Category Archives: cultuur

100.000 euro voor productiehuis Skyline

Vorige week ook niet gekeken naar Jim-tv? Wat stom.
Per inwoner (baby’s inbegrepen) hebben de Kortrijkzanen voor dat gedoe bijna anderhalve euro uitgegeven. Het programma “The big live” is een hele week lang uitgezonden vanuit Howest (campus Karel de Goedelaan ). En dat hebt u nu niet gezien!

De overeenkomst met de VMMa waarbij Stad dus heeft beloofd om vier miljoen BEF te besteden aan dat circus is nooit goedgekeurd door de gemeenteraad. Volgens art. 8.2 moest dit nochtans gebeuren.

Kortrijk 1302: nieuwe plannen

In 2008 ontving Stad Kortrijk een negatief besluit van de minister omtrent de officiële erkenning van Kortrijk 1302 als (regionaal) museum. Als gevolg hiervan herbekijkt men de toekomstplannen. We mikken gewoon niet meer op de erkenning van 1302 als museum. (“Brussel” liet ons off the record weten dat drie erkende musea in een stad als Kortrijk van het goede teveel is.)
De doelstelling focust nu op het belevingsaspect. Het is de bedoeling dat Kortrijk 1302 op termijn een dynamische en interactieve werking ontplooit en de cultuurhistorische uitvalbasis wordt voor een bezoek aan de stad.

De organisatie Kortrijk 1302 komt in handen van de gemeentelijk vzw Toerisme van schepen Jean De Bethune. (De toeristische onthaaldienst – bezoekerscentrum – huist daar al.) Deze vzw zal dus instaan voor de exploitatie, productontwikkeling en publiekswerking en krijgt hiervoor van Stad een toelage van 36.500 euro. Het beheer en het beleid van de collectie ‘geschiedenis van Kortrijk’ blijft bij het Broelmuseum. Hiervoor is een budget van 12.000 euro voorzien.

Kortrijk 1302 wil volgend jaar een aantal experimenten ontwikkelen.
Men zal de opstelling van de Guldensporenslag interactief maken. De Gravenkapel moet beter ontsloten en toegankelijk gemaakt. Er komen activiteiten rondom Erfgoed, de Open Monumentendag, de 11-juli-viering en Autoloze Zondag. Grondige aandacht zal besteed aan een bredere educatieve werking voor kinderen, jongeren én senioren. Er zal meer werk gemaakt van een experiment rond ondernemingen en noctures (MICE-activiteiten).

Dat zijn de plannen.

P.S.
De stadstoelage voor het Broelmuseum en het Vlasmuseum bedraagt telkens 24.250 euro. Dat is schandalig weinig. Vergelijk bijvoorbeeld met die vzw Habbekrats: 100.000 euro. Fuifondersteuning: 41.000. “De Kreun”: 26.000. Groeningeheem: 54.320. De kinderboerderij: 71.134. Zomercarnaval: 32.500 euro.

Renovatie Sint-Annazaal kost minder dan verwacht

In de Sint-Annazaal in het Kortrijkse begijnhof komt een museum en een polyvalente zaal. Al in december 2010 beloofde minister Bourgeois voor de renovatie en restauratie een subsidiepremie van 1.266.461 euro (incl. BTW).
De OCMW-raad heeft nu de werken gegund aan de Algemene Onderneming Verstraete&Vanhecke NV uit Wilrijk voor een bedrag van 1.967.178 euro, inclusief BTW.

In april van dit jaar schreef het OCMW (eigenaar van het begijnhof) een aanbesteding uit waarbij de kostprijs van de werken werd geraamd op 2.691.397 euro. Exlusief BTW was dat 2.224.295 euro.
Het subsidieerbaar gedeelte van de werken sloeg op een bedrag van 1.585.852 euro.
De premie van de hogere overheid: 1.688.615 incl. BTW. (Dus niet 1.266.461 euro ??)

Zie nu eens hoe die bedragen spectaculair zijn veranderd bij de gunning van de werken.
Kostprijs exclusief BTW: 1.652.767 euro.
Kostprijs inclusief BTW:1.967.178 euro.
Subsidieerbaar gedeelte: 1.256.646 euro.
Premie: 1.338.077 euro.

