Category Archives: cultuur

Annick Dewilde mag weer niet mee…

Annick Dewilde is de doodbrave conservatrice van ons gerenommeerde Vlas-, Kant- en Linnenmuseum.
Isabelle De Jaegere, strenge maar ook rechtvaardige directrice-conservatrice van ons Broelmuseum, “kreeg” uit de aard der zaak de opdracht om een dienstreis naar New York te ondernemen ter voorbereiding van de tentoonstelling Futuro-textiel. Ging vroeger veel naar Londen. Via het museum van Oostende.
De afwezigheid van Isabelle mag en kan van het stadsbestuur maximaal vier dagen duren en vergoed worden.
Isabella wil in New York een belangrijke aankoop voorbereiden voor Futuro-textiel. Ja? Ja?? Wie heeft er haar die tip gegeven? Het mandaat? Waarom? Heeft ze daar intieme kennissen uit Kortrijk?
Annick van het linnenmuseum is er niet bij. Annick mag nooit ergens naartoe. Krijgt nooit een reisopdracht. Zou nochtans eens dringend moeten uitgestuurd naar de musea en galerijen van Santa Fé in New Mexico. Gewoon om te kijken. Om inspiratie op te doen. Meer speciaal in het Museum of International Folk Art. Zie eens op www.moifa.org.

P.S. (1)
De Algemene Vergadering van het Broelmuseum komt al geruime tijd (maanden) niet meer bijeen. Ooit is er een keer een vergadering afgelast bij gebrek aan te bespreken punten ! Geen lid van de A.V. dat weet waarover Futuro-textiel gaat.

P.S. (2)
Er is beloofd dat zeker in mei een publieke bespreking zou gebeuren van de doorlichting van de musea, gemaakt door prof. De Brabander.
Nog geen datum of plaats gekend. Wanneer is Isabella terug?

Schijnhuwelijken (3) en klassehuwelijken

Stad is alwéér gedagvaard wegens het weigeren van een huwelijksvoltrekking.
Sinds die keer dat er mij met 100.000 oude Belgische franken in ’t handje liefdevol is aangeboden om een “marriage de complaisance” aan te gaan laat dit fenomeen me niet meer los.
En aangezien de schepen van Burgerlijke Stand alhier nu van VLD-obediëntie is (te voren was het Hilde Demedts, nu Marie-Claire Vandenbulcke) lijkt het toch nuttig om hier een keer in extenso weer te geven wat de meningen zijn van de CD&V-coalitiepartner in verband met dit fenomeen.
De CD&V-standpunten hieromtrent worden in het federale parlement altijd voorgedragen door de Antwerpse Nahima Lanjri.
Even luisteren.

Officieel heeft de CD&V op 23 maart laatstleden volgende meningen over de aanpak van schijnhuwelijken gepubliceerd.

1. De wet rond de bestraffing van schijnhuwelijken moet effectief uitgevoerd. Die wet is ondertussen één jaar oud en heeft nog tot geen enkele veroordeling geleid.
2. De parketten moeten ondersteund worden zodat ze ook effectief kunnen optreden.
3. Er moet een uniforme aanpak van de schijnhuwelijken komen, in binnen- en buitenland. De aanpak moet gelijk zijn in alle gemeenten van ons land, middels duidelijke administratieve onderrichtingen en informatiepakketten ten behoeve van de gemeentelijke diensten bevolking.
4. Er moet een databank geïnstalleerd waarin alle pogingen tot schijnhuwelijk en vernietigingen van schijnhuwelijken worden geregistreerd en tevens statistisch materiaal wordt bijgehouden.
5. Preventieve onderzoeken naar schijnhuwelijken moeten transparant gebeuren en aan een aantal principes voldoen. Bijvoorbeeld: een termijn bepalen waarbinnen de woonstcontrole moet gebeuren. Duidelijke informatie verstrekken. De geïnterviewden een schriftelijk verslag van het interview meegeven. Objectiviteit in de vraagstelling nastreven.

Puntje 5 is ongetwijfeld ook in Kortrijk een heikel punt.
Wisselingen van schepenen en ambtenaren bijvoorbeeld brengen andere procedures (werkmethodes) mee. Strenger of minder streng. Méér of minder deskundig. Dat zou toevallig niet mogen.
Puntje 4 kan ook eens ter stede én in de politiezone VLAS ter harte worden genomen.

Maar Nahima Lanjri vertelt in het parlement nog een paar zaken die men in Kortrijk ook best eens kan beluisteren.

Sinds 21 februari 2006 zijn schijnhuwelijken en óók pogingen daartoe strafbaar. En zowel de vreemdeling die met zijn huwelijk een verblijfsrechtelijk voordeel beoogt als de persoon die hem daarbij behulpzaam is, kunnen worden bestraft.
Straffen (boeten of gevangenis) zijn gradueel, naargelang er al of niet geldsommen of dwang bij te pas kwam.
Welnu, volgens Lanjri zijn de sancties veel te licht.
Want gangbare prijzen voor de partner die bereid is om een schijnhuwelijk aan te gaan lopen nu gemakkelijk op tot 20.000 euro! De geldboeten staan totaal niet in verhouding daarmee.
En gevangenisstraffen onder de 6 maanden worden toch niet uitgezeten.

Lanjri vindt ook dat bij nietigverklaring van het huwelijk de verblijfsvergunnning en de eventueel Belgische nationaliteit automatisch moeten worden afgenomen.
En over gezinshereniging bij een schijnhuwelijk is zij ook al niet zeer voorstander van.

In een resolutie die Lanrji ooit heeft ingediend bij de Kamer vraagt zij nog aan de regering om een meldpunt te installeren waar mensen die in aanraking komen met pogingen tot het aangaan van een schijnhuwelijk dit in alle discretie kunnen laten weten. Een kliklijn !

Wat willen we nu zeggen?
Dat de CD&V inzake schijnhuwelijken en pogingen daartoe werkelijk van de harde lijn is.

