Die gemeenteraad van vorige maandag 9 november kon waarlijk met 73 seconden ingekort. 73 seconden. Het is nodig om daar even op te wijzen! Want, wat eigenlijk nooit of alleszins zéér, zéér zelden gebeurt is dat de SP.A-fractieleider Nawal Maghroud het woord neemt. Zij had ditmaal welgeteld 1 minuut en 13 seconden nodig om uit te leggen waarom de straatnaam van de Cyriel Verschaevestraat (punt 27) moest gewijzigd worden. Eigenaardig genoeg had Nawal blijkbaar geen motivering ter beschikking om bij punt 26 ook de straatnaam Leopold II-laan te schrappen. Dat komt omdat voormalig burgemeester en nu minister Van Quickenborne nog altijd Commandeur in de Orde van Leopold II is. Als gemeenteraadslid had hij dan toch even een zegje moeten doen. (Och, ja. Het staat allemaal niet in onze gazetten.)
Tot daar deze eerste noodzakelijk bedenkingen om de duur van die zitting toch wat op de juiste wijze te duiden en te nuanceren. Pietje-Precies! Maar misschien toch nog dit. De zitting kon evenwel TOCH langer geduurd hebben, indien SP.A-schepen Philippe De Coene dan bij dat punt 27 uitvoerig (zoal steeds) moedig het woord had genomen. Hij is immers vele jaren (25?) geleden al de initiatiefnemer geweest om die Verschaevestraat een andere naam te geven. En waarom de straatnaamwijziging plots niet nodig is bij de nabijgelegen straten, gewijd aan andere literatoren die in de oorlog ” fout waren“: Willem Putman, Felix Timmermans, André Demedts. (Schepen De Coene kon overigens in de krant van HLN wel zijn zeg doen over de zaak. Waarom deed hij het niet in de Raad?)
Dat de Raad tot zowat middernacht of nog later liep (6 uur duurde, – men begon toen om 18 uur) is vroeger nog gebeurd hoor. Bijvoorbeeld toen men het gepast vond om tegelijk na een “gewone” (alreeds overladen) agenda ook nog het gehele begrotingsdebat (met inleidende algemene beschouwingen!) te laten aanvangen. Maar nu zijn lange gemeenteraden praktisch onvermijdelijk geworden. Het OCMW is nu immers “ingekanteld” in Stad, zodat de gemeenteraadsleden tegelijk nog de agendapunten van De Raad voor Maatschappelijk Welzijn op hun boterham krijgen. – Op 9 november laatstleden was die agenda over Maatschappelijk Welzijn meer dan anders gestoffeerd met 8 punten en 2 interpellaties. – De agenda van de gemeenteraad over stadsbeleid bestond uit 27 punten met 3 zgn. “uitgebreide” interpellaties (van VB’er Wouter Vermeersch) en niet minder dan 13 “beperkte” interpellaties. Onze raadsleden hadden dus in het totaal 35 agendapunten te verwerken en 15 interpellaties. (De meesten hadden zo’n werklast niet verwacht toen ze deelnamen aan de verkiezingen en durven uit eerlijke schaamte niet zeggen dat het ze spijt.) Van die agendapunten waren er gelukkig wel 14 beschouwd als “hamerpunten”, d.wz. dat ze op voorhand al zonder discussie of stemming door de fracties zijn aanvaard. Bleven over ter bespreking (zonder de interpellaties): 21 agendapunten. We gaan ze nu niet allemaal opsommen, maar daarvan waren er een aantal heel belangrijk en ietwat complex, en van andere kon men er zich aan verwachten dat ze tot hevige discussies of incidenten konden leiden.
Even tussentijds samenvatten. De lange duur van de raadszitting kan men wijten aan volgende redenen: – het feit dat de gemeenteraadsleden als het ware tegelijk fungeren als OCMW-raadsleden; – een overvolle agenda; – vele zwaarwichtige agendapunten; – een hoog aantal interpellaties; – mogelijke incidenten.
