All posts by Frans

Stad neemt deel aan een stedenspel

SOMS VERSTAAN WE ER NIETS VAN.

EXQI Plus begint samen met de Nederlandse TROS een nieuwe reeks van het “Stedenspel”. Stad Kortrijk neemt daaraan deel. De opname met het publiek is voorzien op donderdag 22 april om 19 uur te Lint en speelt zich af rond een tropisch zwembad. Pret verzekerd.
Stad neemt contact op met mensen die geen schrik hebben van water uit met name kringen als de politie, watersportclubs en gemotiveerd stadspersoneel. Het team zal bestaan uit vier mannen en vier vrouwen met twee reservespelers. Medewerkers van Stad krijgen een halve dag dienstvrijstelling.
Om het Kortrijkse team aan te moedigen worden een 200-tal supporters opgeroepen. Gratis autocarvervoer en een T-shirt. Hiervoor voorziet Stad een IMAGObudget van 3.000 euro.

De Collegebeslissing hieromtrent dateert al van 31 maart en na twee weken ongeduldig wachten konden we op de website van Stad nog altijd geen publieke oproep zien naar mogelijke supporters. Burgemeester Lieven Lybeer liet zich al met heel de familie inschrijven.
Dat vinden we nu wel zeer eigenaardig. De beslissing van het schepencollege kreeg een ongunstig advies van … de directie Personeel en Organisatie.

Een duur voetbaltornooi tussen vijf zustersteden

Behoudens de verantwoordelijke schepen voor jumelages (Lieven Lybeer) weet bijna geen Kortrijkzaan dat we verbroederen met nog vier zustersteden. Te weten: Bad Godesberg, Frascati, Windsor-Maidenhead en Saint-Cloud.
Tweejaarlijks meten de steden zich met elkaar op sportief vlak tijdens een voetbaltornooi voor stadsploegen. Dit jaar is het de beurt aan onze stad om het tornooi te organiseren. Van 9 tot en met 11 oktober zakken vier ploegen ter stede. De wedstrijden vinden plaats in openlucht op de Lange Munte op 10 oktober.
Op vrijdagavond 9 oktober om 18u30 is er een officiële ontvangst voorzien op het stadhuis voor de deelnemers (telkens tien, plus de coach) en de delegaties van notabelen. Kostprijs onbekend.
Daarna volgt er een kennismakingsmoment met welkomstdiner in het Chesscafé. Raming 3.716 euro, want naast de spelers en officials zijn ook de leden van het schepencollege uitgenodigd.
Tijdens het tornooi krijgen de officials een alternatief programma aangeboden. Verplaatsingskosten, ingangstickets en lunch op kosten van de stad op basis van de voorgelegde facturen. Voorlopige raming: 500 euro.
Voor de catering op zaterdag zijn broodjes voorzien, en ’s avonds volgt een warm buffet met een optreden. Kostprijs nog onbekend, maar voor het optreden van het bandje is al 500 euro vrijgemaakt.

Voor de prijsuitreiking is een beker voorzien voor de zes (???) aanwezige ploegen. Kostprijs onbekend.
Voor de vrijwillige medewerking van de scheidsrechters wordt gevraagd om een onkostenvergoeding te voorzien. Bedrag onbekend.

De delegaties logeren in een van de duurste hotels van Stad. Hotel Messeyne. Raming van de verblijfskosten plus het diner: 3.880 euro.

Op zondag 11 oktober is er nog een jumelagemeeting. Geen kostenraming.

ZO.
Voorlopig totaal van de gekende kosten: 13.512 euro. Dat is een half miljoen oude franken.
Dragen de zustersteden zelf ergens bij in die onkosten?
Vanwege de jumelage-snoepreisjes van Lieven Lybeer en schepen Marie-Claire Vandebulcke met hun partners is de begrotingspost voor zustersteden (4.363 euro) al lang uitgeput. Vandaar dat men de geraamde bedragen maar inschrijft bij de posten “representatie en recepties” en “technische prestaties van derden,” in de rubriek cultuur.
Dat is Kortrijk.

Welk lid van het Kortrijkse schepencollege wordt het meest bezoldigd?

