Ja, dat weet iedereen.
Onze Vincent Van Quickenborne – vaak een politieke beest genoemd – is van geen kleintje vervaard.
Pas ontslagnemend als Minister van Justitie of daar duikt hij alweer officieel op maandagochtend 23 oktober op in het Kortrijks stadhuis om, middels een persconferentie, maatregelen aan te kondigen die al meteen getuigen van zijn kaduuk moreel kompas, op politiek vlak alleszins.
Vincent Van Quickenborre is de letterlijke verpersoonlijking van een volstrekt Amorele politieker.
En dat heeft hij alweer aangetoond, zij het nu even in zaken die niet onmiddellijk van levensbelang zijn. Het gaat om akkefietjes, jawel, maar ze zijn alweer symptomatisch voor geheel het politieke zijn van onze burgemeester.
Ter vertroosting van de arme Ruthie, die tot vorige vrijdagavond 20 oktober nog waarnemend burgemeester mocht spelen, “bevordert” Quickie haar (zonder te lachen) tot wat hij noemt een “super-schepen“. Met een pak extra “bevoegdheden” nog wel!
Ja zeg. (Zie nog verder.)
Het begrip ‘super-schepen” in de juridische zin bestaat natuurlijk niet. Dat weten we allemaal; dat deze benaming figuurlijk is bedoeld. Maar als we dan toch even die term willen hanteren, dan is het toch voor elke waarnemer van de Kortrijkse politiek duidelijk dat we als DE tenoren van de huidige tripartite (in willekeurige volgorde) zondermeer en wel degelijk de schepenen Wout Maddens en Philippe De Coene kunnen aanzien. Zonder stilzwijgende goedkeuring van die twee schepenen gebeurt er hier niets.
Toegegeven. Waarnemend burgemeester Ruth Vandenberge had al die voorbije drie jaren weliswaar een heel belangrijke politiek-complementaire rol, met name die van een representatieve en zeer geliefde Miss Kortrijk. Op dat vlak schreef zij al geschiedenis, waarvoor dank van de Kortrijkzanen.
Juridisch is het tevens zo – en de gewezen Minister van Justitie, tevens jurist, weet daarvan hoor! – dat schepenen eigenlijk geen eigen bevoegdheid hebben, in die zin dat zij niet zelf, individueel kunnen beslissen. Een College besluit collegiaal. De zgn. ‘bevoegdheden’ van schepenen slaan op een interne werkafspraak, een taakverdeling. Straks dus meer over de nieuwe taken die Ruthie door haar baas (de eerste in rang!) zijn toebedeeld.
Burgemeester Van Quickenborne heeft blijkbaar ook “iets goed te maken” ten opzichte van zijn vervangster. Als lefgozer eerste klas heeft hij daarom Ruthie zonder verpinken alreeds op maandagochtend 23 oktober uitgeroepen tot eerste schepen.
Quickie springt als jurist gedurfd en kwistig om met decretale regelgeving. Om te beginnen deed hij die schijnbaar vertroostende geste ten opzichte van Ruthie zonder raadpleging of beluit van zijn schepencollege. Tegelijk weet Quickie maar al te goed dat de rangorde van een schepen wordt bepaald in een eerste gemeenteraadszitting na de verkiezingen en (sinds 3 april 2023) pas door een gemeenteraad kan worden gewijzigd.
Gewezen minister van Justitie Van Quickenborne begaat hiermee dus wat hij zelf in andere omstandigheden een “een fout, een onaanvaardbare fout” zou kunnen noemen.
En mogen we hierbij onze Ruthie in dit verband even een wetenswaardige toelichting geven?
De rangorde van een schepen was misschien vroeger van enig historisch belang, maar nu absoluut niet meer. Dat u eerste schepen wordt (in de plaats van Wout Maddens nog wel…) wil doodgewoon zeggen dat u in de eerste plaats in aanmerking komt als mogelijke vervanger van Quickie als hij een keer afwezig is. En bent u op dat moment toevallig zelf niet thuis? Dan is het de beurt aan de tweede schepen. (Is dat nu niet…Maddens?)
Op de website van Stad draagt Ruth Vandenberghe nu volgende titel: “Schepen van Dienstverlening, Energie, Nette Stad en Kortrijk Spreekt en 1ste schepen“.
Het domein “Energie” is nieuw voor haar want zij is nu zoals gezegd super-schepen. Een taak overgeheveld van de portefeuille van schepen Allijns. Volgens mij ligt die materie haar toch niet zo goed, net zo min als die andere nieuwe ‘bevoegdheid’: “Digitale Transformatie“. Die laatste materie behoorde vroeger tot de taak van burgemeester Van Quickenborne. En Quickie gaf haar ook nog “Protocol” mee als taakstelling. (Dat vinden we persoonlijk wel geschikt voor haar.) Van Allijns ten slotte kreeg zij nog “Toerisme“.
Onze eerste schepen kreeg dus vier nieuwe domeinen toegewezen als we een vergelijking maken met haar bevoegdheden van indertijd, als nieuwe schepen in het jaar 2019.
Maar ook – en dat is wel merkwaardig – “een pak” minder!
Wat raakte zij kwijt in vergelijking met haar taken in 2019?
Drie zaken, die Wouter Allijns nu allemaal in handen krijgt: ontmoetingscentra, coördinatie wijkteams, vrijwilligers. (Wat we niet verstaan is dat de kwestie “deelgemeenten” zowel bij Allijns als bij Ruthie gerangschikt staat.)
Voor het overige kunnen we nog vermelden dat Ruthie opnieuw verantwoordelijkheid draagt voor 12 domeinen die zij al kent en beheert van vroeger, van in het jaar 2019. Het lijstje vindt u op de site van Stad. (Het zijn er wel “slechts” 15 en geen 16 in totaal zoals aangekondigd op de persconferentie.)
Zij is door de jaren heen vooral bekend gebleven voor haar beleid inzake ‘nette stad’, ‘afvalbeleid’, ‘Kortrijk Spreekt’.
Spoiler: we willen uitvissen wat de deelfabriek kost (1)
Ja, we verraden al even waarmee we nu al ontelbare uren bezig zijn: de vraag naar wat “de restauratie en herinrichting van de oude brandweerkazerne” nu eigenlijk heeft gekost, of nog zal kosten.