Gewichtige punten vergen een ernstige discussie en daarvoor is tijd nodig. Jammerlijk aan dit – ja, demagogisch – bewind is dat het College nogal eens (bewust?) serieuze beleidsbeslissingen niet uitgebreid laat behandelen in een zgn. Verenigde Raadscommissie of zelf in een aparte gemeenteraad. Dit was deze maand bijvoorbeeld het geval met de bespreking van het (nieuw aangestuurde ) armoedebeleid. Vanwege het gevorderde uur wou Groen- raadslid David Wemel dat punt verdagen, maar daar is niet op ingegaan. Ook over de in de maak zijnde nieuwe “regiovorming” (van minister Bart Somers) in West-Vlaanderen kon men zich te weinig beraden. (De nieuwe burgemeester, onze Ruthie beheerst trouwens die materie niet en kan geen standpunt innemen zonder het fiat van Quickie.) Bij bepaalde interpellaties kan men de indieners ervan verdenken dat zij dat doen om zich te profileren en/of om in de pers te komen. (Dat laatste is wel steeds minder een hopeloos geval: de lokale gazetschrijvers mogen het niet meer over politiek hebben, tenzij over wat de aan de macht zijnde schepenen hen als een soort primeur influisteren.)
Een stijgend aantal interpellaties is daarentegen gewoon het gevolg – de schuld, ja! – van het niet transparante beleid van de tripartite. Eén voorbeeld van deze maand: de stand van zaken over het te bouwen voetbalstadion voor KVK, een vraag ingediend door Pieter Soens (CD&V). Schepen Arne van Sport was echt van plan om daarover (in de gemeenteraad) te zwijgen, en zegt er nog altijd te weinig over. (In de pers een beetje wel, daar moet hij geen schrik hebben van ambetante vragen.)
Nu hebben we het nog niet gehad over het feit dat er ook mondelinge vragen kunnen gesteld, zowel na de gewone gemeentelijke agenda als na de zitting gewijd aan maatschappelijk welzijn. We hebben het aantal vraagstellers dit keer niet geteld, maar wel de tijdsduur die daaraan is besteed. Méér dan 20 minuten. (En men heeft slecht één minuut per vraag! En 1 minuut per antwoord.) Vele van die vragen zijn ronduit onbenullig. Of ze kunnen gewoon gesteld via het meldpunt. Hier moeten we het College voor een keer bijtreden. Aan die serie triviale vragen moet echt paal en perk aan gesteld. Jawel. Een schepen zou het eens moeten aandurven om bij zo’n puur praktische vraag van de dag over bijv. een slecht wegdek (vragen die vaak juist komen van een of andere burger) koudweg te verwijzen naar 1777. Of de voorzitter zou dat kunnen doen…
Het was de politie ter ore gekomen dat een stelletje rechtsextremisten op zondagavond 1 november een soort betoging (eerder manifestatie?) planden in de buurt van het Kortrijkse station. Men besloot dan ook manhaftig om al vanaf de middag alle toegangswegen naar Kortrijk-centrum af te grendelen bij middel van controleposten, bemand door zowel lokale als federale politie. Jawel! Een volkomen ongezien en onconventioneel schouwspel. (Kent u alsnog een stad waar dat al is gebeurd ; naar aanleiding van een niet toegelaten, “spontane” en minuscule betoging?)
Er stellen zich vragen en bedenkingen bij al dit uiteindelijk lachwekkend machtsvertoon. Nu is er maandag 9 november aanstaande gemeenteraad. Zal de nieuwe voorzitter (Helga) het wagen om mogelijke vragen NIET door te verwijzen naar de volgende politieraad? Zij is er toch al wel politiekkundig van op de hoogte dat de bespreking van het veiligheidsbeleid tot de volle bevoegdheid van de gemeenteraad behoort? Dat men het in de politieraad enkel maar heeft over de organisatie en het beheer van het korps? (Begrotingen, aanbesteding, formatie en zo). Het is voor haar de vuurdoop: de kant kiezen van de burgemeester (dat is de uitvoerende macht!) of die van de controlerende gemeenteraad met zijn prerogatieven? (We hopen dat zij het tenminste tot een stemming zal laten komen. Dan wordt helemaal duidelijk hoe de politiek bewusteloze meerderheid – die tripartite – zijn eigen macht en bevoegdheden maar weer eens ondergraaft.)
Eerste vraag. Hoe is de besluitvorming tot die ongehoorde actie in godsnaam tot stand gekomen? Dat zouden we wel eens willen weten zeg! Iemand moet dan toch op dat waanzinnige idee zijn gekomen om een heel stadscentrum als het ware als een getto af te sluiten? We kunnen het ons praktisch niet voorstellen dat het plan op eigen houtje is ontsproten bij de kersverse waarnemend burgemeester Ruth Vandenberghe. Zou onze zgn. titelvoerend burgemeester Vincent Vanquickenborne er niet de hand in hebben gehad? Hij heeft er alleszins het lef voor. Welke actoren namen deel aan de besluitvorming? Ministers, korpschefs, burgemeesters, ambtenaren, veiligheidsdiensten? En wie heeft dan persoonlijk uiteindelijk de knoop doorgehakt?
