Category Archives: recht

De provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar heeft zo zijn bedenkingen bij het Kortrijkse ‘vergunningenbeleid” (2)

Wat voorafging.
Het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) verleende geen vergunning om over te gaan tot sloop van het  opvallende hoekhuis aan de Kasteelkaai  8 terwijl de Bestendige Deputatie dat wel deed.
En dit op aanraden van een advies (dd. 16 februari 2016) van de provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar.  
In het kader van de vergunningsprocedure zijn enkele interessante beschouwingen naar voor gekomen betreffende het zogenaamde ONBESTAANDE  ‘vergunningenbeleid’ van Stad inzake gebouwen met een zekere erfgoedwaarde.
In een vorig stuk publiceerden we er vijf.  Hierna volgen nog twee.
(Komt allemaal niet in de pers. )

6.
Er is geen begin van bewijs voor een ‘domino-effect’.
Het CBS was van mening dat de beslissing van de Bestendige Deputatie aanleiding zou geven tot een “domino-effect” van aanvragen tot afbraak  van (geïnventariseerde) gebouwen in de onmiddellijke omgeving van de Vismarkt.
Welnu, geïnventariseerde gebouwen hebben geen andere bescherming dan de (niet bindende) adviesverplichting van de Dienst  Erfgoed.  Zij zijn ‘van nature’ vatbaar voor afbraak omdat zij niet beschermd zijn als monument.
De sloop van het huidig pand verantwoordt op zich geenszins de aantasting noch de sloop van geïnventariseerde panden in de omgeving.  Elke zaak moet op zich bekeken worden door de vergunningverlenende overheid, rekening houdend met de bestemmingsvoorschriften, met de goede ruimtelijke ordening en wat de stad Kortrijk betreft met  eventuele inspiratie aan  niet bindende beleidsdocumenten zoals het Gabarietenplan en de Woningtypetoets.
Opnieuw beperkt het CBS zich tot een loutere bewering.  Uit niets blijkt dat voor andere  geïnventariseerde panden in de omgeving (bijv. in de Belfaststraat) in de nabije toekomst  de sloop dreigt.

7.
Er is geen vernietigingsprocedure ingeleid door de leidend ambtenaar van het Agentschap Onroerende Erfgoed.
De bescherming en het behoud van onroerende erfgoed is een kerntaak van het Agentschap.
Nochtans verzette de leidend  ambtenaar zich niet langer tegen de beslissing van de Bestendige deputatie, met andere  woorden tegen de sloop van het pand.
Overigens stelde de provinciaal ambtenaar in zijn verslag dat er geen sprake is van een pand met uitzonderlijke erfgoedwaarde.
Het pand dateert uit 1920.  Een aantal elementen waaraan  het pand  voorheen haar waarde ontleende zijn intussen verdwenen.  ( Er was een verbouwing in 1948.)
–  Het schrijnwerk is niet intact.
–  De belangrijkste zijgevel aan het water werd reeds gewijzigd.
–  Het materiaalgebruik (gecementeerde plinten en weinig natuursteen) is niet bijzonder waardevol.

P.S.
Een pikant detail.
Het CBS bekwam bij de Raad van Vergunningsbetwistingen de schorsing en vernietiging van de vergunning verleend door de Bestendige Deputatie.
De aanvraag tot sloping kwam van de projectontwikkelaar die hiervoor bijstand kreeg van onze pertinente altloos door Stad gekozen mr. van het advocatenbureau  Publius.
Raar maar waar.

 

 

 

 

De provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar heeft bedenkingen bij het Kortrijkse “vergunningenbeleid” (1)

Méér zelfs!  Diezelfde  ambtenaar  stelde  daarenboven dat stad Kortrijk geen bewijs levert van het bestaan van een ‘vergunningsbeleid’/’erfgoedbeleid’.

Naar aanleiding van de weigering van het schepencollege om het hoekpand aan de Kasteelkaai 8  te slopen (zie vorige stukken op KW),  terwijl de Bestendige Deputatie van de provincie West-Vlaanderen daartoe toch een vergunning afleverde,  liet de provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar zijn licht schijnen op de argumenattie van  het College van Burgemeester en Schepenen (CBS).
Ons beleid in deze.