Bepaalde politici moeten jaarlijks aan het Rekenhof een lijst indienen van hun al of niet bezoldigde mandaten, ambten en beroepen. Voor het jaar 2008 is die mandatenlijst verschenen in het Staatsblad van 14 augustus.
Het bedrag van die bezoldigingen of vergoedingen wordt niet opgevraagd. En politici hebben het niet graag daarover, zonder dat ze beseffen waarom.
De fractie-leider van het Kortrijkse Vlaams Belang Maarten Seynaeve zal via een schriftelijke vraag proberen te weten te komen wat burgemeester en schepenen zoal verdienen. Dat zal niet gemakkelijk zijn. Vorig jaar had hij al de meeste moeite om te bekomen dat de leden van het Schepencollege hun mandaten zouden kenbaar maken aan de gemeenteraad. En hoewel dit decretaal is verplicht moest zelfs de gouverneur tussenkomen om het College hiertoe te dwingen.

Onze huidige, waarnemende burgemeester Lieven Lybeer heeft het grootste aantal mandaten. Niet minder dan 35. Vroeger jaren had hij er een dertigtal. Daarvan zijn er (in 2008) 12 bezoldigd. Uitermate raar en misschien wel enigszins onwelvoeglijk is dat hij (een ACV-er) zich laat betalen voor mandaten uit de sociale economie, de zgn. non-profitsector. Voorbeelden: PWA, Makkie, Mentor, Beschutte Werkplaatsen, Sociale Huisvestingsmaatschappijen. Merkwaardig nog is dat hij zich in 2008 voorzitter kon noemen van de zgn. Conferentie van Burgemeesters, terwijl hij in dat jaar toch nog gewoon schepen was.

De titelvoerende burgemeester en nu minister Stefaan De Clerck vermeldt zes niet-bezoldigde mandaten en vier bezoldigde. Wel uitermate goed bezoldigd ! Burgemeester, Kamerlid, bestuurder van de Gemeentelijke Holding. Hij vergat nog een andere zeer lucratieve job. Hij was ook quaestor van de Kamer. Zou het niet kunnen dat hij vorig jaar de duurste vogel was van alle Kortrijkse politici? Was vorig jaar nog twee dagen minister,

Wie we altijd geneigd zijn om op allerlei gebied te onderschatten, dat is schepen Guy Leleu.
Hij heeft 14 mandaten, waarvan slechts één niet is vergoed. Leleu is bestuurder van alle mogelijke intercommunales waar Kortrijk aan deelneemt en dat moet toch vele zitpenningen opleveren. .

Tweede recordhouder inzake het aantal mandaten is evenwel onze schepen Jean de Béthune.
30 mandaten, waarvan ook 11 bezoldigd. Ook hij zetelt in intercommunales die materies behandelen waar hij weinig voeling mee heeft (milieu en vliegwezen). Laat zich nog betalen als voorzitter van de provincieraad, bestuurder van Syntra West, Xpo, Westtoer, enzovoort.

Het inkomen van onze schepen van Financiën Alain Cnudde is ook niet mis. Vijf bezoldigde mandaten (alweer die intercommunales) en twee niet.

Schepen Stefaan Bral behoort tot minder goed betaalden, maar heeft me dunkt toch nog een bijbaantje. Twee bezoldigde functies (bij IMOG) en vier niet (in de sport). Vrouwtje zal eens overnemen.

Onze Hilde Demedts behoudt al jaren vier bezoldigde mandaten en geen enkel onbezoldigd. Zit nog altijd bij IMOG en Ethias.

VLD-schepen Wout Maddens houdt het bij drie bezoldigde mandaten (zit in Leiedal en het SOK) en zes onbezoldigde. Bestuurder van de vzw Beeldenstorm die toch is opgedoekt?

VLD-schepen tot eind dit jaar Marie-Claire Vandenbulcke heeft traditioneel vier bezoldigde functies. Was werkzaam bij Gaselwest, Psilon (wat doet dit nog?) en is raadslid bij de politiezone VLAS.

Zo, nu weet u weer alles.
Eén politieker met 12 betaalde jobs en twee met 11.
Over enkele maanden kennen we het antwoord op de vraag die raadslid Maarten Seynaeve zal stellen en weten we welke burgemeester of schepen vorig jaar het meeste heeft verdiend.

Over de nood aan sociale woongelegenheden

Het nieuwe decreet over Grond- en Pandenbeleid vindt dat elke gemeente tegen 2020 moet streven naar een aandeel van 9 procent sociale huurwoningen (berekend op basis van het aantal huishoudens).
Volgens de directie Stadsplanning en Stadsontwikkeling telt Kortrijk nu al 8,35 procent sociale huurwoningen.en 0,65 procent sociale koopwoningen.
In onze regio scoort alleen Zwevegem (10%) en Menen (10,75%) beter. Het traditoneel als rood beschouwde Harelbeke haalt intussen slechts 5,70 procent.

