Category Archives: cultuur

Herconditionering van de concertstudio: kosten

Volgens een bericht op de Kortrijkse website starten morgen de werken aan het muziekcentrum TRaCK, meer speciaal de concertstudio. Later fases (bijv. de popzaal van De Kreun) volgen nog.
De offertes voor de werken moesten binnen op 28 november vorig jaar. Tot op de dag van vandaag staan de aanbestedingen nog altijd te lezen op de website van Stad.

Hierbij enige cijfergegevens, zodat we in de toekomst allemaal kunnen nagaan hoeveel het project uiteindelijk zal kosten, vergeleken met de oorspronkelijke ramingen.
Het College heeft op 18 juli 2006 al bedongen bij de ontwerper dat de eerste fase – officieel genoemd: “herconditionering van de Concertstudio” – zeker niet meer mag kosten dan 1.635.000 euro. Dit om binnen het budget te blijven voorzien in de begroting 2006. Maar die begrotingspost (art. 73410/723-60) voorzag slechts 1 miljoen! En daar was toen ook nog sprake van een cafetaria. En de post moet ook het honorarium van de ontwerper financieren: 146.400 euro. (Krijgen we die subsidie van 51.600 euro wel van Interreg IIIB?)

Ontwerper is Dial Architects uit Nederzwalm. Schepen Bral maakte deel uit van de jury bij die keuze.

Nu goed.
Volgende gemeenteraad weten we meer over de begroting 2007.

In elk geval blijven we met die eerste fase nog binnen het vooropgestelde bedrag van 1,63 miljoen. We zitten voorlopig aan 1.544.109 euro.

Lot 1 gaat over de “ruwbouw en afwerking” en is toegewezen aan de firma BVBA H. Hugelier uit Gullegem.
(Vandaar dat schepen Bral dan bij die keuzes voor werken altijd opnieuw het College moet verlaten.)
Het geraamde bedrag was 1.051.515 euro. Met 1.060.785,99 euro is er slechts een overschrijding van 0,8 procent. Hoe dat eigenlijk allemaal lukt…

De kosten voor Lot 2 bedragen wel 18 procent méér dan oorspronkelijk werd geraamd. (Moet dit dan niet voor de gemeenteraad komen?) Het gaat om HVAC en sanitair. Gegund aan de firma Vandewalle NV uit Jabbeke voor 264.716,06 euro. Oorspronkelijk dacht men aan 222.735,59 euro.

Lot 3 is elektriciteit. Gegund aan NV Electro Enterprise uit Gullegem voor 218.607,02 euro. Was geraamd op 214.811,30 euro. De inschrijving is 1,8 procent hoger dan de raming.

In het totaal lopen de kosten dus op van 1,48 miljoen naar 1,54 miljoen. Dat is nog niet erg. We gaan zien of er geen problemen zijn met de riolen of met asbest. Of de aannemers tot hun spijt geen noodzakelijke meerwerken zullen ontdekken.
Keep in touch ! Misschien komt er nog ergens een groen dak op.

Tot ziens aan de definitieve oplevering.
Waar we nooit het bedrag van zullen weten. (Staat nooit in de notulen van CBS.)
Ik zeg u: nooit. Zie de kosten van het nieuwe stadhuis.
Schepen Johan de Bethune geeft daarover geen uitleg meer. Wordt er ook niet om gevraagd. Tricky.

P.S.
Die cijfers achter de komma zijn aandoenlijk. 0,99.
Wat er totaal niet te verstaan is: hoe kan het stadsbestuur een zo nauwkeurige raming maken? Overal al die dingen. Uit eigen bestuurskracht. Slagkracht?
Dat zou ik wel eens willen weten. En waarom ze soms missen. Zich al of niet vergissen.
Door wie worden al die ramingen (over grote projecten) gemaakt? Dat ik het niet weet, jongen.
Ik durf het zelfs niet vragen.

Dat is nu wel politiek.

Publieksprijs voor Kunstwerkstede De Coene ?

Op 5 februari worden de Cultuurprijzen Vlaanderen 2006 (vroeger wel eens Staatsprijzen genoemd) door muilentrekker en mimespeler Bert Anciaux uitgereikt. Met een speech in het A.N. hem eigen waarin men gaandeweg zal merken wat hijzelf en niemand anders dan zijn vrouwke (naam vergeten, kwam op TV) nog heeft bedacht. Kunstwereld weer op zijn achterste poten.

Het project “Kunstwerkstede De Coene” is genomineerd in de categorie ‘cultureel erfgoed’. Samen met de vzw ‘Brussel behoort ons toe’ en het Museum Dr. Guislain van Gent.
Voor een volledig overzicht van de genomineerden en toelichting : zie www.cultuurweb.be.

Het project “Kunstwerkstede De Coene” gaat om méér dan die afgelopen tentoonstelling. Er zijn in dit kader allerhande activiteiten gepland rondom thema’s als design, innovatie en creatie.
Info op www.kunstwerkstede.be en www.erfgoednet.be/kortrijk.

Vlug gaan stemmen, voor de publieksprijs dan op www.cultuurnet.be (links in dat raam)
of op
www.klara.be:html/cultuurprijzen/voting.shtml.

De gustibus in een Notabel Boeckxen van Cokeryen

Door de opbouw van de tentoonstelling “De Gustibus” is het Broelmuseum opnieuw gesloten van 8 januari tot en met 9 februari.
Wat moeten de mensen (toeristen) daar nu weer van denken? Als het museum iets van plan is wordt het gesloten. Raar museum.

“DE GUSTIBUS “(over de smaken) onderzoekt de manier waarop actuele kunst omgaat met voedsel. Ja. Daarbij is er vooral aandacht voor eten als activiteit en voor voedsel als materie. Ja. Inspiratiebron is wel de historische verzameling schilderijen van het Broelmuseum.
In de tentoonstelling is onder meer werk nu te zien van Wim Delvoye (commerçant uit Wervik), Patrick Van Caekenbergh, Jef Geys, Jan Fabre. Achteraf bekeken zijn dat wel Plezante Kerels. Doen meestal toch niet geheel aan zelfcensuur. Ze maken wel iets Kostelijk, maar niemand weet of het erg is. Speelvogels. Moet kunnen.

“De Gustibus” opent op 13 februari voor de genodigden. SMAAKMAKERS.
De tentoonstelling kan u daarna bezoeken tussen 14 februari en 29 april in het museum maar ook in ING (voorheen BBL) op de Grote Markt. Waarschijnlijk weer een groot sponsor en medeorganisator. Wat hebben die banken toch met kunst te doen? Van doen? Toch niet om kosten drukken?
(Het budget van het museum zelf zou slechts 25.000 euro bedragen.)
IK VERSTAAN ER GEEN BARST VAN.