Die premie zou dus nog hoger liggen dan vorig jaar is beloofd?
Terwijl de kostprijs van de werken spectaculair is verminderd?
Het aandeel van het OCMW is dus nu 629.101 euro. We zullen zien.

Perceptie van niet-Kortrijkzanen over Kortrijk als cultuurstad

Het gerucht loopt dat de uitslag van de kwalitatieve studie van Jan Callebaut (zei vorige stukken alhier) over cultuur in Kortrijk vernietigend is. Dat is pertinent onjuist.
Wat is er gebeurd?

Marketinggoeroe Callebaut is op het onzalige idee gekomen om ook enkele Gentenaars en Antwerpenaars bij het onderzoek te betrekken. Motivering zou geweest zijn: Kortrijk moet zich niet spiegelen aan gelijkaardige centrumstadjes. Kortrijk moet meer ambitie vertonen dan bijvoorbeeld Roeselare.
Nou, we hebben het geweten.
Die respondenten niet-Kortrijkzanen (hoeveel waren het er eigenlijk?) zijn niet te spreken over onze stad. Je vraagt je af of ze Kortrijk wel kennen. Een typische uitlating van een zo’n madam uit Gent: “Kortrijk is niet de meest denkbare optie van de ideale city-trip, maar het kan misschien beter uitdraaien dan verwacht.” Een andere kakmadam uit Antwerpen zegt: “Er zullen wel evengoed winkels, restaurants, culturele initiatieven, enzovoort, zijn, maar allemaal kleiner en minder dan in Antwerpen. Je zal daar geen trekpleister hebben zoals het sportpaleis.” Helaas, heel waar, madam !
Een ander enkel iemand heeft het over “het hautain karakter van de bourgeoisie”. Nou, die respondent is hier zeker een halve eeuw geleden een keer geweest?

Het imago – de perceptie! – van Kortrijk is dus bij de enkele ondervraagde, grootstedelijke buitenstaanders absoluut niet goed. Had men het dan anders verwacht?

Inwoners zelf ervaren daarentegen Kortrijk spontaan als een gemoedelijk, gezellig stadje dat relatief veel te bieden heeft. Kortrijk biedt de voordelen van een echte stad (ruim aanbod van winkels, cultuur, onderwijs, …) maar zonder de nadelen, noch van een grootstad, noch van een dorp. Het is een leefbare woonstad waar je als inwoner voldoende voeling mee hebt.
Maar het is onduidelijk waar dat alles heen leidt. Bij de inwoners heerst – afhankelijk van de leeftijd? – een tegenstrijdig beeld van hun stad: enerzijds een conservatieve, afstandelijke en zelfs doodse plaats, anderzijds een boomende, levendige, innovatieve stad.

Stad heeft gewoon nog wat tijd nodig.

P.S.
Maar waar blijft die “stadsmonitor” van 2010?

Bronnen van trots voor stad Kortrijk

Het kwalitatief onderzoek van Callebaut over cultuurbeleving in Kortrijk geeft vier bronnen van trots op voor bewoners van onze stad: de moderne architectuur (voornamelijk de bruggen), het erfgoed (historische bezienswaardigheden), de geografische ligging, het cultuuraanbod.
Hierna wat meer over dat cultuuraanbod.

De 10 ondervraagde Kortrijkse duo’s vinden het cultuuraanbod uitgebreid en gevarieerd. Er is voor elk wat wils. Spontaan denkt men hierbij aan de schouwburg, allerhande festiviteiten, het erfgoed en de musea.
Kortrijkzanen zijn bijzonder trots op de stadsschouwburg. Er is een brede waaier van activiteiten, heel toegankelijk en voor een gevarieerd publiek. De schouwburg is tegelijkertijd laagdrempelig en gezellig, zelfs volks, maar ademt ook prestige, traditie en rijkdom uit. Het is een echte trekpleister; in de perceptie van de Kortrijkzaan zelfs “het boegbeeld van cultuur in Kortrijk“. Bewondering en verwondering zijn haar deel.

