Category Archives: sociaal

Kosten sociale bijstand Kortrijkse OCMW stijgen niet !

Laat ons even wat mythen doorbreken.
We hebben het hier eerst  over  de totale bruto- uitgaven voor:
1) leefloon,  2) equivalent leefloon (voor mensen in noodtoestand), 3) overige steun (huur, verwarming, gezondheidszorg,  socio-culturele participatie).
Wat een daling in vier jaar tijd , terwijl men het altoos  heeft over een toenemende  armoede.
2012:  10.103.613 euro
2013:  8.178.884 euro
2014:  6.848.387 euro
2015:  6.440.722 euro

Hoe zit het met de evolutie van de bruto- uitgaven inzake leefloon?
Dalend! (Ter attentie van onze extreem rechtse lezers.)
2012:  4.112.322   (1.020 dossiers)
2013:  4.048.478  (1..051 dossiers)
2014:  3.887.006  (1.061 dossiers)
2015:  3.968.592  (1.048 dossiers)

Voor 2015 even de (bruto) cijfers in detail, per rubriek.
– leefloon:  3.968.592
– equivalent leefloon:  1.353.141
– overige steun:  1.118.988

De netto-tussenkomsten  ten laste van het OCMW zijn evenwel opvallend veel lager. Het OCMW geniet immers van subsidies, en kan ook geld terugvorderen van de cliënten.
Hierna de evolutie van de netto-kosten.
2012:  1.442.564
2013:  1.430.545
2014:  1.349.878
2015:  1.431.998

Voor 2015 geven we weer hoe het zit met die bruto en netto-uitgaven ten laste van ons OCMW. Verschiet niet !

Leefloon:
– bruto:  3.968.592
– subsidie:  2.782.255
– terugvordering cliënten:  346.647
– netto-kost:  839.689

Equivalent leefloon:
– bruto:  1.353.141
– subsidie:  1.184.290
– terugvordering cliënten:  39.944
– netto-kost: 128.906

Overige steun:
– bruto:  1.118.988
– subsidie:  271.731
–  terugvordering cliënten:  383.855
– netto-kost:  463.401

ZO.
NIET MEER ZAGEN HOOR OVER AL DIE PROFITEURS !

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onze sociale economie –actoren doen het goed

Stad Kortrijk heeft met diverse actoren die werkzaam zijn in de sector sociale economie samenwerkingsovereenkomsten gesloten . Nu is nagegaan of die betrokken organisaties de afspraken zijn nagekomen in het jaar 2014 en of ze dan ook nog  – zoals voorheen- aanspraak kunnen maken op subsidies.
VERWACHT VOORAL GEEN BOEKHOUDKUNDIGE GEGEVENS.

vzw Buurt- en Nabijheidsdienst

Levert goed werk af maar er is nog marge tot verbetering want men kon nog niet ten volle de vruchten plukken van een bijgestuurd intern beleid.
Inzake financies stelt men vast dat de beoogde investeringen in de kinderopvang niet werden behaald.  Maar dat komt nog wel door bijvoorbeeld een nieuwe locatie in Kortrijk-Centrum (Zwevegemsestraat?) en een relocatie met uitbreiding in Heule.

Deltagroep (Kringloopcentrum en vzw Constructief)

Zit inhoudelijk zeker op het goede spoor. Misschien is er een ruimere inspanning verwacht rond het sensibiliseren en inzamelen van hardware.
Financieel beter formuleren hoe de overheidsteun in regel is met de Europese normen.

cvba Kanaal 127

Inhoudelijk ligt de organisatie op schema. Alle beschikbare ruimtes zijn nu verhuurd met uitzondering van de oude loodsen die in erg slechte staat verkeren.
Financieel voldoet men aan de verwachtingen zoals die door het OCMW zijn vastgelegd in een meerjarenplan.

vzw Mentor

De inhoudelijke evaluatie is in grote mate positief, met ruimte voor groei. Er zijn een aantal werkpuntjes die men niet uit het oog mag verliezen.
Er is een duidelijke verantwoordingen van de ontvangen middelen.

Stal 13 (vzw Bolwerk)

Inhoudelijke evaluatie is positief over de hele lijn. Vooruitgang is mogelijk inzake consultatie van de stad bij plannen tot verhuizing en nader afstemming rond Klimaatstad.
De financiële rapportering is in overeenstemming met het financieel plan.
(Noot van de KW-redactie. De samenwerkingsovereenkomst is nooit voor de gemeenteraad gekomen. Stal 13 krijgt zéér veel geld.)

OCMW bindt strijd aan tegen armoede

Het OCMW tekende vorig jaar in op de projectoproep van het Europees jaar 2010 van de bestrijding van de armoede en sociale uitsluiting. Kreeg voor twee projecten van staatssecretaris Philippe Courard hiervoor subidies.

Soepefjieste

Voor een actie genaamd “Kook je fit” 5.000 euro.
Hierbij werkt ons OCMW samen met dat van Kuurne, Harelbeke, Deerlijk en nog een paar organisaties. Die actie wil “de ontoegankelijke toegang tot de gezondheid centraal stellen”. Daarom zal men in oktober in een aantal gemeenten een “soepcontest” organiseren. Een “soepefjieste” waarbij mensen die werken met of voor mensen in armoede het tegen elkaar zullen opnemen. De winnaars zullen dan hun recept publiceren in een Soepkookboek. Dat uitgave van dat boekje zal 3.000 euro kosten. Er komen ook 500 bedrukte soeptassen (900 euro). Duizenden flyers en affiches (484 euro).