Verscheidene thema’s komen aan bod: de smaak, het eten als ritueel, slanklijnen versus overdaad, de plastische kwaliteiten van voedsel, het vanitasmotief, voedsel als commercieel product, het sociale aspect van samen tafelen. Maar daarnaast kan “eten” ook opgevat als “geestelijk voedsel” en staat voedsel symbolisch ook voor vergankelijkheid, memento mori en de dood.

Maar hoe weet ik dat weer allemaal? En jullie niet?
Alhoewel geen lid zijnde van de Algemene Vergadering van de Musea dan??
Heel eenvoudig: uit de persberichten !

En ja, nu ook wel toch een klein beetje uit de verslagen van de Raad van Bestuur dd. 24 januari 2006 en 20 april 2006, die mij – na veel zagen – pas toegestuurd werden in december vorig jaar.
Normaal gezien moest er op 30 november van vorig jaar nog een Algemene Vergadering zijn doorgegaan, maar die werd geannuleerd “omdat er geen nieuwe punten ter bespreking waren”. Ja, zeg. Sinds april zeker? Over dit soort smaken valt wel te redetwisten.

Op die manier krijgt men als loyaal, opbouwend, potentieel hard werkend bestuurslid geen gelegenheid om nog een keer positieve, constructieve voorstellen te doen.

Bijvoorbeeld over mogelijke locaties. Niet enkel in het bankwezen. Ook in de horeca. Pattiserieën. Op de pleinen en in de parken. De warenhuizen. De paardenstallen. Vermageringscursussen. Den Appel. Het Begijnhof? Poverello. Slachthuizen. Mag het Vlasmuseum weer niet meedoen? En Buda-kunsteneiland? En de Erfgoedcel? Krijgen we in het Museum 1302 nog te zien wat het Vlaamse Heir zoal te verorberen kreeg? Eetbare bloemen?
Komt er een déjeuner sur l’herbe? Een modeshow met volslanke modellen? Een film van voerslokkende ganzen? Sponsor: Gaia.

Kortrijk is intussen Stad van de Smaak.
Komt er een mooi gedekte tafel in de Orangerie? Waar we met zijn allen kunnen aanschuiven? Of een pardoes gedekte, wansmakelijke tafel (bloemmotiefplasticruikend tafelkleed) met bijhorend aartslelijk Vlaams interieur (spuugbak) , zoals ooit een keer lang geleden te zien was in een tentoonstelling over “De Tafel” in Oostende, georganiseerd door K.N. Elno. Die act heeft toen waarlijk stof doen opwaaien! Waar zijn die schoteldoeken (textiel)?
Mogen er ook tafelschuimers komen?
Zijn er van die ultra-schone kasten met schuiven voor eetbare drugs? Net als fichebakken voor Arabische bibliotheken van de firma Decoene?

Wordt er aandacht besteed aan het afstotelijke, de geur, het erotische, het religieuze (de transsubstantie!) ? Kannibalisme? Komt er een Laatste Avondmaal op 29 april? Is er een miniatuurversie of replica van Delvoyes cloaca? Enige afgeleide producten ervan?
Film in de Budascoop: La Grande Bouffe. In Museum 1302: Monthy Python and the Holy Grail, want ridders eten in dit verhaal minnestrelen op. In brasserie Modest: kunnen we gaan eten zonder handen.

De curatoren Lieven Van Den Abeele en Veerle Vandurme (?) helaas nog niet kunnen onderhouden over dit alles. En nu is het te laat.

Een notabel boecken van cokeryen

Rond 1514 verscheen te Brussel dit eerste gedrukte Nederlandstalige kookboek. Een uniek postincunabel waarvan slechts één exemplaar is overgebleven en bewaard in de Bayerische Staatsbibliotheek te München. Van dit exemplaar is in 1925 bij Martinus Nijhoff een facsimile-editie verschenen.
En op www.kookhistorie.com is er een volledige versie te zien van een uitgave van 1994 met woordverklaring. Gesneden brood. Veel links ook.

De vraag is nu of de curatoren van De Gustibus desnoods een facsimile-uitgave van dit opmerkelijk (= notabel) werk hebben kunnen op de kop tikken.

Drukker (ook samensteller of auteur?) is Thomas vander Noot uit Brussel.
Begint zo: “Een notabel boeckxen hetwelc bewijst alle spise te bereiden, elc na sinen staet, het si in bruylochten, in feesten, bancketten oft ander maeltijden besondere en eenen ieghelijkcken (een ieder) van groote nood te hebben die sijn dinghen ter eeren doen wilt”.

MET DUNKT ZOU “DE GUSTIBUS” OOK KOOKBOEKEN EN RECEPTEN KUNNEN TONEN DIE VERBAND HOUDEN MET DE SPIJSEN DIE OP SCHILDERIJEN ZIJN TE ZIEN.
Met alle potten en pannen en kruiken en borden en pollepels die de vrienden van het museum intussen hebben aangekocht.

Hoe gecloven nonnen te maken?
Pauwen en pasteien.
Op diverse websites zijn er recepten en kookboeken te vinden uit vroegere eeuwen.
Zie ook nog www.asg.be van de “Academie voor Streekgebonden Gastronomie”. Met een publicatie: “Op zijn Vlaams – à la flamande”. Met een kalender van culinaire manifestaties en tentoonstellingen. (“De gustibus” is niet te vinden!)
In Brussel loopt er een tentoonstelling over wafels. En nog een (Elsene) over “De keuken, een levenswijze”. Met tekeningen, foto’s, gebruikelijke objecten en levensgrote reconstructies van soorten keukens. Ja, ook met designvoorwerpen.

Kunnen niet wat in bruikleen krijgen? Ook niet uit het museum van Ülm?
Of is het allemaal al te laat?

Kunnen we van de gidsenkring uitleg krijgen over de symbolische betekenis van wat we op vroegere schilderijen of emblemata zoal te zien krijgen? Anders loopt het mis. Denkt iedereen simpelweg aan eten. Het gaat over veel meer.
Een duiventil is geen duiventil hoor.
Een zwaan is geen zwaan.
Zo een lustig kwelend vogeltje is gewoon een beetje eenvoudig mens.
Die stillevens met vruchten zijn minder onschuldig als het lijkt! Let ook op de schikking. Citroenen wijzen op zure liefde of valse vriendschap. Walnoten op de Heilige Drie-eenheid. De perzik heeft ook niks met eten te maken. Evenmin als oesters.

Besluit
Wat boeken over iconografie (iconologie) zouden ook niet mis staan op de tentoonstelling. Of in de bib, als men daar van de manifestatie tenminste al weet van heeft?
Ach ja, waar smullen onze designmeesters?

Er is nog een geheel ander probleem.
Hoe de hongeren laven?
In Cebu? Wuxi?Tasjkent?

Grote lacune ontdekt in het “Museum 1302”

Moet nog even driedubbel checken of het wel waar is. Er is een complete ridderorde vergeten ! Ofwel met opzet, ofwel door onwetendheid.
Van zodra deze lastige, menige man- en vrouwurenwerk (Liza, Machteld, Isabelle, Véronique) vragende onderzoeksjournalistiek is beëindigd verneemt u hier meer over.
Kan nog een tijdje duren want vele insiderbronnen blijken onbereikbaar.

