Een glasheldere röntgenfoto van onze musea (3)

In dit voorlopig laatste stuk over de stand en gang van zaken in onze musea willen we nog even nagaan wat voor min of meer verrassende zaken worden verteld in de audit van prof. Guido De Brabander en Karen Vandenberghe.
En dan is het wachten geblazen op het beloofde publieke debat over de toekomstperspectieven van de musea.

Visie op het hedendaags museum

Musea bewaren niet meer om te bewaren.
Het publiek wordt niet meer aangezien als een passieve ontvanger maar wel als een actieve deelnemer op zoek naar beleving.
De belevingswaarde voor een museum heeft als basisdimensies: ontsnapping aan het leven van elke dag, ontspanning, verwondering en leren. Ook plezier (edutainment) is een doelstelling.

SWOT-analyse

Over de (interne) tere plekken in ons museumbeleid hebben we het hier al ten overvloede gehad.
Sterkten van het Broelmuseum zijn: bepaalde deelcollecties (damast, keramiek), de mooie locatie.

Het Vlasmuseum geniet van naambekendheid, heeft een volkskundig potentieel en is met zijn roerende erfgoed mogelijk een cultuurtoeristische trekpleister. (Tussendoor wordt gemeld dat sommigen het museum aan de Leie wensen te vestigen!)
Het nieuwe Museum 1302 oogt smaakvol en modern. Het heeft een sterk toeristisch potentieel en kan het knooppunt worden van een netwerk met veel andere spelers. De Raad van Bestuur telt bekwame mensen. Het museum kan op de lange termijn zelfs streven naar een landelijke erkenning.

Externe kansen en bedreigingen

In het algemeen is er op lokaal vlak een politiek klimaat dat stimulerend werkt voor cultuur en erfgoed. De centrale positie van de burgemeester (“een ambitieus man”) – die nu uitdrukkelijk bevoegd is voor cultuur en grote evenementen – kan een eenduidig beleid mogelijk maken.
Bij de nieuwe erkenningsronde (voor 2009-2014) bestaat het risico dat Kortrijkse musea hun erkenningen zouden verliezen of dat zij op een lager (basis)niveau worden ingedeeld en daarmee een deel van de werkingssubsidies moeten inleveren.
Voor het Museum 1302 geldt dat eerst moet gestreefd worden naar een erkenning en inschaling op basisniveau. Aan de voorwaarden hiertoe is nog niet voldaan. Om door te stoten naar het regionaal niveau en op termijn zelfs landelijk niveau is er hier alleszins weer nood aan meer competentie. Meer inspanningen zijn nodig voor de publiekswerking, tentoonstellingen, collectieopbouw. (In de audit wordt gepleit voor een “ideeënmuseum”.)
In het Vlasmuseum is er behoefte aan een historicus, gespecialiseerd in agrarische en textielgeschiedenis.
Het Broelmuseum heeft nood aan een kunsthistoricus, gespecialiseerd in beeldende kunsten vanaf de 16de eeuw.

In de studie van prof. De Brabander wordt per museum bladzijdenlang aangegeven wat er in de huidige situatie nog problematisch is om aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen.
Onmogelijk om daar ook maar een samenvatting van te geven.
Frappant is intussen wel de vaststelling dat het Broelmuseum grote financiële reserves heeft! Maar geen collectieplanning.
In het Vlasmuseum zijn er nog onvoltooide inventarissen. Is er geen echt zakelijk beheer, noch een wetenschappelijke functie.
Het Museum 1302 heeft geen collectieplanning en de strategie noch de doelstellingen zijn bepaald.

Varia

En zo kunnen we doorgaan. Hierna nog enkele zaken die mij persoonlijk om een of andere reden opvielen of verrasten.

* De nadruk die gelegd wordt op de belevingswaarde van musea.
En dat er ook wat plezier mag bij te pas komen.
* Dat bij de erkenning van musea de indeling in niveaus geen waardeoordeel uitspreekt maar enkel wordt gehanteerd om de hoogte van het subsidiebedrag te bepalen.
* Dat er nu ook voor het bekomen van provinciale subsidies criteria zullen gehanteerd worden.
* Dat het Broelmuseum ook nog geen volledige inventarisatie bezit van de collectiestukken.
* Dat de stadsdirectie “cultuur” niet ter sprake komt.
* Dat “afstoten” van collecties niet noodzakeliijk betekent dat men iets weggooit.
* Dat musea ook hun erkenning kunnen verliezen.
* Dat de burgemeester een ambitieus man is.
* Dat er meer speciaal structurele samenwerking nodig is tussen Broel en het Kunstencentrum Buda.
* Dat op termijn de Gravenkapel en de O.L.V.-kerk een museum kan worden.
* Dat onze musea geen roeping hebben om te fungeren als designmuseum. (Hiervoor is een permanent activiteitencentrum nodig.)
* Dat er per museum een comité van experten moet komen.
* Dat 1302 een ideeënmuseum moet worden, met een activiteiten- en kenniscentrum. En dat het moet streven naar een landelijk niveau.
* Dat het Vlasmuseum zijn kantcollectie zou kunnen afstoten.
* Dat er een regionaal erfgoeddepot moet komen.
* Dat er wordt aanbevolen om altijd een toegangsprijs te vragen, weliswaar “gedifferentieerd”.
* Dat de publiekscijfers in de Kortrijkse musea eigenlijk onbetrouwbaar zijn.
* Dat sommigen ervan dromen om het Vlasmuseum ergens aan de boorden van de Leie te vestigen.