Een fundamentele vraag. Om de federale politie te kunnen vorderen moet er wel voldaan zijn aan heel specifieke voorwaarden. Zie art. 43 van de WGP (in deze krant alreeds in een vorig stuk toegelicht). De motivering van het (federale) politieoptreden van die omvang is door de burgemeester met twee argumenten gestaafd: de betoging was niet aangevraagd en dus niet toegelaten, en de samenscholing kon vanwege corona de gezondheid in gevaar brengen. Deze redenen voldoen niet aan de vereiste omstandigheden (criteria) om de federale politie op te roepen, opgesomd in het fameuze art. 43 van WGP.
– Is een (al of niet toegelaten) betoging van laat ons zeggen een 200-tal man (cfr. Puurs) een dermate ernstige bedreiging van de openbare orde dat het inroepen van de hulp van de federale politie viel te verantwoorden? – Waren de middelen van de lokale politie onvoldoende om voor deze situatie de openbare orde te handhaven? Kon een relatief kleine politiemacht in de onmiddellijke stationsbuurt niet volstaan? – Was het afsluiten van een heel stadsgedeelte wel in proportie met een mogelijk kwaadwillige samenscholing? – Kan het misschien zo zijn dat de controle van de “invalswegen” eigenlijk eerder te maken had met het verijdelen van mogelijke tegenbetogingen of (gevaarlijke) tegenacties? Had men daar dan weet van?
Deontologische vraag. Mag een politieagent vragen vanwaar men komt, waar men naartoe gaat en waarom?
Praktische vragen. – Hoeveel korpsen en van welke zones werden ingezet? Aantal manschappen? – Hoeveel manschappen van de federale politie werden er gevorderd? – Om hoeveel manuren ging het in totaal (eventueel ook op vrijdag en zaterdag)? – Hoeveel en welke voertuigen werden zoal ingezet?
Slotvraag. Hoeveel heeft dat alles gekost en wie draait er voor al dat gedoe op?
De burgers van onze beste transparante stad van Vlaanderen dienen hierover alle mogelijke informatie te krijgen. Laat onze nieuwe burgemeester nu eens tonen dat zij politieke wetenschappen heeft gestudeerd.Of gewoon blijk geeft van ietwat fundamenteel politiek bewustzijn. Over wat een gemeenteraad is als opperste volksvertegenwoordiging.
Wie vorige zondagmiddag en/of avond langs een of andere grote of kleine invalsweg probeerde het Kortrijks grondgebied binnen te rijden of te betreden (of het station verliet) zag zich geconfronteerd met een indrukwekkende, goed bemande controlepost van de lokale of federale (zelfs zwaar bewapende) politie. Een korte dialoog met een anoniem vermomde politieagent behoorde ook tot de mogelijkheden. Wie staande werd gehouden kreeg de wel zeer indiscrete (geoorloofde?) vraag te horen wat men in Kortrijk eigenlijk kwam doen. En waarom. Stel u voor. Geen mens die wist wat er op til was, maar iedereen zag wel in dat er iets fameus serieus moest aan de gang zijn. Zo’n ongeziene machtsontplooiing aan de grenzen (als tolpoorten gelijk) van een stad is, voor elkeen van na WOII, toch ervaren als een unieke, historische gebeurtenis zowel stad als in dit land. Dreigde er een (burger)oorlog? Een catastrofale ontploffing? Een terreurdaad? Verwachtte men buitenaardse wezens?
Onze nieuwe, waarnemend burgemeester Ruth Vandenberghe (soort pseudo-VLD’er) heeft daarover via de media achteraf een zoetgevooisd briefje verspreid met een troostvolle motivering over die spectaculaire actie. Zo weten we min of meer wat er aan de hand w1. Zij had namelijk via politie- en andere inlichtingsdiensten vernomen dat er mogelijks op zondagavond 1 november ca. 19 uur aan de stationsbuurt een niet aangevraagde en dus ook niet toegelaten betoging van wat groupuscules zou plaatsgrijpen. Stel u nogmaals voor! 2. Komt daarbij dat in deze coronatijden samenscholingen medisch bekeken zeer ongepast en risicovol zijn. Het was dus ook haar verdomde plicht als burgermoeder om de gezondheid van de (Kortrijkse) burgers te beschermen.
Ja, dat is ook zo… Een burgemeester is verantwoordelijk voor de veiligheid (de gezondheid…), de orde en rust in de gemeente. Vandaar dat een burgemeester ook hoofd is van de (lokale) politie en die politie bepaalde opdrachten kan geven. Het is zelfs zo dat de burgemeester in bepaalde omstandigheden ook de federale politie kan vorderen. Dat is op instigatie van iemand (maar wie?) gebeurd in Kortrijk. (Hierbij dient men onmiddellijk de gouverneur en de arrondissementscommissaris van op de hoogte te brengen.)