‘ t Zijn donkere dagen.
Alle “levende krachten” uit de regio vertoeven in diepe winterslaap. Of buitengaats.
Zullen ze er allemaal terug zijn op 2 januari, de eerste dag van het bruisende nieuwe politieke leven in Stad?

——

Eerst nog iets over ontbrekende stukken.
Historicus Niklaas Maddens (gewezen archivaris) hangt weer een beetje de negativo uit. In het jongste nummer van “Leiegouw” stipt hij aan dat er in het museum een jaarboek ontbreekt: “Jaerboek der stad en oude casselry van Kortrijk” van 1814-1815. Uit de erfenis van Jacques Goethals.
Volledig akkoord, want daarin wordt een eerder pre-nationalistische versie opgehangen van de Guldensporenslag. Voor wie kan lezen zou dit een antidoticum kunnen zijn tegen de modernistische, revisionistische en negationistische visie over 1302, opgehangen in de film van Stijn Coninx. (Niklaas is als gewezen vaandelzwaaier eerder voorstander van een Conscience-verhaal over dat bloedbad. In zijn recente “geschiedenis van Kortrijk in het kort” aanziet hij de slag nog altijd als een conflict tussen Vlaanderen en Frankrijk. Rept met geen woord over de bijdrage van onze “Waalsche” broeders in de strijd. En onze graven van Vlaanderen spraken beter middeleeuws Frans dan de huidige Kortrijkse middenstanders. ’t Waren gewoon kutvlamingen.)

Vindt Niklaas de expositie (behoudens de film) ook niet een beetje saai?
Twijfelachtige maliënkolders en speerpunten genoeg. Maar waar zijn de punthoeden van de jonkvrouwen gebleven?
De kuisheidsgordels van de riddervrouwen, en de gulden hangsloten die we als neofiele lijkenschenners bij de neergeknuppelde riddermannen dievelings hebben opgeraapt? De buitgemaakte gulden vliezen? De kousenbanden? De wollen leggings, de gypoenen (jupons), de cuisses, de cottes, de bliauds.
De gewatteerde kokers van ons mannelijk voetvolk?
De urinalen? (Ons Vlomsche heir deed in zijn broek van schrik.) De zwemvesten? (Onze boeren, bakkers en beenhouwers en bouwpromotoren probeerden nog vóór de strijd begon zwemmend weg te komen over de Leie.) Waar zijn de vreemde kwasten?

De expositie is veel te puur neo-nazistisch communautair militaristisch opgezet. Een vernieuwe versie van het fototijdschrift SIGNAAL.
Wat aten en dronken onze soldaten toen? Waren ze niet gedrogeerd met verschaald bier en zure wijn? In onze Stad van de Smaak kan men nu toch wat aandacht schenken aan recepten uit die tijd. Hochepot!

Het mag er in het museum 1302 ook wat speelser aan toegaan, en niet enkel voor de kinderen. Videogames, ophaalbruggen, schandpalen, luiten en vedels, ridderspelen. Sotternieën. Opgezette pages en stalknechten die rare smoelen trekken als je een beetje naderbij komt. (Een zeer middeleeuwse gewoonte aan de toenmalige hoven en poortershuizen.)

Een museaal bekeken wel heel eigenaardige bemerking van Niklaas is dat volgens hem het kostbare handschrift (ooit voor 20 miljoen franken verzekerd bij een uitlening) van Gillis li Muisis niet constant aan licht en vochtigheid mag blootgesteld.

Waartoe dient een museum eigenlijk? Om juist de kostbaarheden aan ons oog te onttrekken? (Stel dat je in de Londense bib de Magna Charta niet meer mag zien.) En kan een pas gebouwd, spiksplinternieuw museum geen methodes bedenken om op een veilige en duurzame manier ook de dure of zeldzame stukken tentoon te stellen?

De Orde van de Scheermesjes

Een stuk dat zonder enig probleem in weer en wind kan uitgestald is de cd-rom van “The Order of the Razorblades”. Met gedichten, beelden en muziek van de ridders en de jonkvrouwen van de “Orde van de Scheermesjes”. Motto: “Op datsi leren moghen wat liefte is ende wat minne”.
Isabelle en Liza: doe er wat aan! De cd-rom is gratis te verkrijgen mits betaling van verpakking en verzending (3 euro).
Voor het te laat is. Want het staat niet vast dat The Knights of the Razorblades over enkele jaren nog zullen bestaan. De technologische achteruitgang van de maatschappij die in duizelingwekkend tempo toeneemt kan immers alles te niet doen. Zoals een museum als dat van 1302 juist aantoont.

Maar de Knights bieden tot de burgerlijke dood hen scheidt weerwerk door een gepast antwoord op tactische terugtochten en wilde wereldse arrogantie. Zij respecteren Vlaamse feestdagen, lange marsen DOOR DE INSTELLINGEN en prijzen arbeid die levenloze stof tot museale schoonheid vervormt. Zij zijn op zoek naar de Ultieme Verbinding, met BINNENKORT een Centrum van Eenheid. Willen een deftige neoconmaatschappij bouwen op basis van vier absoluut Vlaamse normen: waarheid, eerlijkheid, reinheid en onzelfzuchtigheid.
Zie hun princiepsverklaring. (Dit stuk mag in regen als zon uitgestald in het museum.)
Onomstreden Knights als Derek van ’t Gulle Zand (kreeg zopas een graadverhoging tot grootmeester-prins), Maularia Fist, PIT, Guillaume de Lynn en jonkvrouw Schone VLaemse van Achter de Helmhalsberg EN DERGELIJKE MEER verdienen een plaats in het nieuwe bestuur van het Museum.

P.S.
Van moraalridder Mordicus der Wikings ter Hoohge, ter attentie van Niklaas Maddens.
Om alle kans op vervolging te voorkomen werd net op 11 juli 2002 na honderden jaren van stille werking achter de skilden van de Vrinden van het Museum door de ridders een nieuwe meer veilige naam in het door historiekers zgn. leterme-tijdperk aangenomen: de Orde van de Scheermessen. Deze naam verwees naar het feit dat vele ridders zich tijdens hun vlucht met de boemeltrein naar Rijsel van hun baard ontdeden om iedere kans op herkenning binnen het Eurodistrict te vermijden.
Toen bij de gemeenteraadsverkiezingen van laatsleden oktober bleek dat de Vlaams Blokkers te Kortrijk tegen alle vuistregels in wambuisgewijs over de valkuilen heen een dodelijke salto over de Groeningebeek voorwaarts maakten, de burgemeester-schout alweer tegen alle geplogenheden in van zijn paard tilden en de ambachtslieden daarentegen vanuit de linkerflank voor een gesloten ophaalbrug aan het kasteel van Marke stonden werd de naam scherp gewijzigd in: de Orde van de Scheermesjes. Maar profanen die lid willen worden van de Orde dienen nog altijd bereid te zijn om zich de baard te laten afdoen. Jonkvrouwen die willen toetreden moeten zich van alle schaamte ontdoen.