Zie ook nog eens de weblog van ons raadslid Bart Caron (heel Spirit).

ZO. TOT DAAR.
NU NOG EEN ERRATUM PUBLICEREN.

Een glasheldere röntgenfoto van onze musea (2)

“Ik zou niet graag zo’n rapport krijgen,” zo zei raadslid Bart Caron (Spirit) in de laatste gemeenteraad (gisteren) over de doorlichting van onze musea door prof. Guido De Brabander, master in cultuurmanagement.
Caron: “Het is messcherp. Vernietigend.”

Nu, onze trouwe lezers kennen alvast sinds jaren de opbouwende, zoniet constructieve en positieve kritiek die de mastor heeft gemeend te moeten uiten.
Het Broelmuseum heeft een negatief imago. Er vallen termen als “doodse en statische uitstraling”. De Vriendenkring is vergrijsd. Het collectiebeleid is zwak. Er is te weinig samenwerking met andere culturele actoren. Gebrek aan visionair leiderschap. Enzovoort.
In het Vlasmuseum heerst een folkloristische sfeer. Immobilisme. Geen wetenschappelijk onderzoek. Enzovoort. Nogmaals: kortrijkwatcher weet er alles van. En de prof ook, maar hij is nog beleefd gebleven.
Het nieuwe en nog prille Museum 1302 blijft wat buiten schot. Maar toch is er aldaar grote onduidelijkheid over de opdracht en de organisatiestructuur. Enzovoort.

Benieuwd of de Antwerpse Universiteit nog een opdracht zal krijgen van Stad. Bijvoorbeeld omtrent publieksonderzoek.
Véronique Lambert – nu verbonden aan het Museum 1302 – is een opleiding Master in Cultuurmanagement aan het volgen aan de Antwerpse universiteit. Er zal een scriptie uit voortkomen over publiekswerking. En Becky Verthe maakte ook al onder de hoede van de prof een studie over “Kortrijk Design”.
Kortom: het Antwerpse “cultuurmanagement” is onmisbaar geworden voor Kortrijk, stad van design, innovatie en creatie.
En anderzijds heeft de Erfgoedcel Antwerpen ook een grote rol gespeeld bij het opzetten van de tentoonstelling “Kunstwerkstede De Coene”(curator Frank Herman).

Niettemin concludeert Bart Caron dat G.De Brabander met zijn ‘messcherpe’ audit over de constellatie en de werking van onze musea die instellingen op “een onheuse wijze” evalueert. Knoop dat nu maar eens aan mekaar.
Het werkstuk lijdt volgens de gewezen medewerker van minister BERTJE van alles-is-cultuur aan een aantal tekortkomingen.
Het stuk volgt een onduidelijke methodiek. Beoordelingen als “te weinig”, of “te veel” worden gedaan zonder vergelijkingspunten. Er wordt constant verwezen naar uitspraken die niet bewezen worden en waarvan de herkomst niet is aangegeven. Er is geen spoor te vinden van een ernstige collectie-analyse. Enzovoort.
Aldus Bart, nooit verlegen om in zijn betogen wat interne cohesie te bewaren.

Maar wat is er volgens kortrijkwatcher dan zoal pertinent in de voorliggende doorlichting?

Alvast een paar zaken die u eerder min dan meer in de reguliere pers kon lezen.
Er wordt geopteerd voor één enkele museum-vzw. (Nu zijn er drie.) De conservatrices mogen blijkbaar blijven bestaan, maar voor de zakelijke leiding komt er een directeur-afgevaardigd beheerder met een mandaat van zes jaar. Alleen voor de zakelijke leiding? In het hoofdstuk “conclusies” staat nog te lezen dat die directeur de museumconservators ook inhoudelijk zal aansturen.
De beheerder wordt bijgestaan door een secretariaatsmedewerker en een verantwoordelijke marketing- en communicatie. Er is ook een medewerker voorzien voor financiën en personeelsaangelegenheden. Bij het Broelmuseum komt er een wetenschappelijk medewerker met specialisatie in Beeldende Kunst. Bij het Vlasmuseum een geschiedkundige.
Niet al deze functies moeten noodzakelijk met externe aanwervingen aangevuld, maar toch blijft het onduidelijk wat dit alles kan kosten. Op pag. 72 vinden we een berekening voor twee personeelsleden van A1-niveau en één van A5-niveau. Totale loonlast bij de aanvangswedde is dan zowat 100.000 euro.

De musea moeten worden geprofileerd op basis van een duidelijke keuze voor een scherp afgebakend thema.
Het museum aan de Broelkaai zal zich toespitsen op beeldende kunsten van de 16de tot de 21ste eeuw. Het Vlas-, kant- en linnenmuseum wordt een puur Vlas-museum. Het Museum 1302 wordt een “11-juli-museum” voor cultuur en identiteit.

Er moet dus nogal wat AFGESTOTEN worden.
Alle damast en ander textiel uit het Broelmuseum dient te verhuizen naar het Vlasmuseum. De keramiekcollectie moet als studiecollectie toegankelijk worden gemaakt in een depot, en een deel van de zilver- en meubelobjecten kunnen worden geïntegreerd in het interieur van het Broelmuseum. (Ik zou zeggen: ook in al of niet publieke stadsgebouwen.)
Het Vlasmuseum moet objecten die meervoudig aanwezig zijn kwijtraken. Ook de voor Kortrijk minder typische kant- en linnencollectie kan selectief afgestoten of in depot worden genomen.