Als Kortrijk het door Vlaanderen opgelegde objectief wil bereiken is er nog behoefte aan 203 sociale huurwoningen en waarschijnlijk 250 koopwoningen.
Maar de regio heeft zich met het zgn. Woonregieboek van Leiedal een streefcijfer van 11 procent opgelegd. Bovenop de 9 procent betekent dit dat Kortrijk nog 641 sociale huurwoningen moet beschikbaar stellen.

Binnen het stadsbestuur leeft althans bij de VLD de gedachte dat – eens het objectief van 11 procent is bereikt – er vooral moet ingezet op zgn. “bescheiden woningen”.

Anderzijds mikt de ACW-vleugel op de installatie van een “woonclub” voor lage inkomensgroepen (of speciale gevallen?), een specifiek loket binnen de nog op te richten “woonwinkel” in het stadhuis.
Die woonwinkel zou eindelijk operationeel eindelijk worden in september.
Over die “woonclub” heerst blijkbaar geen eensgezindheid binnen het College. Het punt is al tweemaal uitgesteld.
De VLD was in de vorige bestuursperiode (toen nog in de oppositie) overigens totaal gekant tegen de oprichting van een stedelijke woonwinkel.

Kortrijk krijgt meer bescheiden woningen

Maar wat is een bescheiden woning?
Vergeet de klassieke fiscale definitie waarbij men het heeft over woningen met een kadastraal inkomen van hoogstens 750 euro.
Het nieuwe decreet over grond- en pandenbeleid in Vlaanderen voert een nieuw begrip in dat niets heeft te maken met het K.I.
Zeer simpel gezegd is een bescheiden woning duurder dan een sociale woning, maar het is ook geen villa. Het is een woongelegenheid met een bescheiden verkoop- of verhuurprijs, haalbaar voor inkomens die te hoog liggen om te genieten van het sociale woonaanbod en te laag voor een betere luxe-woning. Met andere woorden: iets voor de meeste van onze lezers.
Volgens het decreet gaat het om woonhuizen met een volume minder of gelijk aan 550 m³ en een oppervlakte van hoogstens 500 m². De gemeenten kunnen evenwel in een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening de definitie van een bescheiden woonaanbod (kan ook een appartement zijn) verder concretiseren, verfijnen, zelfs strenger maken..
En dat is waar onze ambtenaren nu mee bezig zijn.
De opmaak van een sluitende definitie heeft nogal wat consequenties. Het is immers de bedoeling om op onbebouwde gronden van openbare besturen 25 procent voor te behouden voor het bescheiden aanbod. Voor gronden in handen van de private sector geldt een percentage van 20 procent bescheiden units (woningen of kavels).

Hoe definieert onze Kortrijkse directie stadsontwikkeling nu (voorlopig!) de “bescheiden woongelegenheid” ?
Typologisch gaat het om woning met minimum drie slaapkamers, met een bewoonbare oppervlakte van maximum 120 m², een kavelgrote van max. 150 m² en een tuin van minimum 50 m². Er is ook een parkeerruimte voor een wagen.
Voor een appartement gaat het om minimum twee slaapkamers, met een bewoonbare oppervlakte van maximum 90 m² en een buitenruimte van minimum 5 m².
Meer concreet zegt men nog dat een bescheiden huis bij voorkeur niet meer dan twee gevels heeft. Dat er voldoende bergruimte is, bijvoorbeeld voor fietsen. En een voldoende grote inkomzone. Een apart toilet, een badkamer, een keuken voorzien van basistoestellen. Een adequate isolatie en ventilatie.
Het schepencollege hoopt om nog voor 1 september met alle mogelijke actoren (ook politieke partijen) een grootscheeps stedelijk woonoverleg op te starten over deze materie, en globaal ook over de uitvoering van het nieuwe decreet grond- en pandenbeleid.

Hierbij wil men niet uit het oog verliezen dat er nog altijd moet gestreefd worden naar 11 procent sociale woongelegenheden. Althans volgens het Woonregieboek van 2008. (Het “ijkpunt” voor Vlaanderen van 9 procent is bijna bereikt.)

NIEUWE REGELS VOOR TOEGANKELIJKHEID VAN PUBLIEKE GEBOUWEN NU OOK VOOR MENSEN IN HET GIPS

Het is een beetje tussen plooien van de triviale papieren perse gevallen, maar de Vlaamse regering heeft een nieuwe Stedenbouwkundige Verordening Toegankelijkheid voor publieke gebouwen goedgekeurd.
Die regelgeving is niet enkel goed voor mensen met een beperking (nieuwe term voor gehandicapten), maar ook voor ouderen, kinderwagens, grotere mensen en zelfs voor iemand wiens arm in het gips zit.
De nieuwe verordening geldt vanaf 1 maart 2010. Niet enkel voor nieuwbouw maar ook voor verbouwingen, of uitbreidingen van gebouwen die publiek toegankelijk zijn. Denken we bijvoorbeeld aan onze Raadskelder, winkels, banken, cafés.

