanwege de brain drain naar Leuven (en andere universiteitssteden). En een volwaardig universitair onderwijs in Kortrijk met volledige opleidingen zal niet waargemaakt worden, omdat moeder K.U.Leuven dat nooit zal willen. Daarenboven stelt de KULAK zich geïsoleerd op. Hierbij wordt campusrector Piet Vanden Abeele even geciteerd: “Deze campus is geen Kortrijkse campus. Het is een campus die in Kortrijk gelegen is.”

Amaai zeg.

Over de huidige designmeesters (Dubois en Pieters) vernemen we nog dat wellicht niet 1 op 10 Kortrijkzanen weet heeft van het bestaan ervan. (Volgens mij niet 1 op 74.000, waarvan dan vijf raadsleden.)
“Zij kunnen wel verweten worden dat ze zich te weinig in de publieke opinie vertonen, niet aanwezig zijn bij tal van evemenenten, niet mediageil genoeg zijn. Zij dragen ergens nog de fouten van hun voorgangers mee. Waardoor er nu nog steeds geroddeld wordt waar dat geld van die eerste designmeesters (Delaere en Rommens) is gebleven”.
Dat is allemaal wat Becky verteld. Een negativa!

Kommentaar van mijnentwege: het gaat niet enkel om geld. Was het maar dat.
Waar zijn hun rapporten gebleven? Wat hebben ze eigenlijk uitgericht? Zijn ze uit eigen beweging opgestapt of werden ze afgedankt?
Spijtig dat de studie hierover geen uitsluitsel geeft. (Waarom werden ze niet geïnterviewd?) Want uit die spoorloze verdwijning zijn waarschijnlijk lessen uit te trekken. De verwachtingen waren namelijk hoog gespannen. (Voor wie ervan wist.)
Overigens loopt het gerucht NU dat één van de twee huidige designmeesters (Pieters) ook alle motivatie heeft verloren en het is afgetrapt. Zij staat wel NU nog vermeld op de website van designregio. Design over personeel, bestaat dat?

Maar het is heus niet allemaal kommer en kwel in Kortrijk designstad (of regio).
Er zijn méér actoren en potenties aanwezig dan wij allemaal dachten.
En Becky Verthé stelt heel concrete actieplannen voor.
Terecht heeft zij met haar scriptie een prijs gewonnen. Er komt geen Laermansachtig geleuter in voor. Dat is een verademing.

Een volgende keer meer hierover.
Nu ik eraan denk: de stadsdirectie “cultuur” komt nergens expliciet aan bod in de studie. Tekenend. Het is net alsof die niet bestaat.
Mijn ervaring terzake is dat je je niet kunt voorstellen wat voor rol karakters en onhebbelijkheden (personaliteiten) spelen in politiek. Studies of niet. Lokaal of niet. Totetrekkers of niet.
Allleen diepte-psychiaters kunnen nog heil brengen in de politiek. Zonder sofa, maar met zware pillen.

Een vraag en antwoord over straatnamen

De schriftelijke vraag nr. 29 uit deze aflopende bestuursperiode van zes jaar kwam van Piet Missiaen (Spirit) en dateert van 18 september.
Ze luidt alsvolgt:

“Op het kruispunt van de Hoog Mosscher en de Meiweg staat een straatnaambordje “Van Ackers Hof”. Links van dat bordje bevinden zich woningen met huisnummers 61 tot 77. Die woningen dragen in hun adres echter niet de de straatnaam “Van Ackers Hof” maar wel “Hoog Mosscher”, wat bij bezoekers regelmatig tot verwarring leidt. Indien die de ligging van de woningen 61 tot 77 niet goed kennen gaan ze die nummers verder in de Hoog Mosscher gaan zoeken in de richting van de Pater Damiaanstraat en de Priester Schrurstraat. Maar daar vinden ze, tamelijk ver uit mekaar, alleen de nummers 78 tot 85 met het bijkomende nadeel dat sommige van die nummers niet bereikbaar zijn en de bezoekers een ingewikkelde omweg gaan maken over de Pottelberg of de Condédreef.
Aangezien “Van Ackershof” momenteel eigenlijk geen straatnaam is kan dat straatnaambordje daar misschien best vervangen worden door een bordje “Hoog Mosscher” met een pijltje dat de nummers 61 tot 77 aanwijst.
Nu is de naam “Van Ackershof” bij sommige inwoners van de stad redelijk bekend en zou de naam bewaard kunnen blijven door een opschrift op de toegangspoort tot het hofje, maar dan niet onder de vorm van een verwarrend straatnaambord.
ZOU DIT ONDERZOCHT KUNNEN WORDEN?”

Jawel!
Het antwoord van het stadsbestuur kwam in het “Bulletin van Vragen en Antwoorden” van december, dat is drie maanden later.
En hoe luidt dit antwoord?