Sinds een circulaire van 13 september 2005 zijn ambtenaren van de Burgerlijke Stand verplicht om elk gemengd huwelijk tussen een EU-onderdaan en een illegale vreemdeling te melden aan het bureau opsporingen van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Dat bureau informeert dan de verschillende Burgerlijke Standen over mogelijke andere huwelijkspogingen.
Voor de jaren 2004, 2005 en 2006 werden resp. 1.343, 2.247 en 5.474 pogingen genoteerd.

Nahimi Lanjri wil méér.
Zij wil dat ambtenaren van de Burgerlijke Stand en parketten ook aan DVZ verplicht melden dat er ergens een schijnhuwelijk is afgesloten. En dat de betrokken vreemdeling in een schijnhuwelijk onmiddellijk wordt gerepatrieerd… (Commissie Binnenlandse Zaken van 18 april.)
(In de huidige stand van zaken laat de vreemdelingenwet dit niet toe. Maar binnenkort worden tijdelijke verblijfsrechten toegekend die kunnen worden beëindigd bij echtscheiding of afwezigheid van een werkelijk gezinsleven.)

KLASSEHUWELIJKEN

Hebben niets te maken met schijnhuwelijken.
Maar nu we het toch over trouwen hebben, even aanstippen dat een huwelijk buiten de “normaal voorziene dagen en uren” voortaan bijkomend 100 euro zal kosten. Bovenop de 30 euro voor een huwelijksaangifte, of de 15 euro voor de aflevering van een huwelijksboekje zonder huwelijksaangifte.

In de laatste gemeenteraad van 16 april kwam van het College geen goede verduidelijking over wat “normaal voorziene dagen en uren” zijn. En ook niet over wat de toegevoegde waarde zou kunnen zijn van een huwelijk à rato van 100 euro.
Krijgt iedereen nu een rode loper? Een cadeautje (peper- en zoutvat)? Laurierboompje in de zaal? Een receptie in het stadhuis, de Beatrijszaal? Standaardhuwelijken van “het gemeen” gaan naar de kelder onder het oude stadhuis?

De invoering van een elitair klassehuwelijk wordt door de nieuwe schepen Vandenbulcke gemotiveerd met het feit dat steeds minder gelovigen kiezen voor een goddelijk verbond in de kerk, maar dan toch in het stadhuis met enige luister een burgerlijk huwelijk willen sluiten.

Tevergeefs gezocht op www.kerkinkortrijk.be naar de tarieven voor een poepchique huwelijksmis in Sint-Maartenskerk of andere. Met bimbambeieren van de klokken, ook op zaterdagnamiddag.

KENT U SOMS NOG GEMEENTELIJKE DIENSTEN DIE VOOR HUN ADMINISTRATIEVE DIENSTVERLENING ONDERSCHEID MAKEN TUSSEN DE RIJKE EN ARME MENS?
Dat een VLD-schepen zo’n discriminatie invoert lijkt coherent met een bepaald soort diepblauwe liberale maatschappelijke opvatting over standen en klassen.
Maar anderzijds zegt een helderrode socialist toch ook altijd dat men het geld moet halen waar het zit. Leg deze paradox maar eens voor aan een specialist in politieke ethiek.
Dat wordt tobben.
Zal men voortaan bij geboorteaangiften een ander retributietarief hanteren op normale uren of dagen en anderzijds abnormale ?? Bourgeoisie die méér betaalt dan het standaardtarief krijgt dan wel een doos doopsuiker? (Echte Kortrijkse burgerij heeft het over “dragée de baptême”.) En een DNA-onderzoek tegen kostprijs.

Erratum nummer twee ! Nog wel over musea…

Verdomd nog aan toe.
Kortrijkwatcher ziet zich genoopt om sinds het ontstaan van deze weblog (begin 2005 zeker?) voor een tweede maal een redactionele correctie en aanvulling te publiceren.

In een stuk van dinsdag laatstleden 17 april is hier zonder enig bewijs plompverloren beweerd dat de fameuze tentoonstelling “Kunstwerkstede De Coene” moeilijk zou zijn van de grond gekomen zonder de medewerking van Antwerpenaren uit de entourage van prof. Guido De Brabander. Van de univ van Antwerpen, waar ook cultuurmanagement wordt onderwezen. De prof die de audit heeft gemaakt over onze musea.

Dat is dus nu wel pure nonsens, zo meldt mij nu Frank Herman, erfgoedcoördinator in Stad Antwerpen en tegelijk gewezen curator (commissaris) van het voorbije Kortrijkse evenement rondom “Kunstwerkstede De Coene”. Samen met
Terenja Van Dijk.

We geven die foute perceptie grif en ruiterlijk toe. Het was puur gissen en missen.
De uitglijder is inmiddels in de desbetreffende “tekst” rechtgezet. Kijk maar.

Dus: Antwerpen was wel nodig, maar niet met de concentrische cirkels rond De Brabander. Akte van genomen.
Het cirkelt ook niet goed aldaar in het milieu van de culturele havenstede. Net als bij ons.

Heel het probleem is dat de Antwerpse stadsambtenaar Frank Herman met zijn reprimande (een lange e-mail, en een korte) bij mij een gebroken snaar beroert die we hier als positivo met opzet sinds lang hadden opzij geschoven.

Zielezeer

Omdat er in de huidige constellatie toch niets aan te doen is.
De ultieme vraag namelijk waarom de bestuurders (conservatrices) en medewerkers en vrienden van onze Kortrijkse musea – plus de directie cultuur – totaal niet in staat zijn om op eigen kracht een keer iets remarkabel te doen. Waarom ze zelfs niet eens een idee kunnen naar voor brengen.
Pff. Wat die externen kosten?
Die vraag over het waarom van het tekort aan bestuurskracht (dynamisme, fantasie, creativiteit, strijdlust, nonconformisme) bij onze musea is trouwens ook niet expliciet behandeld in de doorlichting van prof. De Brabander. Hij fietst er een beetje om heen. Probeert het op te lossen met het voorstel om een nieuwe zakelijke ” afgevaardigd beheerder” aan te stellen.

ALLE ietwat merkwaardige tentoonstellingen alhier ter stede, uit het verre en nabije verleden, konden enkel tot stand komen mits ontieglijk grote bijstand van elders. Van anderen. Kwalitatief. Kwantitatief. Conceptueel, financieel en qua initiële daadkracht.
Dat is al een halve eeuw ons zielezeer.