Het wordt weer ingewikkeld.
De verordening geldt enkel wanneer een stedenbouwkundige vergunning vereist is. Dus. Wanneer we spreken over pashokjes of kleedruimtes, gaat dit alleen over gemetste hokjes zoals die in een sporthal of een zwembad, en niet over pashokjes in een kledingzaak die uit een gordijn of een valse wand bestaan.
Uiteraard wordt er ook gevraagd dat het toegangspad naar het gebouw voldoet aan de verordening. Het zou weinig zin hebben om een toegankelijk gebouw te hebben als je er niet kunt geraken.

Wat met kleine bakkerijen, slagers, cafés?
Er wordt een onderscheid gemaakt naargelang de oppervlakte van de toegankelijke ruimte. Is die kleiner dan 150 m² dan hoeven enkel de toegangsdeuren toegankelijk gemaakt. Trapjes zijn verboden.
Voor gebouwen die bestaan uit meerdere verdiepingen, groter dan 150 m², maar kleiner dan 400 m², is het enkel verplicht om het gelijkvloers toegankelijk te maken. Opgepast: als dat gelijkvloers dezelfde functies biedt als de volgende verdiepingen. Een lift mag dus in dit geval maar moet niet. Restaurants en cafés die op het gelijkvloers zitruimte hebben en sanitair voorzien, hoeven enkel die verdieping toegankelijk te maken, ongeacht of ze al dan niet groter zijn dan 400 m².
Wat met hotels?
Als ze meer dan 10 kamers tellen moet minstens één kamer toegankelijk zijn.
Wat met appartementsblokken?
Vanaf meer dan twee niveaus en minstens zes wooneenheden moeten de gemeenschappelijke delen (hal, lift, garage) en de toegangsdeur tot elke woongelegenheid aan de nieuwe verordening voldoen.
In het najaar zal de Vlaamse regering proberen om de verordening aan het publiek uit te leggen, middels een handboek en website.
P.S.
Voor het veiliger en toegankelijker maken van stadsgebouwen is er in Kortrijk voor dit jaar een budget van 50.000 euro. Maar dit gaat vooral naar brandveiligheid. Voor personen met een auditieve handicap zal men iets doen in de stadsschouwburg.

Uw kennis over de gemeentepolitiek even opfrissen

Verlof !
Tijd om met behulp van kortrijkwatcher uw kennis over wat reilt en zeilt in Stad ietwat op te frissen.

Waar gaan de snoepreisjes van onze schepenen zoal naartoe?
Is er dit jaar al iets in de doofpot gestopt?
Hoe zijn de menselijke relaties tussen de waarnemende en de zittende burgemeester?
En de politiek-inhoudelijke?
Komt er een olympisch zwembad?
Wanneer wordt Filip Santy schepen?
Zit Stad in financiële nood?
Wat zegt u “Kortrijk links bekeken”?
Waar ging het conclaaf van het schepencollege door?.
Wanneer opent het megawinkelcomplex K zijn deuren?
Hoeveel raadsleden weten waar de dossiers liggen ter voorbereiding van de gemeenteraad?
Mag u die ook gaan inzien?
Is het absenteïsme in de Raad gedaald?
En waarom is het absenteïsme nooit hoog geweest in de raadscommissies?
Welke krant biedt het meeste nieuws over Kortrijk?
Wordt Stefaan De Clerck ooit nog gouverneur in onze provincie?
Welke vzw krijgt van Stad het meeste subsidies? (En waarom?)
Wanneer wordt de laatste nieuwe brug geopend?
Wat mankeert er aan de stadsblog van kortrijkwatcher?
En aan die van de Stad?
Maakt Guy Leleu ooit kans om burgemeester te worden?
Volgt minister Vincent Van Quickenborne wel de gemeentepolitiek?
Of is hij gewoon de baas over zijn VLD-schepenen?
Kent u een verwezenlijking die typisch liberaal is?
Wat is er zoal administratief vereenvoudigd?
Verdient waarnemend burgemeester Lybeer een jaarsalaris van meer dan 100.000 euro?
Hoeveel mandaten heeft hij dan wel?
Hoeveel erkende moskeeën zijn er in Kortrijk?
Hoeveel buurtwerkers namen er al ontslag?
Wat betalen we per inwoner als werkingskosten aan de kerkfabrieken?
Welke schepen gedraagt zich als een Berlusconi?
Wie is Borat?