Kinderparade

Deze actie wil een cultureel evenement opzetten rond de thematiek armoede en uitsluiting. Met een subsidie van 10.000 euro wordt een kinderparade op touw gezet. Een rondreizend spektakel met medewerking van L’Orchestre International du Vetex, de vzw Bolwerk en lagere scholen uit onze aandachtsbuurten (Sint-Jozef, Drie Hofsteden, buurtschool Vetex). Men hoopt op een bont allegaartje van een 170-tal kinderen die deelnemen aan zangstondes en ateliers waar kostuums en “constructies”worden gemaakt.
Datum van het gebeuren nog niet gekend. Hopelijk bent u al terug van vakantie, met uw kindjes.

Milde aanpak overlast aankondigingsborden van jeugdverenigingen

De stuurgroep “publieke overlast” maakt het graag ingewikkeld. (Het is hun bestaansreden.)
Nochtans is de politieverordening (art. 187) duidelijk. Wie een tijdelijk reclamebord wil plaatsten op openbaar domein moet hiertoe vier (!) weken op voorhand een schriftelijke aanvraag richten tot de burgemeester himself. Geen bordjes aan palen, bomen, straatmeubilair, verkeerssignalisatie, bouwwerken, op rotondes, enz. Ze moeten gewoon vast in de grond geplant. Er dient een borgsom van 125 euro betaald, en dat geld krijgt men terug na verwijdering. Die verwijdering moet ten laatste vijf werkdagen na de activiteit gebeuren. Zoniet zullen de gemeentediensten dit op uw kosten zelf doen. En je krijgt die borden niet terug!

Een knelpunt blijven de aankondigingsborden van jeugdverenigingen. Volgens de stuurgroep “publieke overlast” is dit te wijten aan onvoldoende doorstroming van de communicatie. Vandaar dat gedacht wordt aan een electronische nieuwbrief voor jeugdverenigingen, een item in de opleiding tot fuifbuddy , infovergaderingen (genaamd “wouter”) door het team Jeugd.
Jeugd kan geen politieverordeningen meer lezen.

In het politiereglement is er geen sprake van een sanctie bij het illegaal plaatsen van reclameborden.
De G.A.S-ambtenaar kan hiertoe bij dit soort kleine overtredingen evenwel toch een besluit nemen. Een Gemeentelijke Administratieve Sanctie. Maar voor jonge meerderjarigen (16-18 jaar) voorziet de wet in het algemeen een aanbod tot bemiddeling,
Die positieve bemiddeling heeft in regel tot gevolg dat er geen boete wordt opgelegd.
In Gent heeft men het anders aangepakt. De wildgroei van aankondigingsborden zal daar als vanzelf stilvallen, nu Stad de onregelmatig geplaatste borden overplakt met een mededeling als “afgelast”.

In een volgende editie van de Stadskrant zal de stuurgroep “overlast” een artikel plaatsen over de aanpak van de wildgroei van borden en dit op een positieve manier, met vermelding van de geboekte positieve resultaten. Hoeveel borgsommen werden er geïnd? ingehouden? Hoeveel borden weggenomen? Benieuwd.

Over de nood aan sociale woongelegenheden

Het nieuwe decreet over Grond- en Pandenbeleid vindt dat elke gemeente tegen 2020 moet streven naar een aandeel van 9 procent sociale huurwoningen (berekend op basis van het aantal huishoudens).
Volgens de directie Stadsplanning en Stadsontwikkeling telt Kortrijk nu al 8,35 procent sociale huurwoningen.en 0,65 procent sociale koopwoningen.
In onze regio scoort alleen Zwevegem (10%) en Menen (10,75%) beter. Het traditoneel als rood beschouwde Harelbeke haalt intussen slechts 5,70 procent.

Als Kortrijk het door Vlaanderen opgelegde objectief wil bereiken is er nog behoefte aan 203 sociale huurwoningen en waarschijnlijk 250 koopwoningen.
Maar de regio heeft zich met het zgn. Woonregieboek van Leiedal een streefcijfer van 11 procent opgelegd. Bovenop de 9 procent betekent dit dat Kortrijk nog 641 sociale huurwoningen moet beschikbaar stellen.

Binnen het stadsbestuur leeft althans bij de VLD de gedachte dat – eens het objectief van 11 procent is bereikt – er vooral moet ingezet op zgn. “bescheiden woningen”.

Anderzijds mikt de ACW-vleugel op de installatie van een “woonclub” voor lage inkomensgroepen (of speciale gevallen?), een specifiek loket binnen de nog op te richten “woonwinkel” in het stadhuis.
Die woonwinkel zou eindelijk operationeel eindelijk worden in september.
Over die “woonclub” heerst blijkbaar geen eensgezindheid binnen het College. Het punt is al tweemaal uitgesteld.
De VLD was in de vorige bestuursperiode (toen nog in de oppositie) overigens totaal gekant tegen de oprichting van een stedelijke woonwinkel.