“Het is inderdaad zo dat de huizen zijn doorgenummerd alsof ze in Hoog Mosscher liggen en dat er een straatnaambord Van Ackershof staat.
Technisch is het uiteraard eenvoudig om het straatnaambord aan te passen maar naar procedure toe is het zo dat de benaming Van Ackershof ooit goedgekeurd werd als benaming.
Deze problematiek wordt nu wel aangekaart op het eerstvolgend overleg tussen de betrokken directies (Burger en Welzijn, Stadsplanning en Ontwikkeling, Cultuur (straatnamencommisie) en Mobiliteit en Infrastructuur.
Nadere info volgt.”

NADERE INFO VOLGT!
Na drie maanden dus nog geen info. De problematiek moet nog behandeld worden door vier directies. En dan nog goedgekeurd in de gemeenteraad.

Op 20 februari deden we hier al wat suggesties inzake straatnamen.
Heel leuk was: Straatnaamstraat.
En: Vliemwekbliehof, Atsirilastraat, Tsoekuleplein.
Metafoorknaapstraat is ook goed. (Inspiratie telkens bij de kijkersvragen in de uitzending “De staat van Verwarring” op Ned3, VPRO.)

au fond

De laatste gemeenteraad van deze legislatuur (11 december) heeft amper een half uur geduurd. We hebben het dan wel over de afhandeling van de 47 agendapunten, want daarna hebben de fractieleiders nog een half uur of meer de lof gezwaaid over de uittredende gemeenteraadsleden. Suikerzoet. Ook wie totaal niets ofte niets had ingebracht kreeg zijn beurt.
Maar het hevigste applaus viel Pierre Lano (VLD) ten deel, qua geluidsmeter gevolgd door dat voor schepen Frans Destoop. Schepen Hilde Demedts (CD&V) leek opgelucht. Klapje, klapje. Uit het gelach viel af te leiden dat bij de éloges nogal wat humor te pas kwam, maar helaas kon het publiek nauwelijks verstaan wat er te lachen viel.
De micro’s waren al van bij het begin van de zitting defect, en niemand kwam op de gedachte om de zitting even te schorsen.
Dat is: respect onderling voor elkaar hebben en voor het publiek.

Schepen Frans Destoop (ook voorzitter van Leiedal) had zijn afscheidsrede goed voorbereid en we kregen zelfs zijn tekst.
Hierbij onderscheidde hij de drie deugden en drie ondeugden van een goede politicus. Deugden zijn: overtuiging, openheid, geduld.
Ondeugden: opportunisme, onwil, luiheid. Maar er zijn nog veel deugden die in de politiek geen kwaad kunnen: moed, humor, samenwerking, relativering, mildheid, respect, stiptheid, creativiteit, durf. Moge dit alvast duidelijk zijn geworden: de schepen beoefent geen enkele van die drie ondeugden.

Ware het niet dat Catthy Matthieu (Groen) een paar keer kort maar met mildheid is tussengekomen, dan was de zitting in tien minuten afgehaspeld. (Het vliegveld moet nu niet echt meer verdwijnen, maar er dient gestreeft naar samenwerking met Lille en Oostende. Ehwel ja.)

Wat is er zoal zonder enige bemerking doorgejaagd?
U gaat het niet geloven!
De zgn. “voorlopige twaalfden” voor volgend jaar, bij gebrek aan begroting. De tarieven voor de personenbelasting en onroerende voorheffing.
De retributietarieven. (Sommige daarvan zijn merkelijk verhoogd!) Dat gaat allemaal over miljoenen euro.
Niet de minste uitspraak hierover vanwege de VLD, die daarmee nochtans overweg moet kunnen in de volgende coalitie.
Het Schepencollege kreeg ook weer de toelating om volgend jaar zonder enige tussenkomst van de gemeenteraad voor opdrachten van dagelijks bestuur 150.000 euro te verteren.

Alweer zonder één woord werd er een budgetwijziging 2006 van het OCMW goedgekeurd. En zelfs het budget (begroting) voor 2007 plus het meerjarenplan 2007-2009. Dat betekent concreet dat de VLD-fractie volgend jaar en tot 2009 (met twee schepenen en twee OCMW-raadsleden) geen woord van kritiek meer kan uiten over het OCMW-beleid. Of men moet van gedacht veranderen.

Heeft de ontvanger van het OCMW overuren aangerekend? Hij was daar, op de gemeenteraad. Kon nu een keer nergens over van gedachten wisselen en had het gewild. Dedju, dedju.

Ook aan de dotatie voor de politiezone VLAS (11,9 miljoen euro) werd geen gebenedijd woord verspild.
Agendapunten die nog zonder enige tussenkomst aan bod kwamen waren ondermeer: de oprichting van een Kenniscentrum Vlaamse Steden, de kas van het gemeentelijk parkeerbedrijf PARKO, premies voor inbraakbeveiliging, de heffing op onbebouwde percelen, de uitbreiding van de studieopdracht voor Kortrijk Weide, het Europees Project MAX, het beleidsplan rondom Kortrijks Erfgoed.