Een geheel ander geluid is te horen over het kunstencentrum Buda. Het is weliswaar bekend van naam, maar er is te weinig geweten wat er aangeboden wordt. Opmerkelijk is dat niet enkel de “low culture” (de cultuurbaren) maar ook de jongeren Buda KC als “te fel afwijkend van het gekende” ervaren. Men vindt de werking te alternatief, niet echt toegankelijk, en gericht op een ouder en select publiek. Grote cultuurliefhebbers van middelbare leeftijd daarentegen vinden Buda zeer aantrekkelijk omwille van de originele en onverwachte kunst.

Veel lof ook voor de bibliotheek. Niet voor het gebouw (!) maar wel voor het ruime aanbod en de vele faciliteiten van de bib: muziek, speelgoed, internet, leeszaal,…
Het Broelmuseum heeft dan weer een mooie setting, maar de collectie weet de mensen minder te bekoren. Het museum bevestigt het historische en statische beeld van Kortrijk. (Over het Vlasmuseum geen woord in het rapport.) Tegenover het erfgoed heerst een ambivalente houding. Ja, men is trots, maar toch minder betrokken. De kennis erover is beperkt.

Waarover is men minder te spreken?
Het aanbod is te kleinschalig en niet uniek. Er zijn geen grootse evenementen, er is geen opera. Er zijn geen hoogtepunten in het aanbod.
Bovendien is de communicatie over het aanbod onvoldoende, onaantrekkelijk en weinig duidend.
Bij dit laatste punt van kritiek dient wel gezegd dat die komt van mensen die juist weinig participeren aan cultuur…
Vandaar dat heel de redactie van kortrijkwatcher de communicatie wél voldoende vindt (zelfs overvloedig), wél aantrekkelijk (die lay-out!) en wél duidend. Er is evenwel een zeker gebrek aan eenheid in de communicatie-uitgaven, een teveel aan diverse brochures. En de kalender dient beter gecoördineerd. Soms weet men niet waar eerst gelopen.

Voor Kortrijkzanen zelf scoort Stad dus nog gematigd goed als cultuurstad. Bij de groep van ondervraagde Gentenaars en Antwerpenaars is de perceptie daarentegen vernietigend. Men vindt Kortrijk een weinig aantrekkelijk stadje, met een aftandse en onpersoonlijke mentaliteit. Maar wie de stad echt kent is genuanceerder in zijn oordeel. Dat is ook onze ervaring. Onze kennissen (ook buitenlanders) zijn – wel een keer tot onze verbazing – grotendeels vol lof over de aanblik en de activiteiten van de stad.
Tja, het zijn geen chauvinistische, dikke nekken uit Antwerpen.

Wat kost dat kwalitatief onderzoek inzake cultuurbeleving ?

Alvorens nader in te gaan op de inhoud en conclusies van het onderzoek van het bureau Callebaut zeggen we maar vlug iets over de kostprijs van de enquête. De papieren perse laat ons hierover onkundig, maar er is een lokale weblog die daarover alweer een totaal gefantaseerd bedrag lanceert. Het gevaar bestaat dat straks raadsleden of persjongens dat cijfer voor waar aannemen. Zo zijn ze wel.

Het onderzoek werd door het schepencollege van 23 februari gegund aan Callebaut & Co voor een totaal bedrag van 44.860 euro (BTW inbegrepen). Voor het pure kwalitatieve onderzoek vraagt het bureau 29.735 euro. Maar Callebaut bedong nog ongevraagd de ontwikkeling van een monitoringinstrument en krijgt hiervoor nog 15.125 euro. Tenminste als de opvolging van de onderzoeksresultaten zich beperkt tot Kortrijk en de regio. Indien men verder wil gaan in geheel Vlaanderen, dan zou Jan daarvoor 21.780 euro vragen. Het curieuze is nu dat het onderzoeksbureau NU alreeds (vrouwelijke) respondenten heeft opgezocht in Gent en Antwerpen, terwijl het schepencollege uitdrukkelijk vroeg om zich te beperken tot de regio.