Enige betrouwbare en volgens kroegridder Egide de Lui Mon UI niet eens zo dure bron (min 20 procent): www.knightsrazor.com.

Acquisitiepolitiek van stadsmusea: boekentas en paraplubak

Volgens een verslag van de Raad van Bestuur van de Stedelijke Musea dd. 27 september heeft de voorzitter (Egide Van Hoonacker) een bod gedaan bij het veilingshuis Van De Wiele (Brugge) voor de aankoop van een boekentas. 2.900 euro plus 23 procent kosten. En aangekocht.
Die veiling ging evenwel pas door op 7 oktober.
Dus lezen we in het verslag van de Raad van Bestuur dd. 25 oktober nogmaals letterlijk hetzelfde. Tas gekocht.

De acquisitiepolitiek van de Musea (Broel, Groeninge) is ondoorgrondelijk. En de criteria voor de collectievorming ook. (Voor schilderijen en sculpturen en zo zou het moeten gaan om streekgenoten.)

Maar eerst nog iets over de boekentas.
Het is er een in rood leder met zilveren slot. Van niemand minder dan Jacob (Jacques) Goethals-Vercruyse. Dat is de bibliofiel (1759-1838) die bij testament aan Stad ca. 12.000 boeken en ca. 600 handschriften heeft geschonken. Ga maar kijken in de bewaarbibliotheek. Motivering van de aankoop: hij zou als historicus een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedschrijving van de Guldenporenslag.
Dan kunnen we nog veel van die tassen kopen, vooral van hedendaagse echte historici die de mythes rond de Guldensporenslag hebben ontmaskerd. En dan vooral hopen dat die tassen authentiek zijn.

De boekentas van Goethals is bedoeld voor het nieuwe Museum 1302. Dat museum heeft het juridisch statuut van een vzw, met eigen bestuur. Maar aankopen worden blijkbaar nog altijd gedaan binnen het bestuur van het Broel- en Groeningemuseum van mevrouw Isabelle De Jaegere.
In april heeft dit bestuur zich bezonnen over de mogelijke aankopen van drie maliënkolders. Uiteindelijk is de keuze gevallen op de duurste, te koop in Londen. Vraagpijs: 35.000 euro min 20 procent. Waarom min 20? Soms is het plus 23.
Die kolder zal dan wel de historisch meest echte zijn. Wees gerust: er kleeft geen bloed aan.

(Ik heb nu al gaten in mijn rechterkous.)

De voorzitter-oogarts is alom bekend om zijn deskundigheid inzake middeleeuwse wapensystemen en “historische kritiek” (bronnenonderzoek). Is daarom als afgezant speciaal naar Londen afgereisd, – alhoewel soms iets wordt gekocht op basis van een foto.)
In maart al hebben we ons bij dezelfde Peter Finer uit Londen een zwaard aangeschaft. Zowat alles over 1302 vind je tegenwoordig overzee. BROCANTE.
Was onze voorzitter daar ook al in die maand? Vraagprijs: 34.000 min 20 procent. In april kochten we bij Ignace Van Canneyt voor 2.000 euro niet minder dan 14 pijlpunten. Waar heeft hij die plots nu gevonden? (Dit Kortrijkse antikwariaat is goed bekend en gekend bij de intieme Vrienden van het Museum.).

Niemand zal ontkennen dat Marthe en Cécile De Spiegeleire meer recent een rol hebben gespeeld in het Kortrijkse kunst- of cultuurleven. Niettemin werd in mei beslist om geen enkel persoonlijk document van die meiden te kopen. Ook geen schilderijen en beeldjes, laat staan een boekentas.

In april is er iemand van het bestuur via ene Piet Swimberghe op het spoor gekomen van een paraplubak.
Heel interessant want er is met de hand nog wel een signatuur aangebracht “Laigneil, Courtrai, Belguim” (sic). Alsook een jaartal: 1900! Maar de vraagprijs was te duur: 2.000 euro. Niet aangekocht.
Maar in de maand mei dan weer wél. De vraagprijs was verlaagd naar 1.250 euro, maar daar moet dan wel BTW op betaald worden.
De meest primaire les voor een beginnende historicus bij het beoordelen van de echtheid en authenticiteit van een paraplubak is: kijk nooit eerst naar een datum of signatuur. Doe dit pas achteraf, na uw meningsvorming.

Soms wordt een stuk geweigerd omdat de Raad van Bestuur vindt dat het aan de verkoper is om een prijs te bepalen. Zo werden de onderhandelingen om zacht Doorniks porselein te kopen ooit afgesloten. Maar voor die boekentas bijv. heeft men blijkbaar zelf een bod gedaan.

Eigenlijk wordt heel het aankoopbeleid gevoerd door enkele personen: de voorzitter en bepaalde vrienden van het museum.
En hun kennissen. Dat kunnen ook antiquairs zijn die op voorhand al min of meer weten wat bij de museumvrienden eventueel kan belangstelling opwekken.
En al die gasten hebben zo hun kleine obsessies inzake het verzamelen van potten en pannen en pollepels.
Toeval kan ook een rol spelen. Iemand van de vrienden gaat op reis in Frankrijk en botst daar alweer op een kruik met één in plaats van twee oren, en hupsakee: gekocht. De Raad van Bestuur keurt dat dan achteraf wel goed.

Onze Stedelijke Musea weten niet meer waar alles onder te brengen (de depot!) en de inventarisatie lijdt daaronder.
En dan moet je volgens het decreet nog alltijd wetenschappellijk onderzoek doen.

De voorzitter en de vrienden zijn verwoede verzamelaars, op ons kosten. Ze jeunen zich daarin. Het is hun lust en leven. Zij gaan wel heel onwennig om met hedendaagse (beeldende) kunsten. Ook al is het hedendaags porselein. Voorlopig (?) heeft men beslist om daar geen verzamelingen van aan te leggen.

Mogen we hopen dat die afwachtende houding mede is aangenomen in het licht van het nakende rapport (audit) over de musea?
De criteria voor de collectievorming moeten volgend jaar nu toch eens duidelijk geëxpliciteerd.
Met de nieuwe schepen van cultuur (de burgemeester) én een nieuw bestuur kan dit lukken.

En zo eindigt dit stuk alweer optimistisch.

P.S.
Ik ben lid van de Algemene Vergaderingen van de Musea.
Na maandenlang – jarenlang – gezeur heeft men mij eindelijk de verslagen van de Raden van Bestuur opgestuurd. Voor dit jaar 2006 dan toch. Met dank aan schepen Stefaan Bral, die daar bij de conservatrices ook meerdere malen heeft op aangedrongen. Uiteindelijk kort geleden zelfs: geëist. Vandaar dit stukje.
Maar waar is die Oxfordkist nu toch gebleven?