HISTORICI GESUBSIDIEERD

Het is waar. Lokale geschiedschrijvers richten hun blikveld zelden op het sociaal-economische verleden van streek of gemeente. En zeker niet op meer hedendaagse evoluties.
De provincie West-Vlaanderen wil daar iets aan doen.
Daarom heeft ze een opdracht uitgeschreven voor het aanstellen van een externe dienstverlener voor het maken van een studie van de sociaal-economische streekgeschiedenis voor alle gemeenten van de arrondissement Roeselare en Kortrijk, plus de gemeenten Wielsbeke en Oostrozebeke en de stad Wervik.
Beschouwde periode: 1840-1970.

De partners voor het uitvoeren van de studie dragen hun steentje bij.
Stad Kortrijk : 5.000 euro.
Projectvereniging Overleg Cultuur Regio Kortrijk : 5.000 euro.
Projectvereniging TERF (onze Erfgoedcel): 5.000 euro.
Vzw Toerisme Leiestreek: 5.000 euro.
RESOC/SERR Midden-West-Vlaanderen: 2.500 euro.
RESOCC/SERR Zuid-West-Vlaanderen: 2.500 euro.
Roeselare: ???

De provincie zelf zorgt voor het restbedrag, met dien verstande dat de opdracht het totaal bedrag van 85.000 euro niet mag overschrijden.
Er wordt een algemene offerte uitgeschreven.
Wel nog nergens gezien.

Nog puntjes op de IJ van de Oude Dekenij (2)

Media-specialist raadslid en volksvertegenwoordiger Carl Decaluwé (CD&V) moet nu optreden. Nu.
Gedaan met het spenderen van belastinggeld aan commerciële televisie.
65.000 plus 200.000 in Kortrijk alleen al. En ’t is niet eens porno. Wel passie. Fred Germonprez (schrijver en journalist die alles wist over Kortrijkse familievetes) staat op uit zijn graf. Lees nog: “De derde hoofdzonde”, “Jozef De Coene”, “De magistraat”, “Kortrijkse figuren”.

Neem me niet kwalijk.
Dit was een woord vooraf.

Hierna mondelinge vragen van de raadsleden Ph.De Coene en M.Seynaeve.
Met letterlijk in extenso antwoord van waarnemend burgemeester Lieven Lybeer op de gemeenteraad van 9 februari. Zoek de halve leugens en de onwaarschijnlijkheden.
Intussen – tegelijkertijd – is er al een geheel nieuwe, andere historie (soap) aan de gang met VTM in Kortrijk.
Zie nu onmiddellijk kortrijklinksbekeken
van raadslid Marc Lemaitre.
Alweer een commercieel productiehuis slaagt erin om bij steden geld te schooien om iets of wat ter plekke te draaien. En ze daarbij tegenover mekaar uit te spelen. Dat moet gedaan zijn. De Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) heeft hier een taak te vervullen.
Stadsbestuur Kortrijk wil nu nog (bovenop de kosten voor “Mijn restaurant”) tot 200.000 euro besteden opdat er zich hier iets op TV zou afspelen over een oud familiedrama bij rijke families. Uit de regio. Kunnen we het niet bij de nieuwe geheimen houden? Terwijl de families dit zelf sponsoren? Koramic! De Bethune. Vlerick. Goethals. Bral. Boer De Clerck junior. Roularta. (Moeder Nolf.) Inspiratie zat. De Bertjes. Et cetera.
Maar is de historische kring “Leiegouw” al geraadpleegd? En het OCMW met al zijn boerderijen?
Zullen we de plaatselijke pers van toen te zien krijgen?
Zal de serie achterhalen hoe het er in het verleden aan toeging?
Is het de bedoeling om de notaris, de pastoor, de brouwer voor het daglicht te halen?

Onze secretaresse voorspelt poblemen.
Ze zegt dat het tegelijk waar en niet waar zal zijn. “Er zal iets uitkomen.” Iets van nu.
Bon. Lees nu maar Marc.
Over het restaurant nog.
Ook niet beschaamd zijn als u dat niet leest. Gemeenteraadsleden en schepenen zijn dit ook niet.