Het stuk dat we daarover aan het brouwen zijn zal ons natuurlijk niet in dank worden afgenomen.
Vandaar dat we het komende artikel in onze alternatieve stadskrant over die ingewikkelde prijsvorming enkel ter lectuur aanbieden aan lezers die gewend zijn van kranten door te nemen waar nog aan ernstige onderzoeksjournalistiek wordt gedaan. Die dus een journalist die zich toelegt op kritische, onafhankelijke, evenwichtige, accurate, volledige berichtgeving – die evenwel bestuurders onwelgevallig kan zijn – niet onmiddellijk hel en verdoemenis toewensen.
Want dat is wat kortrijkwatcher overkomt.
Hoe vaak gebeurt het niet dat de ‘senior writer’ van deze krant een belangrijk project van Stad volkomen genegen is, maar dan tot zijn groot ongenoegen toch weer eens moet constateren dat er nogal wat losse eindjes aan zijn verbonden. Slechte of vooringenomen lezers menen dan automatisch dat we er danig op gebrand zijn om maar weer eens een knuppel in het hoenderhok te gooien. Nou, dat is wel eens het geval, zeker als een plaatselijke 0,00%-journalist voor de zoveelste keer getuigt van complete ondeskundigheid en onwetendheid over de Kortrijkse politiek of in samenwerking met een burgemeester of schepen regelrecht de waarheid geweld aan doet.
Als verslaggever beoogt kortrijkwatcher met zijn verhalen ten gronde informatie te geven die je in veel gevallen nergens anders leest. Onze plaatselijke politiekers (en hun aanhangers) zijn zo’n controversiële berichtgeving simpelweg niet gewoon, – dat soort van “compliance review” over hun werkzaamheden. Ja, soms kan wat we hier publiceren een ontluisterende werking hebben zodat de betrokkenen zich genoodzaakt zien om de genaamde kortrijkwatcher gemakshalve te bestempelen als een negativo, een verzuurd iemand (azijnpisser), een gefrustreerde pipo.
Een spoiler wil toch iets verraden?
Wel, onze redactie is dus weer eens in de papieren gedoken en staat ongewoon verbaasd over de uiteenlopende budgetten voor “de restauratie en herinrichting van de brandweerkazerne” en de onwaarschijnlijke evolutie ervan. Een continue budgetoverschrijding. Het stopt niet. En de afrekening moet nog komen…
Slechts één voorbeeld (spoiler!).
Op de website van Stad vinden we voor de Deelfabriek de ene keer (zonder datum, maar nu nog altijd te lezen) een totaal budget van 4.586.364,91 euro, de andere keer (met datum van 10 oktober) een bedrag van 6.251.561 euro.
O ja, eer we het vergeten.
De persoon die op het idee is gekomen om de vroegere brandweerkazerne een nieuwe bestemming te verlenen als deelfabriek weze ten hemel geprezen ! Het is wellicht het mooiste, ingrijpendste, maatschappelijk meest grensverleggende project van deze tripartite.
Doe zoals kortrijkwatcher. Stem de Deelfabriek naar een overwinning op de ESSA Awards. Te vinden als “The Sharing Factory” in de categorie genomineerden met als benaming “Collaborative Practice”. Stemmen kan via de website van Stad.
Journalisten en gemeentefinanciën, dat gaat niet samen
Het weekblad “De Krant van West-Vlaanderen” pakt vandaag – een jaar voor de verkiezingen – uit met een antwoord op de vraag “hoe doet jouw gemeente het?”. Exclusief! De redactie gaat daar heel fier over. Dat zij dat kan, voor 64 gemeenten.
Voor Kortrijk is er naast het rapport om een onbekende reden nog een apart stukje speciaal gewijd aan de domeinen “zorg” en “onderwijs”. Beide gestoffeerd met cijfergegevens van resp. schepen Philippe De Coene (Vooruit) en Kelly Detavernier (N-VA). We gaan daar nu inhoudelijk niet op in maar beperken ons louter tot het lezen van de introductie bij dat artikel. Die is getiteld: “80 miljoen euro voor de zorg” en geschreven (in feite: genoteerd) door ene Jules Fremaut.
– Eerste zin:
“Sinds de stadscoalitie in 2019 zijn tweede legislatuur begon, spendeert ze jaarlijks gemiddeld 275,7 miljoen.”
Vanwaar komt dat cijfer? denkt kortrijkwatcher dan.
– Tweede zin:
“Dat blijkt uit een dataonderzoek van ‘De Tijd’.”
OEI. Dat onderzoek kennen we niet. Onze Jules geeft geen nadere details. Datum onbekend. Wat ons echter perplex doet staan is dat Jules dat gemiddelde van wat Kortrijk ‘spendeert’ niet zelf een keer heeft uitgerekend. Zou Jules niet op de hoogte zijn van het loutere bestaan van meerjarenplannen (budgetten) en jaarrekeningen? Dat die documenten open en bloot te raadplegen zijn op de Kortrijkse website? We achten dat dus heel goed mogelijk, het bedroevende niveau kennende van onze lokale pers.
Als hij dan toch zijn taak niet aankon, waarom heeft hij het bedrag niet opgevraagd aan de financieel directeur? Of heeft onze Jules misschien geen weet van het bestaan van Johan Dejonckheere? Zou waarlijk best kunnen. We kijken nergens meer van op, als we die plaatselijke “journalisten” aan het werk zien.
– Derde zin dan:
“De uitgavenposten zijn divers: van mobiliteit over vrije tijdsbesteding tot zorg en opvang.”
Het is goed dat Jules dat weet, dat er meerdere “posten” zijn. Nu moet hij nog leren wat beleidsdomeinen zijn. In het laatste meerjarenplan onderscheidt men bijv. volgende domeinen: algemene financiering (met belastingen en boetes), algemene en veiligheidsdiensten, ruimte, vrije tijd, dienstverlening, sociaal beleid, zorg. (In het oorspronkelijke meerjarenplan veel meer: sport, cultuur, ondernemen, klimaat, enz.)