Neem nu bijvoorbeeld de magnifieke tentoonstelling “De Gustibus”. Die totaal het resultaat is van de inspanningen bij de bank ING.
Dat mag allemaal hoor. Leve het Eurodistrict met Lille. Lang leve de intergemeentelijke samenwerking tussen de kenniscentrumsteden. Lang leve PPS. Lang leve onze geprefereerde galerijen en veilingen en tweedehandskunstwinkels. Lang leve de provinciale cultuurwerking. Lang zullen ze leven: de culturele jobspringers. Hoppers, verenig u.

Maar gaat het er in Antwerpen ook altijd zo wezenloos, krachteloos aan toe? (Of in Gent, vroeger, met Hoet?)
Dat ze daar vanuit hun eigen stadsdirectie cultuur, de erfgoedcel, de museumbestuurders ook niets op eigen houtje (kunnen) doen?
Slaapt ook daar iedereen? Hebben ze in Antwerpen ook altijd voor alles en nog wat ergens curatoren of commissarissen voor nodig?
Hoe kan het dan dat Antwerpse stadsambenaren én kunstenaars toch nog genoeg energie te over hebben om uitgerekend in Kortrijk een tentoonstelling te organiseren?

Vertrouwelijk nu.
Ik vergeet nooit – maar dan ook nooit – de repliek van de voorzitter Egide van ons Broelmuseum bij een voorstel van mijnentwege om een keer iets te doen rondom een thema als “Kortrijk, ontregelde stad”. Om daarvoor jaren tevoren financies voor te reserveren en juiste mensen aan te trekken.
De repliek was: “Mijnheer Lavaert, weet u wel wat voor werk dit teweegbrengt?
Ja, dat wist ik. Egide is ook nog nooit op internet geweest. Trek daar maar eens mee naar de museumoorlog.

Maar nu eerst een summier overzicht van de reprimande van de Antwerpse stadsambtenaar, Frank Herman.

Hij start met een enigzins verkapte aanval op prof. De Brabander.
Een academicus – master in cultuurmanagement – komt namelijk niet zo snel toe aan het organiseren van tentoonstellingen. En zijn audit is niet neutraal ten opzichte van het Museum 1302, want Véronique Lambert is nu een leerlinge van hem.

Passons.

Verder zegt hij dat de tentoonstelling Kunstwerkstede De Coene een voorbeeld is van hoe men een project kan opstarten met een landelijke relevantie waardoor een “onder de kerktoren mentaliteit” kan worden overstegen.
De tentoonstelling is een van de mooiste werkervaringen in zijn carriëre. Hij staat in bewondering voor wat men in Kortrijk met zo weinig personeel, infrastructuur, financiële mogelijkheden kan bereiken.
(Frank Herman zit met 8 in zijn cel.)

Allez, ’t is goed.
Frank Herman heeft nog weinig gelezen van kortrijkwatcher.
Anders zou hij weten dat het juist een van onze meest fundamentele kritieken is dat onze musea zelfs niet in staat zijn om samen – binnen de stadsgrenzen – iets serieus te verwezenlijken.
Anders zou hij weten dat onze musea juist omwille van een totaal gebrek aan ideeën en dynamisme externe krachten moeten aantrekken. Daar zit niet het minste museumbeleid achter.
Personeel voor de tentoonstelling De Coene was er anders genoeg.
Er waren bijvoorbeeld niet minder dan drie curatoren.
Frank Herman zelf. Hij is erfgoedcoördinator in Stad Antwerpen. Een ambtenaar. Prangende vraag: heeft hij voor zijn werk in Kortrijk vrijaf genomen? Heeft hij ook op zijn Antwerpse werkplek en met zijn (7) medewerkers arbeid verricht ten dienste van Kortrijk?
Nog een ultieme reddende engel was Terenja Van Dijk, architecte en videaste. Er was ook een “off-curator”: Matthias Lievens (van “Atmosfeer”).
Uit de brief van Herman leer ik nu ook dat er zelfs Antwerpse kunstenaars werden aangesproken.
Qua financies is hier al uit de doeken gedaan dat het budget voor De Coene zowat 31 miljoen Belgische franken bedroeg.

Kijk.
Op een eerstkomende Algemene Vergadering van de Musea zal ik nog eens een project voorstellen. Een evenement dat geheel de Stad zal bestrijken. Alle inwoners en allerlei instellingen erbij zal betrekken. De belevingswaarde wordt totaal. Kortrijk zal op de kaart worden gezet.
Er zullen drie curatoren nodig zijn. Misschien zelfs vijf, ieder met een toegewezen deeltaak. Speciale bijstand zal gevraagd worden van het Rijksmuseum van Amsterdam. Want lang geleden doken daar zeker 100.000 bezoekers op voor een gelijkaardig deelproject als wat wij op het oog hebben. De financiële kant van de zaak lossen we op door alle reserves van het Broelmuseum uit te putten. Die paraplubak wordt weer verkocht. Evenals de pijlpunten van ons Vlaamse heir in 1302. Afstoten maar.
En aangezien het evenement pas in 2009 zal van de grond komen kunnen we genieten van de nieuwe erkenningen van de musea met de bijhorende subsidies. Aan PPS zal er geen gebrek zijn, gezien de immense belevingswaarde van het evenement. Het wordt méér dan een statische tentoonstelling. Het wordt een interactieve totale gebeurtenis. Een happening zeg maar.

Nu de burgemeester bevoegd is geworden voor cultuur en grootscheepse evementen moet het lukken.

Nog vlug iets voor zowel de onze als de Antwerpse erfgoedcoördinator.
Zondag is het erfgoeddag.
Welnu. Jaren geleden heb ik voorgesteld om een tijdscapsule onder de vorm van een bunker op te vullen met voor Kortrijk typische objecten uit de 20ste eeuw. En daarrond zou een groots volksfeest worden georganiseerd. Welnu. Dit voorstel is ooit UNANIEM goedgekeurd door de gemeenteraad. Er is nooit iets van gekomen.
Andere voorstellen (bijv. het invoeren van een stadsmunt) werden in museale vergaderingen niet eens genotuleerd.
Herman! Frankie! Zo gaat het er hier aan toe! Dat je dat niet wist zeg.