Raadslid en Vlaams volkvertegenwoordiger Carl Decaluwé (CD&V) heeft een vraag ingediend !
Over de zones 30 en 50. En over de testbevindingen met rijbaankussen.

En Christine Depuydt (CD&V, toekomstig schepen van cultuur) ook !
Haar voorstel om voortaan pas om half zeven met de gemeenteraad te beginnen werd aanvaard. Dat uitgerekend zij dit voorstel moet doen! Nu zal ze pas een half uur later dan gewoonlijk kunnen beginnen tateren met haar buren in de Raad.

En dit moest iedereen nu toch wel geweten hebben: Patrick Jolie (CD&V, voormalig jonge turk) is wéér vader geworden. Van Tuur.
Hij had voor iedereen wat doopsuiker meegebracht. Dedju, dedju, hij was wat te laat want kwam om een of andere reden van Antwerpen, en had zijn doopsuiker in de wagen laten liggen. ’t Is erg.

De vele scholieren in het publiek hebben met stijgende verbazing het schouwspel bekeken. Hebben geen woord genoteerd, want er viel ook niets te noteren. Geen barst van begrepen. Het wordt broodnodig dat die leraren ook eens komen kijken, in het kader van hun eigenste kennisvaardigheden.

Nog een citaat uit de afscheidspeech van schepen Destoop.
“Een politicus mag niet lui zijn. De mensen hebben hem gekozen om voor hen te werken.”

Hoelang de receptie achteraf nog heeft geduurd weet ik niet. Gewoon te lui om te blijven.

AU FOND IS ALLES EEN KWESTIE VAN ONKUNDE.

Het streekpact Zuid-West-Vlaanderen van RESOC

Morgenavond, woensdag 13 december, wordt een grootscheeps debat gevoerd over het streekpact Zuid-West-Vlaanderen, gemaakt door het RESOC. Er zijn vijf workshops, en alles begint om 18u30 met een koffietafel in de KULAK. Afsluitende receptie is rond 21u15.
De ontwerptekst van het streekpact (147 blz.) kunt u vinden op www.ersv.be. (Er is ook een synthese-document.)

RESOC is één van de vele instellingen bezig met sociaaleconomische streekontwikkeling.
Even een overzicht van deze “vijver met veel vissen” (dixit Tom van Welden, van de dienst economie in de provincie).

Voor wie niet alles wil lezen.
Rebak is nu RESOC.
STC is nu SERR.
Juridische overkoepeling: ERSV
.
En GOM’s zijn POM’s.

In 2004 is er een poging ondernomen om wat orde te scheppen bij de spelers op het terrein van de streekontwikkeling.
Drie decreten waren hiervoor nodig.
Zij gingen over:
1.de Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden (ERSV’s), de Sociaaleconomische Raden van de Regio’s (SERR’s), en de Regionale Sociaaleconomische Overlegcomités (RESOC’s);
2. het Vlaams Agentschap Ondernemen (VLAO);
3. de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen (POM’s).

U merkt het al: een tabula rasa is het niet echt geworden.
Tot midden 2006 hadden we nog de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen (GOM’s).
Nu geworden: Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen (POM’s) en het Vlaams Agentschap Ondernemen (VLAO) met een provinciale antenne in Brugge. De dienst economie van de provincie is gebleven.

Er waren ook “hervormingen” op subregionaal niveau. Een klein land kan groot zijn.
Begin 2005 al zijn de 5 streekplatformen (bij ons was dat REBAK) uit de provincie en de drie Subregionale Tewerkstellingscomités (STC’s) opgegaan in één vzw ERSV West-Vlaanderen.
Goed zo, zegt u nu.
Maar dat ERSV – een juridische entiteit, eigenlijk een soort personeels- en financiële dienst – is wel opgesplitst in 5 RESOC’s en vier SERR’s.
De vier zijn die van Zuid-West-Vlaanderen, Midden-West-Vlaanderen, Brugge en Oostende-Westhoek. (Voor de RESOC’s zijn Oostende en de Westhoek opgesplitst.)

Merk op: “intercommunales” voor streekontwikkeling (zoals Leiedal, WVI) blijven bestaan. En de WES is er ook nog.
Politiekers zijn niet helemaal goed in het afschaffen van iets.