Kortrijk krijgt meer bescheiden woningen

Maar wat is een bescheiden woning?
Vergeet de klassieke fiscale definitie waarbij men het heeft over woningen met een kadastraal inkomen van hoogstens 750 euro.
Het nieuwe decreet over grond- en pandenbeleid in Vlaanderen voert een nieuw begrip in dat niets heeft te maken met het K.I.
Zeer simpel gezegd is een bescheiden woning duurder dan een sociale woning, maar het is ook geen villa. Het is een woongelegenheid met een bescheiden verkoop- of verhuurprijs, haalbaar voor inkomens die te hoog liggen om te genieten van het sociale woonaanbod en te laag voor een betere luxe-woning. Met andere woorden: iets voor de meeste van onze lezers.
Volgens het decreet gaat het om woonhuizen met een volume minder of gelijk aan 550 m³ en een oppervlakte van hoogstens 500 m². De gemeenten kunnen evenwel in een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening de definitie van een bescheiden woonaanbod (kan ook een appartement zijn) verder concretiseren, verfijnen, zelfs strenger maken..
En dat is waar onze ambtenaren nu mee bezig zijn.
De opmaak van een sluitende definitie heeft nogal wat consequenties. Het is immers de bedoeling om op onbebouwde gronden van openbare besturen 25 procent voor te behouden voor het bescheiden aanbod. Voor gronden in handen van de private sector geldt een percentage van 20 procent bescheiden units (woningen of kavels).

Hoe definieert onze Kortrijkse directie stadsontwikkeling nu (voorlopig!) de “bescheiden woongelegenheid” ?
Typologisch gaat het om woning met minimum drie slaapkamers, met een bewoonbare oppervlakte van maximum 120 m², een kavelgrote van max. 150 m² en een tuin van minimum 50 m². Er is ook een parkeerruimte voor een wagen.
Voor een appartement gaat het om minimum twee slaapkamers, met een bewoonbare oppervlakte van maximum 90 m² en een buitenruimte van minimum 5 m².
Meer concreet zegt men nog dat een bescheiden huis bij voorkeur niet meer dan twee gevels heeft. Dat er voldoende bergruimte is, bijvoorbeeld voor fietsen. En een voldoende grote inkomzone. Een apart toilet, een badkamer, een keuken voorzien van basistoestellen. Een adequate isolatie en ventilatie.
Het schepencollege hoopt om nog voor 1 september met alle mogelijke actoren (ook politieke partijen) een grootscheeps stedelijk woonoverleg op te starten over deze materie, en globaal ook over de uitvoering van het nieuwe decreet grond- en pandenbeleid.

Hierbij wil men niet uit het oog verliezen dat er nog altijd moet gestreefd worden naar 11 procent sociale woongelegenheden. Althans volgens het Woonregieboek van 2008. (Het “ijkpunt” voor Vlaanderen van 9 procent is bijna bereikt.)

Syndicale premies voor stadspersoneel (1)

Eerst wat uitleg.
Stad betaalt voor elk personeelslid jaarlijks een bepaald bedrag (iets van 46 euro) aan de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid van plaatselijke en provinciale besturen. Die RSZPPO geeft dat door aan het federaal fonds bij de eerste minister voor het uitbetalen van syndicale premies. Wel te verstaan enkel voor de personeelsleden die aangesloten zijn bij een erkende vakbond. ACV,ABVV en ACLVB.
De vraag kan nu gesteld of niet-gesyndiceerden (met eventueel resterend geld) geen gelijkaardige premie zouden kunnen krijgen voor bijvoorbeeld juridisch advies en bijstand.
Bovendien rijst de vraag of niet moet gecontroleerd of het geld wel effectief gebruikt wordt voor de uitbetaling van premies, en of de federale “Commissie voor vakbondpremies” haar taak wel uitvoert.
Dat zou een goede vraag kunnen zijn voor ons raadslid-parlementariër Roel Deseyn (CD&V-ACW).
Uit de aard der zaak is het evenwel het Vlaams Belang dat zulke ambetante vragen stelt.
In de Gentse gemeenteraad bijvoorbeeld Francis Van den Eynde. Bij ons raadslid Maarten Seynaeve.
Er bestaat bij ons een “Bulletin van Vragen en Antwoorden”. Via dit middel kunnen raadsleden schriftelijk informatieve en technische vragen stellen. De antwoorden worden nu trouwens met nogal wat vertraging gepubliceerd op de Kortrijkse website. Interessant, maar jammer genoeg wordt het instrument te weinig gebruikt door onze raadsleden.
Maarten Seynaeve stelde net zijn de Gentse collega zes vragen over die premies.
Ingekort:
Hoeveel betaalde Stad in 2006 en 2007 aan de RSZPPO?
Heeft Stad informatie over de syndicalisatiegraad bij het personeel?
Controleert Stad de effectieve uitbetaling van de premies?
Kan met het resterende geld geen premie worden uitbetaald aan niet-gesyndiceerden?
Stad moet de gegevens over de aanvraagformulieren voor een syndicale premies die zij toezendt aan personeelsleden ter beschikking houden van de “Commissie voor de vakbondspremies”. Hoeveel malen heeft de federale commissie deze gegevens bij onze stad opgevraagd?
Eens kijken naar de antwoorden en vergelijken met wat stad Gent daarover zegt.
(…)