P.S.
Godfried Bomans was een keer op een etentje in het museum Broel. Maar ik weet niet meer of het toen al een echt museum was.
In elk geval liep hij weg.
Dat is een waar gebeurd verhaal. Hij kon het niet meer aanzien. Niet dat gebouw, maar de mensen. De toenmalige dikke nekken.
Waar gebeurd. Ik zie hem nog voor mij. Aan de Broeltoren, kant noord. En dat hij dat toen zei aan mij. Zielezeer.

Een glasheldere röntgenfoto van onze musea (3)

In dit voorlopig laatste stuk over de stand en gang van zaken in onze musea willen we nog even nagaan wat voor min of meer verrassende zaken worden verteld in de audit van prof. Guido De Brabander en Karen Vandenberghe.
En dan is het wachten geblazen op het beloofde publieke debat over de toekomstperspectieven van de musea.

Visie op het hedendaags museum

Musea bewaren niet meer om te bewaren.
Het publiek wordt niet meer aangezien als een passieve ontvanger maar wel als een actieve deelnemer op zoek naar beleving.
De belevingswaarde voor een museum heeft als basisdimensies: ontsnapping aan het leven van elke dag, ontspanning, verwondering en leren. Ook plezier (edutainment) is een doelstelling.

SWOT-analyse

Over de (interne) tere plekken in ons museumbeleid hebben we het hier al ten overvloede gehad.
Sterkten van het Broelmuseum zijn: bepaalde deelcollecties (damast, keramiek), de mooie locatie.

Het Vlasmuseum geniet van naambekendheid, heeft een volkskundig potentieel en is met zijn roerende erfgoed mogelijk een cultuurtoeristische trekpleister. (Tussendoor wordt gemeld dat sommigen het museum aan de Leie wensen te vestigen!)
Het nieuwe Museum 1302 oogt smaakvol en modern. Het heeft een sterk toeristisch potentieel en kan het knooppunt worden van een netwerk met veel andere spelers. De Raad van Bestuur telt bekwame mensen. Het museum kan op de lange termijn zelfs streven naar een landelijke erkenning.

Externe kansen en bedreigingen

In het algemeen is er op lokaal vlak een politiek klimaat dat stimulerend werkt voor cultuur en erfgoed. De centrale positie van de burgemeester (“een ambitieus man”) – die nu uitdrukkelijk bevoegd is voor cultuur en grote evenementen – kan een eenduidig beleid mogelijk maken.
Bij de nieuwe erkenningsronde (voor 2009-2014) bestaat het risico dat Kortrijkse musea hun erkenningen zouden verliezen of dat zij op een lager (basis)niveau worden ingedeeld en daarmee een deel van de werkingssubsidies moeten inleveren.
Voor het Museum 1302 geldt dat eerst moet gestreefd worden naar een erkenning en inschaling op basisniveau. Aan de voorwaarden hiertoe is nog niet voldaan. Om door te stoten naar het regionaal niveau en op termijn zelfs landelijk niveau is er hier alleszins weer nood aan meer competentie. Meer inspanningen zijn nodig voor de publiekswerking, tentoonstellingen, collectieopbouw. (In de audit wordt gepleit voor een “ideeënmuseum”.)
In het Vlasmuseum is er behoefte aan een historicus, gespecialiseerd in agrarische en textielgeschiedenis.
Het Broelmuseum heeft nood aan een kunsthistoricus, gespecialiseerd in beeldende kunsten vanaf de 16de eeuw.

In de studie van prof. De Brabander wordt per museum bladzijdenlang aangegeven wat er in de huidige situatie nog problematisch is om aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen.
Onmogelijk om daar ook maar een samenvatting van te geven.
Frappant is intussen wel de vaststelling dat het Broelmuseum grote financiële reserves heeft! Maar geen collectieplanning.
In het Vlasmuseum zijn er nog onvoltooide inventarissen. Is er geen echt zakelijk beheer, noch een wetenschappelijke functie.
Het Museum 1302 heeft geen collectieplanning en de strategie noch de doelstellingen zijn bepaald.

Varia

En zo kunnen we doorgaan. Hierna nog enkele zaken die mij persoonlijk om een of andere reden opvielen of verrasten.

* De nadruk die gelegd wordt op de belevingswaarde van musea.
En dat er ook wat plezier mag bij te pas komen.
* Dat bij de erkenning van musea de indeling in niveaus geen waardeoordeel uitspreekt maar enkel wordt gehanteerd om de hoogte van het subsidiebedrag te bepalen.
* Dat er nu ook voor het bekomen van provinciale subsidies criteria zullen gehanteerd worden.
* Dat het Broelmuseum ook nog geen volledige inventarisatie bezit van de collectiestukken.
* Dat de stadsdirectie “cultuur” niet ter sprake komt.
* Dat “afstoten” van collecties niet noodzakeliijk betekent dat men iets weggooit.
* Dat musea ook hun erkenning kunnen verliezen.
* Dat de burgemeester een ambitieus man is.
* Dat er meer speciaal structurele samenwerking nodig is tussen Broel en het Kunstencentrum Buda.
* Dat op termijn de Gravenkapel en de O.L.V.-kerk een museum kan worden.
* Dat onze musea geen roeping hebben om te fungeren als designmuseum. (Hiervoor is een permanent activiteitencentrum nodig.)
* Dat er per museum een comité van experten moet komen.
* Dat 1302 een ideeënmuseum moet worden, met een activiteiten- en kenniscentrum. En dat het moet streven naar een landelijk niveau.
* Dat het Vlasmuseum zijn kantcollectie zou kunnen afstoten.
* Dat er een regionaal erfgoeddepot moet komen.
* Dat er wordt aanbevolen om altijd een toegangsprijs te vragen, weliswaar “gedifferentieerd”.
* Dat de publiekscijfers in de Kortrijkse musea eigenlijk onbetrouwbaar zijn.
* Dat sommigen ervan dromen om het Vlasmuseum ergens aan de boorden van de Leie te vestigen.

Zie ook nog eens de weblog van ons raadslid Bart Caron (heel Spirit).