Al die instellingen hebben een website.
Best interessant. Maar bepaalde belangrijke zaken vind je niet terug of kun je pas lezen als je inlogt. Hoe je dat kunt doen wordt niet uitgelegd. Dus niets gevonden over financiering (begroting, rekening), personeel, leden van de Algemene Vergadering, notulen van bestuursvergaderingen. Bij een item als “nieuws” krijg je dan: “geen nieuws”.
Bij de samenstelling van de Raden van Bestuur zijn vakbonden (ACV, ABVV), Middenstand (Unizo) en Boerenbond betrokken. Maar nooit geen liberale vakbond of organisatie. Geen nood: redding vanuit die hoeken is dan altijd Jacques Laverge.

Binnen onze provincie zijn er dus 11 instellingen begaan met streekbeleid. Provincie en intercommunales niet meegerekend.

Laat het ons nog wat hebben over het laagste echelon.
Wat men noemt “de levende krachten uit de regio”.

SERR
Sociaal-economische Raad voor de Regio.
Dat is een overleg- en adviesorgaan tussen werkgevers- en werknemersorganisaties.
Bipartiet samengesteld. Tweemaal 8 leden met plaatsvervangers.
Maar op de website tel ik er 18. Bekenden van alhier zijn Stefaan Maton (Unizo, voorzitter) en Jacques Laverge (VOKA). Zij komen allen (of het zou toch moeten) uit de SERV. Daar hebben we het nu niet over gehad, maar SERV is natuurlijk niet SERR.
De SERR heeft voornamelijk tot taak om advies uit te brengen over de tewerkstellingsinitiatieven van de overheid. Er is ook aandacht voor zogenaamde kansengroepen. Arbeidsdeelname en diversiteit (EAD-werking) met betrekking tot ouderen, kortgeschoolden, arbeidsgehandicapten, allochtonen.
Voor dit alles zijn er 7 projectontwikkelaars aangesteld. Voor onze streek gaat het om Christel Decruyenaere en Els Franssens.
DE SERR wordt ook verondersteld op te treden als het concurrentieaspect tussen reguliere en gesubsidieerde economie in gedrang komt. Speelt een bemiddelingsrol inzake klachten t.a.v. opleiding, begeleidt bedrijfsherstructureringen.
Wist u dat ook niet?

RESOC
Dit orgaan is tripartiet.
Samengesteld uit 8 vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers (die komen uit de SERR) en 8 van provincie en gemeenten.
Menen, Wevelgem en Kuurne hebben een vertegenwoordiger. De Kortrijkse burgemeester is zelfs voorzitter. Ondervoorzitters: Jean de Bethune, Jacques Laverge, Luc Deseyn.

Een vzw- WCmadams, in het kader van gelijkekansenbeleid kan ook.
In een RESOC zijn namelijk toegevoegde leden mogelijk. Van verenigingen of instellingen die werkzaam zijn op gebied van werkgelegenheid, onderwijs, cultuur, welzijn, gezondheid, milieu “of een ander maatschappelijk relevant thema”. Drugs zou dus ook kunnen. Cafébazen. Ernstig: fair trade. Fietsenbond.
Vandaar dat onze RESOC bestaat uit 28 leden en 24 plaatsvervangers. De provincie is vertegenwoordigd door Pol Hiergens. Leiedal door Frans Destoop en Karel Debaere. Philippe De Coene is erbij als lid van het “Overleg Parlementairen”.
Dat zijn allemaal civil servants. Zonder het te weten.

Het team personeelsleden bestaat uit een coördinator, een administratief medewerker, een stafmedewerker en twee projectontwikkelaars.

Het Resoc heeft tot doel het opstellen van een strategische visie op de sociaal-economische ontwikkeling van de streek.
Vandaar dat streekpact.
De strategie is opgebouwd rond 10 thema’s.
In workshop 5 zal morgen ook “de verhoging van de aantrekkelijkheid van de regio en imagovorming” aan bod komen.

VOORSTELLEN

Onze lezers kennen mijn constructieve bijdrage voor het streekpact.
Voorstellen waren: een waterbus op de Leie, de liberalisering van het taxibedrijf, en specifiek voor Kortrijk: een paaldorp voor jongeren op de site van de kliniek in de Loofstraat.
Die voorstellen zijn aan Resoc overgemaakt via “Phare West”, een groepje jongeren dat ook de aantrekkelijkheid van de streek wil verhogen. Om hun eigenste hersenstroom tegen te gaan.
Zie hun website. Vooral dat gastenboek.

Hierbij NOG een opbouwend voorstel.
Het wordt nu echt tijd dan men werk maakt van de verhuis van allerhande administraties. Die van onze RESOC zit vermoedelijk nog altijd op de Dam, en het huurgeld aldaar is hoog. (Andere in Sint-Andries.)
Er was toch een “HUIS VAN DE STREEK” voorzien op het kasteel van het Hooghe?
Gekocht door de provincie voor 1,3 miljoen. De renovatie zou 750.000 euro kosten. De Kortrijkse gemeenteraad liet in mei 2003 een BPA goedkeuren. Door Leiedal te maken. En het was werkelijk de bedoeling om daar een “pool van regionale diensten” te installeren.