Minderhedenbeleid: het grootste knelpunt (3)

Soms lijkt het alsof de integratiedienst (binnen de directie Burger en Welzijn) op zichzelf een knelpunt vormt. En welkeen !Neem nu het hoofdstuk over “zelforganisaties” in het Minderhedenbeleidsplan 2007-2009.
In de operationele doelstellingen voor de volgende jaren wordt ondermeer gevraagd om een Collegebeslissing bij het toekennen van toelagen aan zelforgansisaties.
Je zou toch wel gaan denken dat men bij de integratiedienst die Collegebesluiten leest?
Neem nu alleen even de CBS-notulen van de maand juni.
Daarin leest men dan bijv. dat er een toelage van 400 euro is toegekend aan de vzw Sindebad. En ook nog 400 euro aan de vzw St.Michiel. Dit alles gebaseerd op het reglement betreffende start- en projectoelagen goedgekeurd in de gemeenteraad van 8 november 2004.

En dit overtreft ook mijn bevattingsvermogen: het minderhedenbeleidplan vraagt om een artikel dat al in het reglement staat. Art. 6 luidt: “Elke aanvraag (tot betoelaging) wordt beslist door het College.” (Via een interne werkgroep.)

De integratiedienst wil in de toekomst ook nog dat er een lijst komt met criteria voor het bekomen van subsidies. En de ondersteunde activiteiten moeten interculturele ontmoetingen en samenwerking stimuleren.
Alweer kan men zich afvragen of de integratiedienst zijn eigen reglementen wel kent.
Al de voorgestelde operationele doelstellingen staan er allemaal al in!

Art. 5.6 somt de criteria op voor interculturele projecten. Er zijn er zes. En één daarvan zegt juist dat aanvragen worden beoordeeld in de mate waarin mensen uit andere culturen worden betrokken bij het project, in de mate waarop wordt samengewerkt met andere organisaties, in de mate waarop het initiatief een open samenleving nastreeft. Zelfs het beoogde publieksbereik is een criterium.

Art. 3 betreffende de starttoelage stelt uitdrukkelijk dat organisaties die deze toelage ontvangen er zich toe verbinden om activiteiten te ontwikkelen die gericht zijn op “ontmoeting”. Idem voor projecttoelagen.

Het eerste reglement betreffende toelagen voor zelforganisaties werd goedgekeurd in de gemeenteraad van april 2001. Alleen het Vaams Blok (Vancoillie, Zonnekein, Bouteca) was toen tegen. Er waren geen noemenswaardige tussenkomsten van de fracties.

Het nieuwe reglement (4 bladzijden) van november 2004 heeft een aantal onduidelijkheden weggewerkt.
Het voorstel werd uitgewerkt in bijeenkomsten van de jeugddienst, de sportdienst, de cultuurdienst EN het integratieplatform zelf.

In de gemeenteraad van 8 november 2004 is daar heelwat om te doen geweest. Een ellenlang en zeer hoogdravend debat. Met maatschappelijk-filosofische bespiegelingen van vooral Jan Kempinaire (VLD) en schepen Frans Destoop.
Stemden tegen: Bouteca, Depauw en Verschaete van het VB.
De VLD’ers onthielden zich, want liberalen hebben uit de aard der zaak (sowieso)iets principieels tegen “zelforganisaties”. Ook Lieve Vanhoutte (nu behorend tot de CD&V-fractie) heeft zich toen onthouden.

En nu vinden de opstellers van het minderhedenbeleidsplan dus dat daar weer moet aan geschaafd worden… Ik zou niet weten waarom.

Heel intrigerend is dat het minderhedenbeleidsplan in feite zijn eigen integratiedienst op de korrel neemt.
Men beklaagt er zich namelijk over dat stadsdiensten elk een eigen toelagesysteem hanteren en een eigen communicatiesysteem voeren. Dat zelforganisaties shoppen bij verschillende diensten. Dat er geen lijst bestaat van zelforganisaties. En geen lijst van beantwoorde aanvragen.

Je acht het niet voor mogelijk.
Hier zegt de integratiedienst van zichzelf dat die niet werkt. Beseft men dat wel?

Ik citeer nog even uit het reglement.
Art. 6: “Elke aanvraag (voor toelagen) gebeurt tav. het College van Burgemeester en Schepenen.” En met een speciaal formulier.
Nog art.6: “Elke aanvraag wordt beslist door het College op advies van een interne werkgroep.”
En wie zit daarin? Juist! Ook een medewerker van de stedelijke integratiedienst!

Heel dat minderhedenbeleidsplan laat eigenlijk weten dat de integratiedienst zelf geen grip heeft noch controle over het beleid terzake.
Werk aan de winkel voor de nieuwe integratieambtenaar.

Schepen Alain van Welzijn!
Vertel op de gemeenteraad van maandag aanstaande eens wat uw eigenste operationele doelstelling is.