Machtig interessant wat die ambtenaar zoal beweert.
Dat de bevoegde schepen Wout Maddens (VLD) dat maar nog een keer goed (her)leest.  En de pers (die nergens van weet) tegelijk beter voorlicht.

  1. Er is geen vergunningenbeleid voor zgn. erfgoed.
    Het College argumenteerde dat de beslissing van de Bestendige Deputatie om toch een vergunning tot sloop en nieuwbouw te verlenen daarmee het vergunningsbeleid (inzake erfgoed) van het stadsbestuur onderuit haalt.
    De provinciale ambtenaar  vindt die vrees  “te weinig onderbouwd én hypothetisch”.  Het College toont niet aan dat er zoiets bestaat als een Kortrijks ‘vergunningenbeleid’ tot het behoud van alle historisch erfgoed.
  2. Er is geen vast adviesbeleid zoals nochtans vooropgesteld door het College.
    Het CBS stelde dat zij bij geïnventariseerde panden (zoals het hoekpand) in alle gevallen advies gaat inwinnen, niet enkel van het Agentschap Onroerend Erfgoed (hetgeen evident is, want decretaal verplicht) maar ook van het eigen Kortrijks Erfgoedplatform.
    Hiervan wordt geen enkel bewijs voorgelegd.
    Bovendien zeggen de feiten het anders.
    –  Real Homes kreeg een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het omvormen van twee kantoorgebouwen die voorkomen op de inventaris, zonder advies van het Erfgoedplatform.
    –  Idem voor het vergunningsproject van Koramic en Eribo ter hoogte van de H. Consciencestraat .  Het ging nochtans om de sloop van maar liefst 4 geïnventariseerde panden  én de nieuwbouw van een grootschalig appartementencomplex.
    3.
    Er is geen vast niet-afbraakbeleid zoals nochtans vooropgesteld door het College.
    Stad suggereert dat men een beleid voert strekkende tot het behoud van alle geïnventariseerd onroerend erfgoed in alle omstandigheden.
    Hiervan wordt geen enkel bewijs voorgelegd.  (Zie nogmaals de panden in de H. Consciencestraat.)
    Bovendien zou dergelijk beleid indruisen tegen de Vlaamse reglementering die geen absolute bescherming geeft aan  geïnventariseerde gebouwen en niet de status hebben van een monument.
    4.
    Het hoekpand is geen beschermd monument.
    Nog dit.  Mocht het CBS daadwerkelijk een dermate groot belang hechten en historische waarde toekennen aan het kwestieuze hoekpand, dan had men reeds lang voorheen stappen kunnen ondernemen  om het behoud van het goed te beschermen.
    De Bestendige Deputatie concludeert  trouwens dat het pand noch op zichzelf noch in relatie met de omgeving blijk geeft van een bijzondere erfgoedwaarde.
    5.
    Dat is nog het toppunt!
    Het enige gecodificeerde beleidsplan, met name het Kortrijkse Gabarietenplan voorziet in de mogelijke sloop van het hoekgebouw.  Dat plan beoogt geen laagbouw aansluitend bij de Belfaststraat maar wel in een hoogbouw, aansluitend  bij de Handelskaai.

Oei.
Dit artikel wordt wat te lang.
We gaan naar een volgend stuk, een vervolg.

 

 

 

 

Stad Kortrijk krijgt gelijk in belangrijke vergunnigsbetwisting (2)

Zoals voorheen hier al  op dinsdag  is gezegd in deze krant (dit is burgerjournalistiek!)  heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen in openbare zitting van 8 november de beslissing getroffen om de stedenbouwkundige vergunning van de Bestendige Deputatie voor het slopen van een hoekpand aan de Kasteelkaai 8  (zie foto in een voorgaand stuk) en de bouw van  een handelsruimte met appartementen aldaar te vernietigen.
Even wat voorgeschiedenis.

Op 10 augustus 2015 dient een Poperingse projectontwikkelaar (“MBV Ontwikkeling”) bij het Kortrijkse schepencollege een aanvraag in voor het slopen van het hoekpand aan de Kasteelkaai, vlakbij de oude Leie.