Civil servants van Buda-“bewind” werken niet gratis

Het vorige stuk over handelsdistricten is nog niet af, want vandaag vrijdag bereikt er ons zopas een bericht dat heel moedeloos maakt. Intriestig. Deprimerend.
(…)
In het kader van onze hoge ambstopvatting is dat stuk over BIDs intussen wel min of meer afgerond.
_______________________________________________________

Eerst wat geschiedenis over het Kunsteneiland.
Sinds begin dit jaar is er een vzw Buda Kunstencentrum aan het werk. Een samensmelting van de vroegere vzw’s Limelight, Dans in Kortrijk en Beeldenstorm.
Zoals alle vzw’s heeft Buda een Raad van Bestuur.
De voorzitter daarvan is Franky Devos. Secretaris: Karel Debaere (van Leiedal).
Wat de concrete werking van het kunstencentrum betreft is Koen Kwanten artistiek leider en verzorgt Joost Fonteyne de zakelijke kant. Ze doen dat goed, tegenwoordig !

Het stadsbestuur (de burgemeester) heeft evenwel de intentie om vanaf volgend jaar voor het Kunstencentrum een nieuwe juridische structuur te bedenken. Waarschijnlijk wordt Buda een autonoom gemeentebedrijf.
De oprichting van zo’n bedrijf kan niet in een verkiezingsjaar.

In afwachting – niemand weet waarom – is er naast het bestuur van de vzw – een soort Voorlopig Bewind. Dat bestaat uit vertegenwoordigers-ambtenaren van Stad, en bij mijn weten twee externe adviseurs en twee actoren uit de professionele wereld van de kunsten.
Wat die juist uitrichten is ook niet bekend.

Maar in elk geval doen die “civil servants” hun werk niet meer gratis.
Samen krijgen zij nu 10.000 euro voor de opmaak van een basis-businessplan ter voorbereiding van de nieuwe structuur. (Kunnen onze juridische en culturele stadsdiensten dat niet aan?)

De voorzitter van het “Voorlopig Bewind” krijgt daarbij voor maximum vier maanden 16.700 euro. Het gaat hier om pianovirtuoos Gunther Broucke, sinds februari 2004 intendant van het Vlaams Radio Orkest en het Vlaams Radio Koor. Dat bedrag van 4.175 euro per maand wordt gestort op naam van de bvba Brosci, mij verder onbekend.

Een externe deskundige krijgt voor ook voor maximum vier maanden nog 8.300 euro. Dat bedrag gaat naar F&D Consult N.V. Het gaat hier om Yvon Vanden Abeele (de vroegere baas van Xpo).

Totaal voor het Voorlopig Bewind: 35.000 euro.
Hiermee is bijna geheel de begrotingspost “technische prestaties van derden voor culturele centra en verenigingsleven” opgesoupeerd.
Heeft de oprichting van het gemeentelijk bedrijf “Woonregie” (nu SOK) destijds ook zoveel gekost?

Het is van de pot gerukt.
Er zijn geen civil servants meer.
Dat nobele begrip is helemaal verdwenen uit de politiek-maatschappelijke wereld.

Een voetnoot voor onze juridische kommaneukers.
Kan een schepencollege zomaar op eigen houtje een “voorlopig bewind” aanstellen?
En daar dan centen aan geven, zonder goedkeuring van de gemeenteraad?
Behoort dit ook al tot “dagelijks beheer”? Het wordt hoog tijd dat dit begrip wat nader omlijnd wordt.
Overigens, is dit dan geen overheidsopdracht: de oprichting extern laten voorbereiden van een autonoom gemeentebedrijf? Bij zo’n opdracht geldt alweer de uitschrijving van een vorm van aanbesteding of offerte, met het principe van de mededinging.

Ach ja. Leven en laten leven.

Wat is een handelsdistrict ?

Het nieuwe bestuursakkoord CD&V-VLD voorziet in de oprichting van een handelsdistrict in het winkelwandelgebied.
Engelse term: Business Improvement District (BID).
Wat zou dat kunnen zijn?

Misschien nu reeds een mogelijk misverstand bij handelaars of handelscomités opruimen.
Een echte BID – hoe men het ook wende of kere – veronderstelt een heffing bij de betrokkenen!
Zo’n structuur werkt niet gratis. En de dingen die men wil verwezenlijken zijn ook niet gratis.
Maar de burgemeester heeft daar blijkbaar al een mouw aangepast om de betrokkenen in het winkelwandelgebied mee te trekken in het project. Op de laatste gemeenteraad liet hij verstaan dat de NV Sint-Janspoort bereid is om 2 miljoen euro te storten is een soort fonds. En het Stadsontwikkelingsbedrijf SOK (dat zijn wij, belastingbetalers) zou daar nog 1 miljoen bij leggen.
Voorspelling: dat fonds zal onmisbaar zijn voor het BID, en een keer het is opgebruikt zal het BID ophouden te bestaan.