Hiermee raakt de professor natuurlijk weer open zenuwen bij bestuurders en vriendenkringen van de musea. Dit is al duidelijk te merken aan wat het College (de burgemeester) op 27 maart heeft beslist, zonder het beloofde publieke debat van mei af te wachten.
Het Broelmuseum wordt – jawel – een museum van beeldende kunsten, maar niet noodzakelijk tot en met de 21ste eeuw. En er moet daar nu ook iets gedaan worden met design. De potten en pannen en pollepels en kruiken van de Vriendenkring mogen dus blijven.
In het Vlasmuseum moet ook het textiel (dus ook kant en linnen?) onderdak krijgen.

Het zal moeite kosten om een aantal bestuurders (Egide Van Hoonacker, Felix Decabooter, Isabelle De Jaegere en vrienden) ervan te overtuigen dat er meerdere vormen van “afstoten” mogelijk zijn. Al dat keramiek. Dat zilver. Paraplubakken.
Men kan iets wegschenken, iets langdurig in bruikleen geven. Ruilen. Onderbrengen in een gezamenlijk al of niet regionaal depot dat voor (bijna) iedereen toegankelijk is. Dienstig als studiemateriaal. Bepaalde collectiestukken kunnen ook op straat getoond. Of in winkelcomplexen. Dat is: stadje opfleuren. Scholen en bibliotheken en culturele centra en sociale wijken mogen toch ook meegenieten? De Horeca?

(Wordt vervolgd op een andere bladzijde. Ben nog altijd niet goed van die gemeenteraad van gisteren. Het werd bijna een nachtzitting. En het Vloms Blok werd nu toch wel weer eens onheus behandeld!)

Nieuwe anonieme voertuigen voor politie en nieuwe schoenen

Uitkijken.
Voortaan zal onze politie rondrijden met twee anonieme dienstvoertuigen van het type Toyota Corolla AURIS. 20.658 euro per stuk (incl. BTW).
Zeer veilig bollig uitziende wagens. Haalden 5 sterren in de Euro NCAT crashtest. Liefst 9 airbags. Ook voor de knietjes.

Pas een jaar geleden kocht de politiezone VLAS nog nieuwe schoenen. Toen voor één jaar gegund bij de firma Verduyn, de firma Parmentier en de firma Casari, met stilzwijgende verlenging. Prijs onbekend: de politiezone VLAS publiceert namelijk ook geen notulen van het politiecollege. Maar al de drie kartelleveranciers waren hypercontent.

Nu komt er een nieuwe aanbesteding voor hoge en lage schoenen, contract geldig voor drie jaar. Geraamde kostprijs (door wie dan?): 133.000 euro, incl. BTW. Zal de gunning nu even wat meer op ‘federaal’ niveau gebeuren? Krijgen onze plaatselijke schoenmakers bij dit maneuver geen kans meer? Komt alles nu alweer uit China?
We gaan het nooit weten.
Maar dat is politiek.

Een glasheldere röntgenfoto van onze musea (1)

Prof. Guido De Brabander is met medewerking van Karen Vandenberghe (Univ Antwerpen) intussen klaar gekomen met zijn doorlichting van onze Kortrijkse musea. Te weten: het Broelmuseum (met auditorium en Groeningeabdij), het Vlas-, kant- en linnenmuseum, het nieuwe Museum 1302.
Voorlopig doet de audit alleen nog stof opwaaien bij insiders.
Maar het kan niet anders dan niet lang meer duren eer er een publiek debat van komt. Maandag 16 april interpelleert raadslid en Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Caron (Spirit) in de gemeenteraad het stadsbestuur hierover. De burgemeester die nu bevoegd is voor cultuur.

Voormalig schepen van cultuur Stefaan Bral zal zitten gniffelen??
Waarschijnlijk niet. (Hij kan ook taktisch afwezig zijn.) Want bepaalde vragen van Bart Caron slaan natuurlijk op zijn vroegere bewindsperiode.
Bijvoorbeeld vraag 4. “In de studie wordt geregeld gezegd dat de zwakke positie van de musea te maken heeft met een aantal manco’s die in het verleden niet zijn aangepakt. ERKENT U DAT? Welke is de verklaring? Waar ligt de politieke verantwoordelijkheid?”?

Op vraag 1 kent Bart Caron zelf het antwoord.
Wat was precies de opdracht aan prof. De Brabander?
Een audit maken, tiens. Omdat iedereen al jaren ziet dat er van alles misloopt in ons museaal beleid. Omdat men een buitenstaander met gezag nodig had om dit eens luidop uit te bazuinen. En omdat er voor een nieuwe erkenning van de musea met de bijhorende subsidies van hogere overheden een drastische diagnose en remedie moet op tafel komen. En omdat er plaatselijk niet heel veel mensen alhier in staat zijn om een nieuw beleidsplan met tijdspad en prioriteiten op te stellen.
Daarom.

De kosten van de studie werden geraamd op 28.000 euro.
Achteraf bekeken zal Stad dit bedrag dubbel en dik recupereren.
Juist dank zij de studie zijn de erkenningsdossiers voor de periode 2009-2014 in feite potentieel zo goed als klaar. Prof. De Brabander heeft onze musea financieel gered en onze directie cultuur hierbij goed uit de wind gezet. De subsidies van de Vlaamse Gemeenschap en de provincie zullen blijven toestromen.
Dank u professor !

(Wordt ongetwijfeld vervolgd. Zie ook nog stuk van 24 augustus 2006. En andere, over de musea.)