ONS RESTAURANT
GR. 9 februari 2009.
Algemene uiteenzetting (van de burgemeester)

In het najaar van 2008 werd de directie Facility (stadsarchitect) gecontacteerd door de toenmalige burgemeester voor een mogelijke locatie in Kortrijk voor de tweede reeks van het succesvolle programma ”Mijn Restaurant”.
Daarbij werd gedacht aan de Oude Dekenij, stadsgebouw dat op dat moment te koop stond. VTM betoonde duidelijk interesse voor dit pand maar werd er dan al op gewezen dat het hier een beschermd gebouw betreft,wat bij uitvoering van werken aanleiding kan geven tot het doorlopen van vergunningsprocedures.
In de daaropvolgende weken heeft VTM zelf verschillende plaatsbezoeken verricht.
Pas in de tweede week van december 2008 werd opnieuw overlegd met VTM.
Op 23 december 2008 keurde het college het voorgelegde ontwerp van huurovereenkomst goed,de huurovereenkomst werd dezelfde dag nog ondertekend.
Uit deze huurovereenkomst kan het navolgende aangehaald worden:
-artikel 1:”…De huurder neemt er akte van dat dit pand beschermd is bij ministerieel besluit van 15 oktober 2003…”
-artikel 7:”…Indien deze werken vergunningsplichtig zijn mogen ze niet zonder voorafgaande officiële vergunning geschieden. Alle boetes of vervolgingen voor bouwmisdrijven begaan door de huurder zijn ten laste van laatstgenoemde…De uitvoering van de werken zal gebeuren in samenspraak met de productie van het programma en met de verhuurder (Noot. Dit verklaart de aanwezigheid ter plaatse van de directie Facility)…

Vanuit de directie Stadsplanning en- Ontwikkeling werd naar de directie Facility toe het standpunt ingenomen dat:
– de wijzigingen binnen niet vergunningsplichtig zijn;

– de aanpassingen gevel wel vergunningsplichtig zijn maar als werken van geringe omvang geen architect behoeven. Daar het een beschermd monument is moet elke bouwaanvraag aan een openbaar onderzoek worden onderworpen en met een (bindend) advies van Monumenten worden goedgekeurd.

Het was aangewezen om de deuropening in de gevel aan te passen in functie van de toegankelijkheid voor personen met een handicap. Dit gaf aanleiding tot een aanpassing van de overeenkomst,waarmede het college in zitting van 28 januari ll. instemde. De tekst van deze aanpassing luidt als volgt:

”Na advies van R.O. West-Vlaanderen-Onroerend Erfgoed dat stelt dat wijzigingen aan de voorgevel en de voordeur dienen uitgevoerd te worden om aan de toegankelijkheidsvereisten van een horecazaak te voldoen,verklaart de verhuurder zich akkoord met deze verbouwing naar een dubbele toegangsdeur in de gevel, omdat de huurder hiervoor de stedenbouwkundige vergunning kan bekomen.

In alle enthousiasme en met een dringende timing voor ogen werden deze gevelaanpassingen aangevat door VTM alvorens het stedenbouwkundig dossier werd ingediend bij de directie stadsplanning en- ontwikkeling (Op maandag 26 januari ll.). Dit gaf aanleiding tot een stakingsbevel op 28 januari ll.,uitgaande van ambtenaren van het agentschap Inspectie RWO.
Intussen zijn we in het bezit van het gunstig advies van Monumentenzorg. Het stedenbouwdossier maakt het voorwerp uit van een openbaar onderzoek.

Antwoord op de vragen van raadslid De Coene
1.Ging de stad Kortrijk ervan uit dat deze werken niet aan een vergunning waren onderworpen en waarom ging men daar eventueel van uit?

De directie stadsplanning en- ontwikkeling ging en gaat ervan uit dat de binnenwerken niet vergunningsplichtig zijn en dat de aanpassingen gevel wel vergunningsplichtig zijn maar als werken van geringe omvang geen architect behoeven. Daar het pand een beschermd monument is moet elke bouwaanvraag aan een openbaar onderzoek onderworpen worden en met een (bindend) advies van R.O. West –Vlaanderen-Onroerend Erfgoed goedgekeurd worden.

2.Waarom heeft de stad de werken niet stilgelegd of laten stilleggen nadat duidelijk was gebleken dat er wel een bouwvergunning nodig was met bindend advies van Monumenten en Landschappen en wetend dat,bij gebrek aan vergunning,het hier om een bouwmisdrijf ging?
Met verwijzing naar het antwoord op vraag 1 is het zo dat pas vanaf het moment dat aanpassingen voorzien werden aan de gevel er sprake was van vergunningsplichtige werken.
Deze geplande werken gebeurden voornamelijk met het oog op betere toegankelijkheid voor personen met een handicap. Aangezien het schriftelijk advies van Monumenten eerstdaags kon worden verwacht en aangezien de werken volledig omkeerbaar waren, is in eerste instantie geoordeeld geen acties te ondernemen tot stillegging.
Alle werken die reeds uitgevoerd werden zijn conform de afspraken en het inmiddels voorgelegde stedenbouwkundig dossier.