ZO. TOT DAAR.
NU NOG EEN ERRATUM PUBLICEREN.

Een glasheldere röntgenfoto van onze musea (2)

“Ik zou niet graag zo’n rapport krijgen,” zo zei raadslid Bart Caron (Spirit) in de laatste gemeenteraad (gisteren) over de doorlichting van onze musea door prof. Guido De Brabander, master in cultuurmanagement.
Caron: “Het is messcherp. Vernietigend.”

Nu, onze trouwe lezers kennen alvast sinds jaren de opbouwende, zoniet constructieve en positieve kritiek die de mastor heeft gemeend te moeten uiten.
Het Broelmuseum heeft een negatief imago. Er vallen termen als “doodse en statische uitstraling”. De Vriendenkring is vergrijsd. Het collectiebeleid is zwak. Er is te weinig samenwerking met andere culturele actoren. Gebrek aan visionair leiderschap. Enzovoort.
In het Vlasmuseum heerst een folkloristische sfeer. Immobilisme. Geen wetenschappelijk onderzoek. Enzovoort. Nogmaals: kortrijkwatcher weet er alles van. En de prof ook, maar hij is nog beleefd gebleven.
Het nieuwe en nog prille Museum 1302 blijft wat buiten schot. Maar toch is er aldaar grote onduidelijkheid over de opdracht en de organisatiestructuur. Enzovoort.

Benieuwd of de Antwerpse Universiteit nog een opdracht zal krijgen van Stad. Bijvoorbeeld omtrent publieksonderzoek.
Véronique Lambert – nu verbonden aan het Museum 1302 – is een opleiding Master in Cultuurmanagement aan het volgen aan de Antwerpse universiteit. Er zal een scriptie uit voortkomen over publiekswerking. En Becky Verthe maakte ook al onder de hoede van de prof een studie over “Kortrijk Design”.
Kortom: het Antwerpse “cultuurmanagement” is onmisbaar geworden voor Kortrijk, stad van design, innovatie en creatie.
En anderzijds heeft de Erfgoedcel Antwerpen ook een grote rol gespeeld bij het opzetten van de tentoonstelling “Kunstwerkstede De Coene”(curator Frank Herman).

Niettemin concludeert Bart Caron dat G.De Brabander met zijn ‘messcherpe’ audit over de constellatie en de werking van onze musea die instellingen op “een onheuse wijze” evalueert. Knoop dat nu maar eens aan mekaar.
Het werkstuk lijdt volgens de gewezen medewerker van minister BERTJE van alles-is-cultuur aan een aantal tekortkomingen.
Het stuk volgt een onduidelijke methodiek. Beoordelingen als “te weinig”, of “te veel” worden gedaan zonder vergelijkingspunten. Er wordt constant verwezen naar uitspraken die niet bewezen worden en waarvan de herkomst niet is aangegeven. Er is geen spoor te vinden van een ernstige collectie-analyse. Enzovoort.
Aldus Bart, nooit verlegen om in zijn betogen wat interne cohesie te bewaren.

Maar wat is er volgens kortrijkwatcher dan zoal pertinent in de voorliggende doorlichting?

Alvast een paar zaken die u eerder min dan meer in de reguliere pers kon lezen.
Er wordt geopteerd voor één enkele museum-vzw. (Nu zijn er drie.) De conservatrices mogen blijkbaar blijven bestaan, maar voor de zakelijke leiding komt er een directeur-afgevaardigd beheerder met een mandaat van zes jaar. Alleen voor de zakelijke leiding? In het hoofdstuk “conclusies” staat nog te lezen dat die directeur de museumconservators ook inhoudelijk zal aansturen.
De beheerder wordt bijgestaan door een secretariaatsmedewerker en een verantwoordelijke marketing- en communicatie. Er is ook een medewerker voorzien voor financiën en personeelsaangelegenheden. Bij het Broelmuseum komt er een wetenschappelijk medewerker met specialisatie in Beeldende Kunst. Bij het Vlasmuseum een geschiedkundige.
Niet al deze functies moeten noodzakelijk met externe aanwervingen aangevuld, maar toch blijft het onduidelijk wat dit alles kan kosten. Op pag. 72 vinden we een berekening voor twee personeelsleden van A1-niveau en één van A5-niveau. Totale loonlast bij de aanvangswedde is dan zowat 100.000 euro.

De musea moeten worden geprofileerd op basis van een duidelijke keuze voor een scherp afgebakend thema.
Het museum aan de Broelkaai zal zich toespitsen op beeldende kunsten van de 16de tot de 21ste eeuw. Het Vlas-, kant- en linnenmuseum wordt een puur Vlas-museum. Het Museum 1302 wordt een “11-juli-museum” voor cultuur en identiteit.

Er moet dus nogal wat AFGESTOTEN worden.
Alle damast en ander textiel uit het Broelmuseum dient te verhuizen naar het Vlasmuseum. De keramiekcollectie moet als studiecollectie toegankelijk worden gemaakt in een depot, en een deel van de zilver- en meubelobjecten kunnen worden geïntegreerd in het interieur van het Broelmuseum. (Ik zou zeggen: ook in al of niet publieke stadsgebouwen.)
Het Vlasmuseum moet objecten die meervoudig aanwezig zijn kwijtraken. Ook de voor Kortrijk minder typische kant- en linnencollectie kan selectief afgestoten of in depot worden genomen.

Hiermee raakt de professor natuurlijk weer open zenuwen bij bestuurders en vriendenkringen van de musea. Dit is al duidelijk te merken aan wat het College (de burgemeester) op 27 maart heeft beslist, zonder het beloofde publieke debat van mei af te wachten.
Het Broelmuseum wordt – jawel – een museum van beeldende kunsten, maar niet noodzakelijk tot en met de 21ste eeuw. En er moet daar nu ook iets gedaan worden met design. De potten en pannen en pollepels en kruiken van de Vriendenkring mogen dus blijven.
In het Vlasmuseum moet ook het textiel (dus ook kant en linnen?) onderdak krijgen.