Minderhedenbeleid: de knelpunten (2)

Voor kommaneukers is het nieuwe minderhedenbeleidsplan 2007-2009 best wel eens weer enerverend.
Waar is het advies van én het samenwerkingsakkoord met het Provinciaal Integratiecentrum? Waar is het verslag van de voorafgaande consultatieronde?
Waarom is er niet gedacht aan experimentele en vernieuwende projecten? (Daar zijn aparte subsidies mee te verdienen! Voor wanneer een haman voor elke Kortrijkzaan?) Waar is het personeelsplan? Er is nergens een bronvermelding te bespeuren, en voor de cijfergegevens is dit toch belangrijk. (Allerhande cijfers verschillen van elkaar naargelang de bron.) En waar is dat beloofde “draaiboek vreemdelingen” gebleven? En de lijst van “zelforganisaties”, met hun resp. genoten subsidies (criteria, besteding).Er zijn nogal wat onvolmaaktheden in het minderhedenbeleidsplan, en het feit dat er een jaar lang geen interculturele bemiddelaar en integratieambtenaar meer was kan niet altijd dienstig zijn als verontschuldiging. (Men weet bijv. nu nog niet hoeveel ECM’ers er in 2005 solliciteerden bij Stad.)

Spijtig is ook dat er zelden vergelijkingen worden gemaakt met toestanden (verwezenlijkingen) uit het verleden. Enige evaluatie van de twee vorige beleidsplannen blijft uit. Tevens ontbreekt een toelichting over de verschilpunten (accentverschuivingen, bijsturingen) met die vorige plannen.

Tiens, volgens het minderhedendecreet is het integratiecentrum toch een vzw?
De gemeenteraad heeft van het Provinciaal Integratiecentrum (PIC) nog nooit een rekening gezien. (Een tijd terug verloor die PIC veel van zijn stadstoelagen, juist omdat niemand wist wat die uitricht, zelfs het bestaan ervan niet kende. Maar dat werd beleefdheidshalve zo niet geformuleerd.)

Het beleidsplan werd in de laatste raadscommissie “toegelicht” door Alain Cnudde, schepen van Welzijn maar ook van Financiën. En Hilde Demedts is schepen van Burger en Veiligheid. Plus van Gelijke Kansen. Welnu, heel het minderhedenbeleid ressorteert onder één directie, die van Burger én Welzijn. In de volgende legislatuur kan er hieromtrent wat orde op zaken komen.
Nu we het over de volgende bestuursperiode hebben, blijft het toch een vreemde gewaarwording dat er op de gemeenteraad van juli 2006 een beleidsdocument zal besproken worden dat slaat op drie jaren na de verkiezingen.
Weet dit goed: als het VB aan de macht zou komen wordt dit beleidsplan meteen vertikaal geklasseerd! Eigen Germanen (Franken, Goten, Alemannen, Wisi-Goten, en Vandalen ook) eerst!

Gelukkig gaat het slechts om “krijtlijnen”.
Maar die krijtlijnen zijn toch wel niet van belang ontbloot. Voor het eerst worden er nu uitdrukkelijk drie prioriteiten naar voor geschoven: taal, werk en onderwijs. Waarlijk, DE grote hefbomen om de positie van allochtone bevolkingsgroepen en nieuwkomers te verbeteren. En daarmee die van elke burger. Dat is immers: inclusief beleid.

Een “nevenprioriteit” voor nieuwkomers is dat men wil zorgen voor een goed onthaal- en inburgeringsbeleid. En voor de allochtone jongeren beoogt men een nauwere aansluiting bij het reguliere “jeugd- en jongerenaanbod”.

Bij de operationele doelstellingen zijn de eventuele resultaten meestal wel uitermate algemeen, abstract geformuleerd. Men leest dan iets in de trant van: “De aanbodverstrekkers begeleiding werklozen hebben voldoende aandacht voor de specifieke noden van de etnisch-culturele minderheden”.

Tevens slaan de doelstellingen te vaak op grotendeels intern-administratieve materies. Uitwisselingen, samenwerkingensverbanden, adviezen, signalen, metingen, onderzoeksrapporten, omgevingsanalyses, overlegmomenten, memo’s.

A.u.b zeg. Hou daar toch een keer mee op!
Een zeer belangrijke concrete doelstelling zou kunnen zijn dat alle betrokken welzijns- en integratie-werkers hoogstens twee uur per dag achter hun computer zitten. Stuur ze de baan op! De hort.

Een verrassende uitgavenpost die enigszins ironisch zou kunnen wijzen op het voornemen om meer buitengaats te gaan werken is dat het krediet van 50 euro
voor boeken dat vorig jaar was begroot nu herleid is tot NUL… Het is gedaan met lezen.

Ja, die financiën!
Altijd opnieuw is dit het grote euvel in alle Kortrijkse beleidsdocumenten: het bijna volslagen gebrek aan becijfering van ontvangsten en uitgaven.
En meer in bijzonder zijn vooral welzijnswerkers over het algemeen geen rekenkundigen. Ze volgden menswetenschappen of culturele antropologie. Gelukkig nog weinig stadssociologie, want dat is een tamelijk nieuw lulvak.

In het voorliggende beleidsdocument wordt zonder enig kommentaar en zelfs tussen haakjes een bedrag van 54.370 euro aangegeven als inkomsten m.b.t integratie.
In de begroting van dit jaar vind ik als bijdrage van de hogere overheid voor “werkingskosten integratie” 53.985 euro terug. Voor 2005: 51.000 euro. Maar volgens de rekening was er in dat jaar slechts 48.603 euro aan vastgelegde ontvangen.
(Tussen haakjes: brengen activiteiten als “KortRIJK aan culturen” bijv. dan niets op? En voor wie zijn die ontvangsten?)