Kijk. Zo’n introductie als die van Jules ondermijnt al meteen de kwaliteit van die gemeente-rapporten in zijn krant.
Als cijferfetisjist konden we het niet laten om na te gaan of dat geciteerde bedrag dat Kortrijk gemiddeld jaarlijks spendeert wel juist is. Waar dat op slaat. Gaat het om de meest recente gegevens? Jules legt ook niet uit wat de krant ‘De Tijd’ eigenlijk bedoelt met de term “spenderen”.
Gemakshalve gaan we ervan uit dat die krant doelt op wat stad zoal daadwerkelijk uitgeeft inzake gewone werking (‘exploitatie’ genoemd) plus ‘investeringen’ anderzijds. Tevens hopen we dat men in ‘De Tijd’ wel degelijk het onderscheid in acht nam tussen het budget (de raming) en de rekening (de reële uitgave). Want dat kan nogal verschillen.
We nemen bijv. even de investeringsuitgaven van het jaar 2019 onder ogen, het eerste jaar dus van de tweede legislatuur van de tripartite.
– Het initiële budget bedroeg 38.916.234 euro. (Dat was dus wat de coalitie had bedacht te “spenderen” aan projecten, en dat was overigens ook het bedrag waarmee men de Kortrijkzaan om de oren sloeg.)
– Het aangepaste bedrag, het zgn. eindbudget: 28.035.303 euro (De ambities zijn bijgesteld.)
– Het reële bedrag: 20.278.531 euro (Gespendeerd dus.)
We hebben dus met volle moed de jaarrekeningen van 2019 tot en met 2022 doorploegd en komen tot de vaststelling dat stad in die periode van vier jaar voor 148.149.197 euro aan investeringen spendeerde en 148.149.197 euro aan exploitatie-uitgaven.
Totaal: 863.608.449 euro.
Gemiddeld tot op heden is dus: 215.902.112 euro per jaar. 215,9 M per jaar
BIJLAGE (1) over exploitatie-uitgaven
2019: 123.565.653
2020: 181.724.995
2021: 197.779.471
2022: 212.389.133
BIJLAGE (2) over investeringsuitgaven
2019: 20.278.531
2020: 31.022.793
2021: 37.317.194
2022: 59.530.679
Jules! Signaleer dat eens aan ‘De Tijd’. Dat je die bedragen hebt gevonden op de alternatieve stadskrant genaamd “Kortrijkwatcher”.
BIJLAGE (3) OVER DE AMBITIES INZAKE INVESTERINGEN
In de jaren 2019 t/m 2022 heeft stad dus in werkelijkheid 148.149.197 euro geïnvesteerd. UItgegeven.
Wat valt er nog te doen volgens het laatste, aangepaste meerjarenplan? Heel veel !
In 2023 gebudgetteerd: 81.635.334 euro. In 2024 gebudgetteerd: 72.857.309 euro. Totaal: 154.492.643 euro.
Amaai ! De tripartite moet in twee jaar méér investeren dan men gedaan kreeg in vier jaar !
Opdat niemand het zou vergeten geven we nog de bedragen die de tripartite oorspronkelijk voornam te investeren in deze bestuursperiode 2019-2024.
De initieel beloofde investeringsuitgaven om “de beste stad van Vlaanderen” te worden:
2019: 38.916.234
2020: 61.781.887
2021: 51.748.499
2022: 56.109.472
2023: 51.238.674
2024: 38.273.106
Beste lezer. Bij de verkiezingen van 2018 heeft men ons voorgespiegeld dat er in deze lopende bestuursperiode voor 298.067.972 euro zou geïnvesteerd worden.
Weet u dat we pas in mei 2025 zullen kunnen oordelen wat ervan is terecht gekomen? Want dan pas kennen we de rekening van 2024.
Wegwijs doorheen de verkiezingen
Het Agentschap Binnenlands Bestuur heeft vandaag de nieuw versie 2024 gelanceerd van www.vlaanderenkiest.be.
Bevat ook informatie over de verkiezingen van 9 juni voor het Vlaamse Gewest, maar het spreekt dat onze interesse voornamelijk uitgaat naar de lokale verkiezingen (gemeenten en provincie) van 13 oktober.
Voor die lokale verkiezingen is al zeker waard om weten dat de sperperiode ingaat op 1 juli. Vanaf die datum zijn bepaalde propagandamiddelen beperkt of verboden en zijn de uitgaven ook gereglementeerd.
Ter info. Voor Kortrijk mag een lijst dan nog maximaal 1,20 euro uitgeven per kiezer, en een individuele kandidaat 0,030 euro per kiezer.
P.S.
Het is ontstellend hoe ook in Kortrijk de verkiezingspropaganda alreeds is losgebarsten.
Ruthie Vandenberghe bijvoorbeeld is als kandidaat burgemeester niet meer weg te slaan van Facebook en andere media. In een gazet liet zij weten dat haar werkweek uit zowat 73 uren bestaat. Een waar record in vergelijking met de andere burgemeesters uit de regio. Te begrijpen, want zij vereert ook het onnozelste evenement in Stad met haar aanwezigheid. Niet voor niets denken niet-Kortrijkzanen dat zij Miss Kortrijk is. (Wel niet: Tineke van Heule.)
Anderzijds zijn bepaalde schepenen van de beweging “Vooruit” (De Coene, Weydts) aan een waar gevecht tegen Ruthie en Wout (Maddens) begonnen om “in ter meest” in de media te komen.
De derde partij van de coalitie (N-VA) redt zich door uit te pakken met verwezenlijkingen uit de culturele en financiële sector. Axel en Kelly beginnen zich warm te lopen.
Als onze politiekers op dit tempo doorgaan zijn ze al uitgeput als het verkiezingsjaar nog moet beginnen.
Ietwat meer nieuws over de ondergrondse stationsparking
We bedoelen (hopen) dat u hierna wat meer nieuws zult kunnen lezen over de nieuwe parkeergarage dan wat u kon vernemen uit de gazetten. Dus ook wat meer dan het stadsbestuur (schepen Axel Weydts) wil prijsgeven aan de Kortrijks bevolking.
Stad is natuurlijk niet de bouwheer van die parking, en zelfs niet de exploitant. Soms zou je die indruk krijgen als je ziet hoe burgemeester en schepenen in de sociale media bijna doen alsof ze die put zelf hebben uitgegraven.