TERMINOLOGIE
Special Services Area
Special Improvement District
Self-Supported Municipal Improvement

Ten behoeve van het Vlaams Belang: hier kunnen we de term “Bedrijfomgevingsfonds” lanceren, of “Bedrijven Innovatie District”.
Of beter: KOEIEKOPFONDS.

ONTSTAAN
Halverwege jaren zestig kwamen binnenstedelijke gebieden in Toronto (Canada) door het metrowerk onder druk te staan. Tot overmaat van ramp vormden zich winkelcentra buiten de centrale stad. Oudere wijken zoals “West Bloor Village” (25.000 inwoners) kwamen in de problemen. Een lid van de plaatselijke ondernemersvereniging kwam met het idee een heffing op te leggen aan vastgoedeigenaren voor het financieren van allerhande verbeteringen aan de openbare ruimte. Een gemeentelijke verordening gaf de leden van de opgerichte Busines Improvement Area het recht om de opbrengsten van de BID-heffing te gebruiken voor de promotie van het gebied.
Het BID aldaar heeft momenteel zo’n 400 leden. Het jaarlijks budget bedraagt 230.000 euro.
Belangrijke vaststelling: elke ondernemer in het gebied wordt automatisch lid van de organisatie en is verplicht tot het betalen van de heffing.

GROEI VAN DE BIDs
In Noord-Amerika zijn er volgens schattingen minstens 800 BIDs.
(In New York alleen al 51.) Verenigd Koninkrijk: 25. Duitsland: 2. Japan: 262.
In Nederland hebben 6 steden aangegeven te willen starten met BIDs. In België zijn me geen gevallen bekend.

EEN DEFINITIE
Een Business Improvement District is een bij voorkeur private door de overheid gesanctioneerde organisatie, die collectieve diensten verzorgt in aanvulling op de door de overheid uitgevoerde taken. Verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte in een gebied en daarmee verbetering van het functioneren van gevestigde ondernemingen vormt in combinatie met gezamenlijke marketing de belangrijkste aandachtspunten van een BID. Vastgoedeigenaren en ondernemers in het gebied kunnen door de gemeente verplicht worden om bij te dragen aan de financiering van de maatregelen.

(Bron: www.bidrotterdam.nl. Een heel overzichtelijke en uitvoerige studie over BID’s.)

Een belangrijk onderscheid kan gemaakt tussen “business-based” en “property-based” BIDs.
In de eerste situatie verloopt de financiering via de ondernemers en in het tweede geval via de vastgoedeigenaren.
En dat brengt ons op het probleem van de financiering.

DE BID-HEFFING
De grondslag kan sterk verschillen. Mogelijkheden zijn gevelgrootte, oppervlakte of waarde van het vastgoed.
Of een toeslag op de onroerende voorheffing?
Men kan zich afvragen of het politiek klimaat in Kortrijk hier rijp voor is. Het gaat om een “tax” en bij de VLD bijv. is er toch geen sprake van nieuwe lokale lasten?

Hoe ziet onze burgemeester dit probleem op te lossen?
Op zijn persoonlijke website heerst enige dubbelzinnigheid.
Hij heeft het over “lokale financiële instrumenten”, en daarbij tussen haakjes wel degelijk over een (bijkomende?) heffing. En die zou slaan op het aantal m² nuttige commerciële oppervlakte.
Elders wekt hij de indruk dat een deel van de (reeds bestaande?) onroerende voorheffing (v.b. een paar honderd opcentiemen) gewoon wordt doorgeschoven naar het BID.

In een tussenkomst van zijnentwege in het Vlaams Parlement (Commissie voor Wonen, 14 april 2005) laat hij ook beide mogelijkheden open: een bestaande of nieuwe belasting.
Maar bij die gelegenheid had minister Marino Keulen het over een gemoduleerde fiscaliteit, waarbij voor bepaalde wijken het tarief van de opcentiemen zou kunnen worden verlaagd !

Hier stelt zich het probleem van de freeriders of lifters.
Mensen of verenigingen of bedrijven die niet willen meedoen omdat ze zich niet kunnen vinden in de verhouding tussen kosten en baten. Maar van de baten dan toch wel profiteren.
(Het zal moeilijk zijn om onze handelscomités bijv. op één lijn te krijgen. Ze hebben een reputatie van ruziemakers en individualisten.)
Volgens onze burgemeester kan een BID van start gaan als de helft plus één van de betrokkenen handelaars akkoord gaat. Dat is wel een klein draagvlak.
(www.stefaandeclerck.be/index.php?id=34)

MOGELIJKE TAKEN VOOR HET BID
Volgens de burgemeester: promotie, “consumer marketing”, veiligheid, bijkomende investeringen of voorzieningen.