Traditioneel is de integratiedienst totaal zwijgzaam over zijn personeelskosten.
Ziehier dan.
Stad zal daar dit jaar 47.766 euro aan uitgeven. Op hoeveel ambtenaren dit slaat is niet te achterhalen. Alleen de integratieambtenaar? Vorig jaar ging het om veel meer, en de jaren daarvoor nog véél meer. Bijvoorbeeld 72.234 euro en zelfs ooit 91.737 euro (2003). Er waren toen ook twee ambtenaren.
En toen bedroegen de uitgaven voor allerhande EXTERNE concrete acties slechts 7 procent van de stadspersoneelsuitgaven.

Volgens het beleidsdocument gaat er 15.565 euro naar de werkingskosten. In de begroting staat evenwel: 14.171 euro.

Aan toelagen “integratie” besteedt Stad 48.800 euro.
In detail (begrotingsartikel 84011), met tussen haakjes het bedrag van vorig jaar:
* zelforganisaties en integratieprojecten 7.400 euro (nihil);
* KortRIJK aan Culturen 10.000 (7.437)
* Vzw Buurt en Nabijheidsdiensten (dat is eigenlijk Bledi!) 24.000 (nihil)
* werking migrantencentrum (eigenlijk het Provinciaal Integratiecentrum?) 7.400 (idem)

Totaal dus van wat men ook “overdrachten” noemt: 48.800 euro.
(Geen tijd nu om te vergelijken met de kerkfabrieken.)

Het minderhedenbeleidsplan maakt er weer een potje van, van die toelagenpot.
Plots wordt daar nu de toelage aan de vzw Basiseducatie aan toegevoegd. 67.100 euro(onveranderd in vgl. met vorig jaar). Dat mag, maar waarom dan niet nog andere posten aan toevoegen? ATD Vierde Wereld bijv. Of uitgaven voor het welzijnsbeleid (aandachtswijken, buurtwerk)? Gelijke kansen? En anderzijds: waarom zijn de subsidies voor gezinnen i.v.m. migratie verdwenen? En waarom is er voor “lesgevers” slechts 743 euro voorzien?
Bij toevoeging van nog enkele begrotingsposten zouden die stadsuitgaven bij de subsidiërende hogere overheid nóg beter ogen.

P.S.
Gisteren was er de opening van dat prachtige nieuwe museum 1302. Met academische zitting en receptie. Enkel en alleen voor een select gezelschap.
Géén vertegenwoordigers van de etnisch-culturele minderheden te bespeuren. Ik ben er zeker van dat zij ook niet werden uitgenodigd. Dat is dan EXCLUSIEF beleid.

Minderhedenbeleid: de knelpunten (1)

Een 30-tal Vlaamse gemeenten voeren daadwerkelijk en planmatig een lokaal minderhedenbeleid.
Daarmee wil men de sociale samenhang verbeteren, allerhande diensten en voorzieningen “interculturaliseren”, de inspraak van elke burger verhogen, alsmede een maatschappelijk draagvlak bevorderen ten aanzien van de diversiteit in onze stadssamenleving.In de praktijk spitst dit beleid zich toe op de behoeften van etnisch-culturele minderheden. De ECM.
Elke Vlaming weet dat dit diversiteitsbeleid hard nodig is. We komen namelijk allemaal van over de Rijn. Die Germaanse volksverhuizingen (eufemisme voor: invallen) staan in ons collectief geheugen geprent. Het geweld dat daarmee gepaard ging! Geen sprake van handtasdiefstallen. Wel moord en doodslag, regelrechte veldslagen. En hoe die Romeinen ons behandelden! Schande. Niets geen sprake van inburgeringscursussen en asielprocedures! Niet de minste positieve discriminatie, tenzij om zelf romeins soldaat te worden of slaaf/slavin.
En die Caesar vond ons al vroeger wel de dappersten onder de Galliërs, maar dat was een overdrijving om zelf glorieus over te komen bij zijn achterban. Personal branding van een politieker bij de senaatsverkiezingen in Rome.

Gemeenten die een lokale integratiedienst willen gesubsidieerd zien dienen om de zoveel jaar een minderhedenbeleidsplan voor te leggen. Het zou niet mogen maar die overheidsgelden gaan hier in Kortrijk bijna uitsluitend naar personeelskosten en niet naar mogelijke acties voor de doelgroepen. We komen daarop terug. Want dat is toch wel het voornaamste “knelpunt”.

In de gemeenteraad van 3 juli komt dus het derde Kortrijks minderhedenbeleidsplan ter sprake. Voor de jaren 2007-2009. 55 bladzijden. (De bijlagen ontbreken weeral.)
Het eerste plan sloeg op de periode 2001-2003, maar dat was eerder een stuk typische welzijnsliteratuur. Het tweede (2004-2006) bleef al minder verstoken van het geijkte gezwam van welzijnswerkers, maar was eerder een rapport. Een “status questionis” zonder enig actieplan.