3.Klopt het dat minstens twee ambtenaren van de stad Kortrijk,zijnde een ambtenaar van Stedenbouw en een ambtenaar van Patrimonium,aanwezig waren bij de werken zonder vergunning?

Met verwijzing naar het antwoord op vorige vraag kan bevestigd worden dat op het moment dat er gevelaanpassingen uitgevoerd werden er geen enkele ambtenaar van genoemde directies aanwezig was. De directie Facility was af en toe aanwezig tijdens de uitvoering van de binnenwerken,ten einde na te gaan –als vertegenwoordiger van de stad en” bewaker”van het stadspatrimonium- dat alles uitgevoerd werd conform de gemaakte afspraken.

4.Kan de stad ons een volledige lijst bezorgen van werken die werden stilgelegd in 2007 en 2008,hetzij door de stad hetzij door andere bevoegde instanties,wegens het ontbreken van een nodige bouwvergunning.
In bijlage de gevraagde lijst.

Antwoord op de vragen van raadslid Seynaeve

1.Wat is de exacte stand van zaken voor wat betreft de stedenbouwkundige vergunningen voor de buitenzijde,alsook- indien van toepassing- voor de binnenzijde?

De directie stadsplanning en- ontwikkeling ging en gaat ervan uit dat de binnenwerken niet onderworpen zijn aan een stedenbouwkundige vergunning. Wat de aanpassingen aan de gevel betreft is het zo dat VTM op 26 januari ll. een aanvraagdossier tot het bekomen van stedenbouwkundige vergunning heeft ingediend (in dit dossier heeft men voor de volledigheid ook de binnenwerken opgenomen). Dit dossier maakt het voorwerp uit van een openbaar onderzoek (tot 28 februari). Inmiddels is er reeds een gunstig bindend advies van R.O. West-Vlaanderen-Bouwkundig Erfgoed.

2.Op welke manier,door wie en wanneer werd overeengekomen dat de buitendeur moest worden verbreed en er aldus werken aan de buitengevel nodig waren,in strijd met het huurcontract.

Dit gebeurde op advies van een ambtenaar van R.O. West-Vlaanderen-Bouwkundig Erfgoed. Hiermede kon voldaan worden aan de Provinciale Stedenbouwkundige Verordening inzake toegankelijkheid. Er werd gesuggereerd die ingang te verbreden mede gelet op het feit dat in het dossier bleek dat die andere ingang niet meer kon worden gebruikt. Hiermede wordt ook de ingang tot het gebouw aantrekkelijker gemaakt.

3.Sinds wanneer heeft de stad het lastenboek in bezit? Werd dit lastenboek inhoudelijk goedgekeurd? Welke inspraak heeft het schepencollege gehad bij de samenstelling van dit lastenboek?

Er werd uiteindelijk niet gewerkt met een lastenboek in de klassieke zin van het woord,ook al omdat het beperkte werken waren. Er werden wel offertes van aannemers voorgelegd. VTM heeft gewerkt op basis van bestelbons met aannemers die telkens pas afgeleverd werden na bespreking met de stad (beheerder stadspatrimonium),die er andere diensten bij betrok( R.O West-Vlaanderen-Bouwkundig Erfgoed,brandweer). Alles maakt formeel ook het voorwerp uit van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning,waaromtrent het college zal beslissen.

4.Heeft VTM,conform aan de huurovereenkomst,met een schriftelijk verzoekschrift de stad om toestemming gevraagd de werken aan de gevel te mogen starten?
a. Zo ja,wanneer heeft VTM om toestemming gevraagd?
b. Binnen welke termijn heeft de stad hierop gereageerd?
c. Over welke werken ging het exact?

Op 09 januari,naar aanleiding van een rondgang,kwam er het advies van Monumentenzorg om de deuropening aan te passen.
Op 23 januari werd door de juridische dienst van VTM een voorstel tot aanpassing van overeenkomst overgemaakt. Deze aanpassing van overeenkomst werd door het college goedgekeurd op 28 januari.

5.Hoe is de gevaarlijke clausule”indien de stad niet reageert binnen de twee dagen is er toestemming”in het huurcontract geraakt?