Het zal moeite kosten om een aantal bestuurders (Egide Van Hoonacker, Felix Decabooter, Isabelle De Jaegere en vrienden) ervan te overtuigen dat er meerdere vormen van “afstoten” mogelijk zijn. Al dat keramiek. Dat zilver. Paraplubakken.
Men kan iets wegschenken, iets langdurig in bruikleen geven. Ruilen. Onderbrengen in een gezamenlijk al of niet regionaal depot dat voor (bijna) iedereen toegankelijk is. Dienstig als studiemateriaal. Bepaalde collectiestukken kunnen ook op straat getoond. Of in winkelcomplexen. Dat is: stadje opfleuren. Scholen en bibliotheken en culturele centra en sociale wijken mogen toch ook meegenieten? De Horeca?

(Wordt vervolgd op een andere bladzijde. Ben nog altijd niet goed van die gemeenteraad van gisteren. Het werd bijna een nachtzitting. En het Vloms Blok werd nu toch wel weer eens onheus behandeld!)

Een glasheldere röntgenfoto van onze musea (1)

Prof. Guido De Brabander is met medewerking van Karen Vandenberghe (Univ Antwerpen) intussen klaar gekomen met zijn doorlichting van onze Kortrijkse musea. Te weten: het Broelmuseum (met auditorium en Groeningeabdij), het Vlas-, kant- en linnenmuseum, het nieuwe Museum 1302.
Voorlopig doet de audit alleen nog stof opwaaien bij insiders.
Maar het kan niet anders dan niet lang meer duren eer er een publiek debat van komt. Maandag 16 april interpelleert raadslid en Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Caron (Spirit) in de gemeenteraad het stadsbestuur hierover. De burgemeester die nu bevoegd is voor cultuur.

Voormalig schepen van cultuur Stefaan Bral zal zitten gniffelen??
Waarschijnlijk niet. (Hij kan ook taktisch afwezig zijn.) Want bepaalde vragen van Bart Caron slaan natuurlijk op zijn vroegere bewindsperiode.
Bijvoorbeeld vraag 4. “In de studie wordt geregeld gezegd dat de zwakke positie van de musea te maken heeft met een aantal manco’s die in het verleden niet zijn aangepakt. ERKENT U DAT? Welke is de verklaring? Waar ligt de politieke verantwoordelijkheid?”?

Op vraag 1 kent Bart Caron zelf het antwoord.
Wat was precies de opdracht aan prof. De Brabander?
Een audit maken, tiens. Omdat iedereen al jaren ziet dat er van alles misloopt in ons museaal beleid. Omdat men een buitenstaander met gezag nodig had om dit eens luidop uit te bazuinen. En omdat er voor een nieuwe erkenning van de musea met de bijhorende subsidies van hogere overheden een drastische diagnose en remedie moet op tafel komen. En omdat er plaatselijk niet heel veel mensen alhier in staat zijn om een nieuw beleidsplan met tijdspad en prioriteiten op te stellen.
Daarom.

De kosten van de studie werden geraamd op 28.000 euro.
Achteraf bekeken zal Stad dit bedrag dubbel en dik recupereren.
Juist dank zij de studie zijn de erkenningsdossiers voor de periode 2009-2014 in feite potentieel zo goed als klaar. Prof. De Brabander heeft onze musea financieel gered en onze directie cultuur hierbij goed uit de wind gezet. De subsidies van de Vlaamse Gemeenschap en de provincie zullen blijven toestromen.
Dank u professor !

(Wordt ongetwijfeld vervolgd. Zie ook nog stuk van 24 augustus 2006. En andere, over de musea.)

Naar een virtuele tentoonstelling kunstwerkstede De Coene

Het komt bij u waarschijnlijk ook nogal verbazingwekkend over.
De overzichttentoonstelling “KunstWerkStede De Coene” (Broelmuseum, 15 september 2006 tot 7 januari 2007) heeft net nog geen 31 miljoen oude Belgische franken gekost.
Nauwkeurig: 772.716,20 euro. Je kunt daar al iets mee aanvangen.
En het moet weer lukken. Volgens de boeken was er net voor hetzelfde bedrag aan opbrengsten te vinden: 772.716,20 euro. Zo’n staaltje van creatief boekhouden is pas mogelijk in de scheppende kunstensector. Tot 20 cent na de komma nauwkeurig. Knap hoor. Om high van te worden.

Vanwaar kwamen die opbrengsten?
Grotendeels van subsidies: in het totaal 646.890 euro. Subsidies van Stad: 202.890 euro. Subsidies van de Vlaamse Gemeenschap: 225.000 euro. En men hoopt op nog een toegift van 125.000 euro. Er was ook sponsoring voor 44.000 euro.
Catalogi en ander drukwerk brachten 33.492 euro op. Toegangstickets: 44.977 euro.
Men had gemikt op 40.000 bezoeken. Het werden er bijna 20.000. Dat is 2/3de van het totale aantal bezoekers in heel het jaar 2006.

De kosten nu.
Men heeft voor 42.904 stukken aangekocht. Ook veel geld voor “materialen”: 34.726 euro. Catalogi en ander drukwerk kostte 168.285 euro. Promotie: 47.095 euro. En ja, die prestigieuze opening mocht ook wat kosten. Catering, in totaal: 30.017 euro.
Maar de grote uitgaven gingen naar vergoedingen aan “derden”: 168.285 euro ! Voor wetenschappelijk onderzoek, voor een “off-programma”(98.492). Nogmaals communicatie (90.606).
Verre van de gedachte dat alles gratis is. Maar wie heeft er hier allemaal schoon geld aan verdiend? Kunst als commercie. (Net als sport.)

Allez, ’t is voorbij.
De website www.kunstwerkstede.be ligt plat.
Er is een vzw Stichting De Coene. Voorzitter is Philippe De Craene uit Russeignies. Secretaris: Marc Goethals uit Bellegem. Ondervoorzitter: Achilles Daelman uit Marke. Die vzw heeft jammer genoeg geen eigen website. Maar is wel een pagina te vinden op www.decoene2006.be.
Waarom publiceert de vzw zijn jaarboeken niet op internet?