Heel het stationsproject is eigenlijk het gevolg van een samenwerkingsverband tussen Stad, Parko, NMBS, Infrabel, De Lijn, het Agentschap Wegen en Verkeer. (Vandaar ook dat het zo moeilijk is om inzicht te krijgen in de kosten.) De bouwheer van de parking is NMBS Station. Architect: Eurostation. Hoofdaannemer: de TVH Eiffage-Vlaanderen in samenwerking met Antwerpse Bouwwerken en het zusterbedrijf Vuylsteke. (Tussen haakjes: de tunnel is wel het werk van Besix.)
Een probleempje
De ondergrondse parking Station werd gezamenlijk gebouwd door de NMBS en Stad, want deels op grond van de NMBS en deels op grond van Stad. Vandaar ook dat Stad 18,89% van de totale bouwkost voor haar rekening neemt, en de NMBS 81,11%. De bouwkost konden we nog nergens vinden maar wat we wel weten is dat het stadsaandeel berust op een equivalent van 170,01 parkeerplaatsen van de 900. Die decimalen na de komma bij de verdeelsleutel? dat is géén klucht. (We vinden de aanbesteding niet terug. Kan er ons daar iemand aan helpen?)
Om de NMBS toe te laten het vol genot en gebruik over de autoparking te hebben moeten beide partijen aan elkaar dus een wederzijds erfpachtecht verlenen. Bedoeling is dat stad een erfpacht geeft aan de NMBS voor de ondergrond van hun eigendom; NMBS zal een erfpacht geven aan Stad voor de bovengrond van hun eigendom. Bij ons weten is die akte nog niet verleden. Moet die trouwens niet voor de gemeenteraad komen??
Hoe zullen we de onderhoudskosten en investeringen verdelen?
Volgens het contract in de aanbesteding moten we onderscheid make tussen de jaren na de voorlopige en de definitieve oplevering. Om het gemakkelijk te maken.
– Volgens het bedongen contract staat de hoofdaannemer (Eiffage) gedurende de eerste twee jaren na de voorlopige oplevering in voor de waarborg en onderhoud technieken. Ook vanaf die voorlopige oplevering én uitbating zijn de onderhouden verbonden aan de werking (schoonmaak e.d.) ten laste van Stad én NMBS.
– Bij de definitieve oplevering komt alle beheer en onderhoud zowel ten laste van Stad als van de NMBS.
Sorry, meer duidelijkheid kunnen we niet geven. We vonden wel een verdeelsleutel voor de jaarlijkse exploitatiekost. Die is geraamd op 305.000 euro waarvan Stad 18,89% betaalt, zijnde 57.708 euro. (Voor de resterende manden van dit jaar 30.000 euro.
En hoe zit het met de tarieven?
Dat weten we al wel. Er zijn twee types:
– reizigerstarieven voor abonnees en kortparkeerders volgens de normen van de NMBS;
– niet-reizigerstarieven, ook voor abonnees en kortparkeerders volgens de normen van Stad.
Wat minder bekend is het basisprincipe dat de tarieven voor niet-reizigers nooit lager kunnen zijn dan de tarieven voor reizigers.
Nog minder bekend is dat er een eerste prijsverhoging komt in de volgende legislatuur. Uiterlijk februari 2025. De NMBS past namelijk in februari een jaarlijkse indexatie toe op de tarieven voor reizigers. En Stad zal deze traditie naleven in het kader van het afgesproken basisprincipe.
Er zijn ook opbrengsten
Over de verdeling ervan (enkel van de kortparkeerders?) op basis van een aantal formules is de informatie die ons bereikt onverstaanbaar.
Stad verwacht nog dit jaar zoiets van 30.000 euro. Volgend jaar 160.000 euro.
Men verwacht een positief netto-resultaat ! Voor volgend jaar 100.000 euro.
P.S.
Wist u dat er een ‘stuurgroep’ bestaat? Vier personen, waarvan twee afgevaardigden van Stad.
Vergadert minstens eenmaal per jaar, bij voorkeur in april, en kan ongeveer alles wat denkbaar is bespreken en goedkeuren.
En wist u dat we ooit dachten aan 1.200 parkeerplaatsen over vier niveaus?
Over het exploitatiebudget volgens het tussenrapport (3)
Een vorige keer hadden we het voornamelijk over de stand van zaken betreffende investeringen halverwege dit jaar zoals beschreven in het semestriële budget. (Zoals gezegd: met geen woord besproken in de zitting van september door onze hardwerkende gemeenteraadsleden.)
Het investeringsbudget voor héél dit jaar is geraamd op 83,5 miljoen euro en daarvan is nu al 80 procent vastgelegd en – tja – 37 procent effectief geboekt. In vergelijking met vroeger is dat wel een goede realisatiegraad. (We zijn goedgemutst vandaag.)
(Wat de investeringstoelagen betreft vergaten we een opvallende vaststelling die in het kader van de nieuwe godsdienststrijd in Vlaanderen wel aandacht verdient: het budget voor de “centrale kerkbesturen” is gestegen van 118.128 naar niet minder dan 589.000 euro. Aangezien de raadsleden aan dit semesterrapport niet de minste aandacht besteedden, willen we dat verrassend gegeven toch even in de groep gooien van de meer strijdvaardige, militante vrijzinnigen onder de raadsleden. Alhoewel ik denk dat er hier in onze Raad geen meer zijn.)
Van belang nog was de vaststelling dat de de autofinancieringsmarge op 30 juni van dit jaar toch negatiever was dan normaal: min 20 miljoen. Dat wil zeggen dat het saldo van het exploitatiebudget op dat moment van het jaar te klein was om de kapitaalaflossingen (10,8 M) te dekken. En het exploitatiebudget op zichzelf was al negatief: min 9,5 miljoen.
Nu ja. We geraken aan het eind van het jaar wellicht wel toch uit de put. (Volgens ons meerjarenplan mag die negatieve AMF dit jaar slechts tot -4 M oplopen.) Het is namelijk zo dat de grootste belastingontvangst nog moet uitbetaald, met name de Onroerende Voorheffing. We verwachten van die opcentiemen op de OV niet minder dan 40,32 miljoen. (Van de aanvullende personenbelasting is de helft al wel binnen: 14 op 27 M).