Het betreft hier een clausule op expliciet verzoek van VTM,die gebonden is aan een strikte timing in functie van het programma. Deze clausule is helemaal niet gevaarlijk omdat er uiteindelijk een schriftelijke vraagstelling moet zijn waarop de stad over twee dagen beschikt om te antwoorden,in zijn hoedanigheid van eigenaar…Dit ontlast uiteraard VTM niet van het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning,daar waar dit nodig zou zijn,zoals voor het aanpassen van de gevel. Tot op heden heeft VTM zich geen enkele keer formeel beroepen op deze clausule.

6.Van wanneer was de stad op de hoogte van de werken die aan de gevel werden verricht en die in strijd zijn met de bestaande regelgeving inzake de beschermde monumenten en de ruimtelijke ordening?

De stad heeft dit voor het eerst vastgesteld wanneer de pers er ruchtbaarheid aan gaf.

7.Waarom liet de stad na maatregelen te treffen, terwijl ze daartoe decretaal verplicht is? Waarom liet men de werken niet stilleggen op het ogenblik dat het duidelijk was dat de uitgevoerde verbouwingswerken niet over de nodige vergunningen beschikten?

Gezien binnen de eerste dagen een gunstig advies van Monumentenzorg in het vooruitzicht stond en gezien de omkeerbaarheid van de werken, is in eerste instantie geoordeeld de werken niet stil te laten leggen.

8.In welke mate oordeelt het college dat zij haar verantwoordelijkheid heeft genomen bij het toezicht,opsporen,vaststellen en sanctioneren van dergelijke misdrijven?

Met verwijzing naar het antwoord op voormelde vraag is het duidelijk dat deze vraag niet relevant is.

Voor alle duidelijkheid wordt toch meegegeven dat bij toepassing van het stedenbouwdecreet het college zelf geen enkele bevoegdheid heeft tot het opsporen en vaststellen van stedenbouwmisdrijven. Deze bevoegdheid berust bij de agenten en officieren van de gerechtelijke politie,de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs enz.

Syndicale premies voor stadspersoneel (1)

Eerst wat uitleg.
Stad betaalt voor elk personeelslid jaarlijks een bepaald bedrag (iets van 46 euro) aan de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid van plaatselijke en provinciale besturen. Die RSZPPO geeft dat door aan het federaal fonds bij de eerste minister voor het uitbetalen van syndicale premies. Wel te verstaan enkel voor de personeelsleden die aangesloten zijn bij een erkende vakbond. ACV,ABVV en ACLVB.
De vraag kan nu gesteld of niet-gesyndiceerden (met eventueel resterend geld) geen gelijkaardige premie zouden kunnen krijgen voor bijvoorbeeld juridisch advies en bijstand.
Bovendien rijst de vraag of niet moet gecontroleerd of het geld wel effectief gebruikt wordt voor de uitbetaling van premies, en of de federale “Commissie voor vakbondpremies” haar taak wel uitvoert.
Dat zou een goede vraag kunnen zijn voor ons raadslid-parlementariër Roel Deseyn (CD&V-ACW).
Uit de aard der zaak is het evenwel het Vlaams Belang dat zulke ambetante vragen stelt.
In de Gentse gemeenteraad bijvoorbeeld Francis Van den Eynde. Bij ons raadslid Maarten Seynaeve.
Er bestaat bij ons een “Bulletin van Vragen en Antwoorden”. Via dit middel kunnen raadsleden schriftelijk informatieve en technische vragen stellen. De antwoorden worden nu trouwens met nogal wat vertraging gepubliceerd op de Kortrijkse website. Interessant, maar jammer genoeg wordt het instrument te weinig gebruikt door onze raadsleden.
Maarten Seynaeve stelde net zijn de Gentse collega zes vragen over die premies.
Ingekort:
Hoeveel betaalde Stad in 2006 en 2007 aan de RSZPPO?
Heeft Stad informatie over de syndicalisatiegraad bij het personeel?
Controleert Stad de effectieve uitbetaling van de premies?
Kan met het resterende geld geen premie worden uitbetaald aan niet-gesyndiceerden?
Stad moet de gegevens over de aanvraagformulieren voor een syndicale premies die zij toezendt aan personeelsleden ter beschikking houden van de “Commissie voor de vakbondspremies”. Hoeveel malen heeft de federale commissie deze gegevens bij onze stad opgevraagd?
Eens kijken naar de antwoorden en vergelijken met wat stad Gent daarover zegt.
(…)