Kortrijk: stad van design (2): oktoberrevolutie?

In haar scriptie (zie stuk van 15/12) komt Becky Verthé tot de vaststelling dat er wel degelijk een reële voedingsbodem bestaat voor “Kortrijk Design”.
Heelwat actoren dragen hiertoe bij.
In het algemeen: het industriële weefsel en de economie van de streek, met o.a. de geschiedenis van de Kunstwerkstede Gebroeders De Coene. Maar ook de Stichting Interieur en haar biënnale. Het “desingminded” beleid van het stadsbestuur, de designmeesters bij Designregio Kortrijk, de creatief-technische ontwerpopleidingen (Kortrijk/Stad van Ontwerpers), enkele zelfstandige actoren (vzw Atmosfeer bijv.), de vzw Buda Kunstencentrum, het Vlaams Kunstofcentrum, de competentiepool voor productontwikkeling en industrieel design, de musea, het project ADMIRE.

Maar er zijn concurrenten. En veel. (Zij worden allemaal opgesomd en bekeken. Schoon.)
Vandaar dat er in de studie een dubbele concurrentieanalyse wordt gemaakt, voor Kortrijk-Designstad én voor de designregio.
Er is ook een SWOT-analyse. (Sterke en zwakke punten.)

Daar zijn lessen uit te trekken.
Kortrijk of de regio voldoen nog niet aan een aantal kritische succesfactoren. Bijv. het organiseren van internationale cursussen, het hebben van een designmuseum, een designarchief of designcollectie, een designtijdschrift, het organiseren van een designbedrijvencentrum, enz.

Er zijn zes sleutelknelpunten.
Een gebrek aan overzicht en transparantie, een gebrek aan goede communicatie, een gebrek aan een industrieel draagvlak en distributieapparaat, een gebrek aan communicatie, een gebrek aan een publiek draagvlak, en tot slot een gebrek aan projecten en producten.
Becky Verthé bespreekt ieder van die gebreken en stelt remedies voor. Strategische doelstellingen waar we hier nu niet nader op ingaan.

Hieruit volgen dan tientallen concrete bouwstenen voor een actieplan.
Laat er ons daar enkele meer pikante uitlichten.
Alle stadsdiensten krijgen een afgevaardigde die bij designprojecten systematisch wordt betrokken.
De projecten Stad van Ontwerpers, Designregio en ADMIRE worden onttrokken aan de politieke omkadering. (Bedoeld wordt: de kabinetten van schepen de Bethune en de burgemeester.)
Er komt een specifieke communicatieverantwoordelijke voor Kortrijk Design.
Er komt een onafhankelijke Designplatform, met een designhuis.
Bij het fonds Cultuurinvest dient men een projectdossier in voor een designhotel.
Er komt een “Designfabriek”.
Er worden wedstrijden ingericht en prijzen uitgereikt.

Oktoberrevolutie

Op pag. 104 lezen we:
Het designplatform treedt als coördinerende actor op om ervoor te zorgen dat op korte termijn zoveel mogelijk “tijdelijke” evenementen rond design in oktober worden gepland, zoals symposia, lezingen, week van het ontwerpen, opening ForumInvest (met designwinkels?), uitreiking prijzen, jaarlijkse persconferentie, mogelijk designbanket.

Op pag. 103 staat een merkwaardig voorstel over mobiliteit (in het kader van Kortrijk als commerciële designregio): Kortrijk moet tegen 2015 haar beleid van een eenrichtingsverkeer verder afbouwen en vooral een oplossing zoeken voor de Noord-Zuidverbinding.

Hierna volgt zoals gewoonlijk ons eigenste constructief en positief voorstel.
Midden februari 2007 wordt de doorlichting (en beleidsplan) van de Kortrijkse Musea openbaar, gemaakt door prof. Guido De Brabander.
Een thematische (en openbare!) gemeenteraad kan dan in maart 2007 deze studie plus het werk van Becky Verthé even gaan bespreken.
Om de kosten van het verspreiden van deze studies bij de diensten en de raadsleden enigzins te recupereren wordt geen presentiegeld uitgekeerd en declareren de ambtenaren geen overuren. Dat brengt Stad zeker 6.000 euro op.

P.S.
De studie over Kortrijk Design bestellen bij becky.verthe@kortrijk.be. Of bij: becky@designregio-kortrijk.be.
Verthé is nu stafmedewerker bij designregio. Eén van de designmeesters (Pieters) is het al een tijdje geleden in alle stilte afgetrapt.
Het werk van Verthé (120 pag.) is zeer informatief. Heel goed gestructureerd en munt uit door een volstrekt tekort aan geleuter. Onze stukjes doen de waarde van de studie onrecht aan.

Kortrijk: stad van design ? (1)

De Kortrijkse burgemeester is bij het begin van zijn vorige bestuursperiode (overgang 2000-2001) koortsachtig op zoek gegaan naar een identiteit (een imago) voor de Stad. Niks mis mee, als men dat dan wel nodig vindt.
(Een fundamentele kwestie, NERGENS ofte NOOIT besproken.)

Vanuit zijn gehele geestesachtergrond en kennissenkring was wel algauw duidelijk dat er alleszins iets van Kunst zou mee gemoeid worden.

Toeval speelt een grote rol in de politiek.
Stel even dat Jean de Bethune burgemeester was geweest. Dan werd Kortrijk geprofileerd als een stad van studenten en ondernemers. Stefaan Bral zou van Kortrijk een feestende stad hebben gemaakt. En Frans Destoop een stad van kansarmen. Schepen Philippe De Coene: een groene, nette stad.

Intussen vernemen we nog dat onze burgemeester weer en alweer een grote droom heeft: de realisatie van een designfabriek, m.a.w. een grote industriële site waar zich kleine designbedrijven kunnen bundelen.
NU GOED LUISTEREN.
OFWEL BEN JE BURGEMEESTER VAN EEN PROVINCIESTAD?
OFWEL WIL JE DIT NIET. Wil je meer? Burgemeester zijn is toch de mooiste taak van een civil servant?

Maar als Stefaan nu een keer zou gaan denken als burgemeester Tone indertijd? Even gewoon niets doen? Net als Manu?
Zou dat niet beter zijn voor ons, Kortrijkzanen ?
Nu nog dat winkelcomplex op ons hoofd gekregen. Zonder referendum maar vanuit Cannes.
Net in althans vroeger gezelligste wijk van het centrum.

In het bestuursakkoord tussen de toenmalige CVP en SP (8 november 2000) werd al een allusie gemaakt op het begrip “kunstwerkstede”. Maar van een geïntegreerd Buda-kunsteneiland of centrum was evenwel nog geen sprake. Wel zou men een collectie van designvoorwerpen opbouwen. (Ons Broelmuseum vindt nauwelijks plaats om zijn pollepels en potten en pannen te bergen.)