Belastingontvangsten die het intussen wel goed deden zijn:
– gewestbelasting op leegstand en verwaarlozing (140% van het verwachte budget geïnd!).
– leegstaande woningen en gebouwen (116%);
– verwaarloosde en ongeschikte woningen (210%);
– afgifte op administratieve stukken (87%).
Er zijn tussen haakjes ook wel enkele meevallers te constateren:
– hogere ontvangsten uit het gemeentefonds;
– stijging inzake subsidies voor bepaalde projecten en voor Oekraïense vluchtelingen;
– subsidies voor sociale steun;
– minder bezoldigingen dan geraamd o.a. door openstaande vacatures (!).
De fiscale ontvangsten zullen wel degelijk stijgen (voor het gehele jaar geraamd op 75 M tegenover bijna 73 M vorig jaar) en dit in weerwil van het feit dat de parkeerbelasting sinds begin dit jaar omgeturnd naar een retributie. Men schat de impact ervan op de fiscale ontvangsten op MIN 1,5 M.
Aan het hoofdstuk “parkeren en GAS” moeten we toch eens een aparte paragraaf wijden want daarover doen zeer veel misverstanden de ronde, ook en zelfs bij de raadsleden.
Het gebudgetteerde totaal voor deze post voor dit jaar bedraagt 1,36 M. Vorig jaar ging het om 2,29 M.
Die opvallende – schijnbare – vermindering is zeker niet te wijten aan een mogelijk kleinere opbrengst van de gemeentelijke administratieve sancties. (De nieuwe zgn. GAS-5 is zelfs nog niet opgenomen in dit rapport want de politieverordening is pas gestemd. Deze boetes voor “kleine snelheidsovertredingen” zullen minstens een half miljoen per jaar in de stadskas brengen.)
De GAS-parkeren bracht nu al geheel wat méér geld binnen dan wat men had geraamd ! De volle 100 procent ! 515.794 euro. Men deed immers méér vaststellingen op een groter aantal evenementen. (GAS-politie deed het met wat minder goed, maar pakte toch al voor 61 procent boetes van wat was geraamd.)
De daling van de opbrengst inzake de belastingpost “parkeren en GAS” is dus louter te wijten aan een verschuiving van de ontvangsten inzake parkeren naar de rubriek retributies. Die verhogen daarom de “ontvangsten uit de werking”.
In dit eerste semester zijn er al voor 1,8 miljoen parkeerretributies geïnd, maar er is al véél meer geboekt.
Het wordt tijd dat we hier eens de juiste cijfers geven inzake parkeerretributies.
Wat verwacht men eigenlijk voor dit jaar 2023, en wat werd alreeds geboekt op 30 juni van dit jaar?
– garageparkeren: 4,16 M (1,95 geboekt=47%);
– straatparkeren: 2,61 M (1,31 M geboekt=50%)
– naheffingen straatparkeren: 1,56 M (506.615 euro geboekt=32%)
Zullen we misschien in een volgende editie van deze alternatieve krant een keer wat zeggen over de sociale dienst? Het is bijvoorbeeld intrigerend dat we niks horen over de vluchtelingen uit Oekraïne, de uitgaven en de steun.
Of vegen we er ons voeten aan, net zoals de raadsleden?
–
Quote van de dag: “Voorzitter, sta me toe om de laatste interpellant niet ernstig te nemen.”
In de laatste gemeenteraad (9 oktober) vroeg meer in bijzonder bevoegd schepen Axel Weydts om een hele serie reeds uitgedachte en al in werking zijnde “wijkcirculatieplannen” goed te keuren.
Dat agendapunt (nr.8) vonden de raadsleden Wemel (Groen), Vanhoenacker (CDV) en Ryheul (VB) wel de moeite waar om daar iets over te zeggen.
Het spreekt dat zij (in elke geval de raadsleden van Groen en Vlaams Belang) er een duivels genoegen in vonden om schepen Weydts er voor de zoveelste keer aan te herinnerden dat hij (sinds zijn aantreden) zomaar allerhande gewichtige ingrepen inzake circulatie én mobiliteit heeft doorgevoerd zonder het bestaan van enig – nochtans beloofd – globaal mobiliteitsplan (MPL) voor stad en deelgemeenten.
Die verkeersmaatregelen aanziet hij vergoelijkend als “voorafnamen” op het nog niet gemaakte mobiliteitsplan. Zo’n deugnietje, die schepen!
Schepen Weydts heeft dat absoluut niet graag. Dat men hem wijst op vroegere uitspraken. (Eigenlijk heeft hij niets graag.)
Er is immers door hem al in het voorjaar van 2020 een studiebureau (“Traject”) aangesteld voor de opmaak van zo’n overkoepelend mobiliteitsplan. Daarvoor is in het meerjarenplan 2020-2025 (eerste aanpassing van december 2020) een bedrag van 127.133 euro ingeschreven. Volgens de laatste aanpassing van eind 2022 zelfs verhoogd tot 223.245 euro.
Het stadsbestuur liet in juni weten dat daarvan slechts 69.761,10 euro is gespendeerd. Cf. het antwoord (in het Bulletin van Vragen en Antwoorden van juni) op een schriftelijke vraag van raadslid Carmen Ryheul gesteld in april van dit jaar.
Dat lijkt wel weinig want volgens de jaarrekening 2022 is er in dat jaar alleen al 55.241 euro uitgegeven.
We willen geen ruzie maken, maar toch heel even vermelden dat in het tussenrapport over het beleid in het eerste semester van dit jaar dan nog een heel ander bedrag als uitgave is vermeld. Er zou in de eerste helft van dit jaar namelijk al 81.094 euro zijn aangewend, maar evenwel nog niets geboekt. Wat een ongeziene kakafonie aan cijfers is dat, maar we willen het eigenlijk zelfs daar niet over hebben. Schepen Weydts heeft het al lastig genoeg.
Men is er dus alleszins nog mee bezig, met dat MPL.