Om wat te doen?
Men wil er een  meersgezinswoning neerpoten met 8 appartementen (op 7 bouwlagen!), een handelsruimte, 14 ondergrondse parkeerplaatsen en een ruimte voor een 7-tal fietsen.  (Later, na een hoorzitting is het plan wat aangepast: bijv.  kunnen er dan 15 fietsen gestald. )
– NV Waterwegen en Zeekanaal brengt een gunstig advies uit.
– De brandweer een voorwaardelijk gunstig advies.
– Het erfgoedplatform ‘Kortrijk en Ruimte’  en ‘Erfgoed West-Vlaanderen’  een ongunstig advies.

Merkwaardig bij de gang van zaken  is wel dat het team’ planning en openbaar domein’ van de stad Kortrijk (dat zijn ambtenaren)  op 11 september 2015 een voorwaardelijk GUNSTIG  advies uitbracht.  (De lokale pers  weet dat niet of verzweeg het.)
Een openbaar onderzoek levert 5 bezwaarschriften op waarvan 2 door het schepencollege  gegrond zijn  geacht.
–  Het pand heeft een erfgoedwaarde op een beeldbepalende plaats in de historische binnenstad.
–  De nieuwbouw is te hoog (kroonlijsthoogte 22,4 m).

Het  schepencollege weigert op 9 november 2015 een stedenbouwkundige vergunning  aan de projectontwikkelaar.
Voornaamste motivering is dat het ontwerp van  de nieuwbouw een breuk vormt met de historische bebouwing van de Kasteelkaai en de Belfaststraat.  Men wijst ook op de erfgoedwaarde van het bestaande hoekpand en de beeldbepalende ligging ervan langs de oude Leie-oever.

De projectontwikkelaar tekent op 17 december 2015 administratief beroep aan bij de Deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen.
Na een hoorzitting beslist de Bestendige Deputatie op 24 maart 2016 om het beroep in te willigen en een stedenbouwkundige vergunning onder voorwaarden te verlenen overeenkomstig de gewijzigde plannen.
De provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar vindt het ontwerp immers  kwalitatief  en passend in de omgeving.  “Het ontwerp van de nieuwbouw is een meerwaarde en doet deze zichtlocatie alle eer aan“.  Men vindt ook dat het hoekpand géén blijk geeft van een bijzondere erfgoedwaarde die noopt tot het behoud ervan.

Op 13 mei 2016 vordert het schepencollege de schorsing én de vernietiging van de beslissing van de Bestendige Deputatie.
In eerst instantie beveelt de Raad voor Vergunningsbetwistingen  op 23 mei 2016 de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de  door de Deputatie verleende vergunning.

De Bestendige Deputatie doet geen verdere stappen meer in de zaak !
In juridische termen: “de verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend”.
Er is zelfs vanuit de provincie geen vraag gesteld om te worden gehoord.
Vandaar dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen  op 8 november overging tot vernietiging van de verleende vergunning.

P.S.
De provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar heeft toch wel enkele interessante opmerkingen (bedenkingen) gemaakt inzake het ruimtelijk beleid van de Stad.  Men zal die wel moeten ter harte nemen.
In een volgend stuk gaan we daar wellicht even op in.
Met uw goedvinden.

 

 

Stad Kortrijk krijgt gelijk in belangrijke vergunningsbetwisting (1)

17405850590a398a19

Meer nieuws volgt hoor…
Maar hierna alreeds ultrakort de conclusie  van het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen dd. 8 november.

” De Raad vernietigt de beslissing van de verwerende partij van 24 maart 2016, waarbij aan  de  belanghebbende partij de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een handelsruimte, acht appartementen en een ondergrondse parkeergarage na afbraak van een hoekpand op een perceel gelegen te Kortrijk, Kasteelkaai 8.”

Die verwerende partij is de Bestendige Deputatie van West-Vlaanderen.  DIE DE SLOOP WEL WOU GUNNEN…
Belanghebbende partij is de projectontwikkelaar “bvba MBV Ontwikkeling” uit Poperinge en natuurlijk subsidiair de eigenaar van het historische, opvallende  hoekpand tussen de Handelskaai en de Belfaststraat.

 

Jawel! GAS-boetes door parkeerwachters van PARKO kunnen. En dat brengt op!