Qua cultuur kwam de eigenlijke (globale) beleidsbrief 2001-2006 van het Schepencollege toendertijd tot de vaststelling dat Kortrijk een stad van musea (Het Vlaams Ontvoogdingsmuseum!) en podiumkunsten moest worden. Met de Schouwburg als vuurtoren. Plus: een stad van creatie en innovatie. Nog geen sprake hier van design (vormgeving).

Aan prof. Rudi Laermans (KUL) werd in 2002 gevraagd om een rapport te schrijven over de vraag of Buda-eiland wel een kunstartistiek nest kon worden. Of daar wel een draagvlak voor kon bestaan. De cultuurfilosoof had na onvoorstelbaar veel bladzijden geleuter en centen daarvoor waarlijk existentiële twijfels. Was er wel een kernpubliek? Een klankkast bij de bevolking?
Uiteindelijk kwam hij via zijn “salons” tot de vaststelling dat men het er maar moest op wagen. Onder het motto: waar een wil is, is een weg. Buda moest een “pull-factor” worden.

In de verkorte reclame-versie van het stedelijk cultuurbeleidsplan 2003-2007 was er een alinea over Kortrijk betiteld als “stad van design en creatie”, maar die was niet echt uitgewerkt.

Is Kortrijk een stad van design?
Het antwoord is te vinden in een buitengewoon leerrijke studie van Becky Verthé (afkomstig uit Hulste). Gemaakt aan de Universiteit Antwerpen Management School (UAMS). Promotor: prof. Guido De Brabander (dezelfde die bezig is onze stedelijke musea te doorlichten).

Titel van het werkstuk: “Kortrijk design: bouwstenen voor een strategisch en actieplan”.
In een slotwoord spreekt Becky Verthé de hoop uit dat haar studie effectief zal worden gebruikt door zoveel mogelijk actoren in Kortrijk. En zij vindt het belangrijk dat haar scriptie kenbaar wordt gemaakt.

Wij doen er tenminste wat aan.
Om het geheel wat luchtig te houden pikken we er al meteen wat saillante zinssneden uit. Dat leest lekker weg.

De auteur laat er geen gras over groeien.
Al in de inleiding poneert zij dat het zwakste punt in het verhaal over Kortrijk Design de communicatie is. Men wekt te weinig belangstelling bij de media, laat staan bij de bevolking.

Mag ik daaraan toevoegen dat er zelfs bij de gemeenteraad geen respons is?
Laatstleden werd het project ADMIRE zonder één woord kommentaar goedgekeurd. Noch van de oppositie, noch van de meerderheid. Niemand. Tussen haakjes: dit wijst niet noodzakelijk op een totale onverschilligheid. Kan ook verband hebben met doodgewone luiheid (kunde) om dossiers te bekijken. Al dat papier! Je hebt er soms nog geen zicht op. Of men is met iets helemààl anders bezig. Scheve voetpaden. Verkeersdrempels. Frietkoten. Een straatlamp die niet brandt. Eigen carrièrre. Voetbal. Moet nu echt nog naar een receptie. Tuintje maaien. Simoniseren. Kijken naar Temptation Island. Al van tevoren opgebrand zitten : nooit gedacht wat een gemeenteraadslid te verduren krijgt.
(ADMIRE gaat over een internationaal samenwerkingsverband tussen designsteden.)

Kortrijkwatcher: Het zwakste punt is tactisch gezien misschien wel de ondermaatse communicatie, maar er is ook zoiets als het buikgevoel bij (Kortrijkse) burgers én verkozenen. Vlaamsblokachtig? Het is mogelijk dat de publieke opinie andere zorgen heeft dan designzorgen. (Gaan zwemmen. Ergens wonen.)
Of dat wij er zelfs geen behoefe aan hebben om Kortrijk ook maar ergens mee te profileren in de wereld. Stel je dat nu eens voor. Dat onze ietwat megalomane bestuurders dit nog moeten overkomen. Nergens meer naartoe kunnen. Geen schepen nog naar Wuxi, naar Tasjkent, Cebu, Peking, Delhi. Rijsel. Schepen Lieven Lybeer met eega, via zustersteden naar designsteden: GEDAAN!

Bij communicatie heb je een zender nodig en een ontvanger, die ook werkt. En een lopende band (intussen wifi) daartussen om dat pakje informatie heen en weer te sturen. (Het pakje info kan ook van de band vallen of verkneukeld aankomen.)

Verder zegt Verthé dat men nogmaals dreigt te vervallen in een top-down eilandverhaal, wat men ooit (en nog steeds) het Budaverhaal verweet. En: “Kortrijk, een stad met slechts 74.000 inwoners, durft ook wel eens zijn capaciteiten te overschatten.”
Becky zegt het.

Verder doorprikt zij alvast één “illussie”: “Kortrijk kan niet gepositioneerd worden als dé designstad van Vlaanderen. De tijd waarin Kortrijk een designmonopolie had is voorbij.”
Maar dat wil niet zeggen dat een positionering van Kortrijk als designstad of regio geen zin heeft. “De uitdaging is zelfs dat Kortrijk binnen 10 jaar uitgroeit tot een erkende speler op mondiaal vlak (in het rijtje van Eindhoven, Göteburg, Essen, …)
In dit verband volgt in de studie nog een verhelderende concurrentieanalyse. Een dubbele nog wel: voor Stad zelf en voor de designregio.

Spanningen

Verthé durft te wijzen op een aantal eerder politiek getinte spanningen.
Op de vroegere (ja? vroegere?) aversie tussen stadsbestuur en de Stichting Interieur, op het naast elkaar werken van de vzw Designregio en het project Stad van Ontwerpers, te wijten aan spanningen tussen een aantal personaliteiten-schepenen.
Hierbij presteert de auteur het om letterlijk te refereren naar “een 20 jaar oude vete” tussen de families De Clerck en de Bethune, en de “niet gemakkelijke samenwerking” tussen Stefaan De Clerck en Stefaan Bral. Zie pag. 34.
Verthé: “Men moet in Kortrijk meer spontane moed hebben om stemmen en actoren rond de tafel te brengen, een openlijke discussie te voeren, win-winsituaties te benutten en de relativiteit van losstaande projecten te erkennen, vooral als verschillende visies kunnen geïntegreerd worden in de idee van design.”
Dat is het.

Nu is het nodig om even Karel Debaere van Leiedal te citeren.
Pag. 35: “Stefaan De Clerck is een ongelooflijk zware trekker. Hij vertelt dat (designverhaal) overal en op de duur (…) gaan mensen dat uiteindelijk geloven. Dat designverhaal is nog niet voldoende ver om te zeggen, het zal wel autonoom overleven. Als Stefaan morgen zou wegvallen (…) dan hangt af van wie burgemeester wordt en of die dan in dat verhaal verder gaat en daar de middelen voor vrijmaakt. Maar als die nu zou wegvallen dan zou dat verhaal een grote knauw krijgen en dan vrees ik ook dat we het niet meer halen.”
Mijn kommentaar: met schepen Lieven Lybeer – grote stemmentrekker – als opvolger bijvoorbeeld mogen we het vergeten.