Er zijn in december vorig jaar zeven firma’s aangeschreven. Drie daarvan dienden een offerte in: Synovate (32.737 euro), Groep C (59.012 euro) en Callebaut (44.860 euro).
Callebaut dacht zowat 26 uur te besteden aan het ondervragen van de duo-respondenten.
Wat Jan daarbij nog zal verdienen aan de bijkomende monitoring (vervolgonderzoek “op geregelde tijdstippen”) zal later blijken. Overigens is het zo dat het schepencollege nu laat weten dat kwantitatief onderzoek toch ook weer zal nodig zijn, terwijl men voorheen ten stelligste beweerde dat het stadsbestuur over voldoende cijfermateriaal beschikt.

De studie beweert dat de steekproef voldoende representatief is inzake spreiding man-vrouw, stadskern en stadsrand en sociale klasse. Profielgegevens krijgen we evenwel niet.
De steekproef is verder opgesplitst in een groep ‘cultuurbarbaren’ versus ‘fanaten’, en in leeftijdscategorieën. (Zie vorig stuk.) Eigenaardig blijft dat bij de cultuurbaren plotseling de categorie laatstejaarsstudenten opduikt.
En bij de niet-Kortrijkzanen dan vrouwen uit Gent en Antwerpen. Waarom is niet gemikt op vrouwen uit Waregem of Roeselare, of desnoods Rijsel?
Opvallend is nog dat de studie uitdrukkelijk vermeldt dat men bij alle categorieën heeft gezocht naar personen die interesse hebben in shopping en uitgaan. Dit vertekent al op voorhand bepaalde conclusies.
Plus. Die respondenten uit Antwerpen en Gent vinden onze stad natuurlijk maar niks, en de zgn. uitgaanders vinden dat Kortrijk onvoldoende cafés telt om na te praten. ZE KENNEN DE STAD NIET.
Nog eigenaardig – voor een wetenschappelijke studie althans – is dat we geen notulen te zien krijgen van de ondervragingen. Zelfs de gestelde vragen mankeren. (Bon. Alleszins in het rapport dat kortijkwatcher in handen kreeg.)

Waarom was deze studie nodig?
Betere vraag is of de cultuurintendant dat onderzoek niet zelf aankon.
Maar goed. De officiële motivatie berust eigenlijk op een vooronderstelling.
Stad Kortrijk – zo zegt men – stelt sinds jaar en dag een substantieel deel van zijn middelen in op het beleidsdomein cultuur en het “aanvoelen” (sic) is dat de resultaten verhoudingsgewjjs als onvoldoende ervaren worden bij inwoners en bezoekers. Ja?
Is dat allemaal wel waar? Of: JUIST?
Besteedt Kortrijk buitensporig veel geld aan cultuur? Cijfers daarover hebben het nooit over de netto-kost, en vergelijkingen met andere centrumsteden blijven uit. (Weet je wat? De personeelskosten in in het domein cultuur zijn waarlijk substantieel, dat wel!)
En is het echt waarlijk zo dat onze inspanningen op cultureel vlak te weinig voldoening opleveren op het vlak van bekendheid, beleving, bezoekersaantallen en aanbod??
De roep is dat de studie-Callebaut “vernietigend” is? Nou, nou.
Even goed lezen. Niet in de krant…

(Wordt vervolgd.)

Een kwalitatief onderzoek naar cultuurbeleving in Kortrijk

Jan Callebaut is tegenwoordig uitgeroepen tot een autoriteit inzake motivationeel marketingonderzoek. (“Hij heeft Leterme gemaakt.”)
Het stadsbestuur – of beter: de cultuurintendant – kreeg al vorig jaar behoefte aan een kwalitatief onderzoek naar de wijze waarop Kortrijkzanen hun cultuurstad ervaren en wees de opdracht toe aan de peperdure compagnie van Jan Callebaut. De studie is sinds lang klaar, maar raadsleden kregen die pas nu in handen. Bepaalde conclusies zijn immers niet zo vleiend uitgevallen.