Schepen Weydts beloofde zelfs in februari 2022 dat het mobiliteitsplan nog eind van dat jaar zou klaar zijn, of in elk geval begin van het nu lopende jaar. De ‘oriëntatiefase’ was afgerond, het werd tijd voor de ‘beleidsfase’. (Cf. Bulletin van Vragen en Antwoorden van februari 2022.)
Maar in maart van dit jaar deed er zich een heuse peripetie voor.
Waarschijnlijk lag er – net als in een Griekse tragedie – als oorzaak van de beslissende omslag een bericht van een boodschapper aan ten grondslag: een eerste ontwerp van MPL van studiebureau “Traject”.
Schepen Weydts deed in een raadscommissie van 8 maart (dus niet in de gemeenteraad zelf) onverhoeds – en als een soort voetnoot – kond dat er tijdens deze bestuursperiode van geen mobiliteitsplan meer zou sprake zijn.
Hij gaf daar toen twee redenen voor op.
* Het zou “niet netjes zijn” om zo dicht bij de verkiezingen nog met een MPL voor de dag te komen dat toch zou moeten uitgevoerd worden door een volgend bestuur;
* We wachten best met de opmaak van een lokaal MPL tot er door de Vervoerregio een Regionaal MPL is opgemaakt.
We bestempelen deze twee gebruikte motiveringen als drogredenen. Een ander woord voor een vorm van liegen en bedriegen. En met die aantijging ten overstaan van de schepen komen we stilaan tot een uitleg voor de titel van dit stuk. Daar zat u – beste lezer – waarschijnlijk al zeer ongedurig op te wachten.
Weydts vroeg dus aan de voorzitter van de gemeenteraad met een onuitstaanbaar aplomp (hem eigen) om de laatste interpellant (raadslid Ryheul) niet ernstig te nemen.
En waarom? Omdat zij volgens hem in haar tussenkomst minstens twee leugens had verteld.
Welnu, dezelfde schepen draaide de gemeenteraad opnieuw een rad voor de ogen met zijn (twee) leugenachtige, bedrieglijke argumenten om niet meer uit te pakken met een MPL tijdens deze legislatuur.
* Opnieuw hanteerde hij de drogreden van de storende nabijheid van de verkiezingen. (De traditie wil dat men in het jaar van de verkiezingen zelf geen belangrijke, bindende beleidsmaatregelen meer treft voor het volgende bestuur.)
* En we wachten best met de opmaak van een Lokaal MPL tot de Vervoerregio een Regionaal MPL kan voorleggen? Ja? Ja?
Schepen Weydts is werkelijk een “caractériel”. Het is ongelooflijk maar waar.
In de gemeenteraad van 9 oktober was agendapunt 8 juist de bespreking (voor advies!) van het pas opgemaakte ontwerp van Regionaal Mobiliteitsplan!
Schepen Weydts is een liegebeest. We nemen hem wèl ernstig.
Waarom wil hij zeker nu niet met een mobiliteitsplan op de proppen komen? Omdat hij vreest dat het een belangrijk thema zou worden in de kiescampagne. En schepen Vélo is naar verluidt niet algeheel populair. En omdat er noch binnen het College, noch binnen zijn partij eensgezindheid bestaat over belangrijke mobiliteitsaangelegenheden. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijke invoering van een Lage-emissiezone (LEZ). De exploitatie van het vliegveld. De verbreding of verlegging van de vaart. Enz.
P.S.
Onze burgemeester Ruthie Vandenberghe is voorzitter van de zgn. Vervoerregio.
Heeft geen woord gezegd bij de agendapunten 7 en 8.
Dat tussenrapport waar raadsleden niets weten over te zeggen (2)
In onze vorige editie staken we méér dan de draak met onze gemeenteraadsleden die niets weten te vertellen over de zgn. “semesterrapportering” over het gevoerde beleid gedurende de eerste helft van dit jaar. We zijn daar niet enkel kwaad om maar ook triestig. Jawel! Hoe kan dat nu dat men in een gemeenteraadszitting (die van september) er niet toe komt om een “opvolgingsrapportering” (dat is in feite een soort begrotingscontrole halverwege het boekjaar) zonder enige bespreking laat voorbijgaan?
Luie (en/of incompetente) raadsleden vinden allerhande smoezen uit om te camoufleren dat zij geen weg kunnen met wat uitgebreide, wat complexere beleidsdocumenten.
De meest memorabele uitvlucht van een raadslid dat ik ooit hoorde om zijn tekortkoming als verkozen vertegenwoordiger van de (Kortrijkse) bevolking te camoufleren ging zo. ” Ik ga niet tussenkomen over de begroting van volgend jaar, want dat zijn maar ramingen. Veel belangrijker is de jaarrekening, met de reële bedragen die zijn uitgegeven of ontvangen”. En wat opperde het raadslid toen de jaarrekening er daadwerkelijk aan kwam? Dat hij niet zou tussenkomen want “de bedragen waar toch al besteed.” Er was toch niets meer aan te doen…
Bon. Tot daar onze kolèire.
In dit voorliggende rapport vergelijkt men de tot op heden gedane reële uitgaven en ontvangsten van het eerste semester met het (geraamde) budget uit het laatste aangepaste (dat is het derde) meerjarenplan (AMPJ) van 2023.
Er zijn intussen toch wel twee wijzigingen doorgevoerd.
De eerste is uiteraard noodzakelijk, vanzelfsprekend. In het investeringsbudget zijn de nu inmiddels gekende restkredieten uit 2002 doorgevoerd. Datgene wat men in dat jaar niet kon besteden, niet kon realiseren. Aldus is het uitgavenbudget van de investeringen momenteel gestegen van 81,63 miljoen naar 83,55 miljoen euro. Aan ontvangstenzijde is er natuurlijk ook een overdracht, nu van 14,30 naar 19,89 miljoen.
Van belang hierbij is om na te gaan wat daarvan al is verwezenlijk halverwege dit jaar (toestand op 30 juni). De fameuze realisatiegraad waarover we het hier zo kunnen zagen.
Beste Kortrijkzanen, nu we het verkiezingsjaar naderen is er een opvallende inhaalbeweging bezig !