Iemand moet de vandaag op dit gebied althans nog wat onervaren Ruthie (dat is het koosnaampje van onze nieuwe burgemeester) gewezen hebben op het bestaan van een art.43 van de “Wet op de Organisatie van de Geïntegreerde Politiedienst, gestructureerd op twee niveaus” (de beroemde WGP). Daarin staat dat de burgemeester met het oog op de handhaving of het herstel van de openbare orde (dus NIET omwille van gezondheidsrisico’s!) de federale politie kan vorderen. Ja. En dat kan in geval van omstandigheden als “een ramp, onheil, schadegeval, oproer, kwaadwillige samenscholing of ernstige bedreigingen van de openbare orde”. En daar is tegelijk nog een bijzondere, niet te vergeten voorwaarde aan verbonden: het kan enkel“wanneer de middelen van de lokale politie onvoldoende zijn”. (Onthoud dat nu maar even. Of aan al die voorwaarden was voldaan.)
Nu onze voormalige burgemeester Vincent Van Quickenborne tot minister van Justitie is benoemd, willen we onze Ruthie tevens attenderen op het feit dat de federale politie (voor het vervullen van opdrachten van bestuurlijke politie) onder het gezag staat van de Minister van Binnenlandse Zaken maar ook (voor gerechtelijke zaken) onder het gezag van de Minister van Justitie, onze Vincent. (Dat is art. 97 van de WGP.) Heeft Quickie zich gemoeid?? Verantwoordelijk dan voor de uitvoering van het uitgestippelde politiebeleid van die twee vernoemde ministers is de commissaris-generaal van de federale politie. (Art.99 van de WGP). Naast – natuurlijk – de korpschef van de politiezone VLAS (Filip Devriendt), waren dus heel wat instanties en personen betrokken bij die ongeziene Kortrijkse actie van zondag 1 november. Die operatie moet wel degelijk dagen op voorhand voorbereid zijn. Alles, maar dan ook alles van dat gebeuren was volkomen onconventioneel en disproportioneel. Daarover willen we het ook nog hebben. Onwelgevallige vragen zijn hier alweer op hun plaats. De pers liet het hieromtrent weer afweten, zelfs nationaal. (Wordt vervolgd hoor.)
Het gaat over schepen ‘zeg maar’ Arne, vandaar minder bekend onder zijn familienaam Vandendriessche. Hij is niet uit de lokale pers weg te slaan. Nog onlangs konden we via onze lokale onderzoeksjournalist Peter Lanssens van ‘Het Laatste Nieuws’ uitvoerig en in detail vernemen wat voor spijs Arne sinds de sluiting van de restaurants dagelijks heeft opgehaald bij de takeaway’s in Kortrijk. Foto van zijn partner erbij.
Maar gisteren 31 oktober dus was hij over een nochtans belangrijk politiek feit helemaal niet bereid om van zijn Kortrijk de meest transparante stad van Vlaanderen te maken. In “De Tijd” (pag. 26) verscheen een voor Kortrijkzanen althans belangwekkende primeur: “Stad sluit deal met Vlaanderen over nieuw stadion KVK”. We komen daar zeker op terug, maar kort gezegd komt het er op neer dat de bouw (de ligging, de financiering) van een nieuw voetbalstadion alhier is losgekoppeld aan het al jaren lopende, ingewikkelde megaproject K-R8. Dat planproces was namelijk vervat in een Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan” (GRUP) met die codenaam K-R8. Stad mag nu parallel helemaal zelf een ruimtelijke planning voor het stadion opstellen. Dat is niet zonder belangwekkende gevolgen. Stad en de firma “Kortrijk Voetbalt” kan daarmee sneller gaan werken aan het project en met de intercommunale Leiedal bijv. een pps-constructie op touw zetten voor het bekostigen van het nieuwe stadion. Schepen Arne wil over dit alles dus geen commentaar geven. Niet over de mogelijke verkoop van de club, niet over de ligging en de prijs van het stadion. Niet over waar en wanneer en hoe dat allemaal is beslist. Kortrijkwatcher wel, voor zover dat kan natuurlijk. We herinneren er alvast nogmaals aan dat gewezen burgemeester Van Quickenborne meermaals en stellig heeft gezworen dat Stad geen cent zou steken in dat nieuwe voetbalstadion.