De papieren perse (je weet wel, die van de dode bomen) ontving al enkele dagen geleden een samenvatting van de studie en herleidde de uitkomst tot de vaststelling dat het Kortrijk ontbreekt aan horecazaken om na een of ander evenement in de late uurtjes nog wat na te praten. Tijd dus om op kortrijkwatcher wat uitvoeriger in te gaan op het onderzoeksrapport.

De steekproef van Callebaut omvat 4 duo’s niet-Kortrijkzanen en 10 duo’s uit Kortrijk.
De Kortijkzanen werden opgesplitst in twee gelijke groepen: 5 duo’s die actief en belangstellend participeren aan cultuur en andere 5 die slechts incidenteel aan cultuurparticipatie doen. De 4 geraadpleegde duo’s niet-Kortrijkzanen wonen op minstens 30 km van onze stad en participeren zo nu en dan aan cutuurevenementen alhier. Curieus (en niet uitgelegd) is dat Callebaut in de steekproef bij de niet-Kortrijzanen plotseling duo’s van louter vrouwen uit Antwerpen en Gent heeft betrokken. En niet curieus is dus dat bij die ondervraagde Gentenaars en Antwerpenaren de perceptie van Kortrijk vrij vernietigend is.

De scores van Kortrijk (of meningen over de stad) zijn zeer uiteenlopend.
Dat komt omdat de intens participerende Kortrijkzanen zijn opgedeeld in drie categorieën: één duo van jonge tweeverdieners zonder kinderen, één duo van jonge gezinnen met kinderen tussen 6 en 14 jaar, drie duo’s met “empty nesters” tussen 50 en 65 jaar oud. De weinig participerende Kortijkzanen zijn plotseling opgedeeld in twee duo’s laatstejaarsstudenten, één duo jonge tweeverdieners zonder kinderen en twee met jonge kinderen.

Het is duidelijk dat volgens de levensfase waarin men zich bevindt de accenten die gelegd worden in de vrije tijd (en cultuurbeleving) heel divers zijn.
Vijfigplussers wiens kinderen de deur uit zijn zoeken gemakkelijk naar activiteiten die hen jong houden. Zij willen nog wel eens op ontdekkingen uit zijn. Studenten willen lol maken, gezellig “connecteren”. Ouders met jonge kinderen zoeken heilzame ontspanning. Jonge tweeverdieners willen intellectuele en lichamelijke uitdagingen.

Typisch voor dit soort onderzoek is dat zowat de helft van de studie gewijd is aan sociologische uitweidingen met het gepaste jargon en diagrammen.
Callebaut definieert het begrip “leefomgeving” in de breedte en de diepte, heeft het over emotionele satisficatie, over de betekenis en de beleving van “vrije tijd”, over soorten cultuuraanbod (kaskrakers, volkse varianten en bewonderenswaardige beweging (toneel en dans bijvoorbeeld), over fundamentele behoeften (entertainment, “social bonder”).

(Wordt vervolgd.)

Nieuw Vlasmuseum wordt ook een MICE-centrum

De plannen voor het nieuwe Vlasmuseum in de oude Euroshop aan de Noordstraat zijn al min of meer gekend. Gemaakt door NoaArchitecten en voor de binneninrichting door het bureau Madoc. De aankoop van dat vroegere vlaspakhuis is contant betaald door Stad: 2.034.050 euro. Schat voorlopig de kostprijs van de werken maar op minstens 4,5 miljoen euroots. Maar Stad verwacht van alle kanten veel subsidies.
MICE ?
Het gebouw zal zo ingericht zijn dat er plaats is voor Meetings, Incentives, Conventions en Exhibitions van zakenlui of in elk geval van mensen uit de economische sector. Er komt dus ruimte voor productpresentaties en een auditorium. Een bistro zal in concessie worden gegeven. Corporate hospitality!