Van die gebudgetteerde 83 miljoen investeringen is op heden al 80,6 procent vastgelegd (in een contract vervat), en 37,1 procent effectief geboekt. Dat is in vergelijking met wat we presteerden halverwege 2022 een sprong voorwaarts. Toen hadden we bijv. nog slechts net de helft van het voorziene krediet vastgelegd.
De tweede wijziging slaat op “aanpassingen van de ramingen”, een andere uitdrukking voor “verschuivingen van kredieten”, zonder dat de totaliteit ervan is gewijzigd. Dat is wellicht iets voor later.
U wenst waarschijnlijk nu al iets te weten over de investeringsprojecten waar we dit jaar, in dit eerste semester, al het meeste geld hebben aan hebben uitgegeven? De aanrekeningen groter dan 500 K?
In tabelvorm geven die van 1 M of meer.
– Zorgcampus Sint-Jozef: 6,5 M (dat is een evergreen!)
– Bij ‘Depot Ruimte’: site KGM: 3,9 (een minder bekende post)
– De deelfabriek: 2,4 M (dit project bleef maar aanslepen)
– Fietssnelwegen: 2,2 M
– Groeningeabdij (ABBY): 2,2 M
– Vernieuwing straten: 1,8 M
– Fietsroutes: 1,0 M
Vlug iets over de stand van zaken in het exploitatiebudget.
Ook hier is de realisatiegraad in deze eerste semester van dit jaar hoger dan in dezelfde eerste semester van 2022. Maar dat is niet zozeer “onze schuld”. De voornaamste verklaring is de hogere inflatie. Hogere lonen: voor stad+OCMW+vzw: + 6,6 M. Ook hogere steunuitgaven: + 2,8 M.
Hier hebben we evenwel héél slecht nieuws!
Het saldo van de exploitatieuitgaven en – ontvangsten is momenteel negatief: MIN 9,5 M. En we hebben af te rekenen met kapitaalaflossingen ten bedrage van 10,8 M. Te samen maakt dat dus een negatieve autofinancieringsmarge van MIN 20,3 M.
Zullen we dat nog kunnen rechtzetten aan het eind van het jaar?? (En volgend jaar MOET de AFM positief zijn!)
Aan de raadsleden die er het zwijgen toe deden moeten we het niet vragen…
(Wordt vervolgd.)
Een budgetcontrole waar raadsleden geen woord weten over te zeggen, geen woord…(1)
We gaan er redelijkerwijs vanuit dat de modale lezer van kortrijkwatcher begaan is met politiek in het algemeen, ook op gewestelijk en nationaal vlak. Dat die lezer het zich dus totaal niet kan voorstellen dat bijvoorbeeld de jaarlijkse budgetcontrole (traditioneel in de loop van de maand maart) van de federale regering onbesproken blijft in de plenaire zitting van de Kamer. Ook in de pers onbesproken zou blijven. Idem voor de aanpassing (herziening) van de Vlaamse regering die normaliter wordt afgerond tegen eind juni.
Wel, één van de wijzigingen in de zgn. “beleids- en beheerscyclus” (BBC) 2020-2025 is de invoering van een verplichte “opvolgingsrapportering“. Die “budgetcontrole” (wat dat is het eigenlijk) over het eerste semester van het boekjaar moet in alle steden en gemeenten minstens voor het einde van het derde kwartaal voorgelegd aan de Raad.
Stad Kortrijk (met zijn financieel directeur J. Dejonckheere) kwijt zich al jaren zorgvuldig en op tijd van deze taak.
De “semesterrapportering” van dit jaar is afgesloten op 30 juni.
De raadsleden konden er al kennis van nemen via de notulen van het College van Burgemeester en Schepenen van 28 augustus. Het document werd geagendeerd op de eerste zitting van de gemeenteraad na het verlof, d.w.z. op 11 september. (Punt 13.) En ter voorbereiding kwam het punt al ter sprake in de raadscommissie van 5 september.
We willen maar zeggen: de raadsleden hadden alle tijd om zich duchtig voor te bereiden op een bekwame, significante tussenkomst over die budgetaanpassing in de gemeenteraad van 11 september.
Maar wat bleek? Geen enkel van de raadsleden vond het de moeite om ook maar één woord te “verspillen” aan dit ongemeen belangrijk rapport. Geen 1. (Het agendapunt was overigens alleen door Groen ter bespreking gesteld, maar de fractieleider verkeerde alweer in een dusdanige ZEN-modus dat hij geheel buiten beeld is gebleven.) Over de onbestaande verslaggeving in de plaatselijke pers moeten we het niet meer hebben…
Beste lezer. De vraag die u zich nu waarschijnlijk stelt is gewettigd. Misschien hadden raadsleden het onderwerp al uitputtend behandeld in de voorafgaande raadscommissie dd. 5 september?
Maar NEEN!
In die commissie heeft de financieel directeur ongeveer uitsluitend het woord gevoerd, d.w.z. nogal uitvoerig de voornaamste punten uit het rapport toegelicht, – wel wetende dat zijn toehoorders het stuk nauwelijks hebben doorgenomen. (Het gaat dan ook om een lijvig document: 112 bladzijden, dat is nu eenmaal veel teveel voor een gemiddeld raadslid.)
Er zijn wel twee vragen geteld, één per raadslid dat zijn vinger opstak.
Ewel ja, het wordt tijd dat de senior-writer van “Kortrijkwatcher” aan het eind van deze legislatuur een keer zijn licht werpt op de algemene werking van de gemeenteraad. Een compliance review! Het moet niet telkens enkel en alleen gaan over de onbehoorlijke leiding van voorzitter Helga Kints ! In de Kortrijkse Raad zetelen waarlijk vele leden die alle redenen hebben om in eer en geweten te beslissen dat zij er niet thuis horen. Er niets van bakken. Er niks van begrijpen. Niets noemenswaardig hebben in te brengen. Zich ter zitting steendood vervelen. Ja.
Die semesterrapportering omvat dus ongemeen belangrijke elementen:
– een stand van zaken (na een half jaar) van de prioritaire acties of plannen van het meerjarenplan;
– een overzicht van de geraamde en de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven (ook investeringen!) voor het lopende jaar;
– mogelijke wijzigingen in de vroeger gemaakte assumpties (die inflatie!);
– mogelijke wijzigingen in de financiële risico’s (kunnen ook meevallen!).