Eerst wat geschiedschrijving voor de niet-Kortrijkse lezers van deze elektronische stadskrant. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 was de VLD de tweede partij na de CD&V. Desondanks werd de VLD-lijsttrekker Vincent Van Quickenborne (V.VQ.) in 2013 burgemeester en zette hij Stefaan De Clerck buiten spel door een coalitie te vormen met de SP.A en…de N-VA. Bij de lokale verkiezingen van 2018 herhaalde hij zijn stunt door de overwinning van zijn kiesvereniging genaamd “Team Burgermeester”, en vormde hij opnieuw een tripartite met de andere partijen van de vorige bestuursperiode. Let wel. V.VQ. beloofde toen zijn kiezers heel stellig dan hij tot het eind van de bestuursperiode (2024) burgemeester van Kortrijk zou blijven. Op 1 oktober laatsleden schopte hij dan toch tot vice-premier, minister van Justitie en de Noordzee (om Tommelein te koeioneren) in de vivaldi-regering van Alexander De Croo. (Quickie wou eigenlijk Binnenlandse Zaken krijgen maar koos eieren voor zijn geld.) Bon. Tot daar.
Zijn woordbreuk bracht mee dat V.VQ. “wettelijk verhinderd is” (zo zegt men dat in het jargon) om nog langer Kortrijks burgemeester te blijven. De gemeenteraad van 12 oktober nam daar gedwee akte van en kon op de valreep (op dezelfde dag!) nog net vernemen dat schepen Ruth Vandenberghe (van de kiesvereniging Team Burgemeester) benoemd was als waarnemend burgemeester. Eerste stoelendans. Tweede: schepen Ruth moest dus vervangen worden. Dat werd raadslid Stephanie Demeyer. Van het Team. Maar intussen had Tiene Castelein al laten weten dat zij – wegens te veel werk als moeder en juriste – geen voorzitter van de gemeenteraad meer kon blijven, maar wel nog raadslid. (Alsof dit dan minder werk vraagt in een centrumstad als Kortrijk. Nog dit: ook V.VQ. blijft raadslid.) Tiene werd vervangen door ene Helga Kints. Ook van het Team.
Al die vervangingen werden besproken (nou ja…) in de gemeenteraad van 12 oktober. Vanwege corona ging die “zitting” virtueel door, maar kon auditief gevolgd op de website van stad. Sprekers kwamen wel visueel (in ultra-klein formaat) aan het woord. Bij iedere stoelendans was er telkens een fractieleider die met graagte tussenkwam. Meestal met felicitaties en beste wensen voor de toekomst. (Er is in de Kortrijkse gemeenteraad eigenlijk geen oppositie meer, tenzij die van het Vlaams Belang.)
Bij de aanstelling van Helga Kints, de nieuwe raadsvoorzitter, traden er drie fractieleiders op om haar te feliciteren: Hannelore Vanhoenacker (CD&V), Wouter Vermeersch (VB) en Matti Vandemaele (Groen). Van de drie besturende fracties toen: niemand!
Bij het punt “verhindering van de burgemeester” hoorden we wel nog de andere fractieleiders van de tripartite, die van de N-VA (Philippe Dejaegher) en die van het Team Burgemeester (Wouter Allijns). Banaliteiten. Maar al die tijd was Nawal Maghroud, SP.A-fractieleidster in geen velden of wegen te bekennen. Op het scherm waren zelfs haar initialen N.M niet te zien. Was ze niet thuis? Dan geen zitpenning hoor!
Had dat stilzwijgen politiek iets te betekenen? Is de SP.A-fractie niet geheel tevreden of niet gelukkig met bepaalde wissels? Allemaal binnen het Team. Wou men V.VQ. niet feliciteren met zijn woordbreuk? Of had fractieleidster N.M. gewoon niet de technische kennis om deel te nemen aan het digitale, virtuele debat? Zou ook nog kunnen…Maar dan nog dringt zich toch de vraag op waarom bijv. M.V., zijnde bekwaam SP.A-raadslid en parlementariër Marnix Veys, haar niet redde uit de nood. In gewone, fysieke raadszittingen doet hij dat toch ook, als Nawal Maghroud weer eens niets te vertellen heeft?
De vraag is gerechtigd. Vincent Van Quickenborne (V.VQ.) heeft er zich tegenover de Kortrijkzanen plechtig en formeel (de eed ontbrak nog net!) toe verbonden om tot het eind van de legislatuur (2014) burgemeester te blijven van zijn beminde centrumstad die volgens én dankzij hem is uitgegroeid tot een voorbeeldstad. Stel u voor. De schaamte voorbij? Het was zelfs een bruikbaar propaganda-argument om hem intussen toch ook maar te laten verkiezen tot federaal Kamerlid.