Weet u wat er zou moeten gebeuren?
Dat er rondom De Coene een (één?) website up to date wordt gehouden
.
Bezoek nu maar eens vlug www.decoeneartvillage.be !!
Bestaat al drie jaar. Zeer goed gedocumenteerd, over alles en nog wat (houtsoorten!). Talloze foto’s en tekeningen.
Gemaakt door ingenieur-architect Noël Hostens uit Roeselare.
Die virtuele tentoonstelling kan toch wel wat projectsubsidies krijgen van de Stad van design, creatie en innovatie?

Schijnhuwelijken (2)

De wet die schijnhuwelijken strafbaar maakt blijft voorlopig dode letter. Minister Onckelinx – die ook al een paar keer trouw heeft gezworen – was er ten andere altijd voorstander van om dit soort disputen uit het strafrecht te houden.
Tekenend hiervoor is dat Laurette onlangs en pas één jaar later kon antwoorden op een aantal schriftelijke vragen van kamerlid Claude Marinower rondom de problematiek van schijnhuwelijken. Daarbij zegt ze nog dat het College van Procureurs-generaal een werkgroep heeft opgericht die als taak heeft om de toepassing van de procedures en in het bijzonder de strafbaarstelling te onderzoeken. In het kader daarvan wordt er een evaluerend onderzoek overwogen van de beschikbare statistische informatie. (Vragen en Antwoorden, Kamer, 51-156, 5-3-2007, pag. 30226.)

Voor de juristen onder ons. Emeritus raadsheer Armand Vandeplas schreef al in 1987 in het Rechtskundig Weekblad dat een schijnhuwelijk een inbreuk is op het gezinsrecht. ‘k Weet het nog goed. Wilsgebreken, geveins of gehuichel geven toch geen aanleiding tot strafvervolging ?
Ook akkoord? Waarom zijn er dan nog burgerlijke rechtbanken nodig?

Ruim een jaar nadat de wet van kracht werd heeft nog geen enkele Belgische rechter een veroordeling uitgesproken.
Dit liet CD&V-Kamerlid Nahima Lanjri op 22 maart weten aan “De Morgen”.
Nahima is een expert in deze materie, maar vergist zich dan wel als zij op haar webstek meldt dat ook Kortrijk een gespecialiseerde “cel schijnhuwelijken” heeft. Niets van. Er is zelfs al wat kennis verloren gegaan.

Wellicht zal het volgens Lanjri wel zo zijn dat er nog geen vervolgingen zijn geweest, maar hoe zij tot die vaststelling over geheel België is gekomen blijft zeer raadselachtig. Als je maar in de media komt.

Nog onlangs vertelde minister Onkelinx in de Kamercommissie van Justitie (moet nog zoeken of Nahima daarbij was) dat er nauwelijks statistieken zijn over het aantal schijnhuwelijken en gerechtelijke onderzoeken. In Namen waren er 48 onderzoeken in 2006. In Brugge 6, in Mechelen, Gent, Ieper en Veurne geen enkel. Brussel weigerde zelfs cijfers te geven. En Kortrijk evenals Dendermonde, Oudenaarde, Tongeren en Turnhout deelden doodgemoedereerd mee dat er “nog geen veroordelingen zijn”.

Wist u dat er pas vanaf 1 juni 2006 een verplichte registratie is?
En wist u dat er pas tijdens het tweede semester van vorig jaar een preventiecode “55H Schijnhuwelijk” is opgenomen in de nationale lijst van codes die door correctionele parketten wordt gebruikt?
Tevoren registreerden parketten deze zaken zelfs helemaal niet, tenzij er mensenhandel was mee gemoeid.

Hoeveel huwelijksplannen zijn er hier ter stede al geweigerd door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand?
Voor dit jaar al 12 naar het schijnt. In 2006: 20. In 2005: 10. En in 2001 ging het nog om één geval. Bepaalde dossiers kregen wel een positief advies van de Procureur, en andere koppels annuleerden dan maar hun huwelijksplannen of trokken voor een nieuwe poging naar betere oorden. Hoeveel bruidsparen er al in beroep zijn gegaan en bij hoeveel zaken de rechtbank dan toch oordeelde dat het waarlijk om een duurzame relatie ging, weet ik niet. Er zou onlangs wel een zaak zijn “verloren”.

In de steden die wel een “cel schijnhuwelijken” kennen – Antwerpen en Gent – zijn al die cijfers publiek, en zelfs te vinden op internet.
Ongelooflijk. Met enig kommentaar. Aantal dossiers, toelatingen tot huwen, uitstel voor onderzoek ten gronde (kan lang duren), negatief advies van de procureur, weigeringen, stopzettingen van de procedure, onmogelijkheden om een interview af te nemen (soms wegens personeelstekort!). Met een opsomming van de betrokken nationaliteiten.

In Antwerpen loopt het de spuigaten uit.
In 2005 bijv. werden er door de cel 256 van de 555 huwelijksaanvragen in twijfel getrokken. Dat is ongeveer de helft. Zo’n 149 koppels werden geweigerd en 107 andere verdachte schijnhuwelijken startten een beroepsprocedure. Eén van de vijf ambtenaren aldaar krijgt wel veel klachten over zijn harde en strenge werkwijze bij de ondervragingen. Men verwijt hem ook te doen aan “ellebogenwerk”. Dat hij subjectief is. Niettegenstaande een aantal richtlijnen vervat in een ministeriële circulaire en een draaiboek schijnhuwelijken kiest hij zelf zijn vragen, en dat gaat er heel intiem aan toe. Over seks. Hoe, wanneer en waar. (Vraag dat nu maar eens aan een Marokkaans meisje met hoofddoek! Een Turkse knaap zal ook rond de pot draaien.)
Kandidaat-trouwers zouden in Antwerpen geen inzage krijgen van de notities bij het interview. Mogen zich ook niet laten begeleiden door een advokaat. (’t Is geen verhoor.)

In Gent ging het in 2005 om 136 huwelijken. 82 toegestaan. 12 geannuleerd tijdens het onderzoek, 28 geweigerd en 14 gingen in beroep.
Let wel, zo’n cel registreert ook aangiften van schijnhuwelijken ! In Gent kwamen er vorig jaar 28 binnen en de helft daarvan werd geklasseerd. Hoe het zit met het meldpunt in Kortrijk, geen idee.