Hierover bestaan veel misverstanden. 
Vaststellingen die kunnen leiden tot een ‘Gemeentelijke Administratieve Sanctie” kunnen wel degelijk gedaan door een aantal daartoe opgeleide stadsmedewerkers (in burgerkledij) , en natuurlijk ook door politie. Bon.

Maar ons parkeerbedrijf PARKO heeft nu ook voor bepaalde inbreuken erkende (gediplomeerde) beetje aangeklede vaststellers bij de parkeerwachters.  (16 in aantal?)
Voorheen kon  PARKO enkel toezicht houden op alle vormen van parkeerduurbeperkingen: betalend parkeren, blauwe zone, shop&go, bewonersparkeren.
Nu hebben dus bepaalde vaststellers van PARKO de bevoegdheid  gekregen om ‘parkeerinbreuken tegen stilstaan en parkeren’  middels GAS-boetes te beteugelen. Ook voor overtredingen betreffende verkeersborden C3 (verboden toegang) en F103 (begin voetgangerszone), vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Concreet gaat het om 20 mogelijke vormen van foutparkeren van de eerste categorie (bijv. niet rechts parkeren t.o.v. de rijrichting) en om 4 vormen van foutparkeren van de tweede categorie (bijv. parkeren op plaats voorbehouden voor personen met een handicap, voetgangerszone).
De eventuele boetes bedragen resp. 55 en 110 euro.

En dat is nu iets wat weinigen weten.
Er is een afspraak dat het gemeentelijk parkeerbedrijf instaat voor het vaststellen van GAS-parkeerinbreuken in de straten met een specifiek parkeerregime, en de politie voor de rest van het grondgebied.
Gas-parkeerinbreuken kunnen altijd vastgesteld worden.  Jawel.
Maar PARKO zelf controleert enkel tijdens de uren van het specifieke parkeerregime.  In de binnenstad is dat dus van maandag tot en met zaterdag van 9 tot 19 uur.


Sinds oktober 2015 voert PARKO middels 9 camera’s met nummerplaatherkenning toezicht in het winkelwandelgebied.  (Die overigen s een enkele keer niet helemaal  secuur werken. Maar niemand mag dat weten.)

In die laatste drie maanden van 2015 heeft de sanctionerend ambtenaar voor de voetgangerszone als 2.257 dossiers opgestart!

Wat breng dat op?
De opbrengst van de GAS-boetes voor inbreuken die PARKO uiteindelijk kan  vaststellen gaat naar het parkeerbedrijf zelf.  In 2015 ging het om een bedrag van niet minder dan 220.559 euro.
2.492 vaststellingen van 55 euro en 759 vaststellingen van 110 euro.

P.S.
Het staat weerom allemaal niet onze plaatselijke gazetten.

Daar is het eerste verslag van onze ombudsman

Vanavond zal de gemeenteraad akte nemen van het eerste jaarrapport van onze ombudsman, jurist Christian Deleu. Eigenaardig daarbij is dat er aan de gemeenteraad ook gevraagd wordt om akkoord te gaan met de plaatsing het verslag op de website van stad. In afwachting daarvan geeft alvast uw kortrijkwatcher enige informatie uit dat rapport.
In 2015 kreeg de ombudsdienst via het meldpunt (1777) 18 vragen om tot een bemiddeling te komen.

De helft daarvan kon opgelost zonder enige tussenkomst van de ombudsman.
– Vier vragen hadden eigenlijk niets te maken met de dienstverlening van de stad en de grievenmelders werden verwezen naar de rechtbank.
Het ging om de verdeling van de stadskrant in de Ringshopping Kortrijk-Noord, een geval van reuk- en geluidshinder van en bedrijf, een procedurekwestie bij de rechtbank, en uitbetaling van de onderhoudsplicht.
– In vijf gevallen was er communicatie met de stadsdiensten of het OCMW: afwerken stoep, parkeerplaatsen bussen, gevaarlijke bomen, betaling lesgevers, lawaaioverlast parochiezaaltje. (In dit laatste geval kreeg de melder de raad om nar de rechtbank te stappen.)