Naar een virtuele tentoonstelling kunstwerkstede De Coene

Het komt bij u waarschijnlijk ook nogal verbazingwekkend over.
De overzichttentoonstelling “KunstWerkStede De Coene” (Broelmuseum, 15 september 2006 tot 7 januari 2007) heeft net nog geen 31 miljoen oude Belgische franken gekost.
Nauwkeurig: 772.716,20 euro. Je kunt daar al iets mee aanvangen.
En het moet weer lukken. Volgens de boeken was er net voor hetzelfde bedrag aan opbrengsten te vinden: 772.716,20 euro. Zo’n staaltje van creatief boekhouden is pas mogelijk in de scheppende kunstensector. Tot 20 cent na de komma nauwkeurig. Knap hoor. Om high van te worden.

Vanwaar kwamen die opbrengsten?
Grotendeels van subsidies: in het totaal 646.890 euro. Subsidies van Stad: 202.890 euro. Subsidies van de Vlaamse Gemeenschap: 225.000 euro. En men hoopt op nog een toegift van 125.000 euro. Er was ook sponsoring voor 44.000 euro.
Catalogi en ander drukwerk brachten 33.492 euro op. Toegangstickets: 44.977 euro.
Men had gemikt op 40.000 bezoeken. Het werden er bijna 20.000. Dat is 2/3de van het totale aantal bezoekers in heel het jaar 2006.

De kosten nu.
Men heeft voor 42.904 stukken aangekocht. Ook veel geld voor “materialen”: 34.726 euro. Catalogi en ander drukwerk kostte 168.285 euro. Promotie: 47.095 euro. En ja, die prestigieuze opening mocht ook wat kosten. Catering, in totaal: 30.017 euro.
Maar de grote uitgaven gingen naar vergoedingen aan “derden”: 168.285 euro ! Voor wetenschappelijk onderzoek, voor een “off-programma”(98.492). Nogmaals communicatie (90.606).
Verre van de gedachte dat alles gratis is. Maar wie heeft er hier allemaal schoon geld aan verdiend? Kunst als commercie. (Net als sport.)

Allez, ’t is voorbij.
De website www.kunstwerkstede.be ligt plat.
Er is een vzw Stichting De Coene. Voorzitter is Philippe De Craene uit Russeignies. Secretaris: Marc Goethals uit Bellegem. Ondervoorzitter: Achilles Daelman uit Marke. Die vzw heeft jammer genoeg geen eigen website. Maar is wel een pagina te vinden op www.decoene2006.be.
Waarom publiceert de vzw zijn jaarboeken niet op internet?

Weet u wat er zou moeten gebeuren?
Dat er rondom De Coene een (één?) website up to date wordt gehouden
.
Bezoek nu maar eens vlug www.decoeneartvillage.be !!
Bestaat al drie jaar. Zeer goed gedocumenteerd, over alles en nog wat (houtsoorten!). Talloze foto’s en tekeningen.
Gemaakt door ingenieur-architect Noël Hostens uit Roeselare.
Die virtuele tentoonstelling kan toch wel wat projectsubsidies krijgen van de Stad van design, creatie en innovatie?

Resultaten koopstromenonderzoek voor Kortrijk

In het voorjaar 2006 heeft het WES een grootschalig bezoekersstromenonderzoek uitgevoerd bij 9.000 gezinnen in onze provincie. Hierbij werden in elke gemeente minstens 100 gezinnen bevraagd.
Een aantal resultaten met betrekking tot het koopstromenonderzoek zijn nu pas gepubliceerd in het laatste nummer 218 van “West-Vlaanderen werkt”.
Hoofddoel van de enquête was inzicht verkrijgen in het bezoek- en koopgedrag van gezinnen.
Men vroeg zich af hoe het zat met de bezoek- en bestedingsbinding: de mate waarin gezinnen hun (koop)activiteiten verrichten binnen de gemeentegrenzen.
Ook hoe het zat met de bezoek- en bestedingsattractie, dat is de mate waarin de gemeente ook bezocht wordt door inwoners van andere gemeenten.

Hierna zullen we ons voorlopig beperken tot de bevindingen met betrekking tot het koopgedrag van de West-Vlamingen met betrekking tot onze stad.

Eerst wat definities.

Koopbinding
Het percentage van inwoners dat bepaalde goederencategorieën het meest in de eigen gemeente aankoopt.

Koopvlucht
Het omgekeerde. Hoeveel inwoners (percentage) trekken naar andere gemeenten?

Koopattractie
De mate waarin inwoners van andere gemeenten het meest beroep doen op de (onze) gemeente.

Dagelijkse goederen (convenience goods)
Voor dagelijks gebruik en in hoge frequentie aangekocht. Een brood.

Periodieke goederen (shopping goods)
Men gaat hiervoor shoppen, kijkt en kiest en vergelijkt. Bijvoorbeeld: kleding.

Uitzonderlijke goederen (speciality goods)
Eerder zelden aangekocht. Hebben belangrijke invloed op het gezinsbudget. Voorbeelden: meubelen, tapijten, juwelen, audiovisuele artikelen.

KOOPBINDING VOOR DAGELIJKSE GOEDEREN
10 West-Vlaamse gemeenten hebben hiervoor een binding van minstens 90 procent. Koploper met niet minder dan 97,3 procent is Knokke-Heist. In Roeselare kopen net 90 procent hun dagelijks brood of fruit of vlees in eigen stad. Brugge scoort met 90,7 procent.
Kortrijk zweeft ergens tussen de 70 en 85 procent. (Juiste cijfer is opgevraagd.)