In volgende editie(s) van deze stadskrant vergasten we u op enkele tussentijdse markante vaststellingen over het beleid in de eerste helft van dit jaar.
Wellicht vraagt u zich af waarom we het pas nu over deze rapportering hebben over het eerste semester.
Dat komt gewoon omdat we pas onlangs de volledige tekst van het document konden in handen krijgen. Staat nog altijd niet op de website van Stad.
Er is goed en slecht nieuws.
Wat de raadsleden zoal denken over die Kortrijkse bevraging (de vierde) over het doven van de openbare verlichting (2)
In de vorige editie van deze alternatieve stadskrant konden we u – niet zonder het bij deze elektronische krant geheel passende leedvermaak – vertellen dat het stadsbestuur een flagrante fout had gemaakt in de formulering van de oorspronkelijke versie van de eerste vraag van het op til zijnde “referendum”. Die over het al of niet doven van de openbare verlichting gedurende bepaalde nachtelijke uren, op bepaalde nachten, maar NIET op bepaalde plaatsen.
De onwaarschijnlijke, onthutsende fout bestond erin dat men kiesgerechtigden de indruk gaf dat heel de zaak enkel maar een kwestie was van de wil om al of niet energie te besparen. Het antwoord op die eerste vraag werd aldus aangestuurd. Kortrijkzanen die absoluut niets meer wilden weten van het uitdoven van de lichten kregen aldus de indruk dat ze toch wel grote, onverantwoorde geldverspillers waren. (De kosten werden zelfs toegelicht.) De vileine Schadenfreude bij onze redactie had een gegronde reden: de fout werd namelijk ontdekt door externe “profs-specialisten” in vormen van ‘lokale democratie’. Van schepen Wouter Allijns (noch van de burgemeester) mochten we weten om wie het ging. (Kortrijkwatcher heeft een sterk vermoeden dat het net om die ‘specialisten’ gaat van de UGent die onlangs de opdracht kregen om de Kortrijkse zgn. “referenda” te evalueren. Wie anders?)
Deplorabel is even wel dat die broodnodige rechtzetting eigenlijk al te laat kwam. Alle media hadden immers al op 31 augustus breedvoerig bericht over die subjectieve vorm van bevraging. Met de nadruk op de (blijvende) besparing die gepaard gaat met het doven van de openbare verlichting.
En zo komen we tot de gemeenteraad van 11 september waarbij de raadsleden de gelegenheid kregen om de bevraging al of niet goed te keuren.
De eerste interveniënt was Jean De Béthune (CD&V). En voor de zoveelste keer deed hij er zijn beklag over dat de vraagstelling van het ‘referendum” alweer eerst is gepubliceerd in de media én op de website van Stad en dit terwijl (net door zijn toedoen) na veel gezaag daarover in vorige gemeenteraden was bekomen dat de raadsleden als eersten de gelegenheid zouden krijgen om te stemmen over mogelijke vragen die zouden voorgelegd aan de bevolking.
Fundamenteel was nog zijn opinie dat het onderwerp zelf niet echt geschikt is om over te laten aan de publieke opinie. Beleid moet gevoerd worden. Veiligheid moet niet publiekelijk afgemeten worden aan mogelijke energiebesparingen. Voorts vond Jean dat het bestuur bij de berekening van de kosten er “een potje” van gemaakt had. Het is allemaal veel complexer dan voorgesteld.
Volgend sprekerd was Matti Vandermaele van Groen.
Hij is wel degelijk voorstander van participatie (daar niet van) maar – zoals hij al opmerkte bij de bespreking van een vorige bevraging – is het ‘referendum’ naar zijn mening geen geschikt instrument is om beleid te voeren. De vraagstelling is immers noodzakelijkerwijze te simpel voor het voorliggende probleem. Ten gronde evenwel is een referendum eigenlijk des duivels: het zet alleen maar mensen en groepen van mensen tegen elkaar op.
Het Vlaams Belang had volgens voorzitter Helga Kints het agendapunt niet ter bespreking gesteld, maar raadslid Carmen Ryheul nam toch te woord. Voornaamste punt van haar betoog was dat er belangrijker thema’s zijn voor te leggen aan de Kortrijkanen maar dat het bestuur die niet aandurft. Zij verwijst ook naar het feit dat het bestuur zijn engagementen niet nakomt: de vele suggesties die indertijd bij het eerste referendum over autoloze zondagen binnenliepen werden nauwelijks bekeken.
Onafhankelijk raadslid Jacques Demeersseman is aan de beurt en dat betekent meestal heibel.
Hij vraagt naar cijfermateriaal over de impact van de veiligheid bij het doven van de verlichting. (Op de raadscommissie van 5 september luidde het dat die gegevens (nog) niet ter beschikking waren.) Geen antwoord. (In het Stadsmagazine van oktober is sprake van een status quo inzake verkeersongevallen en inbraken en een stijging van het onveiligheidsgevoel.)
Raadslid Demeersseman wil ook wel eens weten waarom er nog altijd moet gereserveerd worden om toegang te krijgen tot het recyclagepark in Heule, terwijl deze regel in het vorige ‘referendum’ over “Nette Stad” met een grote meerderheid werd verworpen. Geen antwoord.
Hij zal die vraag later op de avond in het kader van de replieken met veel nadruk nog een keer stellen. Na enige aarzeling antwoordt burgemeester Ruthie Vandenberghe (bevoegd voor afval) dan toch met een ongemeen kort antwoord: “heel binnenkort“.
Stuitend is dat.
Over het nogal accidentele einde van de zitting hadden we het al in onze vorige editie.
Om 22u25′ maakt voorzitter Helga Kints een abrupt einde aan de replieken door het (geamendeerde) voorstel van de bevraging ter stemming te brengen.
16 leden tegen (de volledige oppositie), 23 voor.
Eigenlijk is dat voor de Kortrijkzanen wel van belang te weten dat er bij de raadsleden niet de minste consensus is over de bevraging. Dat zo’n plan tot raadpleging van de bevolking de partijgrenzen niet overstijgt. Maar de pers geeft weer geen kik.