Het derde plan dat nu voorligt is alleszins op dit gebied een verbetering: per hoofstuk is er een zogenaamde knelpuntenanalyse.

We geven hier de voornaamste “knelpunten” van ons stedelijk minderhedenbeleid weer, zoals de diensten van Stad en betrokkenen dat zelf ervaren. Een constructief overzicht!

NIEUWKOMERS
Vorig jaar waren er hier 533 nieuwkomers. (De term is niet goed gedefinieerd, het cijfer slaat op aantallen in het vreemdelingen- en wachtregister, en niet op Belgische “verhuizers”.)
Het grote knelpunt is hier eerder van interne aard. Er is een beperkte (zeg maar: geen) informatiedoorstroming tussen de integratiedienst, het onthaalbureau en de dienst vreemdelingen. (Overigens is de integratiedienst lange tijd onbemand gebleven. De een na de andere ambtenaar nam of kreeg ontslag. De interculturele bemiddelaar is helemaal afgeschaft.)
Verder is niet geweten of de inspanningen naar een beter onthaalbeleid ook tot grotere tevredenheid leidt bij de nieuwkomers.
En er is weinig zicht op het aantal vluchtelingen/ mensen zonder papieren. (In het vorige beleidsplan dacht men aan ca. 300 personen.)
Inzake inburgering is er binnen de diensten alweer te weinig contact.
Wist u dat er hier sinds vorige zomer een “Huis van het Nederlands” is? Probeer daar eens op de zoekmachine van de website van Stad informatie over te vinden. Die blijft maar zoeken, eindeloos.
In 2005 hebben er zich 419 personen aangeboden bij het onthaalbureau. 56 kregen een inburgeringsattest en voor 181 is dit nog lopende.

LEREN
Er staan in dit hoofstuk van het beleidsplan enkele interessante cijfergegevens. In het basisonderwijs (34 scholen!) heeft 5,5 procent van de leerlingenpopulatie een vreemde nationaliteit. 89 procent daarvan is niet-EU burger.
In het secundair onderwijs gaat het om resp. om 2,9 en 86 procent.
Voor het hoger onderwijs zijn geen cijfergegevens ter beschikking!
Dat is dus meteen een knelpunt.
Er is ook volwassenonderwijs.
Er waren in het “Huis van het Nederlands” in het tweede semester van vorig jaar 379 aanmeldingen en die worden dan doorverwezen naar het Centrum Basiseducatie en het Centrum voor Volwassenonderwijs van het HITEK. Daar krijgen ze dan NT2, dat wil zeggen Nederlands Tweede Taal. In het Centrum Basiseducatie is er een enorme wachtlijst van 152 personen.
Allochtone ouders kunnen deelnemen aan het GOK-project. Info hierover is niet te vinden. En alweer zijn geen gegevens beschikbaar over het aantal cursisten in alle geledingen van het volwassenonderwijs. Hoe is dat in godsnaam mogelijk? Alleen dit euvel zou voor een minister (Marino Keulen) kunnen een reden zijn om alle subsidies te schrappen.
Opmerkelijk is dat het beleidsplan niets vermeldt over de gang van zaken bij het schoolopbouwwerk. Bestaat dit wel?

WERK
In april van dit jaar waren er 582 werkzoekenden met etniciteit niet-EU.
Een niet vermeld knelpunt hierbij is dat er 14 “actoren” op dit terrein werkzaam zijn. Kan het geen operationele doelstelling zijn om hier een keer het aantal personeelsleden op te tellen?
Zéér opmerkelijk is dat er in de Kortrijkse publieke sector (Stad, politie, OCMW) helemaal niemand uit de Etnisch-Culturele Minderheden (ECM) is tewerk gesteld bij het kaderpersoneel of in frontdesk functies. Kortrijk is hiermee een unieke uitzondering in Vlaanderen.
In 2004 waren er nochtans binnen Stad 138 sollicitanten van allochtone afkomst.
Cijfers voor 2005 zijn nog niet beschikbaar! Wat doet die integratiedienst en personeelsdienst eigenlijk?
Het zou (nogmaals!) interessant zijn als zo’n minderhedenbeleidsplan ook eens vermeldt hoeveel ECM-mensen werkzaam zijn in de diensten en instellingen zelf die zich onledig houden met minderhedenbeleid en/of welzijnswerk.
Kortrijk doet het wel goed inzake het creëren van banen in de sociale economie.
44,5 FTE van allochtone afkomst. Er wordt daar overigens onvoorstelbaar veel geld tegenaan gegooid en nog nooit zag ik een rapport met de berekening van de kostprijs per gecreëerde job.
Nog een detail. In de opsomming van de actoren inzake “werk” vergeet het beleidsdocument Kanaal 127! Daarentegen is wel sprake van de vzw Buurt- en Nabijheidsdiensten waarvan niemand weet wat die doet.