KOOPBINDING VOOR PERIODIEKE GOEDEREN
De grootste binding hier wordt vastgesteld in Brugge (89,7 %) en Roeselare (88 %). Kortrijk staat met 72,4 procent op de zevende plaats, gelijklopend met Waregem. In Roeselare kopen de eigen inwoners vooral artikelen in de categorie sport en spel en doe-het-zelf.

KOOPBINDING VOOR UITZONDERLIJKE GOEDEREN
Brugge met wooninrichting (80,1 %), Knokke-Heist met zijn juwelen (79,1 %) en Roeselare – op de derde plaats – (76,6 %) doen het weer goed.
Kortrijk: 66,6 procent en weer zevende plaats.

KOOPVLUCHT
Trek de koopbinding af van 100 procent.
Dat zou nu een keer interessant zijn om na te gaan.
Waar gaat de Kortrijkse bourgeoisie zijn inkopen doen?
En wij ons water halen?
Inbegrepen politiekers en de meest hoge, hoogste ambtenaren (A5).
We hebben hier toch veel studenten in hogescholen (marketing) die daar via een “thesis” bij Leiedal ingediend een prijs zouden kunnen bij winnen. Subsidies van Interreg. Zoveel werk is het nu ook weer niet. Beetje telefoneren. Steekproefje samenstellen via Gouden Gids. Case-studie! Even familie Vlerick bellen. Of Ivan Sabbe en dergelijke meer. Al die gasten zien Kortrijk graag hoor. Veel meer dan wij, dat is echt waar. Ze doen alles voor ons, terwijl je dat niet ziet.

Nu enkele feiten.

KOOPATTRACTIE VOOR SHOPPING
Brugge en Roeselare tellen elk 27 gemeenten die behoren tot hun invloedsfeer. Het zijn de grootste commerciële aantrekkingspolen in onze provincie.
Raar is dat inzake aantrekkingskracht Kortrijk geen zogenaamde “directe zone” kent. Dat wil zeggen: naburige gemeenten waarvan minstens 60 procent van de inwoners het meest beroep doen op onze stad voor de aankoop van shopping goederen. Maar respondenten gaven aan dat ze hun inkopen deden in Kuurne, stom – terwijl ze eigenlijk het Ring Shopping Kortrijk-Noord bedoelen.
Tot de “indirecte zone” van Kortrijk behoren de gemeenten Wevelgem, Kuurne, Harelbeke, Deerlijk, Zwevegem, Avelgem, Spiere-Helkijn. In deze gemeenten richten zich tussen de 20 en 40 procent voor shopping tot Kortrijk. Lendelede en Menen en Waregem bijvoorbeeld behoren al tot de “zwakke zone”. Aantrekkingskracht aldaar is minder dan 20 procent.

P.S.
* Nadere gegevens voor Kortrijk zijn opgevraagd bij het WES. De zgn. ‘gemeentelijke fiche’.
* Kent er iemand de uitslagen van marktonderzoeken gedaan door Foruminvest (NV-Sint-Janspoort)? De verschillen???
* En indertijd van Cora-Moeskroen? (Niemand hoort daar nog van. Heeft Stad Kortrijk nu al die aanslepende rechtszaken eindelijk eens stopgezet?)
* Zo nu en dan was ik ook telefonisch bevraagd. (Door de StadsMonitor.) Juffers aan de telefoon. Weten totaal niet waar ze het over hebben.
Staan perplex als je zegt geen antwoord te hebben (ja of neen, of misschien, of ik weet het niet) over hun meerkeuzevragen. Als je zegt dat de vraagstelling verkeerd is.
’t Is niet eenvoudig.
Maar dat is politiek.

Stadswachten (2): wat vragen

Eerste vraag: hoeveel zijn het er eigenlijk?

In de voorbije jaren was er altijd sprake van een contingent van 22 medewerkers en die vielen nog onder het PWA-statuut. Of dit contingent wel altijd was opgevuld is ook de vraag.
Over het verloop bij het personeel (vrijwillige of gedwongen ontslagen, vervangingen, nieuwe aanwervingen, overgangen van PWA naar ACTIVA) is er sinds enige tijd geen openbaarheid van bestuur meer. We weten ook niet hoeveel van die medewerkers een contract hebben van onbepaalde duur.
En in de herfst van vorig jaar was er zelfs sprake van een bijkomend contingent van 11 voltijdse equivalenten (VE). Hoe staat het daarmee?

Over de overgang van PWA-stadswachten naar ACTIVA-stadswachten.

In 2003 al is voor de reglementering inzake de tewerkstelling van stadswachten een nieuw statuut uitgewerkt.
Voor wie daar meer wil over weten: zie het K.B van 19 maart en de omzendbrief van 19 maart 2003 in het SB dd. 4 april 2003. Ook de site www.sd.be is voor de geïnteresseerden althans reuze-interessant.
Stadswachten zijn nu volwaardige stadspersoneelsleden, als zij tenminste geslaagd zijn in de overgang naar het ACTIVA-stelsel.
Zij worden nu ook vergoed volgens de gemeentelijke barema’s. Kunnen zelfs een bediendencontract hebben. Hangt af van de taken.
Hoeveel dat er zijn? Alweer geen idee.

De overgangsregeling bij de vervanging van PWA’ers door ACTIVA’s is uitermate ingewikkeld. Even zien of de bevoegde schepen daar al zicht op heeft.
In Kortrijk zijn stadswachten in een 3/4de tijds arbeidsregime tewerkgesteld. Vermoedelijk is de situatie dus zo dat er hier voor één ACTIVA drie posten van PWA-stadswachten moeten wegvallen. Tenminste als men van Binnenlandse Zaken een tegemoetkoming van 315 euro wil krijgen. Best om uitleg vragen aan schepen Jan de Bethune, nu hiervoor bevoegd.