Negen dossiers werden opgelost met tussenkomst van de ombudsman.
– Twee vragen hadden te maken met parkeerboetes. De melders werden gewoon gewezen op het parkeerreglement.
– Bij een dossier over leegstand kreeg de melder te horen dat hij maar moest luisteren naar de afspraken tussen de advocaten.
– Bij een klacht over bladval op openbaar domein werd de melder gewezen op het feit dat het jaarlijks vallen van bladeren nu eenmaal overlast meebrengt.
– Het dossier van een verwijderd zerk is opgelost doordat stad een nieuw en gelijkaardig zerk op haar kosten heeft terug geplaatst.
– De klager in het dossier ‘hemelwaterput’ kreeg dan toch de premie uitbetaald.
– Bij werken en heraanleg van het openbaar domein werd vastgesteld dat een afsluiting en een inrijpoort over de domeingrens was geplaatst. Een dure en ellenlange procedureslag kon door de bemiddelaar vermeden worden.
– Bij een betwisting over de termijn van aflevering van een minderhinder-attest kon de melder ervan overtuigd worden dat hij in gebreke bleef.
– Bij een betwisting over de nietig verklaring van een bouwvergunning kreeg de melder te horen dat dit een zaak was van de Bestendige Deputatie.

P.S.
In het reglement over de werking van de ombudsman/ombudsvrouw doet men dus alsof die term wijst op het geslacht van de betrokken bemiddelaar.
De term “ombudsman” is Zweeds en betekent gewoon ‘scheidsrechter’. Heeft niets met M/V te maken.

De loonkosten van de GAS-dossiers

Het Kortrijkse team dat de dossiers van de Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS) behandelt doet dat voor de politiezone Vlas, maar tevens voor PZ Grensleie.
Vorig jaar liepen er in totaal 889 dossiers binnen. De loonkost voor de twee sanctionerende ambtenaren en de twee administratieve medewerkers wordt berekend op 83.777 euro. Per dossier maakt dat 94,24 euro.
De kostprijs wordt verhaald op de aangesloten gemeenten.

Voor de PZ Vlas:
– Lendelede: 8 dossiers maal 94,24 euro = 753 euro (afgerond)
– Kuurne: 32 dossiers = 3.015 euro
– Kortrijk: 700 dossiers = 65.968 euro

Voor de PZ Grensleie:
– Wevelgem: 300 dossiers = 2.827 euro
– Ledegem: 13 dossiers = 1.225 euro
– Menen: 106 dossiers = 9.989 euro

N.B.
Niet alle dossiers geven aanleiding tot een boete.

Het Erfgoedhuis is onderhands verkocht (2)

Er is intussen al wat meer informatie beschikbaar over deze zaak.
Het schepencollege gaf al op 3 november vorig jaar zijn zegen om het Erfgoedhuis onderhands te verkopen aan de NV Kortrijk Service.
De familie Verschetse van voornoemde NV is immers alreeds de aanpalende eigenaar van de panden 39-41-43 in de O-L-Vrouwstraat en van nog een pand (nr. 20) in de Handboogstraat.
Aldaar in de buurt is er al een hotel in aanbouw, overigens met een aanzienlijke restauratiepremie.
Een andere aanpalende eigenaar, met name het OCMW (in het bezit van de panden 22 tot en met 30 in de Handboogstraat!) liet al weten geen interesse te hebben in de aankoop van het Erfgoedhuis. Daarmee is minstens één voorwaarde vervuld om een stadseigendom onderhands te kunnen vervreemden.

Andere voorwaarde die een onderhandse verkoop van stadspatrimonium rechtvaardigt is dat het project een doelstelling van “algemeen nut” (belang) nastreeft.
Volgens het schepencollege is dit wel degelijk het geval. Het gaat immers om de uitbouw van grootse, exclusieve hotelaccomodatie in Zuid-West-Vlaanderen met voorzieningen zoals een keuken, restaurant, vergaderzalen, ontmoetingsruimten, wellness, kamers en suites. Het project heeft volgens het schepencollege een semi-publiek karakter en draagt bij tot de bevordering van de tewerkstelling, de lokale handel en de plaatselijke economie.

Prijs volgens het schattingsverslag? 650.000 euro. (Grondoppervlak: 447 m².)