Met een discours aan de Kortrijkzanen én zijn uitlatingen in zijn goedgunstige pers heeft hij daartoe naar overtuigingsmiddelen (argumenten) gezocht die Aristoteles retorisch bekeken rangschikt onder de categorieën “logos”, “pathos” en “ethos”. Een vorig stuk in deze stadskrant eindigde met de prangende vraag of hij zijn “verhaal” wel aan zichzelf zou kunnen verkopen? Dramatische vraag die in de lengte van jaren pas een antwoord zal krijgen bij een politieke misstap van zijnentwege. Of een verspreking, een loslippigheid van een concullega of medewerker. Wij, en velen met ons, twijfelen alleszins aan het gehalte “ethos” ervan, d.w.z. aan de geloofwaardigheid en de oprechtheid van zijn argumentatie. Daar willen we het nu wel een keer over hebben.
Zo zei burgemeester Quickie bijvoorbeeld dat de keuze om zich tot minister te laten benoemen niet evident was, ook al omdat hij Kortrijk “ongelooflijk graag ziet”. Nu is het zo dat wij sinds lang vanuit het stadhuis geruchten horen dat hij al te veel “bezig is met Brussel”. In de pers (‘Het Nieuwsblad’ van 1 oktober) durfde alvast één iemand dit aldus verwoorden: “De drive en de schwung die hem kenmerken waren al geruime tijd niet meer aanwezig. Kortrijk begon te klein en te weinig uitdagend te worden.” (Het gaat om een uitspraak van Sien Vandevelde, communicatie-verantwoordelijke van de lokale oppositiepartij CD&V.) De bewering dat “hij graag verder had gedaan (sic) als burgemeester” kunnen we dientengevolge met enige scepsis bejegenen.
V.VQ. was nog van mening dat hij in deze crisistijden “niet aan de zijlijn kon blijven staan”. De plicht riep. Ook deze bewering geniet van enige twijfelzucht bij ons alsook bij de Kortrijkzanen die Quickie’s zeer bijzondere persoonlijkheidstrekken en (als ‘brutaal’ beschouwd) politiek handelen enigszins beter kennen. De geldings- en dadendrang en zijn onmeetbare ambitie, plus zijn ongeziene lef, doen bij ons en anderen de vraag rijzen of hij zich – ook in tijden ZONDER crisis – niet geroepen zou voelen tot het ministerschap.
V.VQ. zegt dat hij lang heeft nagedacht over de beslissing om over te stappen tot het federale niveau. Er nachten van wakker lag. Dat kunnen we best geloven hoor, maar waarschijnlijk in een héél ander tijdsbestek dan hij publiek laat uitschijnen. We stellen weer een fundamentele vraag: sinds wanneer heeft Van Quickenborne de onweerstaanbare drang (art.71) voelen opwellen om zich opnieuw met kracht als een ministeriabel iemand een weg naar boven te banen? Wij doen een gok. Al in augustus 2019 schuift V.VQ. de VLD-fractieleider Egbert Lachaert naar voor als DE geschikte VLD-partijvoorzitter. Nu moet u weten dat den Egbert zelf toen op dat ogenblik geenszins kandidaat was. In januari 2020 dringt Quickie er nogmaals op aan dat Lachaert zich zou kandidaat stellen. Hij ontvangt hem ook nog als een trofee op de nieuwjaarsreceptie van zijn Kortrijkse kiesvereniging genaamd “Team Burgemeester”
(Men beseft dat nog altijd niet goed: in centrumstad Kortrijk is er geen VLD meer.) En in de aanloop van de verkiezingen van de VLD-voorzitter (die eerst zouden plaatsgrijpen in maart 2020) schaart hij zich volledig als een tandem gelijk achter Lachaert. Als zijn running mate. V.VQ. weet pertinent goed dat het de partijvoorzitters zijn die de kandidaat-ministers aanduiden en is er ook van op de hoogte dat Lachaert op zijn beurt absoluut Alexander De Croo als premier wou in de vivaldi-regering. Kijk. Oostends burgemeester Tommelein zei het nog als commentaar op zijn nederlaag in die voorzittersverkiezingen. “Je moet het hem (Vincent) nageven dat hij telkens op een heel opportunistische manier de juiste kaart trekt.” En in Knack (7 oktober) lazen we eenzelfde analyse: “Hij (Vincent dus) ruikt van kilometers afstand een potentiële winnaar.”