In verband met Kortrijkse ontwerpopleidingen (onderwijs) wijst Verthé op het grote succes van Howest-PIH.
En dan komt plotseling dit te lezen (pag. 44):
“KULAK is een slechte zaak voor de regio.” Waarom? Vanwege de brain drain naar Leuven (en andere universiteitssteden). En een volwaardig universitair onderwijs in Kortrijk met volledige opleidingen zal niet waargemaakt worden, omdat moeder K.U.Leuven dat nooit zal willen. Daarenboven stelt de KULAK zich geïsoleerd op. Hierbij wordt campusrector Piet Vanden Abeele even geciteerd: “Deze campus is geen Kortrijkse campus. Het is een campus die in Kortrijk gelegen is.”

Amaai zeg.

Over de huidige designmeesters (Dubois en Pieters) vernemen we nog dat wellicht niet 1 op 10 Kortrijkzanen weet heeft van het bestaan ervan. (Volgens mij niet 1 op 74.000, waarvan dan vijf raadsleden.)
“Zij kunnen wel verweten worden dat ze zich te weinig in de publieke opinie vertonen, niet aanwezig zijn bij tal van evemenenten, niet mediageil genoeg zijn. Zij dragen ergens nog de fouten van hun voorgangers mee. Waardoor er nu nog steeds geroddeld wordt waar dat geld van die eerste designmeesters (Delaere en Rommens) is gebleven”.
Dat is allemaal wat Becky verteld. Een negativa!

Kommentaar van mijnentwege: het gaat niet enkel om geld. Was het maar dat.
Waar zijn hun rapporten gebleven? Wat hebben ze eigenlijk uitgericht? Zijn ze uit eigen beweging opgestapt of werden ze afgedankt?
Spijtig dat de studie hierover geen uitsluitsel geeft. (Waarom werden ze niet geïnterviewd?) Want uit die spoorloze verdwijning zijn waarschijnlijk lessen uit te trekken. De verwachtingen waren namelijk hoog gespannen. (Voor wie ervan wist.)
Overigens loopt het gerucht NU dat één van de twee huidige designmeesters (Pieters) ook alle motivatie heeft verloren en het is afgetrapt. Zij staat wel NU nog vermeld op de website van designregio. Design over personeel, bestaat dat?

Maar het is heus niet allemaal kommer en kwel in Kortrijk designstad (of regio).
Er zijn méér actoren en potenties aanwezig dan wij allemaal dachten.
En Becky Verthé stelt heel concrete actieplannen voor.
Terecht heeft zij met haar scriptie een prijs gewonnen. Er komt geen Laermansachtig geleuter in voor. Dat is een verademing.

Een volgende keer meer hierover.
Nu ik eraan denk: de stadsdirectie “cultuur” komt nergens expliciet aan bod in de studie. Tekenend. Het is net alsof die niet bestaat.
Mijn ervaring terzake is dat je je niet kunt voorstellen wat voor rol karakters en onhebbelijkheden (personaliteiten) spelen in politiek. Studies of niet. Lokaal of niet. Totetrekkers of niet.
Allleen diepte-psychiaters kunnen nog heil brengen in de politiek. Zonder sofa, maar met zware pillen.

Een vraag en antwoord over straatnamen

De schriftelijke vraag nr. 29 uit deze aflopende bestuursperiode van zes jaar kwam van Piet Missiaen (Spirit) en dateert van 18 september.
Ze luidt alsvolgt:

“Op het kruispunt van de Hoog Mosscher en de Meiweg staat een straatnaambordje “Van Ackers Hof”. Links van dat bordje bevinden zich woningen met huisnummers 61 tot 77. Die woningen dragen in hun adres echter niet de de straatnaam “Van Ackers Hof” maar wel “Hoog Mosscher”, wat bij bezoekers regelmatig tot verwarring leidt. Indien die de ligging van de woningen 61 tot 77 niet goed kennen gaan ze die nummers verder in de Hoog Mosscher gaan zoeken in de richting van de Pater Damiaanstraat en de Priester Schrurstraat. Maar daar vinden ze, tamelijk ver uit mekaar, alleen de nummers 78 tot 85 met het bijkomende nadeel dat sommige van die nummers niet bereikbaar zijn en de bezoekers een ingewikkelde omweg gaan maken over de Pottelberg of de Condédreef.
Aangezien “Van Ackershof” momenteel eigenlijk geen straatnaam is kan dat straatnaambordje daar misschien best vervangen worden door een bordje “Hoog Mosscher” met een pijltje dat de nummers 61 tot 77 aanwijst.
Nu is de naam “Van Ackershof” bij sommige inwoners van de stad redelijk bekend en zou de naam bewaard kunnen blijven door een opschrift op de toegangspoort tot het hofje, maar dan niet onder de vorm van een verwarrend straatnaambord.
ZOU DIT ONDERZOCHT KUNNEN WORDEN?”

Jawel!
Het antwoord van het stadsbestuur kwam in het “Bulletin van Vragen en Antwoorden” van december, dat is drie maanden later.
En hoe luidt dit antwoord?

“Het is inderdaad zo dat de huizen zijn doorgenummerd alsof ze in Hoog Mosscher liggen en dat er een straatnaambord Van Ackershof staat.
Technisch is het uiteraard eenvoudig om het straatnaambord aan te passen maar naar procedure toe is het zo dat de benaming Van Ackershof ooit goedgekeurd werd als benaming.
Deze problematiek wordt nu wel aangekaart op het eerstvolgend overleg tussen de betrokken directies (Burger en Welzijn, Stadsplanning en Ontwikkeling, Cultuur (straatnamencommisie) en Mobiliteit en Infrastructuur.
Nadere info volgt.”

NADERE INFO VOLGT!
Na drie maanden dus nog geen info. De problematiek moet nog behandeld worden door vier directies. En dan nog goedgekeurd in de gemeenteraad.

Op 20 februari deden we hier al wat suggesties inzake straatnamen.
Heel leuk was: Straatnaamstraat.
En: Vliemwekbliehof, Atsirilastraat, Tsoekuleplein.
Metafoorknaapstraat is ook goed. (Inspiratie telkens bij de kijkersvragen in de uitzending “De staat van Verwarring” op Ned3, VPRO.)

Civil servants van Buda-“bewind” werken niet gratis

Het vorige stuk over handelsdistricten is nog niet af, want vandaag vrijdag bereikt er ons zopas een bericht dat heel moedeloos maakt. Intriestig. Deprimerend.
(…)
In het kader van onze hoge ambstopvatting is dat stuk over BIDs intussen wel min of meer afgerond.
_______________________________________________________

Eerst wat geschiedenis over het Kunsteneiland.
Sinds begin dit jaar is er een vzw Buda Kunstencentrum aan het werk. Een samensmelting van de vroegere vzw’s Limelight, Dans in Kortrijk en Beeldenstorm.
Zoals alle vzw’s heeft Buda een Raad van Bestuur.
De voorzitter daarvan is Franky Devos. Secretaris: Karel Debaere (van Leiedal).
Wat de concrete werking van het kunstencentrum betreft is Koen Kwanten artistiek leider en verzorgt Joost Fonteyne de zakelijke kant. Ze doen dat goed, tegenwoordig !