Men kan onderscheid maken.
Basisdiensten: onderhoud van de buitenruimte, ontwerp en inrichting ervan, veiligheid.
Aanvullende diensten: bereikbaarheid (circulatie, mobiliteit), bewegwijzering, parkeren, economische ontwikkeling (werkgelegenheid, investeringen, nieuwe activiteiten), sociale dienstverlening.
Plus nog: marketing, communicatie, evenementen.

NOG EEN VRAAG
In verband met een mogelijke financiering van het Koeiekopfonds.
In de samenwerkingsovereenkomst tussen Stad, SOK en Sint-Janspoort NV (nog altijd her en der verkeerdelijk Foruminvest genoemd) was er overeengekomen dat er binnen de korste keren (maart dit jaar?) twee fondsen zouden worden opgericht: een pandenfonds en nog een ander.
Hoe staat het daar nu mee?

N.B
In het Vlaams Parlement (14 april 2005) beloofde minister Marino Keulen om meer speciaal met het Kortrijkse stadsbestuur te praten over de mogelijke oprichting van BIDs. Om desnoods een decreet voor te bereiden. Is dit gebeurd?

Moeilijke woorden in het nieuwe bestuursakkoord

Vandaag wordt het bestuursakkoord van de nieuwe coalitie CD&V-VLD officieel kenbaar gemaakt.
De reguliere pers krijgt de eer.
Titel van het werkstuk: “Kortrijk, een aantrekkelijke stad”.
Enkele moeilijke bestuurskundige termen dienen nog gedefinieerd.
Moet er zelf eerst nog aan uitgeraken.

EURODISTRICT
Burgemeester is daar bijna obsessioneel mee bezig, met “grensoverschrijdende samenwerking”, over de schreve. Hierbij wordt specifiek voor Kortrijk dan gedacht aan een Frans-Belgische samenwerking inzake de aanpak van de criminaliteit, mobiliteit (die trein Kortrijk-Lille!), tewerkstelling, culturele projecten, onderwijs.

In het verleden zijn er al samenwerkingsverbanden opgericht.
Zo ondertekenden al in 1991 vier Belgische intercommunales (waaronder Leiedal) een charter met Lille Métropole Communauté Urbaine tot oprichting van de “Grensoverschrijdende Permanente Conferentie van Intercommunales”: GPCI of in ’t Frans COPIT. Rond de metropool Rijsel werd in 1998 een project “Grootstad” gelanceerd. Daar kwamen 15 “cahiers” en 8 dossiers uit voort. (Veel van die grensoverschrijdende projecten hebben voornamelijk tot doel om Europees geld op te strijken.)

Succesverhalen zijn dit allemaal niet geweest. Zie nog de rede die gouverneur Paul Breyne op 5 december heeft uitgesproken in de provincieraad. Breyne is door minister Bourgeois aangesteld als coördinator bij de oprichting van het Eurodistrict. Ter attentie van de anti-politiek: hijzelf krijgt daar geen cent voor.

Nu is men op zoek naar een nieuwe juridische structuur, mogelijk gemaakt door het zgn. Akkoord van Brussel van 16 september 2002.
Dat Eurodistrict zou niet minder dan 90 Noord-Franse gemeenten, 12 Waalse en 28 Vlaamse omvatten. De Vlaamse gemeenten zijn die van de arrondissementen Kortrijk, Ieper, Roeselare, Tielt.
De zetel van het bestuur zou in Lille komen.
Kunnen we er niet op aandringen dat ons eigenste HUIS VAN DE STREEK (waar we niets meer van horen) hier een rol kan vervullen?

Op politiek niveau komt er een Algemene Vergadering, een Raad van Bestuur, een Bureau en Thematische Commissies.
Administratief bekeken voorziet men een “Agentschap”. Kortrijk moet ervoor zorgen om hier sterk vertegenwoordigd te zijn want dat “secretariaat” doet het beleidsvoorbereidend en uitvoerend werk. Het echte werk dus.
Veel administratieve postjes te begeven? Me dunkt zijn ze al ingenomen.

Maakt dat Eurodistrict een kans? Eigenlijk moest het er al zijn. Pierre Mauroy wil alles in een stroomversnelling brengen. Te snel?
Met een sterke picon in de hand kijken naar die grensoverschrijdende tv-uitzendingen die WTV, NoTélé en C9 wekelijks maken over het dagelijks leven in het metropoolgebied Lille. Wie financiert dat eigenlijk?
En het grote probleem is dat bij dat district ook Henegouwen is betrokken. Dat is een zandbak. Kikkerpoel.

RASTERSTAD
Dit is nog een prominente term in het nieuwe bestuursakkoord.