Over de aanwervingen.

Stadswachten dienen ter bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden. Dus niet enkel voor onze veiligheid.
Hoe gebeurt de aanwerving precies? Hoe maakt men vacatures bekend?
Zijn er spontane sollicitaties?
Wie werft aan? De coördinator? Is er een soort sollicitatieproef?
Hoe verloopt de opleiding? Wat zijn de slaagkansen?
Waarom telt het contingent zoveel vrouwen? Zit daar een systematiek achter?

Over de flexibiliteit van de stadswachten

Hoeveel uren werken zij, per dag, per maand, per jaar?
Op welke dagen en welke uren? Ook op feestdagen? Des avonds?
Zijn ze in het bezit van peperspray? Kunnen ze allemaal lezen?
Hoeveel zijn er per dag op straat? Zijn ze per GSM of GPS traceerbaar?
Krijgen zij per paar (duo) een specifiek werkterrein of specifieke opdrachten?
Maken zij dagrapporten? Meldingsverslagen? Hebben ze signaalkaarten?
Hoeveel uren worden er per taak besteed?
Is er enige coördinatie met de patrouillerende politie? Zodat ze niet naar mekaar moeten zwaaien of kushandjes werpen?
Zijn er geregeld vergaderingen met de coördinator? Met de bevoegde schepen ook? (En wie is die coördinator?)

Over het bijkomend contingent

Sinds 1 januari 2006 mochten steden en gemeenten die in het kader van een preventie- en veiligheidsplan een conventie hebben afgesloten met de FOD Binnenlandse Zaken een bijkomend contingent stadswachten aanwerven. En wat meer is: de minister had hiervoor véél centjes ter beschikking. Voor elke aanwerving kon men een forfaitair bedrag van 420 euro per werknemer/voltijdse maand krijgen. Voor “tewerkstellingskosten”.
Bovendien kon er per jaar en per betrekking 371,84 euro toegekend voor kosten verbonden aan de uitrusting (die paarse jas), werkingsmiddelen en investeringen (kantoor bijv.).

Stad Kortrijk heeft ook zo’n conventie afgesloten.
Minister Dewael voorzag hiervoor voor onze Stad vorig jaar een bedrag van 61.017,60 euro. (M.B van 17 mei 2006.)

Grote vraag: hebben we die som binnengerijfd?
Hebben we de bepalingen uit de conventie nageleefd?
Meer speciaal nog: hebben we vóór 31 maart van dit jaar hiertoe alle financiële bewijsstukken ingeleverd?? Zoniet moeten we alles teruggeven. Vraag het aan de bevoegde schepen.

Over de restkost

Met restkost bedoelen we het bedrag dat Stad zelf netto voor de stadswachten moet ophoesten. Dus wat de uitgaven zijn van Stad zelf, minus de ontvangsten, oftewel de tegemoetkomingen van de hogere overheid.
Probeer dat maar eens te vinden in onze stadsbegroting.
Voor Oostende bijvoorbeeld is dit alles netjes te vinden in de artikels 330/12/122 tot124. Uitgaven voor studies. Kantoorbenodigdheden. Telefoonkosten. Kosten opleiding. Technische benodigdheden. En in art. 330-12/465-01 staan de bijdragen van de hogere overheid. Rubriek “justitie en politie”.
Bij ons ontbreekt deze post daar, en moeten we gaan zoeken in 84032. Rubriek “sociale hulp en gezinsvoorzieningen”.

Ik zoek nu even.
Niet te doen.
De stadswachten komen niet specifiek ter sprake.
Men heeft het over het globale preventiecontract, en dat gaat over méér dan stadswachten.
Toch even dit ter info.
Aan bezoldigingen (inbegrepen vakantiegeld, RSZ, etc.) wordt er inhet kader van het preventiecontract voor dit jaar aan uitgaven ca. 536.000 euro begroot. En de globale bijdrage van de hogere overheid is 409.000 euro.
Schepen Jan de Bethune schuift voor dit jaar op de komende gemeenteraad (16 april) evenwel een bedrag van 524.953 euro naar voor als ontvangsten… Die meevaller is ook weer een vraag waard. Dat zou betekenen dat heel het project “veiligheid en preventie” aan Stad bijna niks kost. (De belastingbetaler natuurlijk wel.)

Evaluatie

In de loop van dit jaar belooft de schepen een evaluatie van alle acties in verband met het veiligheids- en preventiecontract.
Dus ook over de stadswachten. Het wordt tijd.
Op internet vond ik over de stadswachten in Oostende voor 2005 al een onvoorstelbaar gedetailleerd evaluerend rapport. 24 bladzijden. Op internet ! Onder het bewind van schepen de Bethune ziet men dat niet zo vlug gebeuren.

Stadswachten (1): wat mogen ze doen en niet doen?

Stadswachten nooit verwarren met pakmadams, buurtwerkers, lijnhelpers, zwaantjes, straathoekwerkers, hulpagenten, fietsende agenten, burgeragenten, raster- en centrummanagers, fox’en, of straatcamera’s en honden. BIN. Wijkagenten.
’t Is allemaal voor onze veiligheid, dat wel.

Nu eerst vertellen wat de paarse dames niet mogen doen. (Soms doen zij het ook niet.)