Het stadsbestuur (de burgemeester) heeft evenwel de intentie om vanaf volgend jaar voor het Kunstencentrum een nieuwe juridische structuur te bedenken. Waarschijnlijk wordt Buda een autonoom gemeentebedrijf.
De oprichting van zo’n bedrijf kan niet in een verkiezingsjaar.

In afwachting – niemand weet waarom – is er naast het bestuur van de vzw – een soort Voorlopig Bewind. Dat bestaat uit vertegenwoordigers-ambtenaren van Stad, en bij mijn weten twee externe adviseurs en twee actoren uit de professionele wereld van de kunsten.
Wat die juist uitrichten is ook niet bekend.

Maar in elk geval doen die “civil servants” hun werk niet meer gratis.
Samen krijgen zij nu 10.000 euro voor de opmaak van een basis-businessplan ter voorbereiding van de nieuwe structuur. (Kunnen onze juridische en culturele stadsdiensten dat niet aan?)

De voorzitter van het “Voorlopig Bewind” krijgt daarbij voor maximum vier maanden 16.700 euro. Het gaat hier om pianovirtuoos Gunther Broucke, sinds februari 2004 intendant van het Vlaams Radio Orkest en het Vlaams Radio Koor. Dat bedrag van 4.175 euro per maand wordt gestort op naam van de bvba Brosci, mij verder onbekend.

Een externe deskundige krijgt voor ook voor maximum vier maanden nog 8.300 euro. Dat bedrag gaat naar F&D Consult N.V. Het gaat hier om Yvon Vanden Abeele (de vroegere baas van Xpo).

Totaal voor het Voorlopig Bewind: 35.000 euro.
Hiermee is bijna geheel de begrotingspost “technische prestaties van derden voor culturele centra en verenigingsleven” opgesoupeerd.
Heeft de oprichting van het gemeentelijk bedrijf “Woonregie” (nu SOK) destijds ook zoveel gekost?

Het is van de pot gerukt.
Er zijn geen civil servants meer.
Dat nobele begrip is helemaal verdwenen uit de politiek-maatschappelijke wereld.

Een voetnoot voor onze juridische kommaneukers.
Kan een schepencollege zomaar op eigen houtje een “voorlopig bewind” aanstellen?
En daar dan centen aan geven, zonder goedkeuring van de gemeenteraad?
Behoort dit ook al tot “dagelijks beheer”? Het wordt hoog tijd dat dit begrip wat nader omlijnd wordt.
Overigens, is dit dan geen overheidsopdracht: de oprichting extern laten voorbereiden van een autonoom gemeentebedrijf? Bij zo’n opdracht geldt alweer de uitschrijving van een vorm van aanbesteding of offerte, met het principe van de mededinging.

Ach ja. Leven en laten leven.

Dag van de cultuurcommunicatie zonder Isabelle, Annick, Rooske, Machteld, Liza, en cs

In de stedelijke cultuursector alhier is er al helemaal geen sprake meer van vrouwendiscriminatie. Sommige vaste of losse (vaste losse) ambtenaren zijn zelfs door het glazen plafond geraakt.
Maar de dames (het lijstje hierboven is heel onvolledig: er is nog Ann-Sophie, Lieve, Julie, Valérie, Maureen, – het is niet bij te houden) ontbreken weer op de Vierde Dag van de Cultuurcommunicatie. Maandag 4 december in het Paleis van Schone Kunsten te Brussel.

En de inschrijvingen zijn afgesloten !
772 deelnemers. Al wat naam en faam heeft in de Vlaamse cultuurwereld is er. De crème van de crème.
Franky Devos (van Buda Kunstencentrum) is bijvoorbeeld moderator bij de sessie over “het mediagedrag van kinderen”.

Centrumsteden zijn vertegenwoordigd door stedelijke ambtenaren. Gent bijv. stuurt er zelfs 14 in aantal. Hasselt: 3. Brugge: 4. Leuven: 7.
Voor Kortrijk is er misschien één iemand vertegenwoordigd die we als een soort stedelijk ambtenaar kunnen beschouwen. Iemand van het cc Kortrijk (maar het is niet Rooske).
Plaatsen als Tielt, Ieper, Roeselare, Ingelmunster, Torhout, Avelgem, Wevelgem sturen afgevaardigden.

Wie zal er vanwege Stad ook NIET aanwezig zijn?
De huidige schepen van cultuur: Stefaan Bral.
De volgende burgemeester-schepen van cultuur: Stefaan De Clerck. Zijn opvolger over vier jaar: nu nog raadslid Christine Depuydt.
Vanwege de stedelijke directie “cultuur” of “communicatie”: niemand!
Designmeesters, erfgoedcel, musea (Vlas en Broel), Kortrijk 1302, bibliotheek, dienst toerisme, kunstenplatform, bruisende stad, cel tentoonstellingen, Vandeghinste junior: allemaal niet ingeschreven.
Geen raadsleden, culturele specialisten. Geen huidige of toekomstige schepenen. Geen OCMW. (Het OCMW doet ook aan cultuurpolitiek.)
Dat is allemaal niet goed voor ons imago. Nu het nog altijd de bedoeling is om Kortrijk op de wereldkaart te zetten.

Is er daar in Brussel werkelijk niemand van Kortrijk, stad van design, innovatie en creatie?
Jawel. Losse individuen. Geen echt stedelijke beleidsmakers.
Twee bestuurders van Buda natuurlijk. Verder iemand van Theater Antigone, De Kreun, KATHO, Vormingplus, Overleg Cultuur Zuid-West-Vlaanderen, de Unie der Zorgelozen.
Netwerken. Zien hoe subsidies te vergaren, mits nieuwe plannen.

Het thema van de Dag van de Cultuurcommunicatie luidt: “C’est arrivé près de chez nous”.
Dat gaat over de mogelijkheden voor culturele marketing.

Er zijn drie parallelsessies.
1. Zone 30.
Met onderwerpen als regionale cultuurcommunicatie, cultuur in je buurt, bepalen van het verzorgingsgebied, culturele stadsfestivals.
2. Sociaal netwerk.
Een duik in de wereld van ambassadeurs, online communities, blogging, verenigingsleven, mond-tot-mondreclame.
3. Media.
De rol van de pers in de nieuwe media.

Ter attentie van onze ambtenaren: verslagen komen ook nog op www.cultuurnet.be. Wel iedere dag kijken op uw PEESEE. Niet vergeten.

P.S.
Prof. Guido Debrabander (Antwerpen) is nog bezig met de doorlichting van het Kortrijkse museale beleid. Zijn eindrapport komt er midden februari.
We kijken reikhalzend uit.