Definitie Deseyn

Niet zonder reden zei volksvertegenwoordiger en toekomstig raadslid Roel Deseyn in een interview (oktober) dat de mensen die voor het eerst het woord “rasterstad” horen dat niet echt begrijpen en dat daar een woordje uitleg bij nodig is.
Hoe definieert Roel nu zelf de term?
“Het is eigenlijk een urbanistisch project dat over de inrichting van de stad gaat maar natuurlijk over de mensen zelf. Wij willen Kortrijk indelen in zones. Rasters met bijvoorbeeld een historisch stadcentrum, een ontspanningszone, een dorpskern met een eigen karakter, een universiteitscampus, een medische site, natuurgebied, enz. Het is de bedoeling dat elk van die rasters een eigen identiteit ontwikkelt, dat al die stukjes belangrijk op zich zijn maar dat ze samen een stad vormen. De stedelijke functies worden dus gespreid over de verschillende rasters. Binnen (??) die rasters proberen we assen te creëren. We kijken dan welke dwarsverbindingen er zijn en zo hebben we er ook een mobiliteitsplan aan gekoppeld. Het is een erg mooi project.”

Definitie van Stefaan De Clerck

Misschien luisteren we beter naar de burgemeester.
In een speech op het tweede forum over interregionale samenwerking (21 november 2005) gebruikte hij het concept “rasterstad “voor het aanduiden van een flexibele manier van kijken naar de stad, die loskomt van om het even welke grens en die vermijdt om meteen in niet meer bruikbare stereotiepen te vervallen: stad versus platteland. We nemen de uitgezaaide stad in het verruimde stedelijke gebied als realiteit en als kader voor nieuwe stadsbeelden. Rasterstad is een toepassing van onze netwerkmaatschappij; zowel geografisch als menselijk moeten diversiteit en eigenheid samengebracht worden op een beweeglijke manier. Dit houdt mede in dat nieuwe verbindingen en synergieën gemaakt worden, zowel binnen het weefsel van de stad zelf, als tussen steden onderling.”

Daar schieten we niet echt mee op.
Laat ons even kijken wat de sociologen en bestuurskundigen menen over wat een rasterstad zou kunnen betekenen.
In Vlaanderen werd het begrip in 2003 gelanceerd, bij een grootscheeps debat over stedenbeleid.

Definitie uit het Witboek Stedenbeleid

Dat boek omvat een paar honderd bladzijden en de term “rasterstad” komt er op 47 pagina’s in voor.
Nu moet het toch lukken om een definitie te vinden.
Op pag. 18 is het al raak.
Eerst stuit je op enkele zinsneden die al letterlijk te horen waren van de burgemeester.
Daarna val je omver van de bombastische taal.

“We benoemen met het begrip rasterstad compacte en minder compacte, centrale en perifere, bebouwde en open, fysieke, sociale en economische stadsfragmenten. De thematische invullingen van de rasterstad en de gebruikte schalen zijn dus variabel, afhankelijk van de aard van de plekken, van het thema of van het gezichtspunt dat wordt dat wordt gebruikt: binnen stadkernen of tussen delen van de uitgezaaide stad. In het meest ruime gebruik opent de rasterstad het zicht op netwerken tussen stadsdelen, steden en stedelijke gebieden in heel Vlaanderen, tussen steden in Europa en op mondiaal niveau.”

Kortom:
“DE RASTERSTAD IS EEN VEELZIJDIG ANALYSE-INSTRUMENT.”

En nu lees ik niet meer verder in dat boek.

Definitie in het nieuwe bestuursakkoord zelf

Het concept rasterstad betekent dat deelgemeenten, wijken en buurten eigen dynamieken ontwikkelen en in het grote stadgeheel volwaardige entiteiten zijn. De gebiedsgerichte werking is daar een emanatie van.
Het betekent ook dat de stad een dichter netwerk uitbouwt met de andere actoren die de stadsdynamiek dragen of bepalen. Dit gaat niet alleen om de evidente partners (SOK, intercommunales, politiezone, OCMW), maar ook om andere overheden en belangrijke stedelijke actoren (XPo, hogere onderwijsinstellingen, …).

Definitie van onze rastermanager

We hebben hier een rastermanager, naast (of boven?) een centrummanager! Tom Delmotte.
Op www.vacature.com heeft hij een keer (2 maart 2006) verteld dat de rasterstad een plaats is die netwerken legt, en die bij de uitbouw van het beleid verschillende doelgroepen betrekt.
En hij beschouwt dit als één van zijn voornaamste taken: rondwandelen in de stad. “Dat klinkt raar,” zo voegt hij eraan toe.

HANDELSDISTRICT

Business Improvement District.
Daar wordt een apart stuk aan gewijd.

Weblog over het reilen en zeilen in de Kortrijkse politiek door Frans Lavaert