Het concept wordt helemaal anders dan het verhaal dat nu te zien is in het Vlasmuseum. Onder de opzienbarende “golden roof” komt er een polyvalente ruimte. Er is een “wonderkamer” waar we meemaken wat men zoal kan doen met vlas. Er komt ook een “schatkamer” want ons museum bezit een kostbare kant- en damastcollectie. Een en ander zal ook heel interactief gepresenteerd worden. Men wil het nieuwe Vlasmuseum nog een sterke toeristische rol toebedelen. De site wordt een knooppunt op de fietsenroute Leiedal en de erfgoedwandeling.
Opening met veel tamtam vooraf voorzien in 2013, tegelijk met de biënnale Interieur.

Een appeltje om te schillen (3)

Vorige stukken alhier dateren al van 25 en 26 september 2007, zolang sleept die zaak nu al aan.
Hoeveel maal heeft raadslid Moniek Gheysens (VLD) nu al niet het voorstel gedaan om poëtische teksten (of iets anders) aan te brengen op blinde muren in de stad? En zelfs nu zij met de partij tot de regerende coalitie behoort, geraakt haar voorstel om meer speciaal iets te doen met die blinde muur aan de kluifrotonde (Den Appel) er niet doo
r.

Onlangs heeft het schepencollege zich gebogen over het voorstel Gheysens.
Het is een lange, turbulente geschiedenis zodat een korte samenvatting op zijn plaats is. Het adviescomité “Sculpturen in de Stad” heeft in juli vorig jaar een brief geschreven naar die instanties waarvan men dacht dat zij betrokken zijn in de zaak: het agentschap Wegen en Verkeer, de N.V. Waterwegen en Zeekanaal, Infrabel. Een brief met een simulatie van het project. (Merk op: die instanties zouden intussen aan schepen Wout Maddens wel al een mondelinge toezegging hebben gedaan.)

Het agentschap Wegen antwoordt op de brief met een negatief advies.
De NV Waterwegen zegt eerst (in juli vorig jaar) dat zij geen rechten kunnen uitoefenen op de blinde gevel en meldt vervolgens (november) dat men van plan is om aldaar ergens een “reclamedrager” aan te brengen. Infrabel wil de vraag doorgeven aan de zonechef, maar van die kant is inmiddels nog altijd geen officiële repliek gekomen.
De stadsdirectie Mobiliteit en Infrastructuur hoort in mei van dit jaar van het agentschap Wegen dat een en ander misschien zou kunnen mits voldaan is aan enkele voorwaarden. Stad moet de goedkeuring krijgen van de Vlaamse Bouwmeester en van de verkeerstechnische dienst van het Vlaams Gewest. Plus moet Stad zijn vroeger project met de kunstenaar Jan De Cock opgeven.

Wat heeft het schepencollege nu beslist?
1. Men zal aan de NV Waterwegen opnieuw toelating vragen om iets te doen met die blinde gevels van de Beheerstraat, en aan Wegen en Verkeer voor de gevel Magdalenastraat-Zandstraat. Voor die projecten zal men een budget voorzien op de begroting… 2012.
2. Plus, en nu komt het! Het plan om Jan De Cock zijn gang te laten gaan aan de kluifrotonde wordt absoluut niet geschrapt.
Jan De Cock is die dure schrijnwerker met spaanplaten. Werkt goed samen met Unilin uit Wielsbeke. Noemt zijn timmerwerk dan een Denkmal. Wordt gesponsord door captains uit de plaatselijke industrie (bijvoorbeeld Christian Dumolin) en heeft veel vrienden in de kennissenkring van minister Stefaan De Clerck.

Dat plan is plots opgedoken via een lulnota in de gemeenteraad van september 2007.
Burgemeester Stefaan De Clerck zei toen dat Stad zich niet kan verzetten tegen plannen van de NV Waterwegen om aan de kluifrotonde billboards te plaatsen. En het voorstel van Moniek Gheysens om daar een monument te plaatsen (een appel op paal) kon niet doorgaan want Stad had beslist dat er geen kunstwerken mogen komen op rotondes. Maar de burgemeester toverde toen toch het plan tevoorschijn om huisvriend Jan De Cock aan het werk te zetten. De schrijnwerker (dixit Jan Hoet) wil niet op voorhand zeggen wat hij gaat doen, en wil ook geen prijsofferte indienen. In artistieke kringen fluistert men dat De Cock zeker niks laat maken bij Unilin voor minder dan 25.000 euro. Op kunstbeurzen heeft men het soms over 20 miljoen BEF.