Het begrip schijnhuwelijk is eigenlijk pas opgedoken sinds de wet van 4 mei 1999 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk. Een schijnhuwelijk heeft niet de intentie om een duurzame levensgemeenschap tot stand te brengen, maar is enkel gericht op het bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel.
Hoe herkent zo’n ambtenaar valse tortelduifjes?
Volgens de minister zijn er zeker tien indicatoren die gecombineerd een ernstige aanduiding vormen dat een schijnhuwelijk wordt beoogd.
Biivoorbeeld verstaan de partijen elkaar niet of moeilijk. Ze kennen misschien zelfs elkaars naam niet. Een van de aanstaande echtgenoten weet niet waar de ander werkt. Zij vertellen niet helemaal hetzelfde over de omstandigheden van de ontmoeting. Of volgens een Antwerpse ambtenaar: juist helemaal identiek hetzelfde! Alsof ze een lesje van buiten hebben geleerd. Grote leeftijdsverschillen zijn ook verdacht.
Laurette kan het weten.

In de vorige legislatuur met schepen Hilde Demedts van Bevolking leek zowat iedere vreemdeling verdacht. Prima facie.
Ambtenaren hebben een aanzienlijke appreciatiebevoegdheid bij het weigeren of uitstellen van een huwelijk. En ze zetten hierbij hun eigen verantwoordelijkheid op het spel. Burgerlijk, strafrechtelijk en administratief. WETEN ZIJ DAT WEL? Weten de advocaten van de tegenpartij dat?
Heeft Stad al een keer een soort schadevergoeding moeten betalen? Het is ooit eens gebeurd dat betrokkenen pas een jaar later werden ingelicht over het feit dat hun huwelijksaangifte negatief was geadviseerd. Hoe de zaak is afgelopen weet ik niet. Maar er is een stadsverzekeraar B.A (Ethias).

Het is ook altijd hetzelfde advocatenkantoor (huize Laga) dat Stad mag verdedigen. Zonder enige concurrentie en nochtans gaat het om een overheidsopdracht. De motivering is dat het kantoor de juiste expertise heeft. Ja, als men steeds dezelfde advocaat uitkiest kan die logischerwijze wel expertise opbouwen. Wat is dat nu?
Wat dat bureau in de voorbije jaren al heeft verdiend aan Stad – ook in andere zaken – dat heeft geen naam. Schrijf het alleszins maar met vijf cijfers. En het blijft maar duren.

——
Moet nu even getuige zijn bij een trouwplechtigheid. Stokoude en steenrijke kennis van mij trouwt met een jonge deerne. Dit valt absoluut niet onder de definitie van “schijnhuwelijk”, want zij doet het gewoon voor de erfenis. Iedereen in het stadhuis weet dat, maar de ambtenaar van Burgerlijke Stand alhier gebaart van piekens. Het gaat namelijk niet om het verkrijgen van een verblijfsvergunning, want zij kreeg al een kasteel van een villa. Nou ja, een optrekje maar zij weet het nog niet. Zal het feest nu niet gaan verstoren.

Schijnhuwelijken en schijn-echtscheidingen (1)

Een opwarmertje.

U zag toch ook al rondom u zeer bejaarde lelieblanke autochtonen – uw buren – een huwelijk aangaan? Waarbij u dacht: waar is dat nu in godsnaam goed voor?
En die schijn-echtscheidingen dan? Op eerder middelbare leeftijd. Tussen pure, rasechte blanke Belgen. Met DNA-geteste kindjes.
Geen weigeringen bij dit tweede soort van huwelijksvoltrekkingen door de ambtenaar van de “Burgerlijke Stand”. Geen raadpleging van parketten. Geen nietigverklaring. Geen beroep bij de rechtbank. Geen vervolgingen. Geen statistieken.
Voor wanneer een fiscale wet die (Belgische) echtscheidingen om valse redenen – centenkwestie – schuldig verklaart? Overspel bij de fiscus.
Er zijn toch m/v’s die rijk worden door een beetje te doen alsof? We blijven toch vrienden?

Dat wij/zij denken toch. WIJ zijn goed en ZIJ zijn slecht.
Maar wat is dat, een schijnhuwelijk?
Hoe zoeken Bartje en Treeze, of Ali en Charidja het geluk?
Waarom trouwen paartjes waarvan de minste leek in de analytische dieptepsychologie (hoofdstuk: dubbelzelfmoorden) al onmiddellijk kan merken dat het niets wordt? Die benauwend-dwingende eerste indruk, waar je geen vat op hebt.
Hoeveel brengt een schijn-echtscheiding tussen Belgen op?

Morgen of zo een schijn van antwoord.
Maar misschien nog vlug stipuleren dat een huwelijk in de christelijke (ook joodse, islamitische?) traditie pas is voltrokken bij de daad. Ambetenaren of pastoors komen daar niet bij te pas. Dat zijn formaliteiten.
Nu we daar toch over mijmeren. Hoe zit dat in Vaticaanstad?

(…)

Gratis naar de tentoonstelling “De Gustibus” !

Le mercredi 7 mars: VISITE GUIDEE de l’exposition “De Gustibus”. Rendez-vous à 10h30 à l’entrée du Broel Museum.
Avec la carte bancaire ING: l’entrée du musée est GRATUITE.
Donc: ne pas oublier de l’avoir sur vous, si vous voulez profiter de la gratuité!

Waarom zegt men dat niet aan iedereen?
Alleen maar aan de Société du Noble Chevalier Saint-Georges (Doorniksewijk 1) ??

In de laatste wekelijkse nieuwsbrief van Stad lezen we dit nog.

Bent u benieuwd naar de culinaire finesses van de tentoonstelling De Gustibus?
Dan kan u inpikken op de unieke rondleiding met gids op zondag 25 maart. De rondleiding begint om 14 uur in het Broelmuseum.
De deelname bedraagt 5 euro. Inschrijven is vereist en kan tot 16 maart op het nummer 056/27 78 00. Ook op musea@kortrijk.be.

P.S.
De waarlijk unieke tentoonstelling loopt nog tot en met 29 april in het Broelmuseum én in het ING-bankkantoor op de Grote Markt.