En misschien moeten we dit nog even nageven. De nieuwe premier De Croo is historisch zelf ook nog schatplichtig aan V.VQ… Hij heeft zeker niet vergeten dat Quickie in 2009 (!) samen met Patricia Ceysens hem overtuigde om zijn kans te wagen als VLD-voorzitter.
Ja. Neen. Onze Quickie is heus niet van gisteren! En zijn moreel kompas (de ethos!) is nogal beverig. Later wenkt Europa? Na Verhofstadt? Want niettegenstaande al zijn ongetemde lef zal V.VQ. het niet meer wagen om zich in 2024 opnieuw op te werpen als kandidaat-burgemeester in zijn geliefde Kortrijk. Maar dat is inmiddels ook al geregeld: het wordt de nu waarnemend burgemeester Ruth Vandenberghe.
Even recapituleren voor wie de eerste lessen uit de trilogie niet heeft gevolgd of niet weet waarover het gaat. Door zich te laten benoemen tot minister heeft Vincent Van Quickenborne (V.VQ.) zijn harde en herhaalde belofte om tot 2014 Kortrijks burgemeester te blijven helemaal niet nagekomen. In les 1 van deze trilogie beschreven we hoe hij via enkele theoretische overwegingen zijn overstap naar het federale niveau argumenteerde. Aristoteles rangschikte dit soort van overtuigingsmiddelen onder de term ‘logos’. In de tweede les dan zagen we hoe hij daartoe ook enige “pathos” hanteerde. Tot slot hebben we het nu over de “ethos” van V.VQ.Het derde en, volgens Aristoteles, het beste middel waarover een spreker kan beschikken om zijn publiek te overtuigen om te kiezen voor de zaak die hij meent te moeten of kunnen bepleiten.
Het begrip ETHOS omvat twee aspecten. 1) Het gaat om de vraag of de spreker beschikt over de nodige ervaring, deskundigheid over het onderwerp. 2) En anderzijds de vraag of hij met al die expertise zich ook nog kan presenteren als iemand die vertrouwen uitstraalt. Over de competentie van V.VQ., zijn kwalificatie in de materie bestaat er geen twijfel, – zijn ministerschap over de Noordzee nu wel even daar gelaten. Quickie is van opleiding jurist, was senator, volksvertegenwoordiger, fractieleider, staatssecretaris en minister en frequenteerde in zijn politiek leven meerdere partijen. Daar niet van. “Hij kan het.”
Heel anders is het wel gesteld met de vraag of zijn reputatie of imago voldoende gestoeld is op waarachtigheid, oprechtheid. Zoals men zegt in betere kringen: zijn “earnestness”! Die uitstraling heeft hij bij de enigszins geïnformeerde burger zeker onvoldoende. Het is toch een algemeen gedeeld gevoel bij politiek meer geïnteresseerden dat Quickie niet altijd geloofwaardig overkomt. Zelfs zijn non-verbaal gedrag draagt daartoe bij: zijn theatraliteit, zijn gespeelde en al te vaak uitgeoefende, populistische verontwaardiging over alles en nog wat. En dat hij tevens al te veel in zijn betoog een zinsnede start met “eerlijk gezegd” wekt ook al enig wantrouwen op.
V.VQ. is waarlijk door de wol geverfd. Zijn woordbreuk tegenover de Kortrijkzanen leert veel over zijn politieke mores. Laat ons naar aanleiding van dit “verraad” daar in een volgend stuk wat concreet op ingaan. Constructieve journalistiek! We willen wat meer feitelijk terugkeren naar zijn discours waarbij hij zijn beminde Kortijkzanen wou overtuigen van de redelijkheid en de noodzaak van zijn besluit om verder af te zien van zijn mandaat als geliefde burgervader. Laat ons eens een gedachte-experiment opzetten en aan V.VQ. de fundamentele vraag stellen: “Kunt u uw verhaal wel aan uzelf verkopen?”
De huidige contracten voor de aankoop van wijnen en sterke dranken voor het OCMW dan (stad had geen overeenkomst) lopen eind dit jaar af. Idem voor waters, frisdranken en bieren voor Stad én OCMW. Men zal nu een raamovereenkomst voor de afname van wijnen en en sterke dranken afsluiten voor een periode van vier jaar (2021-2024). De totale raming voor die periode bedraagt 724.400 euro, inclusief btw, waarvan 400.400 euro voor de entiteit Stad. Voor water, frisdranken, bieren én horecamateriaal denkt men aan een bedrag van 2.528.440 euro
De opdracht tot gunning geschiedt bij wijze van openbare procedure en moet omwille de schaalgrootte Europees bekend gemaakt. Maar het Team Aankoop zal de de Kortrijkse (wijn)handelaren goed informeren over de publicatie van deze opdracht. Overigens zullen bij de selectie van de kandidaten de degustaties moeten plaatsvinden op Kortrijks grondgebied. En als referentie dienen de inschrijvers minstens één levering te bewijzen aan woonzorgcentra. (Goed gevonden als criterium!)