Zij (het zijn allemaal vrouwen?) mogen niet samen lopen tateren over koetjes en kalfjes en naar étalages kijken. Want dan merken ze dat verstopt rioolputje geeneens op. Ze mogen ook niet bang weglopen als je ze net iets wil vragen, of als er een kleine calamiteit dreigt. Zij mogen in ’t kortrijks dan toch een praatje slaan met onze andersgekleurde medemensen.
Zij mogen enkel lopen op voor het publiek toegankelijke plaatsen die tot het openbaar domein behoren. Dus: verkeerswegen (tot en met inbegrip van bermen), openbare ruimtes zoals parken, pleinen en openbare parkings.
Zij mogen enkel werken in rechtstreekse opdracht van de gemeentelijke overheid en voeren geen taken uit voor andere opdrachtgevers. Je mag ze dus geen dienst vragen, in de trant van: haal eens dat papiertje of die stadskrant voor mij op.
Zij kunnen niet ingezet bij andere dan door de gemeente georganiseerde evenementen.
Zij kunnen niet ingezet voor taken op private, niet publiek toegankelijke plaatsen.
Evenmin op alle andere plaatsen, beheerd door andere dan de gemeentelijke overheid. Bijvoorbeeld: een ziekenhuis, de parking van een warenhuis. Want dan begint dat te lijken op een bewakingsopdracht en dat is enkel voor bewakingsfirma’s weggelegd.
Er dient duidelijk te worden gesteld dat stadswachten geen politionele bevoegdheid hebben, noch bevoegdheden in het kader van de private veiligheid.
Zij mogen op geen enkele wijze ingezet voor het uitvoeren van een gemeentelijke tax- of retributiereglementering. Dat wil zeggen: het vaststellen van omstandigheden waarbij een retributie of belasting toepasbaar lijkt. MET DE NIEUWE WET OVER DE “GEMEENSCHAPSWACHTEN” ZAL DIT VERANDEREN.

Wat mogen ze dan wel?

Curieus is dat omtrent de taken van stadswachten de teksten op de websites van de RVA, van de federale regering (belgium.be), van het parlement of in ministeriële circulaires nogal eens verschillen van elkaar. Zo mogen ze de ene keer “klusjes opknappen”, en in andere teksten dan weer niet. In Oostende mogen ze zelfs hondenpoepzakjes uitreiken. Of ze mogen toezicht houden in “wijken”, terwijl elders dan sprake is van “sociale wijken”, of “hoogbouwwijken”, of “vervallen wijken” of “gebouwengroepen”. Volgens de RVA mogen ze optreden IN openbaar vervoer, en in andere teksten enkel in of op de omgeving van openbaar vervoer.

Wij houden het bij de circulaire van 19 maart 2003 met de specifieke richtlijnen voor Stadswachten met Activa-statuut (Staatsblad van 4 april 2003) plus het antwoord van de minister op een schriftelijke vraag van kamerlid Marleen Govaerts, gesteld op 23 november 2006 en beantwoordt door de minister van Binnenlandse Zaken op 16 maart 2007 (Bulletin van 19.03.2007).

Het gaat officieel om volgende taken:

  1. De aanwezigheid en het toezicht bij de uitgang van de scholen.
  2. De aanwezigheid en het toezicht in de omgeving van en in sociale woonwijken. NIET HET MILJOENENKWARTIER. NIET IN BELLEGEMBOS. NIET OP DE DAM.
  3. De aanwezigheid en het toezicht op en in de omgeving van het openbaar vervoer. (Haltes, stations.)
  4. Het verhogen van het veiligheidsgevoel door te waken over de gemeentelijke infrastructuur, in te staan voor preventiecampagnes, het sensibiliseren van de bevolking. Ze mogen bijvoorbeeld zeggen aan ons : doe eens uw broek of uw handtas dicht. Sluit uw wagen. Uw hemd puilt uit. Zet beter uw fiets daar en laat die graveren. Niet in de bomen klimmen.
  5. De aanpak in verband met de bescherming van het milieu. Hou op met uw BBC! Dennenverbranding.

Heel belangrijk is nog dat stadswachtinnen een rapport mogen opstellen over inbreuken die uitsluitend beteugeld worden met gemeentelijke administratieve sancties. Bijvoorbeeld: geluidsoverlast.
MAAR. Bij ons in Kortrijk kan dat nog niet!
Want in onze stad zijn er nog geen gemeentelijke administratieve sancties (GAS) voorzien. Een jurist van Stad is daarover al sinds juni 2005 aan het studeren. In april vorig jaar werd beslist om in de schoot van Leiedal nog wel een werkgroep op te richten ter voorbereiding van een uniforme regeling voor een politieverordening op het niveau van het gerechtelijk arrondissement. Dus niet enkel voor onze politiezone VLAS. Die werkgroep is al 11 keer samen gekomen. Geld dat dat kost. En het is allemaal eenvoudig. Gewoon afkijken wat elders gebeurt. De conferentie van burgemeesters (waar men nooit een verslag van ziet of hoort in de gemeenteraad) hoopt op 11 mei aanstaande met een definitieve tekst naar buiten te komen.

Op de komende gemeenteraad van 16 april wordt het veiligheids- en preventieplan 2007-2010 besproken. Schepen Jean de Bethune is daar nu verantwoordelijk voor. Hij huist nog altijd in Marke – voelt zich daar veilig – en niemand weet of hij nu al wel zijn emails leest.
Vandaar dat we langs deze weg nog enkele vragen zullen stellen met betrekking tot de stadswachten.

Security en fuiven zonder fuifbuddies

Kan een gemeente de inzet van veiligheidsmensen systematisch verplichten?