Het Erfgoedhuis is onderhands verkocht (1)

Het schepencollege van vorige week maandag gaf zijn goedkeuring aan de onderhandse verkoop van het Erfgoedhuis in de O-L-Vrouwstraat 45. Koper is de Konvert-groep (de NV Kovert Service) van de familie Verschetse. Prijs onbekend.
De zaak moet wel nog voor de gemeenteraad komen. (De eerstvolgende zitting is pas op 25 januari.)
Een stadseigendom kan niet zomaar verkocht. Bij elke onroerende vervreemding van gemeentelijk patrimonium is trouwens openbare verkoop de regel. Slechts bij heel bijzondere motivering is in een specifiek geval de onderhandse verkoop toegestaan om reden van algemeen belang. Zeer benieuwd hoe het schepencollege de onderhandse verkoop zal verdedigen, want het gebouw krijgt zeker geen sociale bestemming. De familie Verschetse wil er namelijk een uitermate luxueuse B&B in onderbrengen met meerdere slaapkamers.
Benieuwd ook of het schepencollege kan aantonen dat de nodige publiciteit is gegeven aan de verkoop. En of alle aangelanden zijn aangeschreven.

Bedenkingen bij de concessie van de brasserie van de stadsschouwburg

1.
De nieuwe exploitante uit Kuurne stelt een naamsverandering voor. “De Komedie” zou “Donkey Blue’s” heten.
Kan dat wel? Het schepencollege wil namelijk ten stelligste dat de nieuwe naam van de brasserie “een duidelijke link legt naar de schouwburg en de naamkeuze dient in overleg met de stad te gebeuren”. (Stel dat de N-VA-schepenen – meer speciaal Adolphe Scherpereel – een Engelse naamgeving billijken dan lijkt ons bijvoorbeeld “Limelight” heel geschikt.)

2.
De curator van het faillissement van de BVBA Soval stelde in maart een nieuwe concessiehouder voor. Een besluit van het schepencollege van begin april wou daar niet op ingaan.
Nog in dezelfde maand ging almettekeer een werkgroep (van stad) toch akkoord met een door de curator voorgestelde kandidaat-concessionaris.
Op zichzelf is dat al raar. Maar raarder is nog dat de (nieuwe) aanvaarde kandidaat een andere is dan de oorspronkelijk voorgestelde “geïnteresseerde”. Is er een vergelijking tussen de voorstellen van de kandidaten gebeurd? Op grond van welke criteria is men tot een oordeel gekomen?

3.
Als stad op zoek gaat naar een concessionaris voor bijvoorbeeld een cafetaria van een zwembad of sportcentrum, dan wordt daar veel publiciteit aan gegeven. Dit keer was dat helemaal niet het geval. De curator nam het heft in handen.
Nu weten we wel dat de wet op de overheidsopdrachten niet van toepassing is op domeinconcessies. Onderhands toestaan van een concessie is mogelijk. Maar het gelijkheidsbeginsel houdt toch in dat men elke gegadigde als gelijke behandelt en een gelijke kans krijgt op het verkrijgen van een concessie.

4.
De curator wou dat de concessie-overeenkomst gewoon zou verlengd worden. Het schepencollege was in april van oordeel dat er met het faillissement van de concessionaris (de BVBA Soval) contractueel een einde kwam aan de overeenkomst. Nog in dezelfde maand april verandert het schepencollege alweer van gedacht. Er komt geen nieuwe concessie.
Waarschijnlijk omdat bij afloop van een concessie-overeenkomst een nieuw ontwerp van lastenkohier moet opgemaakt dat is voorgelegd aan de gemeenteraad. En als de concessie geldt voor een periode van meer dan negen jaar gaat het om “een daad van beschikking” en komt het aan de gemeenteraad toe om de contractvoorwaarden te bepalen.
Voorts was er nog een lastig probleempje.
Art. 22 van de bestaande overeenkomst bepaalt dat bij een vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst (als gevolg van een faillissement) de inrichtingswerken van de cafetaria géén eigendom worden van stad.

5.
De rechtsprocedure van november 2014 tegen de BVBA Soval (de curatele) is nog steeds lopende. Hoe staat het met de schadevergoeding bij een BVBA in staat van faillissement?

6.
Een vraag. Hoeveel bedraagt de concessievergoeding nu, te betalen door de nieuwe concessiehouder?