Richtprijs voor (Europese) rode of witte wijn is 5 of 7 euro. Voor cava 8,5 euro. (Voor niet alcoholische wijn 5 euro.) Er zijn 35 leverplaatsen voorzien maar de lijst is niet limitatief.
In een vorige les van een tijdje geleden beschreven we hoe Kortrijks burgemeester V.VQ. (Vincent van Quickenborne) met theoretische, logische redeneringen heeft geprobeerd om het afzweren van zijn dure eden – om voor altijd burgmeester van zijn beminde centrumstad te blijven – toch wat goed te praten. Het kwam hierop neer: hij heeft in feite zichzelf opgeofferd om het land met zijn ministerschap (ook van de Noordzee) door de crisis heen te loodsen. Tegelijk laat hij Kortrijk niet los en wil (vanuit federaal niveau zeg!) nog veel goed doen voor de stad. Dit soort van overtuigingsmiddelen rangschikte Aristoteles in zijn “Ars Rhetorica” tot de categorie “logos”.
Maar de wijsgeer wist maar al te goed dat er meer nodig is dan rationele, inhoudelijke argumenten (logos) om als onderdeel van het betoog de toehoorder niettemin te overtuigen van zijn gelijk als spreker. Er is alleszins ook “PATHOS” nodig: men dient de emoties van het publiek te bespelen. V.VQ. kan dat als geen ander maar het lukt wel niet bij iedereen. Zijn toespraak tot de Kortrijkzanen (die zich waarlijk verraden voelen) begon al meteen met de meest gekende, populistische methode: de ‘captatio benevolentiae’: het goed stemmen van het publiek zodanig dat men begint warme gevoelens te koesteren voor de spreker. Enige vleierij mag daarbij niet ontbreken. Dus zei de afscheidnemende burgervader: “Ik ben een trotse burgemeester. Ik was graag verder uw burgemeester geweest, van een provincienest dat (nu) een voorbeeldstad in Vlaanderen is.” Het was waarlijk geen evidente keuze, omdat hij Kortrijk graag ziet. Dat u dat maar weet.
V.VQ. onderstreepte dit alles dan met de weidse advocatengebaren en stemverheffingen (met een enkele kortstondige pauze), eigen aan iemand die eigenlijk niet kan verbergen dat hij toneel speelt. Tot de ‘pathos’ van een deskundige redevoering behoort dit overtuigingsmiddel tot het decorum. Niet voor niets hield Quickie zijn toespraak in de prachtige Beatrijszaal van het historische stadhuis, met op de achtergrond een kunstig glasraam en een rij indrukwekkend dikke boeken.
V.VQ. liet het natuurlijk niet na om enig medeleven, welwillendheid, zelfs medelijden uit te lokken bij zijn toehoorders. Dus moesten we aanhoren dat hij over zijn overstap naar Brussel lang heeft nagedacht, ja daar echt nachtenlang heeft van wakker gelegen, en met veel mensen over heeft gepraat. Ook met zijn vrouw. (Want wie gaat er nu de dochter naar school voeren?) Maar ja, “plicht roept en men kan niet aan de zijlijn blijven staan”. En: “Wat we in Kortrijk doen met onze ploeg, moet ook in ons land mogelijk zijn.”
Naschrift. Wat dat ook moge zijn wat u hier ter stede en in Brussel doet, dank u voor alles, titelvoerend burgemeester! In een volgende editie van deze krant zullen we het nog hebben over uw beroemde én beruchte eigen “ethos”.
Mist u ons? Die rotatiepers van onze drukkerij genaamd “Proximus” valt continu in panne. Er zijn al drie technicici voorbij gekomen en die zeggen telkens dat “nu alles in orde is”. Stukje over de retorische pathos waarmee de geverfde vogel Kortrijkse burgemeester Vincent Van Quickenborne naar het federale niveau in Brussel is weggevlogen en dat heeft geprobeerd goed te praten is nochtans drukklaar, maar het blijft raadselachtig wanneer die pers weer gaat draaien. Nu lukt het dus even wel. Maar het kan vlug weer gedaan zijn.
Weblog over het reilen en zeilen in de Kortrijkse politiek door Frans Lavaert