Pff.
De wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid bepaalt diverse regimes voor de organisatie van de “security” op fuiven.
Deze kan worden uitgeoefend door professionele firma’s, of door de eigen interne bewakingsdienst, of door leden van de eigen vereniging onder het vrijwilligersregime.
Er is in de wet ook de mogelijkheid voorzien om onder bepaalde voorwaarden en in bepaalde gevallen bescherming, controle en toezicht te verplichten. Probleem is dat er nog altijd geen K.B. is dat de modaliteiten bepaalt.
Met andere woorden: een bewakingsdienst is niet verplicht.
Maar … de wet verbiedt de gemeenten ook niet uitdrukkelijk om bewaking als voorwaarde op te leggen voor de organisatie van een evenement. Wie de legitimiteit of opportuniteit van zo’n reglement wil betwisten kan zich wenden tot de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden.

Kan een burgemeester organisatoren van fuiven verplichten om in de omgeving van een fuifzaal te patrouilleren?

Neen.
Het patrouilleren (persoonscontrole) op de openbare weg is in principe voorbehouden aan de politiediensten. Inbreuken op deze regel door private bewakingsdiensten worden door hoge administratieve geldboetes gesanctioneerd.

Hoe bewaking organiseren?

1. Organisatoren kunnen een vergunde bewakingsonderneming inhuren en op die manier beroep doen op professionele bewakingsagenten.
2. Organisatoren kunnen in bepaalde omstandigheden voorzien in een eigen bewakingsdienst met vrijwilligers.
Er zijn wel voorwaarden aan verbonden. Het mag enkel sporadisch gebeuren en kosteloos. De vrijwilligers moeten lid zijn van de organiserende vereniging. Zie nog de wet (art. 2) en twee omzendbrieven van 19 november 1999 en 7 maart 2001.

Het inzetten van zgn. “fuifbuddies” kan niet !(Fuifbuddies zijn zogezegd gevormde personen die onder de mom van “vrijwilligers” op tal van organisaties hun diensten aanbieden.)

Stefaan Bral nu schepen van Leefmilieu en Sport

Op de officiële website van Stad is Stefaan Bral nog altijd ook schepen van (grote) evenementen. Dit is nochtans niet meer het geval.
Die taak (Bruisende Stad) is gewoon geschrapt.
Stefaan (derde schepen) is nu “enkel” nog bevoegd voor leefmilieu, afvalstoffen, publiek domein (luik groen) en sport.

Aangezien sinds minister van cultuur Bertje Anciaux nu alles wordt aangezien als cultuur zullen grote evenementen voortaan wel georganiseerd worden door onze nieuwe schepen van cultuur. Dat is niet minder dan de burgemeester zelf!

Op de website van Stad kan men de verdeling van de bevoegdheden binnen het College niet vinden.
We zetten ze dus even op een rij.

Burgemeester Stefaan De Clerck

Strategische planning (inclusief Europese zaken en rasterstad)
Cultuur
Communicatie en recht
Politie en brandweer
Protocol.

In de vorige legislatuur was de burgemeester nog bevoegd voor het meldpunt, pers, externe betrekkingen, opvolging intercommunales.

Lieven Lybeer
Werk, wonen en welzijn.

Werk (inclusief sociale economie)
Wonen
Welzijn (incl. sociaal beleid, integratie, senioren, mindervaliden)
Gebiedgerichte werking (in tandem met Jean de Bethune)
Jumelages.

Voorheen had hij nog het personeel tot zijn bevoegdheid en jeugd.

Wout Maddens
Stedenbouw en ruimtelijke ordening.

Stedenbouw (inclusief bouwkundig erfgoed)
Ruimtelijke ordening
Huisvestingsreglementering
Grondbeleid.

Dat is zo ongeveer de bevoegdheid die vroeger bij Frans Destoop berustte. Merk op een mogelijke conflictsituatie met Lybeer (wonen) en Leleu (wegen, mobiliteit).

Stefaan Bral
Leefmilieu en Sport.

Was voorheen schepen van cultuur, toerisme, feestelijkheden, sport, recreatie, volksontwikkeling.

Guy Leleu
Infrastructuur en mobiliteit.

Publiek domein (wegenis, infrastructuur, rioleringen)
Mobiliteit
Parkeerbeleid (inclusief Parko).

Ongeveer wat hij vroeger deed.

Alain Cnudde
Jeugd en financiën

Financiën
Jeugd
Kinderopvang en gezinsbeleid
Vrijwilligerswerk
Ontwikkelingssamenwerking.

Nieuw voor hem is Jeugd.

Hilde Demedts
Personeel en facility.

In vergelijking met vroeger is dit wel een beetje een bevordering, maar ze blijft geen volledige bestuursperiode.

Jean de Bethune
Economie, onderwijs en toerisme

Economie (ook landbouw, markten, foren, braderieën)
Onderwijs
Toerisme
Ontmoetingscentra
Preventiebeleid
ICT
Kerkfabrieken
Gebiedsgerichte werking.

Hij verliest dus facility. Maar heeft alles wat ICT is in handen.

Marie-Claire Vandenbulcke
Burgerzaken en administratieve vereenvoudiging.

Bevolking
Burgerlijke Stand
Begraafplaatsen (administratief beheer)
Kiezerslijsten
Administratieve vereenvoudiging

Dat laatste is volkomen nieuw. Voor het overige erft zij de taken van Hilde Demedts. Uitgenomen juridische zaken, veiligheidplan.
De schepen wordt later ook vervangen.

Weblog over het reilen en zeilen in de Kortrijkse politiek door Frans Lavaert