Franky Devos is opdrachthouder van de Budafabriek

Franky Devos blijft wel directeur van het kunstencentrum Buda (een vzw), maar is nu ook parttime opdrachthouder van de toekomstige Budafabriek. Hij is dus door iemand (of iets) bij nacht en ontij in elk geval geselecteerd als de “leidinggevende teamspeler” van het economisch-artistiek project in het fabriekspand Desmet-Dejaeger.
Hoe dit allemaal in zijn werk gaat of kan gaan? Dat is iets wat alleen de ene Joost van Kortrijk mag weten. Die bestaat? Niemand weet wie dat is.

Eén van Franky’s opdrachten is: zorgen voor subsidiëring en sponsoring.
Het beheer komt in handen van het autonoom gemeentebedrijf Buda.
Dat AGB is op absurde wijze en in theorie geleid door ene riant betaalde, elders wonende musicus Gunther Broucke – die hier geen barst uitricht (2X )- maar in de praktijk enigszins overeind wordt gehouden door een ambtenaar: Davy Callewaert. GEEN KRANT DIE DAAROVER IETS DURFT MEDEDELEN.
Onze Davy heeft wel het nadeel dat hij een fervent geprononceerde CD@V-stempel draagt. (Ieder nadeel heeft zijn voordeel, zeg dat wel. Bijkomende factor is dat hij enkel deze elektronische krant KW leest als hij tijd heeft.)

De “Budafabriek” krijgt blijkbaar geen aparte rechtspersoonlijkheid. Er komt wel een “fabrieksraad” met (hoofdzakelijk) vertegenwoordigers van zeven organisaties: AGB Buda, Leiedal, Designregio, Flanders in Shape, het Broelmuseum, Buda KC en Howest.

De verbouwingswerken zijn intussen opgestart. (Voor de kosten: zie ons lijfblad kortrijkwatcher, de editie van 14 januari.) Men voorziet 250 werkdagen. Het gebouw moet in casco gereed zijn tegen de zomer van 2012. De opening zal gelijktijdig gebeuren met de Biënnale van Interieur: september 2012.

Ge ziet daar nooit geen papier van.
Het staat nu vast dat Stad subsidies krijgt voor de renovatie van het pand:
– van Europa (EFRO): 974.382 euro;
– van HERMES (Vlaams Agentschap Economie): 365.393 euro;
– van “Thuis in de Stad” (Agentschap Binnenlands Bestuur): 25.000 euro.
Het aandeel van Stad is hiermee herleid tot 1.096.180 euro. (Er is wel aan de nonnen nog een erfpacht betaald van 650.000 euro. En straks moet het pand natuurlijk nog opgetuigd. Jongens, jongens, het eind is niet in zicht.)

Vorige dinsdag heeft cultuurintendant Wim Vanseveren het project enigszins voorgesteld aan de gemeenteraadsleden. De verslaggeving was niet helemaal van dezelfde aard of het peil van wat men al eerder kon lezen op kortrijkwatcher. Geen locale persjongens te bespeuren terwijl het gaat over miljoenen en miljoenen euroots voor een in Vlaanderen toch unieke zaak of gebeurtenis, evenals niet van grootse doeleinden ontbloot. Kortrijk op de (wereld)kaart plaatsen zonder enige alertheid van onze plaatselijke persjongens, hoe gaat dat?

Opvallend nog was wel de uiterst sceptische houding van raadslid Philippe De Coene (SP.A en leider van de zgn. Progressieve Fractie). Hij kan zich nog altijd niet ontdoen van de indruk dat nog altijd niet goed is geweten wat men precies gaat doen in de fabriek. Bart Caron (Groen) daarentegen hield zich op de vlakte. Vlaams Belang maakte geen onoverkomelijk misbaar. Was ietwat bezorgd over de financiering.

P.S.
De administratie van Buda Kunstencentrum verlaat eind november de kantoren langs de oude Leie. De medewerkers nemen hun intrek in het penthouse boven de Budascoop.