SOCIAAL LEVEN EN PARTICIPATIE
Ontmoeting en het stimuleren van wederzijds begrip is één van de prioriteiten van het minderhedenbeleidsplan.
En hiertoe zijn er veel gelegenheden. Op gebied van levensbeschouwing is er sprake van méér dan één zuil of sekte. Er is een boedhistische gemeenschap, een hindoetempel, twee moskeeën, een orthodoxe kerk, drie evangelische kerkgemeenschappen. Diverse kleine gemeenschappen: de Sikhs, 7-dagen adventisten, Pinksterbeweging, Krishna’s, Scientologie, Afrikaanse gebedsgroepen.
Het huidige beleidsdocument vergeet een opsomming van de zgn. “zelforganisaties”. Afrika Lisanga, Sindbad, Makasi, Sanza na Movi, Bahia de Todos os ritmos, Itran, Bantamba. Het Wereldharmonium van de Russen. En nog vele naderen. 18?
Bij de strategische doelstellingen is enkel de Unie der Moskeeën aangeduid als gesprekspartner. Waarom geen missienaaikringen? Zij hebben voeling met Vlamingen over heel de wereld, subsidiair de wereldbeschavingen.
Al sinds de Germaanse volksverhuizingen is er geen sprake meer van een lelieblank Vlaanderen. Sommigen van ons zijn in de vijfde eeuw tot in Afrika geweest en dan teruggekeerd.
Het beleidsplan signaleert slecht één belangrijk knelpunt. Er zou nood zijn aan een interculturele ontmoetingsruimte… Daar hebben we nu waarlijk een keer géén nood aan, in het kader van “inclusieve” samenlevingsopbouw. Er zijn hier al genoeg O.C’s.
En er is al een “integratieplatform” waar individuen van diverse afkomst elkaar ontmoeten.
De vraag naar een “interculturele ontmoetingsruimte” strookt niet helemaal met de roep naar een “inclusief beleid” waarbij het juist niet de bedoeling is om aparte werkingen of diensten aan te bieden.
Als knelpunt inzake verenigingsleven zegt het minderhedenbeleidsplan dat de toelagen ondoorzichtig zijn en geen hefboom tot samenwerking. (Die toelagen worden niet afzonderlijk vermeld.)

JEUGD
Wist u dat deze bevolkingscategorie ook een plaats vindt in het minderhedenbeleid?
Nu ja, er zijn hier (begin dit jaar) 2.842 jongeren (beneden de 25 jaar) bij de niet-Belgen en genaturaliseerde Belgen. 235 daarvan van Marokkaanse nationaliteit, 126 Fransen (?), 112 “Russen”. Hoeveel zwarten?
In Kortrijk telt men 109 erkende jeugdwerkinitiatieven, waaronder vier met een specifieke werking naar EMC. “SOFIA” richt zich tot de meisjes. En JEKOMA tot kwetsbare jongeren. Kwetsbaar!
Als knelpunt wordt gewezen op de precaire huisvesting van Bledi (voor Mahrebijnse jongeren). Persoonlijk heb ik ooit een keer midden in de nacht nog een knelpunt ervaren: die jongeren zijn minder kwetsbaar dan gedacht.

SPORT EN CULTUUR
Inzake sport kent Kortrijk traditioneel een zeer uitgebreid aanbod en telt niet minder dan 118 erkende sportverenigingen.
Nochtans meent het beleidsplan dat er nog veel knelpunten zijn op te lossen voor zelforganisaties om sport te beoefenen. ECM vinden niet goed hun weg in het reguliere aanbod.
Inzake de deelname van ECM aan cultuuraanbod zijn weeral geen cijfers bekend.
Dat bewijst opnieuw dat vorige beleidsplannen niet werden geëvalueerd.

VOORZIENINGEN
Bij Stad is er een D-team. Dat staat voor Diversiteit, Densiteit, Democratie, Duurzaamheid.
Daarnaast is een Integratieteam. Dat bestaat uit de onderwijsopbouwwerker, de medewerkers voor allochtone jongeren, een halftijdse medewerker voor integratieprojecten, en een integratieambtenaar.
Er is ook een preventieteam.
En een heel veld aan zorgverstrekkers. U moet eens op internet de “sociale kaart” bekijken voor Kortrijk. Honderden organisaties. (Wanneer wordt de studie van HIVA over dit oerwoud aan instellingen voor iedereen publiek gemaakt?)
Tussen al die diensten en instellingen kan “de afstemming” nog vergroot worden.
Een betere analyse zou zijn dat er gewoon een aantal kunnen opgedoekt worden. Dat de territoriumstrijd wordt opgeheven.
Er is ooit een onderzoek geweest naar de toegankelijkheid van de instellingen voor allochtonen. Maar vanwege een “personeelswissel” (ontslagen zeker?) bleven de aanbevelingen dode letter.

WONEN
Ook hier is er weer een tekort aan gegevens. Zelfs vanwege de sociale huisvestingsmaatschappijen.
Bij de strategische doelstellingen is er sprake van een degelijk doortrekkersterrein voor woonwagenbewoners. Evaluatie in 2007, dat is na de gemeenteraadsverkiezingen.
Heule-Watermolen kan nog even herademen.

BEELDVORMING EN COMMUNICATIE
Knelpunt hier is dat de directie Burger en Welzijn zeer veel informatie heeft (ja?) maar niet systematisch verspreid. De werking van de integratiedienst is niet altijd gekend bij de diverse doelgroepen.

INSTRUMENTEN
Dit hoofdstuk handelt ondermeer over de financiën voor het minderhedenbeleid.
Nogal rudimentair.
We behandelen dit punt in een ander nummer van deze weblog.